kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11 08 2016 011:33 voor het laatst bewerkt.

Amsterdamse School

De Amsterdamse School is een door Jan Gratama bedachte aanduiding voor een stroming in de architectuur uit de periode 1910-1940 en kenmerkt zich door een expressionistische plastische bouwkunst met een grote variatie in ritme en volumes. De indruk die een gebouw moest opwekken, was vaak belangrijker dan het interieur. De Amsterdamse School bouwde vooral volkswoningbouw en openbare gebouwen.

De industriële revolutie halverwege de negentiende eeuw bracht een ommezwaai in de samenleving teweeg, die een grote groei van de steden tot gevolg had. De werkgelegenheid in Amsterdam nam toe en trok vele arbeiders naar Amsterdam. Al deze arbeiders moesten natuurlijk woonruimte hebben, met hun (grote) gezinnen. Voor de arme arbeiders was huisvesting schaars en onbetaalbaar. Er moest dus drastisch iets veranderen aan de volkshuisvesting in de stad.

Als reactie op de zogenaamde neo-stijlen ontwikkelt berlage een geheel eigen stijl, waarvan de amsterdamse-school de directe opvolger is. Het belangrijkste werk van berlage is de Koopmansbeurs op het Beursplein, bekend geworden als de Beurs van berlage.

Onder de verzamelnaam amsterdamse-school vallen architecten die het nieuwe zochten in de decoratieve versiering van de gevels. Uitbundig metselwerk langs schoorstenen, daklijsten, kozijnen en vooral de vormgeving van de hoeken moesten de gevels reliëf geven. Ook de accenten die gegeven werden bij de deuren, portieken en doorgangen zijn opvallend voor het werk van de amsterdamse-school.

Een eerste voorbeeld van de amsterdamse-school is het huizenblok aan de Johannes Vermeerplein/Gabriël Metsustraat van M. de klerk (1911/1912). Rond dezelfde periode ontstaat ook het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade van Van der mey (1913/1916). Deze werken hebben nog sterk verticale accenten, tot dan toe zo bepalend voor de Nederlandse architectuur. De horizontale lijn zal hierna echter een van de meest karakteristieke eigenschappen van de amsterdamse-school worden; door nieuwe constructies van gewapend beton of staal was het nu mogelijk een raam in een bakstenen muur breder te maken dan de hoogte. Naast de baksteenverering werd ook veel aandacht besteed aan de decoratie door middel van siermetselwerk, glas-in-lood, smeedwerk en beeldhouwwerk in natuursteen en hout.

geveldetaillering werd bereikt met de volgende middelen:
- Metselwerk.
Het ambachtelijk uitgangspunt van de Amsterdamse-Schoolarchitectuur bracht mee dat de architecten het metselwerk meestal gecompliceerder maakten dan gebruikelijk was. Vaak maakten zij aan één gebouw gebruik van verschillende soorten metselverbanden, waardoor zij ook in het totaal speciale effecten bereikten. Ook gebruikten zij dikwijls verschillende formaten en kleuren baksteen. Zo verwerkte J.M. van der Mey aan het Scheepvaarthuis meer dan tweehonderd soorten baksteen, waarbij de variatie zowel in kleur, vorm als in formaat zat. Al deze vormen en formaten steen werden door de architect speciaal ontworpen en te Oppijnen gebakken. Bovendien verfraaiden de architecten het metselwerk van hun gevels in veel gevallen met natuursteen, beton, dakpannen en/of tegels.
- Houtwerk.
De kozijnen rondom deuren en ramen vertonen een grote verscheidenheid, zowel in gebruikte afmetingen en vormen als in ambachtelijke details. Vooral de ramen hebben vaak een afwijkende vorm, zoals bolle of holle begrenzingen, parabolische vormen en uitspringende rondingen. Binnen het kader van deze kozijnen is een eindeloze variatie aan decorerende details te vinden, zoals de roedeverdeling van de vensters en de profilering van de deuren. Deze profilering vertoont soms haast abstract geometrisch beeldhouwwerk, maar veelal ook minder strakke decoraties, die verwantschap met de Jugendstil laten zien.
- Smeedwerk.
Smeedwerk zien wij aan gebouwen van de Amsterdamse School zeer veelvuldig toegepast. Smeedwerk werd met name toegepast voor decoratie van hijsbalken, als hekwerk, raamijzers en roosters boven trapportalen. Ook ziet men regelmatig toortsvormige sierstukken op uitspringende delen. In een reactie tegen het gietijzer, waarmee alle stijlen klakkeloos konden worden nagebootst, zocht men naar nieuwe methoden om het ijzer te smeden en vormen te geven die aansloten bij de nieuwe bouwwijze. Het buigzame karakter van het materiaal sluit bijzonder goed aan bij de golvende lijnen die de gevels kenmerken. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het hek en de lampen aan het administratiegebouw van het Gemeentevervoerbedrijf, Stadhouderskade, en het reeds genoemde smeedwerk in en rondom het Scheepvaarthuis. Aparte vermelding verdienen vele Amsterdamse brugleuningen, waarbij het smeedwerk de voor de hand liggende associatie met golvend water oproept, zie bij voorbeeld de bruggen van Raadhuisstraat en Vijzelstraat over de Keizersgracht.
- Beeldhouwwerk.
De uitgebreide toepassing van beeldhouwwerk is een zeer karakteristieke trek van de Amsterdamse-Schoolarchitectuur. Men komt het in de woningbouw vooral tegen bij ingangen en op de hoeken van, bouwblokken in de vorm van gedenkplaten en mannen- en vrouwenfiguren als symbolen van de arbeidende klasse. Het is meestal reliëfwerk uitgevoerd in natuursteen of beton. Soms ziet men beeldhouwwerk vervaardigd uit gemetselde baksteen en vormt de sculptuur een organisch onderdeel van de muur.
- Huisnummers en andere opschriften.
Deze vertonen in hun uitvoering ook weer typische kenmerken van de Amsterdamse School, vergelijkbaar met de typografie in Wendingen. Bij de latere gebouwen van de Amsterdamse School, die een verstrekking van de gevel te zien geven, is het één van de kleine details waarin de architecten hun ongebreidelde fantasie hebben uitgeleefd.

Na omstreeks 1930 (crisis) zijn de versieringen veel eenvoudiger in detaillering en vormgeving. De versieringen in beeldhouwwerk, smeedwerk en metselwerk, hoofdkenmerken van de Amsterdamse School, ontbreken hier bijna geheel.

De drie belangrijkste architecten van de Amsterdamse School zijn Michel de klerk, Pieter Lodewijk Kramer en J.M. van der Mey. De belangrijkste projecten zijn in Amsterdam-Zuid en Amsterdam-West te zien. Vooral het Spaarndammerplantsoen van michel de klerk en het complex 'De Dageraad' van de klerk en pieter lodewijk kramer zijn wereldberoemd.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 117.

Tweets by kunstbus