kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 27-09-2008 voor het laatst bewerkt.

Arata Isozaki

Arata Isozaki's Team Disney Orlando

Japanse architect, geboren 23 juli 1931 te Oita in Japan.

Vanaf de jaren zestig is de veelzijdige architect Isozaki, zowel in zijn architectuur als in zijn productontwerp, een bruggenbouwer geweest tussen Japan en nieuwe Westerse ideeën. Van het metabolisme ontwikkelt zijn werk zich tot postmodern waarbij hij elementen gebruikt uit Europese historische stijlen. De vorm staat centraal maar hij besteedt ook erg veel belang aan de materiaalkeuze.

Arata Isozaki wordt wel gezien als Kenzo Tange’s opvolger als leidende creatieve figuur in de Japanse architectuur. Sinds de jaren zeventig was hij samen met andere jongere architecten actief om het artistieke element in architectuur te benadrukken, waarmee ze afweken van de heersende nadruk op technische expertise. Isozaki wist ook hightech-bouwconcepten te combineren met Japanse smaak voor ruimte, functie en decoratie.

Isozaki is o.a. gastdocent geweest aan de Rhode Island School of Design en Yale University en schreef het boek 'The Dismantling of Architecture'.

Biografie
De Japanse avant-garde architect Arate Isozaki studeerde aan de Universiteit van Tokio bij de brutalistische architect Kenzo Tange. In 1954 studeerde hij af waarna hij negen jaarlang werkzaam zou zijn bij het bedrijf van bij Kenzo Tange tot hij in 1963 zijn eigen bureau begon. Tijdens deze samenwerking ontwierp Isozaki o.a. het stadhuis van Imabari (1957-1960) en het stedenbouwkundig plan voor Tokio (1960). In de jaren zestig werd Isozaki geassocieerd met het metabolisme en legde hij een overdreven nadruk op horizontale elementen van gewapend beton.

Metabolisten
Een groep Japanse architecten die een oplossing zochten voor de chaos en de overbevolking in de Japanse steden noemden zichzelf de Metabolisten. Hun ideeën zijn gekenmerkt door groepen torens, hele drijvende steden, de verlichting van de verkeerscongestie door oude en nieuwe stadsgedeelten te verbinden door middel van luchtstraten. Ze beschouwden architectuur niet als blijvend, maar als beweeglijk en vergankelijk. Flexibiliteit was hun devies. Sommigen vonden zelfs dat hele delen van gebouwen moesten kunnen worden vervangen nadat ze gedurende een bepaalde periode hun dienst hadden bewezen. Daarmee wilden ze een gelijkenis teweegbrengen tussen architectuur en het (menselijk) leven, dat een cyclus kent van geboorte, groei, volwassenheid en aftakeling.
Grote namen: Kenzo Tange, Arata Isozaki, Kiynori Kikutake, Kisho Kurokawa, Fumihiko Maki. - (Labyrint' aan de Triënnale van Milaan.

Hij kwam in aanraking met Archigram en Hans Hollein welke invloed ook terug te vinden is in zijn werk.

Hij werkte samen met Tange aan de architectuur van Expo '70 in Osaka.

Isozaki koos steeds meer de richting van het historisme. Hij liet hij zich inspireren door Europese en Amerikaanse voorbeelden en maakte abstracte composities met kubussen en halve cilinders. Zo bouwde hij volgens kubusachtige composities het Gunma Museum voor schone kunsten in Takasaki (1971-1974) en het kantoorgebouw Shokosha in Kukuoka (1974-1975). Het halfcilindrische gewelf gebruikte hij in de Centrale Bibliotheek in Kitakyushu (1973-1974). Ander werken in deze periode zijn het stedelijk museum van Kitakyushu (1972-1974) en de Fujimi country club in Oita (1974).

Isozaki stapt ook steeds meer af van het gebruik van rechthoeken en begon te experimenteren met vormen als de cirkel om uiteindelijk volledig af te zien van de rationele principes van het modernisme waarmee. hij ver verwijderd raakt van het Japanse modernisme en het metabolisme. Hij stelde dat al zijn voorgaande werk over ironie was gegaan terwijl zijn latere werk 'humor zonder een spoor van ironie' was.

Centrumgebouw van de Tsukuba ‘wetenschapsstad’ (1978–1983).
Begin jaren tachtig bouwde hij het Tsukuba Gemeenschapscentrum in Tokio (1979-1982) waarin hij volgens de strenge regels van het neoclassicisme bouwt en westerse motieven in zijn werk opneemt. Zijn beheersing van de technologie vormde zijn leidraad in ontwerpen voor verschillende sporthallen, zoals die in Palafolls (1987-1990).

Zijn ironische verwijzingen naar het Modernisme en de massacultuur worden vaak verenigd in zijn meubelontwerpen, zoals de stoel Marilyn voor Sunar (1972), de Fuji-kastjes voor Memphis (1981), zijn horloge (1987) en sieraden (1985-1986) voor Cleto Munari en de decoratie van zijn bord Streams (1984) voor Swid Powell. In 1982 ontwierp hij meubilair voor Formica's 'Surface and Ornament Design'-wedstrijd waarbij hij de kleuren van zijn materialen willekeurig koos door met dobbelstenen te gooien. "Iedereen die klaagt over de kleurencombinatie moet maar protesteren tegen de God die de uitkomst van de gegooide dobbelstenen bepaalt."

Palau d'Esports Sant Jordi Barcelona (1983-1991)
Het sportpaleis Sant Jordi werd speciaal ter gelegenheid van de Spelen ontworpen door de Japanse architect Arata Isozaki. Dit futuristisch ogend gebouw biedt plaats aan 15.000 personen en lijkt door zijn enorme zwarte dakkoepel op het schild van een reuzenschildpad. Het sportpaleis is in twee delen opgesplitst. Het palau principal is het grootste volume en wordt overwelfd door de koepel. Het pavello polivalent kan door middel van scheidingsgordijnen in vier sportterreinen verdeeld worden. Dit deel wordt overdekt met een plat metalen dak. Tussenin zit nog een dienstruimte met de nodige voorzieningen voor elektriciteit en luchtverversing.
Het plein dat het olympisch stadion en het vlakbij gelegen sportpaleis Sant Jordi verbindt, werd prachtig aangelegd. De grote vlakte wordt gebroken door strakke waterterrassen en palen met gebogen stalen sculptuurtjes. - (Tokyo (1986) en het Museum of Contemporary Art in Los Angeles met natuurstenen piramides en koepels.

In 1992 ontwierp hij het Team Disney Building in Orlando in Florida met haar kleurrijke koeltoren en ongelijke rasterpatronen met ‘tijd’ als thema. Hij koppelde twee lange grijze kantoorvleugels met een grote carnavaleske kleurentoren in het centrum die als een grote trechter naar de hemel gericht staat. Het interieur functioneert daardoor als een enorme zonnewijzer die tevens het dak vormt van een groot atrium waar alle kantoren zich bevinden. Door de open ruimte kan nauwelijks privacy genoten worden, hetgeen past in het controlesysteem van Disney. Isozaki’s ontwerp won in 1992 Disneys eerste grote architectuur prijs: ‘The National Honor Award’ van het Amerikaanse Instituut van Architecten. - (Bibliotheek van Oita (1991-1994), het Museum voor hedendaagse kunst in Nagi (1991-1994) en de uit een kubus en cilinder opgebouwde Kyoto Concerthal (1995). In 1992 bouwde hij het Guggenheim Museum in Soho, New York.

Websites:
. De excessieve economische groei vanaf de jaren tachtig gaf Japanners de financiële middelen om in woningbouw te investeren. Architecten hadden daardoor legio mogelijkheden om hun kennis en ervaring te vergroten. De zogenoemde New Wave architecten gingen een stap verder dan Isozaki met innovatief ruimtegebruik. Architectuur werd steeds abstracter door gebruik van nieuwe soorten materialen en gedurfde ontwerpen. Een hoogtepunt in abstractie is misschien wel het Ehime Prefectural Scence Museum (1994), een futuristisch gebouwencomplex ontworpen door Kisho Kurokawa. - (www.twanetwerk.nl)
. www.architectenweb.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 165.