kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-12-2015 voor het laatst bewerkt.

Arnolfo di Cambio

Florentijns architect en beeldhouwer, ca. 1245 Colle di Val d'Elsa – 3 maart 1302 Florence.

Arnolfo di Cambio, ook wel bekend als Arnolfo di Lapo, was bekend van de Santa Maria del Fiore in Florence.

Arnolfo maakte grafmonumenten voor kardinaal de Braye (Orvieto) en de pausen Bonifatius VIII en Hadrianus V, verder o.m. een beeld van Karel van Anjou (Rome). Het beroemde beeld van Petrus in de Sint-Pieter te Rome wordt ook aan hem toegeschreven.

Als architect trad Arnolfo di Cambio op de voorgrond te Firenze bij de bouw van de nieuwe dom (1296-1302). Dit werk voltooide hij niet, maar vermoedelijk wel de Santa Croce. Arnolfo werd sterk beïnvloed door de plastiek van zijn Franse tijdgenoten en vond zelf met zijn praalgraven veel navolging. (Summa)

Biografie
Arnolfo had van zijn vader, Jacopo di Lapo, alles geleerd wat hij weten moest, toen deze in 1262 stierf. Meer nog genoot Arnolfo roem vanwege zijn andere leermeester: Cimabue.

Di Cambio was hoofdassistent van Nicola Pisano bij de realisatie van de de preekstoel te Siena. Na de voltooiing daarvan werkte hij voor Pisano aan het schrijn van Sint-Dominicus in de San Domenico te Bologna. Daarna werkte rond 1270 hij onafhankelijk in Perugia en Rome. Zijn kunst verenigt die van Nicola Pisano, de oudheid en de tradities van het middeleeuwse Rome.

Grafmonument voor Kardinaal de Braye, na 1282, marmer, Orvieto, Chiesa di San Domenico
Arnolfo di Cambio speelde een vruchtbare rol in de ontwikkeling van het 14de-eeuwse grafmonument. Een belangrijke stap is de zwaar verminkte en slecht gerestaureerde tombe van de Franse kardinaal de Braye die in 1282 overleed. Het monument werd verplaatst en mist in zijn huidige vorm de voltooiing met een gotisch architecturaal tabernakel. De majestueuze tronende Madonna, geïnspireerd op een klassieke godin, heerst over het hemelse koninkrijk. Daaronder naast de centrale inscriptie staan twee heiligen waarvan één (vermoedelijk Marcus, de patroonheilige van de overledene) de knielende kardinaal aan de Maagd aanbeveelt. Arnolfo heeft het funeraire portret monumentaal voorgesteld in de Franse traditie, waar de dode eveneens als een levende wordt voorgesteld. Onmiddellijk daaronder is de grafkamer. De gordijnen worden weggetrokken door twee diakens-engelen en laten ons zo het lichaam van de overledene zien. De dode ligt op een sarcofaag (niet een gerecycleerde uit de Oudheid zoals in andere tombes uit die tijd) met zuilen en aan de basis rijkelijk versierd met cosmati (polychroom mozaïek), wat als een soort leidmotief dient voor het hele monument. (wga)

Hij bouwde aan de buitenste stadsmuur van het snel uitdijende Florence. Daar bouwde hij later de Santa Croce, de praalgrafkerk van Michelangelo, Lorenzo Ghiberti, Galileo en Machiavelli, waar ook een lege tombe voor Dante staat.

Or San Michele
Op de plaats van deze kerk, gewijd aan S. Michele in Orto (de heilige Michael in de tuin), bevond zich in de 8e eeuw een oratorium voor Michael. In 1290 bouwde Arnolfo di Cambio er in opdracht van de comune een open zuilenhal, te gebruiken als korenmarkt. In 1304 werd dit gebouw door brand beschadigd. In deze hal herinnerden twee beeltenissen op de pijlers — van Michael en van de madonna — nog altijd aan het vroegere kerkje. Toen de Mariabeeltenis wonderdadig werd, zongen de gelovigen ‘laudi’ (lofzangen) te harer ere. Een broederschap werd gevormd, de Campagnia dei laudesi, sinds 1325 geleid door zes capitani, die steeds een nauwe band met de kerk hield.
In 1337 werd in opdracht van het stadsbestuur het huidige gebouw begonnen, oorspronkelijk weer een open zuilenhal, maar groter en meer geschikt voor de eredienst voor Maria. Bouwmeesters waren Francesco Talenti, Neri di Fioravante en Benci di Cione. (Zie artikel Or San Michele)

Chiesa di Santa Croce, 1294-1385, Firenze, Piazza Santa Croce
In 1294 werd de eerste steen gelegd van de franciscaner kerk van Santa Maria Croce. De bouwmeester van de dom, Arnolfo di Cambio, moest met de nieuwbouw niet alleen een kleinere, in 1222 nog tijdens het leven van Franciscus van Assisi, gebouwde kerk vervangen, maar bovendien de geweldige afmetingen van de Santa Maria Novella, waarmee de concurrerende orde van de dominicanen 50 jaar eerder in het noorden van de stad begonnen was, overtreffen.
Na een goede start waren de dwarsbeuk en het koor al kort na de eeuwwisseling voltooid, maar het werk duurde daarna nog tot 1385. De gevel bleef zelfs nog bijna vijf eeuwen lang zonder bekleding. Pas halfweg de 19de eeuw begon architect Niccolò Matas met de uitvoering en greep daarbij vermoedelijk terug op een eeuwenoud ontwerp. De voorzijde domineert sindsdien de oostkant van de grootse Piazza Santa Croce.

De dom Santa Maria Del Fiore
Daarna begon hij aan het ontwikkelen van een kathedraal, de Santa Maria del Fiore, waarvoor hij het ontwerp maakte. Tijdens zijn leven werd een begin gemaakt aan de fundamenten, maar na zijn dood moest er nog veel gebeuren. Arnolfo wilde een koepel, maar was niet op de hoogte van de technieken die daarvoor nodig waren. Fillippo Brunelleschi maakte uiteindelijk deze koepel.

De kathedraal van Florence (door de Italianen liefkozend Duomo genoemd) is de op 2 na grootste kerk van de wereld. Het moet de St. Pieter van Rome en de St. Paul van Londen voor laten gaan. Op 8 september 1296 is begonnen met de bouw door Arnolfo di Cambio. Op de plaats waar deze kathedraal verrezen is, stond voor 1296 de kerk van St. Reparata, wat de toenmalige kathedraal van Florence was.
Aangezien het een enorm bouwwerk was, men nog niet van die geavanceerde hulpmiddelen had en de levensverwachting een stuk lager lag dan tegenwoordig, hebben verschillend architecten aan de kathedraal gewerkt:
. In 1296 begon di Cambio, die stierf in 1302
. Vanaf 1302 tot 1331 lag de bouw stil
. In 1332 nam Giotto het over tot zijn dood in 1337
. Van 1337 tot 1357 was het de architect Andrea Pisano
. Vanaf 1357 namen Francesco Talenti en Lapo Ghini het roer over.

Pas in 1380 waren de drie middenpaden klaar, de apsis in 1421. De gehele kathedraal (inclusief de losstaande toren) is bekleed met roze, witte en groene marmer.
De kathedraal heeft 44 ramen, met gebrandschilderd glas hebben, en afbeeldingen uit de 14e en 15e eeuw. Ze beelden scènes uit van het Oude- en Nieuwe Testament, het leven van Christus en Maria. Onder de kunstenaars die hier aan gewerkt hebben zijn onder andere Donatello en Ghiberti te vinden.

Palazzo Vecchio
Het strenge en massieve stadspaleis, oorspronkelijk Palazzo della Signoria, werd gebruikt als zetel en ambtswoning voor de priori, de met het stadsbestuur belaste leiders van de gilden (signori). Tijdens hun tweemaandelijkse ambtstermijn mochten zij het paleis uitsluitend verlaten als hun functie dat vereiste. Ook de raden (consiglio speciale en consiglio generale del popolo) kwamen hier bijeen. In 1537 werd het paleis als residentie in gebruik genomen door Cosimo IMedici, de eerste hertog en groothertog van Toscane, en zijn zoon Francesco 1. Toen de latere Medici-groothertogen hun intrek namen in het Palazzo Pitt (26) kreeg het Palazzo della Signoria de naam Palazzo Vecchio (het oude paleis).
Het oudste gedeelte is het centrale voorste gedeelte met de toren. Het werd in 1299 door Arnolfo di Cambio begonnen en in 1314 voltooid. Uitbreidingen volgden in 1343, 1495 en 1511.

Websites:
. Arnolfo di Cambio en Orcagna, August Vermeylen, www.dbnl.org
. Belangrijkste bezienswaardigheden www.oliera.eu


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 32.