kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14 05 2016 16:15 voor het laatst bewerkt.

A.J. Kropholler

Architect Alexander Jacobus Kropholler, geboren op 26 juli 1881 te Amsterdam, overleden in 1973, is vooral bekend geworden door zijn raadhuizen en kerken. Zo ontwierp hij de gemeentehuizen van Noordwijkerhout, Waalwijk, Medemblik, Wateringen, Leidschendam, Grouw en de Sint Paschaliskerk in Den Haag. Andere bouwwerken van zijn hand zijn o.a. het Stedelijk Van Abbemuseum in Eindhoven (1936), het bankgebouw Mees & Zoonen te Rotterdam, het ABN-gebouw te Alkmaar, de G.K. van Hogerdorp Scholengemeenschap te Rotterdam (maakte deel uit van het complex rond de Sint Antonius Abt Kerk) en de woningen in de Nieuwe Duinstraat te Noordwijkerhout.

De karakteristieke Delfse School-bouwstijl van Kropholler wordt gekenmerkt door ambachtelijk materiaalgebruik en een traditionele vormentaal.

Bij het verwerken van materialen hield Kropholler duidelijk rekening met de natuurlijke eigenschappen ervan. Hij probeerde constructies te vermijden, waarbij aan baksteen of natuursteen kleinere hoeken dan 90° moesten worden gehakt of gebeiteld. Bij zijn houtsnijwerk komt men vaak structuren tegen, die gericht zijn op de lengterichting van het hout om verzwakking van het hout door dwarskepingen te vermijden. Kropholler had een voorkeur voor verticale lijnen. De ramen in de gevels zijn bijna altijd hoger dan breed. De topgevel bestaat uit een zogenaamde trapgevel. Aan de pennetjes in de deuren en de houten nagels in de spanten van het dak kan men zien hoe de constructies in elkaar zitten. Hij hield van sobere degelijkheid, die een sfeer van beschutting op moest roepen.

Kantoorgebouw (1904-1906) en winkelmagazijn (1905-1906)
Twee panden aan het Damrak werden ontworpen door de architecten A.J. Kropholler (1881-1973) en J.F. Staal (1879-1940), die van 1902 tot 1910 samenwerkten. Het kantorengebouw dat in de periode 1904-1905 verrees, nam de plaats in van drie woonwinkelhuizen. Voor de realisering van het vijfendertig meter hoge gebouw werd vrijstelling van de maximaal toegestane bouwhoogte verkregen. Door de omvang werd het bouwwerk al snel na de oplevering geassocieerd met wolkenkrabbers. Feitelijk duiden vooral het gebruik van kostbare materialen, de skeletconstructie en het gebouwtype op Amerikaanse invloeden. Doordat de vloeren rusten op door gietijzeren kolommen ondersteunde stalen balken, is een vrijere indeling van de plattegrond mogelijk dan bij de gangbare constructies met dragende muren. Een beperkt aantal vaste binnenmuren bood alle gelegenheid tot een flexibele indeling. Dit was ideaal voor het uit Amerika overgewaaide 'kantorengebouw', waarbij de toekomstige huurders nog niet bekend waren tijdens de ontwerp- en bouwfase.

De gevelopzet van het kantoorwinkelgebouw kent een traditionele driedeling met in dit geval een hoge onderbouw, het door pilasters onderveelde en door een forse kroonlijst begrensde middendeel en de afsluitende topgevels met zadeldak en torentje. Opvallende elementen van de vormgeving zijn de verticaliteit, onder bereikt door de gegroefde pilasters dicht bij elkaar te plaatsen en de vensters en borstweringen daartussen naar achteren te zetten, en de levendigheid, onder andere bereikt door de forse lijsten en het beeldhouwwerk. J. Mendes da Costa (1863-1939) ontwierp onder andere de kapitelen in de vorm van twee ruggelings geplaatste uiltjes, gestileerde pelikanen die dienst doen als consoles en de gestileerde bloem- en dierfiguren die aan de gevel te vinden zijn. Karakteristiek voor dit werk van Mendes da Costa is de gestileerdheid, het gebruik van strakke lijnen en vlakken en het afzien van detaillering.

Kropholler liet zich zijn leven lang inspireren door het werk dat Berlage rond 1900 maakte. Bij Berlage was deze vormentaal slechts een fase in de architectonische ontwikkeling. Voor Kropholler, die zich in 1908 bekeerde tot het rooms-katholieke geloof, verwees deze architectuur terug naar de rooms-katholieke oorsprong van de Nederlandse nationaliteit in de middeleeuwen. Hij benadrukte in zijn gebouwen steeds een duidelijke tegenstelling tussen de massiviteit van het exterieur en de, bijna statische, openheid van de binnenruimte. De hiërarchie in de distributie van de ruimtes moest duidelijk af te lezen zijn. Verder wilde hij dat de toegepaste materialen herkenbaar bleven en elk hun eigen constructieve rol in het geheel speelden.

Linnaeushof
Eind jaren twintig van de vorige eeuw werd in Amsterdam - parallel aan de Middenweg - het Linnaeushof aangelegd, volgens een ontwerp van A.J. Kropholler die ook verantwoordelijk was voor een groot deel van de bebouwing.

Kropholler wordt beschouwd als navolger van architect H.P. Berlage. Zijn bouwstijl wordt gerekend tot de Delftse School, een reactie op het Functionalisme in de architectuur rond 1930. Een groot deel van de classicistische architectuur van de Delftse School bestaat uit religieuze architectuur. Onder invloed van de economische crisis zocht men naar zekerheden en putte men uit vroegere tijdperken.Vooral tussen 1945 en 1953 speelde de Delftse School een grote rol bij de wederopbouw van de door oorlog getroffen gebieden.

Kropholler is gestorven op 17 mei 1973 te Wassenaar.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 390.