kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 15-10-2009 voor het laatst bewerkt.

Amerikaanse architectuur

Bouwen in de Verenigde Staten

Amerikaanse architectuur rond het midden der twintigste eeuw

Tekst in het kader van de tentoonstelling '50 jaar moderne kunst in de USA' in 1956 in het gemeentemuseum 's-Gravenhage van 2 maart tot 15 april 1956.

De Amerikaanse architectuur heeft zich rond het midden der twintigste eeuw een eigen belangrijke plaats in de wereld veroverd. Hiertoe hebben met name twee dingen bijgedragen: enerzijds de enorme productie als gevolg van een economische hoogconjunctuur, anderzijds de gestadige activiteit van verschillende oudere zowel als jongere architecten, wier bekwaamheden de hun nu geboden kansen ten volle waard zijn. Dat er onder deze architecten velen zijn, die in Europa voor het eerst naam maakten, bewijst dat de Amerikaanse architektuur geen alleenstaand fenomeen is. De Amerikanen zijn zoals in zovele andere dingen ook in hun architektuur erfgenamen van de Westerse beschaving. De grootmeester Frank Lloyd Wright, die nu in de tachtig is maar aktiever dan ooit, wordt hedentendage nietalleen over de gehele wereld maar ook in het eigen land geëerd. De Verenigde Staten hebben echter ook belangrijke opdrachten verleend aan vele vooraanstaande Europeanen die zich hier hebben gevestigd - zoals Mies van der Rohe, Gropius, Breuer, Neutra, Saarinen en Mendelsohn - of die zoals le Corbusier, werden uitgenodigd om als adviseur op te treden bij het ontwerpen van belangrijke projekten.

Het is onnodig hier nog eens het opvallende feit te benadrukken, dat de zogenaamde "traditionele" architektuur dood en zelfs begraven is. Het mag uitdrukkelijk gezegd worden dat er tegenwoordig op ieder gebied der bouwkunst goed modern werk wordt gemaakt. De verschillende delen van Amerika werden onderling lange tijd gekenmerkt door hun natuurlijke omgeving en psychologisch klimaat. In de bouwkunst is er echter nauwelijks sprake van karakteristieke stijlkenmerken voor een bepaalde streek; de bekwaamste architekten weten hoe met sukses overal waar zij geroepen worden "regionalist" te zijn. De enorme afstanden tussen de ene streek en de andere in de Verenigde Staten in vergelijking met die in Europese landen. en de ongelijksoortigheid van klimaat en ten dienste staande bouwmaterialen in die streken in aanmerking genomen, is de homoqe'niteit der Amerikaanse bouwproduktie verrassend. Het werk van de Amerikaanse architekten is over het algemeen genomen meer gestandaardiseerd dan de produktie der bouwmaterialen. De hoofdinvloeden zijn nationaal; ideeën gaan snel van het ene gebied naar het andere.

Moderne architektuur is echter niet - zoals sommigen hopen en anderen vrezen - eenvormig. Uiteenlopende richtingen, niet noodzakelijk tegengesteld, maar zeker niet strikt parallel, worden allen even goed gerepresenteerd. De meeste Van deze richtingen zijn door ouderen ingeslagen, maar overal zijn er jongeren, die kundig en met een zeer eigen smaak dezelfde wegen gaan. Toen tweeëntwintig jaar geleden de eerste tentoonstelling van moderne architektuur in het Museum of Modern Art gehouden werd, schenen de opvattingen die Wright in zijn werk toonde, zo sterk te verschillen van die van de Europese architekten die in de twintiger jaren ten tonele verschenen waren, dat dit werk
als passé kon worden beschouwd. Sinds die tijd heeft Wright echter zijn oude vitaliteit geheel herkregen; zijn internationale vermaardheid en zijn kritise invloed hebben in veertig jaar niet zo'n hoogtepunt bereikt. Om de weinig zeggende termen te bezigen, die in partijdige argumenten geliefd zijn: het "funktionele" heeft het organische niet verdrongen, maar ook het tegendeel is niet aan de orde, zoals bepaalde Europese bewonderaars van Wrightgaarne zouden willen beweren.

Een ogenblik scheen een "internationale" stijl voor de Amerikanen een buitenlandse aangelegenheid, omdat de hoofdwerken ervan alleen in Europa te zien waren. Nu schijnt deze zelfde stijl voor veel Europeanen samen te vatten, wat zij het meest in ditzelfde Amerika bewonderen, of, al naar de omstandigheden, verafschuwen. De beste voorbeelden van wat er nû, in navolging van de Europese stijl van de twintiger jaren, gebouwd wordt, komen van Amerikaanse architekten-bureaux als "Harrison and Abramovitz" of "Skidmore, Owings and Merril"; de invloed van Gropius en Mies van der Rohe is van Amerika uit even sterk als indertijd vanuit Duitsland.

Als overal elders ontkomt men er ook in Amerika niet aan de tragere gang in de ontwikkeling der architektuur op te merken vergeleken bij vijfentwintig of dertig jaar geleden. De oorlog en zijn nasleep liggen achter ons, maar van revoluties, die de twintiger jaren zo boeiend maakten, is er noch teoretisch noch praktisch sprake.
Het is niet gemakkelijk de huidige ontwikkeling in de bouwkunst te definiëren in bewoordingen die de afzonderlijke facetten van "planning" en konstrukties omschrijven. Wat voor wolkenkrabbers in New York of Chicago geldt, hoeft helemaal niet te gelden voor woonhuizen in Florida of Connecticut. Er kan gekonstateerd worden, dat er een groeiende belangstelling is voor de "ruimtelijke atmosfeer" van een gebouw, een belangstelling, die verband houdt met een grotere aandacht voor groeperingen van aangrenzende gebouwen; ook kan er opgemerkt worden, dat de Verenigde Staten nog steeds traag zijn met de betonbouw vergeleken met de latijns-Amerikaanse landen; en men kan bevestigen, dat de montagebouw, waarover reeds zolang is gepraat en waarmee reeds zoveel is geëxperimenteerd, nog steeds niet het sukses heeft, van bijvoorbeeld de scholenbouw in Hertfordshire, Engeland.

Bij de keuze voor de tentoonstelling zijn kwaliteit en betekenis voor het ogenblik de kriteria geweest, waarbij te bedenken is, dat kwaliteit in elke periode buitengewoon moeilijk te omschrijven is, sinds zij meer van de doelmatigheid van een individuele oplossing is gaan afhangen dan van de konsekwente toepassing van deze of gene formule.
Historisch staat vast dat de meeste perioden een meer gevariëerde bouwproduktie gehad hebben dan wij nu gemakshalve aannemen. Zelfs in een terugblik kunnen wij niet altijd stylistische verbanden leggen met het gemak waarmee sommige kritici a priori zouden willen aannemen, dat Gropius noodzakelijkerwijze volgt op Wright, die een vijftien jaar ouder is, maar nooit zo werkzaam en zelden zo invloedrijk is geweest als nu.
Bij de bespreking van moderne architektuur heeft men de neiging gehad vele termen die bij de onmiddellijk voorafgaande generaties geliefd waren te vermijden vanwege de ongelukkige bijbetekenissen die zij gekregen hadden. Schoonheid, karakter, gratie, elegance vonden als termen van lof weinig bijval bij een generatie die juist zocht naar buiten-estetische waarden om een revolutie in de architektuur te sanctionneren. Het was gemakkelijker en men gaf zich minder bloot, wanneer men slechts sprak over het 'funktionele" van bepaalde oplossingen in een ontwerp, en het ekonomische - reëel of hypotetisch - van bepaalde bouwsystemen. Een generatie die in vele andere dingen zo sybaritisch was, stelde zich voor de behuizing voor haar aktiviteiten tevreden met een architektonische overall.

Voor architekten was het een teken van slechte smaak om zich te beroemen op de kostbaarheid van iets, zoals de tegenwoordige filmproducer altijd weer doet. Als de bouwkosten stegen werd er door hen alleen nog gepraat' over bezuiniging en het stond voor hen vast, dat de houding van de zakenman: nauwgezette boekhouding en besnoeien op de begroting, de enige juiste was voor een serieuze vakman. Toch is het in feite de zakenwereld geweest, die uit interesse voor het reklame-element in een opvallende architektuur tot het bouwen van de meer luxueuze en - om het woord maar te gebruiken - mooie gebouwen van de laatste paar jaren opdracht heeft gegeven. Lever Brothers in New York, General Motors in Detroit, de Johnson Wax Company in Racine behoren tot de meest vooraanstaande opdrachtgevers, die hun architekten steunden bij het stellen van kwaliteit boven zuinigheid. De buitensporigheden van de twintiger jaren hebben zich niet herhaald; geen enkele magnaat is er nog op uit zijn architekt het grootste gebouw ter wereld te laten bouwen; en zelfs in de prospekti, waardoor men fondsen tracht te vinden voor het stichten van schoolgebouwen, wordt openlijk of bedekt de nadruk gelegd op de te verwachten uitzonderlijkheid van de gekozen architekten en hun plannen. Architektuur is niet louter een aspekt van de praktische tijde der beschaving; haar funkties zijn niet zuiver materieel en dit wordt nu heel wat gemakkelijker erkend dan enkele jaren geleden. Architektuur betekende toen, uit het oogpunt van prestige, een uitgave voor imitatie-façaden; Als er tegenwoordig echter geld besteed wordt om door visuele effecten prestige te winnen, wordt het eerder aan essentiële dingen besteed - voor meer ruimte rondom de bouwwerken en betere situering; voor materialen die èn uit zich zelf aantrekkelijk zijn èn praktisch; en tenslotte voor een ruim interieur, dat toen weinig of niets kostte, maar dat nu kostbaarder is dan marmeren wanden of verguld sanitair.

Wanneer oudere architekten, die in de zestig, zelfs in de tachtig zijn, zoveel gezag hebben behouden in een wereld die voor de rest aan de jeugd gewijd is, dan komt dit voor een deel omdat zij uit een vroeger klimaat, uit de periode van voor de eerste wereldoorlog, een sterk geloof hebben bewaard in de kulturele waarde van de architektuur. Toegewijd als zij waren, zijn zij nog steeds een bron van inspiratie voor de jongeren, terwijl de sociaal gerichte architekten der middengeneratie nu weinig invloed meer hebben. Nog niet zo heel lang geleden was het voor sómmige denkers een geliefde zienswijze de bouwproblemen te beschouwen als iets dat iedere generatie opnieuw voor zichzelf op te lossen had daarbij al het verworvene neerhalend en elk ding nieuw herbouwend voor de duur van enkele tientallen jaren, waarna dit weer op zijn beurt vervangen zou worden. Maar de steden der wereld zijn gevuld gebleven van bouwwerken, die vijftig tot hon derd jaar geleden gebouwd werden. Wij zijn nu gedwongen er rekening mee te houden, zoals die weinige moderne architekten uit de twintiger jaren deden, hoe onze huizen het gedurende een of meer generaties zullen houden, en of zij architektonisch even snel als konstruktief zullen verouderen.
Voor het feit gesteld als volk en als generatie te veranderen, hebben de Amerikanen van de twintigste eeuw de chaos in hun steden en het lage peil van de huizen in die steden door de vingers gezien, ervan uitgaande, dat zij er spoedig genoeg aan toe zouden zijn om alles te vervangen en van de grond af te herbouwen. Eens meende men dat wolkenkrabbers hun generatie zouden uitdienen en dan door betere vervangen zouden worden, en dat woonhuizen slechts gedurende één fase in de groei of het uiteengaan van een familie zouden voorzien, en dan wanneer die familie een nieuwe fase inging over boord geworpen zouden worden. Deze blijmoedige onschuld is nu snel aan het verdwijnen, en dat heeft tot voordeel van onze huidige architektuur gestrekt; wij zijn, naar mijn mening, wat nuchterder geworden tegenwoordig.

HENRY-RUSSEL HITCHCOCK, adviseur van de afdeling Architektuur. Tekst in het kader van de tentoonstelling '50 jaar moderne kunst in de USA' in 1956 in het gemeentemuseum 's-Gravenhage van 2 maart tot 15 april 1956.


Architektuur is niet in de eerste plaats een kwestie van een doordacht ontwerp of adequate technische voorzieningen, maar van het scheppen van ruimte. De metoden die de architekt heden ten dage algemeen volgt om ruimte te scheppen, vinden voor het grootste deel hun oorsprong in het werk van drie- figuren: Frank Lloyd Wright, ludwig Mies van der Rohe en le Corbusier. Hun werk heeft bijgedragen tot de vorming van een nieuw architektonisch idioom en hun invloed is zelfs door die architekten erkend die er zich het gemakkelijkst van los gemaakt hebben.

Wright vindt steeds weer nieuwe vormen voor elk ruimte-experiment dat de door hem ontworpen bouwwerken te zien geven. Zijn bouwen is een overdadige uitwerking van een driedimensionaal kommentaar op de funktie van een gebouw of op de biezondere strukturele vorm hiervan. Aldus kan elk van Wright's scheppingen een eigen karakter hebben. Diametraal tegenover dit expressionisme staat het werk van Mies van der Rohe, die in zijn bouwen alles wat in geen direkt verband staat met de konstruktie uitsluit, en zo de konstruktieve klaarheid tot een waarde verheft die los staat van het specifieke karakter van het onderhavige bouwwerk. Aldus is hij in staat de grote waarde van zijn ideeën zelfs dan te laten gelden, wanneer het bouwwerk, zoals Paul Valéry zegt, eerder spreekt, dan zingt. Het meest grootse stadsprojekt in de Verenigde Staten vormen Mies van der Rohe's twee torenflats van glas en staal aan de lake Shore Drive te Chicago.
Absolute zuiverheid is het kenmerk van de architektuur van Mies op zijn best. De indrukwekkende glazen dozen, die aan het strand van Chicago staan te schitteren, zijn drie-dimensionale diagrammen van het wolkenkrabbertype. Geometrisch in bouw, en zes en twintig verdiepingen hoog, zijn de beide torens schuin op de weg en loodrecht op elkaar geplaatst. Principieel rechtlijnig ontworpen, zijn zij in vorm en detail gedacht van uit de konstruktieve logika van een stalen skelet. De vloeren, of liever de plafonds, zijn steeds zichtbaar omdat de buitenwandim geheel van glas zijn.

Opgaande van vloer tot vloer krijgen de glazen wanden het karakter van reusachtige spiegels die schitteren en reflekteren over het grootste deel van het oppervlak, dat echter hier en daar bij de hoeken doorzichtige stukken heeft, waardoor men de lucht ziet.
Vertikaal geplaatste I-balken vormen de hoofdstijlen van de ramen. Wanneer men het gebouw recht van voren bekijkt, doen deze I-balken, die tegen de buitenkant van iedere vloer gelast zijn, de gevels gelijken op spiegels waarover evenwijdige spoorlijnen liggen.
Van terzijde gezien lijken de gevels enorme portières van smalle repen staal. De beide gebouwen tezamen bieden, van bijna alle gezichtspunten uit gezien, kombinaties van oppervlaktedichtheid, die gaat van een schijnbare ondoorzichtige bundel vertikaal geplaatste stalen balken tot een open met glos beklede kooi.

In een architektuur die gebaseerd is op de logika van de konstruktie gebruikte Mies van der Rohe konstruktie-elementen in de eerste plaats voor niet-konstruktieve doeleinden. Het belangrijkste van het appliqueeren van die stalen balken is dat het een ornamentenschat doet vermoeden die wezenlijk verbonden is met de idee van de stalen kooi. Zoals indertijd de gotische katedraal - een vanuit de konstruktie gedacht stenen web met gebrandschilderd glas opgevuld - die aan deze konstruktie onderworpen dekoratie overwoekerde, en zelf zuivere dekoratie werd, wijzen Mies van der Rohe's dekoratief gebruikte stalen elementen op een mogelijke ontwikkeling van wat de meest verfijnde bouwwijze van onze tijd is.

Zonder twijfel heeft de bouwkunst sinds vele jaren niet zo'n buitengewoon vererende opdrachtgever gehad als de Verenigde Noties. Aan het hoofd van een kommissie van architekten uit alle verenigde landen gerekruteerd, heeft Wallace Harrison een verbazend ingewikkelde opdracht in een projekt verwerkt dat getuigt van een ontegensprekelijke, zij het ook omstreden monumentaliteit. Van het complex gebouwen van de Verenigde Naties was het Sekretariaatsgebouw het eerst voltooid. Het is een dunne plak, die negen en dertig verdiepingen hoog direkt van de grond oprijst en van boven eindigt in een hekwerk, waarachter de mechanische uitrusting op het dak verborgen is. De uiterst smalle zijmuren zijn bekleed met grijswit marmer; de voor- en achterzijde, die respektievelijk op de East River en op het Westen met de stekelige. willekeurige opeenhoping van de New Yorkse wolkenkrabbers uitzien. zijn geheel bekleed met groengekleurd glas. Deze twee gevels geven. tezamen met de buitengewoon slanke proporties van het gebouw, aan het Sekretariaat zijn overweldigende architektonische werking.

Zoals bij zoveel naoorlogse architektuur absorberen de glazen gevels hun omgeving en versmelten er tot op zekere hoogte mee. Weerspiegelingen, eens, naar verteld wordt, door Poussin de serieuze kunst onwaardig geacht, zijn hier geen vervelende verfraaiingen maar inderdaad het punt waar het op aankomt. Het Sekretariaatsgebouw is een enorme spiegel in een witmarmeren lijst, geplaatst aan de rand van een stad die opgetast ligt als een arsenaal van gebouwen, die pas dan aanspreken wanneer hun chaos in een weerspiegeling is teruggebracht tot een toevallige argeloze dekoratie. Zo is het effekt van het Sekretariaatsgebouw voor geen klein deel afhankelijk van de tegenstelling met de omgeving, die op zijn zachtst genomen ongelukkig genoemd mag worden. Door dat karakter van een dunne staande plak volgt het gebouw de geslaagde precedenten van le Corbusier, de Franse architekt, die zijn land vertegenwoordigde bij de raadgevende kommissie van architekten en wiens ideeën het gehele projekt beheersen. Het Sekretariaatsgebouw is een van de meest dramatische en mooiste voorbeelden van hoogbouw in de Verenigde Staten.

Het Lever House, een acht en twintig verdiepingen hoog kantoorgebouw aan Park . Avenue te New York geheel voor eigen gebruik door de Maatschappij gebouwd, is een kombinatie van de discipline in het detail van Mies van der Rohe en een grond-idee van Le Corbusier waaraan deze een dertig jaar geleden gestalte gaf, toen hij het hoge stadsgebouw terugbracht tot een dunne plok met voor en achter glazen wonden en blinde zijmuren en deze in zijn geheel van de grond verhief zodat parken en wegen zich onder het gebouw konden voortzetten. In het Lever House zijn niet alle stilistische voorschriften van Le Corbusiers vroege werk nagekomen, noch hebben de architekten Skidmore, Owings en Merrill met Gordon Bunschaft als hoofdarchitekt - een radikale oplossing van stedebouwkundige vraagstukken beproefd. Wat zij wel hebben beproefd en tot stand gebracht, is een gebouw, dat eenvoudig van struktuur is en in grote mate licht en lucht aan de omliggende straten schenkt. Het torenhuis schijnt pas bij de derde verdieping boven de begane grond te beginnen. Het is geheel met glas bekleed: met
zonnestraling- en hittewerend groen-gekleurd glas voor de vensters en een donkerder blauw-groen glas voor de borstweringen. Een web van dun chroomstaal ligt als het patroon van een plaid over de gevels uitgespreid. Een glazen hal en een kleine dienstruimte zijn de enige afgeschoten ruimten op straatniveau; zij laten plaats voor een kleine binnentuin.

Het Maimonides Health Center van Eric Mendelsohn is een aangenaam aandoend gebouw in een onaanzienlijk stadsdeel van San Francisco. Het veertien verdiepingen hoge hoofd blok wordt van de straat gescheiden door een laag ingangspaviljoen en een gaanderij die uitziet op een begroeide binnenplaats. Aan de tuinzijde lopen de naar buiten uitstekende vloeren om de pijlers heen (zij worden afgesloten door de eveneens naar buiten uitstekende zijmuren), zodat iedere kamer uitkomt op een doorlopend balkon -:- of beter gezegd op een brede galerij die zich op vier plaatsen in halfronde balkons verwijdt. Het dunne ijzeren hekwerk langs de galerijen voltooit het lichte en luchtige karakter van de gevel, dat biezonder in overeenstemming met de aard van het gebouw schijnt. Bij de meest geslaagde van de nieuwste wolkenkrabbers zijn coulisse-achtige buitenwanden in gebruik, maar soms ook buitenwanden die geheel van glas zijn. Het laat het dubbelzinnige van de hoge skeletbouw zien. Zo zijn de flatgebouwen aan de lake Shore Drive bekleed met dunne vertikale stalen spijlen, terwijl het lever House en het Sekretariaat van de Verenigde Naties behangen zijn met grote glazen coulissen, die er eerder op gericht zijn de zich erachter bevindende indeling te verbergen, dan hier een specifiek gericht karakter aan te geven. Nog een andere interpretatie van de coulissenwand - misschien wel de meest originele die we totnogtoe te zien hebben gekregen - werd ontworpen door Harrison en Abramovitz voor het "Alcoa Building" te Pittsburgh. Hier wordt de wand gevormd door lichte aluminium platen van 1,82 m hoog en 3,65 m lang met in het midden een bijna vierkant venster. De vensters van het Alcoa Building zijn letterlijk gaten in de wand voorzien van een enkel tuimelraam met het alomtegenwoordige groengekleurde hittewerende glas. De aluminium platen, die slechts 3,18 mm dik zijn, werden geperst in patronen van driehoekige facetten ter verkrijging van een grotere rigiditeit. De facetten vangen en breken het licht in driehoekige vlakken waardoor aan de gevel een verspringende diagonale beweging gegeven wordt en een sculpturale betekenis, die herinnert aan, bijvoorbeeld het rustica-werk van het Czernin Paleis.

Naast deze originele gevels bezit het gebouw nog een ander verrijkend element, vergelijkbaar met het "lever House". De hal is ontworpen als een geheel vrijstaand rechthoekig, vier verdiepingen hoog gebouw, waarvan het dak tegen. de met aluminium beklede toren doorloopt. Geheel beglaasd biedt deze hoge ruimte een entree van een indrukwekkende grandeur met een element van fantasie dat bij een glinsterende gefacetteerde toren, die zo abrupt van de straat oprijst, past.

Wright's bouwkunst is steeds op het emotionele experiment met ruimte, licht en materiaal gegrond geweest. Elk van zijn bouwwerken laat dit zien met een rijkdom die iedere voorstelling te boven gaat. Maar zelden heeft zelfs Wright een gebouw ontworpen dat zo openlijk de spot drijft met technische knapheid als de toren, waarin het laboratorium voor wetenschappelijk onderzoek is ondergebracht van de Johnson Wax Company in Racine, Wisconsin. Het eerste projekt, dat Wright voor deze opdrachtgever uitvoerde was het administratiegebouw van de Company in 1939. Nu heeft Wright hier een veertien verdiepingen hoge toren aan toegevoegd, die, als een campanile op een ommuurde binnenplaats van typisçh Italiaanse sfeer, geplaatst is. De toren is met het hoofdgebouw verbonden door een overdekte gaanderij, die buiten-langs bassins heeft, waann het licht weerkaatst tegen het plafond dot komvormige uithollingen heeft als een serie kleine verzonken koepels.
De toren is gebouwd rond een middenschacht, waarin de lift, de trap en de technische voorzieningen zijn ondergebracht. Aan deze schacht zijn de vloeren gehecht zoals de talrijke bladen bij een dommeknecht. Iedere afdeling van het laboratorium beslaat twee verdiepingen, waarvan de onderste een vierkante vloer heeft met afgeronde hoeken en de bovenste, eigenlijk een tussenverdieping, een ronde. De afwisseling van vierkante en ronde vloeren gaf Wright de gelegenheid de toren met glazen kokers te omkleden, die in de lengte slechts éénmaal per twee verdiepingen worden onderbroken, aldus het vertikale eftect versterkend. De laboratoriumafdelingen krijgen via de doorschijnende glazen wanden een zee van licht; prachtig is, vooral vanuit de binnenplaats, het glinsteren von die wanden in het volle zonlicht. Op zijn mooist is de toren echter wanneer de zon erachter staat en de ronde tussenvloeren door de glazen wanden zichtbaar worden als vage, glinsterende silhouetten.

Een ander hoofdwerk van Wright, dot na de oorlog werd uitgevoerd, biedt een ruimte die even verbazingwekkend is als de licht- en oppervlak-eftekten van de laboratoriumtoren der Johnson Wax Company. Het is de winkel van V. C. Morris aan Maiden Lane te San Francisco. Hier niet binnen te gaan is voorbijgangers alleen mogelijk wanneer zij alle krachten inspannen om onverschillig te zijn, zo goed heeft Wright de opeenvolging van de verrassende eftekten berekend. De voorgevel is een blinde muur van gele baksteen, waarin aan een kont een kleine boog is aangebracht die toegang geeft tot een tunnel, waarvan het gewelf voor de helft uit baksteen en voor de helft uit glas bestaat. De glazen helft is als het ware het winkelraam. De grootte en plaatsing hiervan bepalen zeer precies de eerste blik in het interieur. Schuin noor boven kijkend ziet men aan de overzijde van de binnenruimte de top van een oplopend pad overgaan in de balustrade van een rondlopende galerij. Het plafond, dot onder een bovenlicht is opgehangen, bestaat uit doorzichtige plastic ploten en scholen. Het pad en de aangrenzende muren zijn afgewerkt met een korrelige pleisterlaag en de vloer is geplaveid met natuursteen. Bij het binnentreden realisert men zich pas dat het lange, rond oplopende pad bijna de gehele beschikbare ruimte vult, of liever de ruimte vormt, zoals een eierklopper de vloeibare massa langs de rand van een kom noor boven drijft. De schok die men krijgt het lichtende gebolde plafond, schijnt de meest agressieve klont te intimideren. Zeker is, dot de winkel van Morris de bouwkunst in een sektor van het bouwen introduceert, die in de Verenigde Stoten in het algemeen geen verfijning kent. De reaktie van de mensen die de winkel bezoeken, wijst erop, dat hier een welkom begin is gemaakt.
Een van de kostbaarste ondernemingen van de laatste jaren is Eero Saarinens "Technical Center" voor General Motors. Op een uitgestrekt volkomen vlak terrein buiten Detroit heçft Saarinen drie gebouwen - er zijn er nog veel meer geprojekteerd - om een rechthoekige vijver, ter grootte van enige sportvelden, gegroepeerd. Het lage lange administratiegebouw bestaat uit een skelet van lichte stalen elementen met een tussenruimte van anderhalve meter, dat is opgevuld met groen gekleurd glas. Gezien in een scherp perspektief krijgt het herhalen van deze vertikale elementen een sterke werking, die de suggestie wekt van een gevel die zich werktuigeliik meter voor meter ontrolt heeft; een ,effekt dot karakteristiek is voor vele interpretaties van de bouwkunst van Mies van der Rohe en dat misschien in de grond het meest geschikt is voor een bouwkunst die zich aanpast bij een steeds groeiende industrie.

De blinde panelen aan alle gebouwen zijn van hooggeglazuurde dieporanje en blauwe ruwe baksteen, zeer helder en niet ongelijk aan Perzisch aardewerk. Contrapunktisch, met de regelmatigheid van het toegepaste konstruktiesysteem, voorkomen deze gekleurde rechthoeken, als vlaggen aan de horizon, de onoverzichtelijkheid die de verspreiding van de gebouwen in een vlak landschap meebrengt. De dramatische plaatsing van blauw-zwarte schoorstenen buiten langs een van de gebouwen geeft een onvergetelijk element van skulpturaal kontrast.

Moreel Breuer, die tezamen met Walter Gropius reeds de basis legde voor een eigentijds idioom, dat algemeen geldig is voor de noord-oostelijke staten, heeft in zijn eigen werk zelden een woonhuis ontworpen met het élan van het buitenhuisje voor Harry A. Caesar te Lakeville, Connecticut. Hoog op een natuurstenen voetstuk, waarin de dienstvertrekken zijn ondergebracht, ligt het huis als een houten doos, waarvan de zijwanden als blinden naar buiten steken of als schuttingen die vrij in de lucht zweven. De op een aanzienlijke hoogte gelegen woonruimte ziet uit over een meer. Twee balken verbinden de houten blinden en omlijsten het uitzicht. Tussen deze bolken en de glaswand van de woonkamer verschijnt de top van een boom. Een grote betonnen haard is in de woonkamer zo geplaatst, dat zij recht in het gezicht staat. Een oplopend pad leidt naar de voordeur aan welke zijde het huis sierlijke horizontale vensters heeft met schuiframen zonder lijst. De werking van het geheel is fijn, wel-overwogen en strak.

Een suksesvol afscheid van de konventionele vormen is de "Wayfarer's Chapel" te Palos Verdes, California. Lloyd Wright, de architekt, is de zoon van frank Lloyd Wright. De kapel is een beglaasd skelet van redwood. Het driehoekige vakwerkdak is afwisselend ingelegd met glas of koper. Een refectorium en een klooster staan voor de toekomst op het programma en de kapel zal omringd worden door reusachtige' mammoetbomen, die zich over het dak welvend in een patroon van zonlicht en groene schaduw staan. Lloyd Wright's expressionisme is lineair en dekoratief. Hij omsluit een ruimte met scherpe omtrekken en hoekige licht-vlakken. Men kan dus zeggen dat de gevoelsinhoud van het gebouw is aangepast aan het doel. De "Wayfarer's Chapel" is één van de zeer weinige moderne Amerikaanse gebouwen met religieuze bestemming die zich onderscheidt van een verenigingsgebouw of een gymnastieklokaal.

Mies van der Rohe's discipline, die de architekt dwingt de elementen uit het moderne bouwbedrijfsamen te voegen, schijnt te hebben bijgedragen tot het sukses van het Case Study House dat Charles Eames voor eigen gebruik ontwierp, en dat in opdracht van het tijdschrift "Arts and Architecture" in Californië werd uitgevoerd - als deel van een doorlopend programma - dat al verantwoordelijk is voor verscheidene zeer biezondere gebouwen.

Het huis van Eames is een twee verdiepingen hoge stalen kooi in elkaar gezet met gestandaardiseerde industrieel gefabriceerde elementen. De wanden zijn voor het grootste deel eenvoudig een samenvoeging van reeds beschikbare ramen en schuifdeuren. Maar het doorzichtige webachtige rooster dat door deze eenheden gevormd wordt, wordt nu en don onderbroken door ondoorzichtige stuc-panelen, helder geschilderd in rood, blauw of wit. Een verdere verlevendiging is bereikt door het beperkt gebruik van matglas. Zijn probleem definiërend als de omsluiting van een maximum aan ruimte met een minimum aan onkosten, nam Eames zijn toevlucht tot materialen en technieken die het bouwen aanzienlijk versnelden. De afwisselend doorzichtige en doorschijnende wonden brengen rijk gevarieerde schaal-effekten tot stand en het stalen skelet zelf is gevarieerd zo dat er zowel vele kleine als enkele grote glasruiten in kunnen worden gezet, en aan deze industriële produkten ontlokt het huis onverwachts een bijna Japans gevoel voor verfijning en dekoatieve effecten.

Het glazen huis door Philip Johnson te New Canaan, Connecticut gebouwd is een eenkamerwoning van 9,76 m breed en 17,08 m lang met geheel glazen wanden. Er zijn geen pijlers in het huis. Alle konstruktieve elementen maken deel uit van de buitenwand. De mooi uitgewerkte overgangen van glaspaneel naar stalen pijler en de subtiele ritmering van de ruimte zijn de enige vormgevende elementen van deze architektuur. In het midden van iedere gevel is een enkele deur waardoor de lengte- en de breedte-as van het huis vastgelegd zijn. Binnen staan lage kasten - één voor de keukenuitrusting en één voor bergruimte - en een bakstenen cylinder, die aan de binnenzijde een badkamer bevat en aan de buitenkant een open haard. Door de weloverwogen plaatsing van de kasten, de bakstenen cylinder en een groot stuk beeldhouwwerk ontstonden "kamers". Het schilderachtige en flexibele huis van Johnson aan de rand van een met gras begroeid plateau gelegen, roept een achttiende eeuws tuinhuis met klassieke proporties en romantische stemming voor de geest. Door verschillende elementen, asymetrisch ten opzichte van de assen gegroepeerd, is een opeenvolging van ruimten verkregen geordend met de klassieke zin voor begin, midden en eind. Hierin verschilt het huis van veel eigentijdse architektuur.

Onze bouwwerken ontberen dikwijls die ene dominerende ruimte, die het gebouwd zijn zou kunnen rechtvaardigen. Een reden hiervoor is een algemeen heersende onverschilligheid voor juist die verfijningen in indeling en proporties, die achteraf gezien fundamenteel waren voor de bouwkunst van verscheidene eeuwen. Zonder twijfel is deze onverschilligheid voor een deel te danken aan de overdreven aandacht voor het zuiver funktionele. Een andere reden is echter dot het kostbaar is een grote ruimte te omsluiten en dat opdrachtgevers dikwijls verplicht zijn de weinige beschikbare ruimte op te vullen en vol te bouwen. Afgezien van de bijdrage die technische ontwikkelingen leveren om de kosten voor het omsluiten van een grote ruimte redelijker te maken, zijn er tekenen die wijzen op een herlevende belangstelling bij architekten in de Verenigde Staten voor estetische waarden, die eens naar de historie verwezen werden. Deze belangstelling vindt uitdruk. king in een bouwlogika die minder dokmatisch is dan de strijd tegen het akademisme in de eerste jaren van de eeuw eiste. In 1956 schijnt het aannemelijk dat de moderne bouwkunst in de Verenigde Staten met gebruikmaking van de wetenschappelijke en technische vooruitgang, doch tegelijkertijd oude waarden niet verwaarlozend, een nieuwe en ongekende bloei tegemoet gaat.

ARTHUR DREXlER,
conservator van de afdeling bouwkunst en industriele vormgeving van het Museum of Modern Art. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1236.