kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25 09 2016 15:57 voor het laatst bewerkt.

Arne Jacobsen

Deense ontwerper en Architect, geboren 11 februari 1902 in Kopenhagen - overleden 24 maart 1971 aldaar.

Onder zijn meest beroemde werken als architect vallen de appartementen blokken Bellavista in Klampenborg (1933-34), Bellevue Theatre (1935-36), Århus Town Hall (in samenwerking met Erik Møller) (1939-42), zijn St. Catherine's College in Oxford en het SAS Hotel in Kopenhagen. Hij ontwierp ook meubels, waarvan de eetkamerstoelen de mier, de zwaan en de fauteuil het ei bekende voorbeelden zijn. Daarnaast ontwierp hij o.a. verlichting voor Louis Poulsen, metaalwerk voor Stelton en Michelsen, textiel voor August Millech, Grautex en C. Olesen en badkameraccessoires voor I.P. Lunds.

De perfectionistische modernist en de natuur liefhebbende geniale persoonlijkheid staan als uiterste contrasten tegenover elkaar. Jacobsen begon zijn carrière als een Romantische neo-classisist en bouwde later een reputatie op als een functionalistische tolk van het modernisme in Denemarken. Arne Jacobsen was Deens op internationale wijze en internationaal op Deense wijze.

Jacobsen bevond zich op het scherp van de snede van de internationale trends in architectuur en vormgeving van zijn tijd en volgde naarstig discussies en stilistische trends door middel van tijdschriften. Hij had verschillende vrienden onder prominente Noordse architecten en reisde veel in Scandinavië, vooral in zijn studententijd. Vanaf het begin van zijn carrière richtte hij zijn blik op het buitenland zonder ooit Denemarken en de Deense tradities in zijn vakgebied de rug toe te keren. Tijdens een bezoek aan Berlijn raakte Jacobsen geïnspireerd door Le Corbusier, Mies van der Rohe en Bauhaus waarna hij het functionalisme - de ontwerpstijl waarin de vorm door de functie wordt bepaald en in de naoorlogse decennia haar hoogtepunt vond en nog steeds navolging geniet - introduceerde in Denemarken. Jacobsen onderscheidt zich van zijn mede-modernisten door zijn meesterschap in afwerking en details. Voor hem waren kleine details net zo belangrijk als grote dingen. Het liefst herschiep hij de wereld helemaal opnieuw.

Biografie
Zijn vader was handelaar in veligheidsspelden en bevestigingsmiddelen. Zijn moeder, Pouline Jacobsen was opgeleid tot bankbediende en schilderde bloemmotieven in haar vrije tijd. De familie woonde in Claessensgade in een huis in typisch victoriaanse stijl. Misschien daarom schilderde Arne als kind het gekleurde behang in zijn kamer wit, als een contrast tegenover zijn ouders overdreven smaak om alles te decoreren.

Op de Naerum Kostschool ontmoette Jacobsen de gebroeders Lassen; later werd Fleming Lassen zijn partner bij een aantal architecturale projecten. Arne Jacobsen werd omschreven als een onrustige leerling, altijd in voor het uithalen van streken en vaak met een (zich)zelf afkeurend gevoel voor humor.

Als kind al toonde hij een buitengewoon talent voor voor tekenen en het schilderen van nauwgezette natuurstudies. Oorspronkelijk wilde Jacobsen schilder worden, maar zijn vader vond dat architect een verstandiger keuze was en dat was wat er gebeurde. Niettemin had Jacobsen later volop gelegenheid tot schilderen en tot het uitdrukken van zijn ideeën d.m.v. uitgesproken nauwkeurige tekeningen.

Arne Jacobsen ging in de leer als steenhouwer voordat hij bouwkunst ging studeren aan de Koninklijke Kunstacademie in Kopenhagen waar hij later hoogleraar werd van 1956-65. Hij studeerde af in 1927. Als student won hij al een zilveren medaille voor een stoel die werd geëxposeerd op de 'Exposition Internationale des Arts Décoratifs' in Parijs in 1925.

Jacobsen begon al met reizen toen hij nog een twintiger was. Hij ging naar zee en de reis, de enige in zijn carrière als zeeman, ging naar New York. Jacobsen had geen zeebenen en keerde al snel terug naar huis. Later werd hij metselaarsleerling in Duitsland en maakte een serie studie- en tekenreisjes naar Italië. Gedurende deze periode maakte Jacobsen enkele van zijn mooiste waterverftekeningen met klassieke motieven, waarin hij de stemming vangt, materialen doet worden en nauwkeurig vormgeeft.

Van 1927 tot 1929 werkte hij bij het architectenbureau van Paul Holsoe, waarna hij een ontwerpbureau in Hellerup begon en als onafhankelijk architect en interieurontwerper ging werken.

Jacobsen werd beïnvloed door het werk van Le Corbusier (wiens 'Pavillon de l'Esprit Nouveau' hij in Parijs had gezien), Gunnar Asplund en andere modernistische ontwerpers, zoals Ludwig Mies van der Rohe. Hij introduceerde het Modernisme in het Deense design, zoals in het 'Huis van de Toekomst' dat hij in 1929 met Flemming Lassen ontwierp.

Zijn eerste opdrachten waren het functionalistische Rothenborghuis in Ordrup (1930), dat hij ontwierp als Gesamtkunstwerk, en het woningproject Bella Vista in Kopenhagen (1934).

Jacobsen komt uit een Joodse famillie die oorspronkelijk uit Portugal kwam, maar die al generaties lang in Denemarken had geleefd. Hij was niet aangesloten bij de Joodse gemeenschap, maar zich bewust van zijn identiteit en het lot van de Duitse Joden. In 1943 vlucht Jacobsen naar Zweden in een roeiboot van Skodsborg naar Landskrona samen met zijn vriend Poul Henningsen en hun “nieuwe vrouwen”. Het verhaal gaat dat de vrouwen, in Jacobsen's geval zijn tweede vrouw Jonna, tijdens de vier uur lange ontsnapping naar Zweden het laatste stuk moesten roeien.

In het neutrale Zweden wijdde hij zich aan één van zijn vele hobby's: de natuur. In Denemarken teruggekomen ontwierp hij talloze dessins voor gordijnen en behang met motieven van bladeren, bomen en bloemen.

vorm met dunne poten, was de eerste Deense stoel die in serie werd geproduceerd. De stoel werd zeer populair omdat hij makkelijk stapelbaar was.

In 1956-1960 bouwt Arne Jacobsen de SAS Air Terminal en het SAS-hotel in Kopenhagen voor de Deense luchtvaartmaatschappij SAS. Jacobsen ontwerpt niet alleen het hotel maar ook de complete inrichting. Dit omdat hij het belangrijk vindt dat de architectuur en inrichting van een gebouw in overeenstemming met elkaar zijn.
In de lobby van het SAS-gebouw in Kopenhagen beweegt de klant zich langs glans en gloed. Een doorkijk naar een transparant trappenhuis, een goed verlichte balie, zonder dat het licht direct in je ogen schijnt. De bezoeker waant zich door de weldadige ruimtewerking, die door een gebruik van indirect en getemperd licht, strategische zoninval en open, doorlopende ruimten in een andere wereld, een wereld die helemaal was uitgedacht door Arne Jacobsen.
Jacobsen ontwierp niet alleen het gebouw maar ook de hele inrichting. Lampen, vloerbedekking, bestek, deurkrukken, klokken en zelfs de asbakken. Wereldberoemd zijn de stoelen het Egg ('Ei') (een eivormige leunstoel) en Swan ('Zwaan') een lager zitfauteuil met ‘vleugels' die Jacobsen speciaal voor het SAS-hotel in Kopenhagen heeft ontworpen, stoelen waarbij Jacobsen voor het eerst kunststof gebruikt.

Van 1956 tot 1965 was hij bijzonder hoogleraar aan de Skolen for Brugskunst in Kopenhagen.

In de jaren '60 was Jacobsens belangrijkste architectonisch ontwerp St. Catherine's College in Oxford, dat net als zijn eerdere werk als Gesamtkunstwerk werd ontworpen en dus ook speciaal ontworpen meubilair omvatte.

In 1971 stierf Arne Jacobsen, op 69-jarige leeftijd in Kopenhagen.


Voor meer dan de helft van de 20ste eeuw was Arne Jacobsen een zeer prominent figuur in de Deense vormgeving en architectuur. De sporen zijn zelfs nu, tientallen jaren na zijn dood nog steeds overal om ons heen zichtbaar. Zowel in de architectuur die we bewonderen als in de objecten die we nog steeds iedere dag gebruiken. Onvermoeibaar hield Jacobsen zich zijn hele leven bezig met het ontwerpen van klein tot groot: van theelepeltjes, belettering, gordijn-printen, lampen, meubels tot aan grote gebouwencomplexen. Ruimte, natuur en weids uitzicht zijn altijd uitgangspunt gebleven bij zijn architectuur.

De uitgesproken zorgvuldigheid en opvallende gelijkenis van zijn tekeningen met het eindresultaat, vooral van vele van zijn waterverftekeningen van gebouwen, geeft zijn bekwaamheid weer om ideeën tot leven te brengen. Wie de waterverftekeningen ziet van zijn ontwerpen kan zich voorstellen dat Jacobsen ooit kunstschilder wilde worden. Op andere ontwerptekeningen is duidelijk af te lezen hoe te komen tot de meest perfecte vorm voor bestek, tuinen of koffiekannen. Uit de tekeningen blijkt hoe diepgaand en bedachtzaam Jacobsen te werk ging bij het ontwerpen ervan. Nu lijken zijn ontwerpen vanzelfsprekend in hun eenvoud en functionaliteit.

Er zijn echter momenten waarop hij afwijkt van het strakke idioom van beton, metaal en glas. Eén zo'n uitstapje is zijn bemoeienis met traditionele materialen zoals baksteen, natuursteen en hout. Wanneer Jacobsen niet aan het werk was, werkte hij toch, alleen met iets anders. Voor hem betekende ontspanning een verplaatsing naar een ander project in het creatieve koninkrijk. Dit is wat hem in staat stelde een zo enorme productie te creëren zonder enig compromis aan de kwaliteit.
Meer dan ooit is Arne Jacobsen's vormgeving een kenmerkend onderdeel van het beeld dat onze omgeving en langzamerhand wijzelf hebben van de kern van de Deense ontwerpidentiteit.

De idee als uitgangspunt - Van het complexe naar het zeer eenvoudige: Samen met een relatief kleine staf, was Jacobsen in staat zowel grote complexe gebouwen (De Nationale Bank van Denemarken) als het theelepeltje van zijn bestek te ontwerpen. In zijn gehele oeuvre komt een duidelijke beschouwing van ieder detail van het gebouw, wat de onzichtbare drijvende kracht was achter zijn doelen. Het doel behoefde een enorme werkinspanning. Het idee mocht als uitgangspunt sterk zijn geweest, maar bleef vaag voor Jacobsen, totdat hij het ontwerp uitgebreid gedefinieerd had - niet zonder de assistentie van zijn naaste medewerkers.

Het intuïtieve ontwerp idioom
Wanneer Jacobsen ontwierp wist hij bijna nooit van tevoren wat hij wilde, ondanks de schijnbaar moeiteloze lijnen. Jacobsen was beslist niet de zelfverzekerde persoon die hij leek wanneer hij met aannemers was. Behalve de basis idee, bedacht met een uitgesproken gevoel voor proportie en een ongewoon talent voor ontwerp en vorm, was niets van tevoren bepaald. Hij werd hierdoor vaak beschouwd als een onzeker ontwerper, terwijl hij eigenlijk bezig was met een intuïtieve zoektocht naar de uiterste grenzen van een ontwerpidee, de technologie en het materiaal.

Het vasthoudende creatieve proces
Deze aspecten van het ontwerpproces waren daardoor nooit de basis van zijn ontwerpen, ondanks dat er sterke aanwijzingen zijn dat de beperkingen van de eigenschappen van de materialen Jacobsen een vruchtbaar geraamte gaven en een zekere rust gaven aan zijn creatieve onrust. De afwezigheid van deze beperkingen, bijvoorbeeld wanneer hij met kunsstof i.p.v. hout werkte, was brandstof voor zijn onrust. Arne Jacobsen werkte eindeloos aan het ontwerp en vond het daarom moeilijk dit los te laten en dingen af te maken. Regelmatige vertragingen van het productieproces zijn typerend voor de perfectionist. Waar moet je stoppen, wanneer je alles voortdurend opnieuw wilt bekijken.

Taalkundige kwinkslagen
Jacobsen wordt niet beschouwd als een intellectueel of een analyticus op de tradionele wijze. Zijn eigen ontwerpfilosofie: “Als ik een filosofie heb, moet deze zijn het zitten aan de tekentafel.” Voor Jacobsen was het klaren van de klus het belangrijkst. Zijn verbale communicatie betreffende de wereld van het ontwerp is legendarisch geworden door uitspraken als “Zo dun mogelijk en nooit in het midden” “Vandaag moeten we een feitelijk laag/rond project maken” is een ander van Jacobsen's precieze, bijna beneden de waarheid zin, vaak gehoord door zijn staf of zijn studenten op de academie, waar Jacobsen hoogleraar was. Jacobsen vroeg ook hoe dingen zich “gedragen” hadden die dag, alsof ze eigenlijk een eigen leven leidden.
Hij vergeleek zijn eigen gebouwen ook met identieke lucifersdoosjes, eenvoudig in verschillende posities geplaatst.

Arne Jacobsen, de figuur achter het ontwerp
De meeste mensen leren niet de figuur Arne Jacobsen kennen achter de ontwerpen. Waar ziet men de vingerafdruk van Jacobsen in zijn ontwerpen behalve in zijn voortreffelijke professionaliteit. Hoe was Jacobsen als mens tot hen die dichtbij hem stonden? Om Jacobsen als persoon samen te vatten, komt men tot een beeld dat in hoge mate weerspiegeld wordt in de nuances van zijn gehele professionele productie. Aan de ene kant de zich opdringende perfectionistische modernist, voor wie geen enkel detail onbelangrijk was, ondanks dat het belangrijkste plaatje voornamelijk zwart/wit en ondubbelzinnig was. Aan de andere kant, de natuur minnende plantkundige en joviale familie man. Over het geheel genomen zijn de professionaliteit en de bijna excessieve passie voor zijn werk onmisbare aspecten in beschrijvingen over Jacobsen geworden - ook in zijn eigen beschrijvingen. Door zijn enorme intuïtie was hij in staat eenvoudig en toegankelijk zijn ideeën en zichzelf in een professionele context op de markt te brengen.

De perfectionistische modernist
Aan de ene kant maakte Jacobsen er geen probleem van om mensen te vragen hun eigen meubilair uit het door Jacobsen ontworpen huis te gooien voor een fotoreportage. Hij kon moeilijk, sarcastisch en compromisloos zijn tegenover collega's en fabrikanten en eiste van zijn staf dat ze min of meer 24 uur per dag moesten werken in plaats van bij hun gezin te zijn - of weggaan. Aan zijn eigen gezin werd gevraagd de juiste witte verf uit een heleboel witten te kiezen toen het huis opnieuw werd ingericht en vervolgens moesten ze schilderijenlijsten urenlang ophouden om de juiste compositie te krijgen. De koffiekopjes werden in nette geometrische rijen opgesteld en het kinderspeelgoed werd weggeruimd wanneer Jacobsen eindelijk thuiskwam van zijn studio. Deze stemming weerspiegelt de strenge esthetische eisen die Jacobsen aan zichzelf en zijn productie stelt, soms op een norse manier tot uitdrukking gebracht. Dit gaf hem de reputatie een dictatoriale architect te zijn, die zijn gebouwen ontwierp zonder ruimte voor persoonlijke veranderingen. Hij verafschuwde franje, bijv. de toen populaire ‘buttock shaped' gordijnen. (gordijnen in de vorm van billen)

De natuur minnende plantkundige
De andere kant van zijn persoonlijkheid laat een hele andere, zachtere Jacobsen zien die in de stijl van Rousseau, opging in waterverftekeningen, studies over de natuur en het zorgen voor jonge boompjes.

Soms streefde Jacobsen ernaar de begrenzingen en beperkingen die hijzelf mede had gecreëerd te ontvluchten: “De esthetica verstikt me” zei hij privé en soms gaf hij uitdrukking aan een grote vreugde in het zoeken naar een vlucht in plaatsen waar anti-vormgeving en anti-esthetica heerste. “Dit is geweldig, hier kan je niets veranderen!” Hij hield van een eenvoudig maal of het verslinden van een heerlijke pastei. Maar de pastei moest er nog steeds goed uitzien om goed te smaken, een teken van het moeilijke dilemma van het honen van de esthetica, al was het voor een moment.

Een warm gevoel voor humor
Arne Jacobsen hield ook erg van kinderen en verzon regelmatig grappige streken. Voor hem waren eenvoudige open gelegde sandwiches veel te saai, dus stapelde hij lagen jam en kaas op elkaar in kwistige composities. De vrijgevige ontwerper kon een klein meisje stof geven voor een jurk van zijn eigen productie of hij kon appels meenemen uit zijn eigen tuin voor zijn staf in zijn studio.

Op sommige mensen kwam Jacobsen gereserveerd en vriendelijk over soms zelfs een beetje onhandig en verlegen. Arne Jacobsen's humor en afkeuring van zichzelf is duidelijk, bijvoorbeeld in zijn schetsen en handgetekende kerstkaarten aan intieme vrienden, of in de manier waarop hij zijn mening over onderwerpen (meestal van professionele aard) die hem na aan het hart lagen onder woorden bracht. Als kind al speelde hij graag de clown en gedurende zijn volwassen wording ging hij hiermee door en nam soms zotte weddenschappen aan, zoals het dragen van uitgeholde meloen als hoed.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 93.

Tweets by kunstbus