kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 23 01 2017 17:22 voor het laatst bewerkt.

Alvar Aalto

Alvar Aalto was een Finse architect, glas- en meubelontwerper, geboren als Hugo Alvar Hendrik Aalto op 3 februari 1898 Kuortane Finland - overleden 11 mei 1976 Helsinki.

Een welsprekende humanist en ook één van de grootste architecten en designers van de 20e eeuw. Zijn werk is bepalend voor het internationaal aanzien van de Finse bouwkunst, hij behoorde samen met Erik Bryggman tot de baanbrekers van het Finse functionalisme in de dertiger jaren.

Alvar Aalto wil zijn gebouwen waarin hij zowel functionaliteit als individualiteit inbrengt, laten opgaan in het landschap. Alvar Aalto, een van de grondleggers van Organic Design, zorgde voor leven en warmte in het modernisme door nadruk te leggen op “organische” geometrie, subtiele natuurlijke materialen en respect voor het menselijk gevoel, waarmee hij een geheel eigen draai aan de functionalistische architectuur gaf. Aalto was een tegenstander van vervreemdende machine-esthetiek en de streng ratonalistische benadering van het design van het modernisme. Hij verwierp het gebruik van door de mens ontwikkelde materialen als staal omdat dit soort meubilair volgens hem niet voldeed aan menselijke behoeften. "De beste standaardisatiecommissie ter wereld is de natuur zelf, maar in de natuur vindt standaardisatie hoofdzakelijk plaats in de kleinst mogelijke eenheden, de cellen. Het resultaat wordt gevormd door miljoenen flexibele combinaties, waarbij men nooit stereotypen tegenkomt".

Aalto's bedoeling was om geintegreerde omgevingen te creëeren die door alle zintuigen beroerd zouden worden en om meubelstukken te ontwerpen die zowel modern, menselijk en specifiek Fins zouden aandoen. Alvar Aalto was niet alleen beïnvloed door het landschap van zijn geboorteland, maar ook door de politieke strijd over de plaats van Finland binnen de Europese cultuur. Naast het ontwerpen van gebouwen, meubels, lampen en glazen objecten samen met zijn vrouw Aino, schilderde Aalto ook en was hij een verwoed reiziger. In het geloof dat gebouwen een cruciale rol hebben bij het vormen van een gemeenschap, zei Aalto eens: “de plicht van een architect is het leven een gevoeligere structuur te geven”.

In zijn architectuur ontwikkelde Aalto een eigen variant op het in de jaren dertig opgekomen brutalisme. Zijn materiaalgebruik was echter verfijnder dan de meeste andere gebouwen die volgens deze bouwstijl waren ontworpen. Ook hanteerde hij organische in plaats van strakke vormen. Kenmerkend voor al zijn werk was dat de functie van het bouwwerk aan de buitenzijde viel af te lezen.

Als één van de stichters van het moderne design, had Alvar Aalto grote invloed op Charles en Ray Eames alsook op George Nelson, ontwerpers die ook vormelijke bezorgdheid combineerden met humanistische idealen.

We hebben aan Aalto niet alleen de geplooide houten L-poten en Y-poten te danken maar ook het behoud van de menselijk hand en geest in mooie materialen en de eenvoudige vormen van het modernisme.

Belangrijke werken van Aalto zijn de bibliotheek in Viipuri (Finland), de Finlandia Hal in Helsinki, het stadhuis in Säynätsalo en de campus van de Technische Universiteit van Helsinki, het Instituut voor Technologie in Cambridge (Massachusetts, VS), het Hansaviertel in Berlijn (Duitsland) en het cultureel centrum in Wolfsburg (Duitsland).

Hij ontwierp meer dan 200 gebouwen. De meeste daarvan bevinden zich door geheel Finland maar ook in Duitsland en de Verenigde Staten zijn verschillende van zijn ontwerpen gerealiseerd.

 De Finse ontwerper Alvar Aalto kwam ook met z'n glaswerk in de belangstelling. Veruit het bekendste en meest populaire object is zijn op Finse fjorden geïnspireerde 'Savoy' vaas.

 

Kritiek is hem nooit bespaard gebleven, en Aalto werd vaak als lakei van het kapitalisme uitgemaakt. Dit door zijn materiaalgebruik welke vaak als te duur en onpraktisch werd gezien.

Alvar Aalto vertegenwoordigt samen met Mies van der Rohe en Le Corbusier de heilige drievuldigheid van het modernisme in de architectuur. Anders dan deze laatsten, die zich met grote nadruk als leermeesters met een vastomlijnd programma hebben gepresenteerd, heeft Aalto zich altijd enigszins anarchistisch uitgedrukt en zich verre gehouden van Utopia. Voor hem lijkt het modernisme vooral een bevrijding van oude dogma’s, een vrijbrief om te putten uit alle denkbare bronnen van inspiratie en een middel om zijn fascinatie met organische vormen en het vrije spel van licht op materie in architectuur te vertalen te zijn. Wel zag Aalto voor zichzelf een sociale rol als humanistisch voortrekker en wegbereider van nieuwe stedebouwkundige en architectonische concepten voor de verheffing van het volk. Hij had daarbij dezelfde bedenkingen als Bryggman ten aanzien van de zegeningen van de industrialisatie. In zijn essay: ‘The Humanizining of Architecture’ (1940) stelt hij het als volgt: ‘Modern architecture has created constructions where rationalised technique has been exaggerated and the human functions have not been emphasised enough…But since architecture covers the entire field of human life, real functional architecture must be functional mainly from the human point of view.’ In dat verband verzet hij zich ook tegen de verering van de massa en van het collectief dat in de jaren twintig en dertig in zwang was in kringen van de avant-garde. Dit individualisme en humanisme leiden bij Aalto ook tot een positieve waardering van innerlijke tegenspraken en inconsequenties; deze weerspiegelen immers de complexiteit en de contradicties eigen aan het grillige wezen dat de mens nu eenmaal is. Schijnbaar hiermee in tegenspraak is de volgende uitspraak door hem gedaan tijdens een toespraak in Zweden in 1957: ‘Architecture, too, has an ulterior motive always lurking behind the corner, the idea of creating paradise. That is the only purpose of our buildings. If we did not carry this idea with us all through our lives, our buildings would be all simpler and more trivial, and life would be – well, would there be life at all? Every building, every architectural product that is its symbol, is intended to show that we wish to build paradise on earth for man.’ Met deze uitspraak geeft Aalto voor mijn gevoel tegelijk de kracht en de zwakte aan van de betekenis van architectuur in het algemeen en van zijn werk in het bijzonder. Architectuur is gedoemd te falen, en daarom is het juist zo verschrikkelijk interessant. Aalto’s pluralistische benadering, zijn oog voor de complexiteit en tegenstrijdigheden van de moderne mens, zijn onvoorspelbaarheid en zijn experimentele instelling, tezamen met zijn oplossingsgerichte nuchterheid hebben geleid tot een wonderbaarlijk gelaagd oeuvre. Hoewel het humanisme, de mens en de menselijke beleving vooral, als maat voor alle dingen centraal staat in zijn filosofie en presentatie, is het met name zijn eigenzinnige gebruik van organische metaforen en zijn natuurlijke, aaibare materiaalgebruik die hem als architect onderscheiden van de meeste van zijn modernistische generatiegenoten. Hoewel dit aspect ongetwijfeld deels verband houdt met zijn Finse afkomst, is Aalto door het optimisme, het vitalisme en de strijdbaarheid die zijn werk uitstralen, voor mij de minst noordelijke van de architecten die wij hebben bestudeerd. - (Jan Frederik Groos, Vertoog en Textuur, De expressie van de huid bij vier architecten Biografie

Geboren als oudste van 4 kinderen in het dorpje Kuortane in Ostrobothnia, verhuisde hij met zijn ouders op 5-jarige leeftijd naar Jyväskylä. De plaatselijke natuur van golvende landschappen afgewisseld met meren vind je later terug in zijn werk.

Alvar was op jonge leeftijd vooral geïnteresseerd in sport, tekenen, schilderen en wilde eigenlijk kunstenaar worden. Mogelijk door zijn bewondering voor de architect en verhalenverteller Toivo Salervo (1888 – 1977), op wiens bureau hij tijdelijk werkzaam was, koos hij echter voor een architectuuropleiding. Alvar Aalto studeerde van 1916 tot 1921 aan de Technische Hogeschool (Helsingin Teknilien Korkeakoulu) te Helsinki.

1921 - 1923: Klokkentoren, Kauhajärvi, Finland

Na zijn studie werkte hij enkele jaren als tentoonstellingsontwerper en reisde hij veel door Midden-Europa, Italië en Scandinavië. Hij trachtte als architect carrière te maken in Helsinki maar keerde toch snel terug naar Jyväskylä waar hij een eigen bureau begon. Voor de deur van zijn bescheiden kantoortje plaatste hij een enorm bord met de tekst: 'Alvar Aalto bureau voor architectuur en monumentale kunst'.

Hij deed mee aan prijsvragen, zowel op het gebied van overheidsgebouwen, kerken, woningen als renovaties. Van de 36 ontwerpen die hij in die periode maakte, werden er 14 gerealiseerd. In 4 jaar tijd was zijn naam gevestigd en dat is bewonderenswaardig te noemen voor zo’n jonge architect.

 Zijn ambitie in de jaren '20 was om van zijn stad Jyväskylä 'het Florence van het Noorden' te maken, door het toepassen van neoclassicistische architectuur. In deze tijd bouwde hij meerdere gebouwen in Jyväskylä en omstreken. Het Huis van de arbeidersvereniging (1924-1925), geïnspireerd op Italiaanse renaissance paleizen in het centrum Jyväskylä is het eerste bekende gebouw van Aalto. - (architect-ontwerpster Aino Marsio (1894-1949) die tot haar dood in 1949 Aalto's belangrijkste compagnon was. Tijdens hun huwelijksreis naar Italië raakt hij gefascineerd door het Middellandse Zee gebied, een fascinatie die altijd van grote invloed is gebleven op zijn werk (Villa Flora aan het meer van Alajärvi). Samen met zijn vrouw experimenteerde hij vijf jaar lang met het buigen van hout, welk onderzoek in de jaren '30 zou resulteren in zijn revolutionaire stoelontwerpen.

Aanvankelijk werkte Aalto in de neoclassicistische trant die in Finland in die jaren de boventoon voerde. Zijn werk is in zijn vroege periode nog sterk beïnvloed door Gunnar Asplund en is een combinatie van een "doriserende" stijl, inheemse houtbouwtraditie, Jozef Hoffmann en de italianiserende stijl van K.F. Schinkel. In 1928 werd hij echter lid van CIAM, het platform van de internationale beweging van functionalistische architecten, en ging hij over op de toen moderne internationale stijl, beinvloed door het Bauhaus van Walter Gropius, Le Corbusier en Mies van der Rohe.

De stadsbibliotheek in Viipuri (1927-1935) is de eerste van het twintigtal bibliotheken dat hij gedurende zijn leven zou ontwerpen.

In 1927 wint Aalto de prijsvraag voor het ontwerp van de bibliotheek, welke de eerste is van ruim twintig bibliotheken die hij gedurende zijn leven zal ontwerpen. Door de lichtheid, de openheid en de transparantie is het een volstrekt modern bouwwerk. Toch komt het niet streng over. Hier wordt al zichtbaar dat hij mede door het gebruik van hout als architectonisch element, het functionalisme op zijn eigen manier interpreteerde. (1927 verplaatste hij zijn bureau naar de haven- en handelsstad Turku, de oudste en de derde grote stad van Finland. De vroegere hoofdstad was dichterbij Stockholm en Europa en de internationale contacten waren steeds belangrijker geworden. In Turku wordt Aalto beïnvloed door het classicisme van Erik Bryggman met wie hij ook enige tijd samenwerkt.

1927–1928, Standard Apartment Building, Standardivuokratalo, (Läntinen Pitkäkatu 20)

1928-1929, 1930: Turun Sanomat krantenkantoren, Turku, Finland

In 1929 bouwde hij ter gelegenheid van een tentoonstelling over het 700-jarig bestaan van Turku zijn eerste complete en moderne openbare gebouw in Scandinavië.

Vanaf de jaren 30 werd hij een internationaal gerespecteerd architect. Hij nam deel aan conferenties, ontmoette belangrijke architecten als Le Corbusier, Jan Duiker (NL!), en Léger. Kortom Aalto werd vanaf die tijd gezien als één van de meest vooraanstaande internationale architecten. In 1933 verhuisde zijn bureau naar Helsinki.

Het Tuberculosis Sanatorium in Paimio
Het werk waarmee hij doorbrak, het sanatorium in Paimio (1928-33), kwam tot stand onder invloed van het toen pas voltooide sanatorium Zonnestraal van Jan Duiker in Hilversum. Het sanatorium in Paimio is een wit gebouw, zeven verdiepingen hoog, met uitkragende balkons, neergezet in een woud van strak in het gelid staande naaldbomen. Nadat de oorspronkelijke (TBC) functie overbodig werd, deed het dienst als psychiatrisch ziekenhuis en nu is het een instelling waar gehandicapten wonen.
Het interieur is gebaseerd op de eigentijdse medische visie van die periode. Aalto noemde het ontwerp zelf een 'instrument van genezing'. Hij gaf in zijn ontwerp veel aandacht aan de psychologische benodigdheden van de 'horizontale persoon', de patiënt die op zijn bed ligt. Hierdoor kwam hij ideeën als een geluidloze wasbak, kalmerende verlichting en kleuren, gebogen houten garderobekasten en houten meubels. - (Aalto in 1929 was overgestapt op triplex en multiplex, deed hij samen met Otto Korhonen, technisch directeur van een meubelfabriek vlakbij Turku, onderzoek naar fineerhechting en de mogelijkheden van het buigen van multiplex. Deze experimenten leidden tot zijn vernieuwende stoelen nr. 41 (1931-1932) en nr. 32 (1932), die tegelijkertijd met of als onderdeel van het Paimio-sanatorium werden ontworpen.

Artek

Als industrieel vormgever is hij vooral bekend door de meubels van Artec, een firma die hij naar aanleiding van het verkoopsucces van zijn meubelontwerpen als de L-legged stapelstoelen (1933) en de meubilering van het sanatorium van Paimio samen met zijn vrouw oprichtte in 1935. Kenmerkend is het veelvuldig gebruik van gebogen houten constructies. Net als bij zijn gebouwen combineerde Aalto hier plastische vormen met functionaliteit.

Dankzij zijn manier om hout te buigen konden poten aan de onderkant van een zitting worden bevestigd zonder frame of een extra steun. Aalto vond dat hij hiermee zijn belangrijkste bijdrage aan het meubelontwerp had gedaan en noemde zijn concept "het zusje van de architectonische zuil". Deze nieuwe techniek leidde tot de al genoemde L-leg serie en de series Y-leg (1946-1947) en fan-leg (1954).

De riante villa Mairea die hij in de vrije natuur bij Noormarkku (1937-1939) realiseerde is een synthese van het modernisme en de Finse bouwtraditie, waarin rechthoekige vormen samengaan met organische.

Er zat een idealistisch idee achter. De villa moest de harmonie uitdragen tussen mens, natuur en kunst. In de gevels zorgen teak, grenen, lei en baksteen voor sterke contrasten.

Het textiel, de gordijnen, de sofa's en de fauteuils werden ontworpen door zijn eerste echtgenote Aino.

In de Villa Mairea is zijn levenswil gecondenseerd tot een ‘Gesamtkunstwerk’ dat de beschouwer overvalt als een wervelende ‘stream of consciousness’, een schaamteloze expositie van hedonisme en architectonisch ‘joie de vivre’. De collagetechniek die hij toepast, en die het gebouw een gelaagd uiterlijk verschaft, bestaat zelf ook weer uit een aantal verschillende strategieën. De spelletjes die hij speelt met het over elkaar leggen van verschillende beeldculturen, van historische referenties en van ruimtelijke typologieën, maken deze villa tot de show-case van Aalto’s virtuositeit.

Het contrast tussen orthogonaliteit en vloeiende vormen, tussen reliëf en vlak pleisterwerk, tussen licht en donker, gecultiveerd en natuurlijk, tussen ratio en gevoel wordt met alle mogelijke middelen ingezet. Het traditionele L-vormige plan, waar sommigen de invloed van Hviträsk in zien, wordt opengebroken door de diagonale ruimtelijkheid die zowel op het interieur als op de tuin is gericht. Door het contrasterende materiaalgebruik: horizontale schrootjes, flagstones, dubbele stalen, schuine en samengestelde houten kolommen, een zeer fijnmazig plafond van hout, vlak pleisterwerk, geschilderd metselwerk enz. ontstaat dwars door de ruimtelijke continuïteit een sequentie van meer of minder intieme plekken met een eigen individuele identiteit. De rijkdom en complexiteit van de textuur, die zich bovendien zonder onderbreking in de tuin voortzet, veroorzaakt een verregaande vervlechting van binnen en buiten en van bebouwd en onbebouwd. Hierdoor ervaar je de Villa Maireia niet in de eerste plaats als een huis of als een gebouw, maar veeleer als een gebied, waar een opeenvolging van verwante sensaties in scène is gezet. Behalve doordat de hoofdvorm van de villa als het ware wordt bedolven door vloeiende vormen en ritmische bekleding, wordt dit effect voor een belangrijk deel veroorzaakt door de verticale textuur van de houten bekledingen en kolommen. Deze zijn voor het grootste deel gemaakt van dezelfde pijnbomen die het huis aan alle kanten omringen. De schubbige stammen van deze bomen hebben de eigenaardige eigenschap dat ze aan de onderkant grijs zijn en aan de bovenkant geleidelijk rood-oranje worden. Door het toegepaste hout gedeeltelijk te lakken en gedeeltelijk te laten verweren, zijn dat, op een incidenteel (blauw) kleuraccent na, precies de twee kleuren die in de Villa Maireia overheersen. Wit wordt vooral ingezet om de hoofdvorm aan te geven. Omdat het in dit deel van Europa een groot aantal maanden ondergesneeuwd is, speelt ook deze ‘kleur’ een belangrijke rol in het kameleontische gedrag van het complex. Zoals de sneeuw de vormen volgt van de grond waar het op gevallen is, zo volgt de witte vertinlaag het ruwe metselwerk van de wanden. Zelfs de blauwe accenten en natuurlijk het blauw van het zwembad zijn een echo van de sprankelende blauwe luchten die, gefilterd door de naalden en de takken van de pijnbomen, het kleurgamma van de Finse bossen meebepalen. Terwijl de Villa Maireia zich op het eerste gezicht voordoet als een explosie van vorm en textuur, als een amalgaam van ongelijksoortige materialen en associaties, verleent deze eenvoudige imitatie van kleur en textuur van de omgeving de totale compositie een zekere rust en vanzelfsprekendheid. Het is denk ik, juist dit thematische uitgangspunt; een direct voelbare verbinding met de omringende natuur, die de ongeremde detaillering en differentiatie in dit woonhuis, de horror vacui bijna die eruit spreekt, draaglijk maakt. Achteraf bekruipt me het gevoel dat de architect, door elk hoekje en gaatje te ontwerpen, de bewoners voor heeft willen zijn. De meeste inrichtingen, zeker die in Scandinavië, worden immers gekenmerkt door een woekering van voorwerpen, bekledingen en versieringen die voor de bewoners grote betekenis hebben. Door deze bekleding zelf te verzorgen, houdt Aalto greep op dit onderdeel van het huis, en zorgt hij ervoor dat het op een architectonisch verantwoorde manier wordt ingezet. - (Jan Frederik Groos, Vertoog en Textuur, De expressie van de huid bij vier architecten organische vormen. Deze vaas heette oorspronkelijk 'Eskimoerindens skinnbuxa' (leren broek van Eskimovrouw) en werd geproduceerd door Littala. Zijn inspiratie vormden de fjorden in Finland en verwijst qua vorm naar de omtrek van een meer.

The Aalto House

In 1934, Aino and Alvar Aalto acquired a site in almost completely untouched surroundings at Riihitie in Helsinki's Munkkiniemi. They started designing their own house which was completed in August 1936.

Grote indruk maakte zijn bijdrage aan de wereldtentoonstelling in Parijs (1937).

Aalto's werk werd in de Verenigde Staten enthousiast onthaald en het Museum of Modern Art organiseerde in 1938 een grote tentoonstelling rond zijn werk.

In 1939 voltooide Aalto het Finse paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in New York. Frank Lloyd Wright die het paviljoen bezocht, stelde: “Aalto is a genius.”

Aalto hield zich ook bezig met stedenbouwkundige ontwerpen, o.a. voor de Finse steden Rovaniemi (1944-1945) en Imatra (1947-1953).

Vooral na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Aalto een geheel eigen stijl van bouwen, waarin een streven naar harmonie met de natuur bepalend was. Hij werd een meester in het ontwerpen van plastische vormen, zonder dat hij daarbij de functionalistische uitgangspunten van het moderne bouwen verloochende. Vanaf de jaren vijftig kreeg hij ook steeds meer erkenning, en bouwopdrachten, in het buitenland.

- het studentenhuis van het Massachusetts Institute of Technology in Cambridge, Mass. (1947-1948)

In 1947 verleende Princeton University, N.J., Aalto een eredoctoraat.

- het Nationaal Pensioen Instutuut (1948-1956)

In 1952 trouwde hij met architecte Elissa Mäkiniemi (1922-1994), die aan zijn latere werken een steeds grotere bijdrage leverde en na zijn dood de uitvoering van zijn bouwwerken begeleidde.

Zijn collega's konden weliswaar niet om hem heen, maar volgens de publieke opinie was hij niet meer dan een opschepper en een alcoholist. Dat het in 1954 nog steeds zo was, valt af te leiden uit de naam die Aalto zijn zelfgebouwde motorboot gaf: Nemo Propheta in Patria (niemand is profeet in eigen land).

- de Villa Deilmann in Bazoches, Frankrijk (1956-1958)

De ruimtelijke kwaliteiten van Aalto komen het best naar voren in de Kerk van de Drie Kruizen (1956-58) die hij in Vuoksenniska bouwde. Een prachtig gelede ruimte, niet al te hoog, waarbij de organische vormen overheersen. Het licht schijnt van verschillende kanten erg mooi naar binnen te dringen.

- het flatgebouw Neue Vahr in Bremen (1958-1962)

Het congresgebouw Finlandia (1970, 1973-1975) in Helsinki.

Aalto heeft niet alleen het gebouw ontworpen maar ook het interieur. Het Finlandia Huis is jaarlijks het toneel van 300 congressen en ca 200 concerten.

Het gebouw oogt als een grote horizontaal gerichte massa met een toren die er boven uit reist. Het gebouw vormt een compositie van kubistische vormen, dat zich als een geheel laat lezen met veel verschillende aanzichten. Aangezien Aalto's architectuur onder het functionalisme valt, zijn de kubistische vormen niet alleen puur decoratief. Elke vorm is voortgekomen uit een praktische reden. - (vrouw overleed in 1949. Aalto hertrouwde met architect Elissa Mäkiniemi, en bouwde ook met haar een intensieve samenwerking op. Zij zorgde ervoor dat ook na diens dood in 1976 Aalto's werken werden voltooid. Dit deed zij tot ze zelf stierf in 1994, achttien jaar na het overlijden van haar man. Zo kwamen de stadsschouwburg in Jyväskylä (1982), het operagebouw in Essen (ontwerp 1959-1974, uitvoering o.l.v. Harald Deilmann i.s.m. Elissa Aalto) en de kerk in Lahti (1979) nog gereed.

Websites: www.architectenweb.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 642.