kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 26-08-2008 voor het laatst bewerkt.

August Endell

Duitse Jugendstil architect en ontwerper, geboren 12 april 1871 Berlijn - overleden 15 april 1925 aldaar.

Beïnvloed door de hervormingsideeën van John Ruskin (1819-1900) en William Morris, hadden Jugendstil ontwerpers als Hermann Obrist, Richard Riemerschmid en August Endell idealistischer doelstellingen dan andere vertegenwoordigers van de Art Nouveaustijl in Europa. Ze streefden niet alleen naar hervorming van de kunst, maar pleitten ook voor een terugkeer naar een eenvoudiger en minder commerciële levenswijze. Ze bezaten een jeugdoptimisme en eerbied voor de natuur, die duidelijk tot uiting kwam in hun werk. Net als hun tijdgenoten in Parijs en Brussel werden de Jugendstil ontwerpers geïnspireerd door de werking van de natuur, die onthuld werd door vorderingen in wetenschappelijk onderzoek en technologie.

In de jaren '90 van de 19e eeuw introduceerden Charles Rennie Mackintosh en vormgevers van de Weense groep Secessions, zoals Josef Maria Olbrich, geabstraheerde naturalistische vormen met ronde lijnen, terwijl anderen, zoals Hermann Obrist en August Endell, het gebruik van zweepslagmotieven invoerden. De wervelende plantenmotieven en zweepslagvormen van August Endell en Hermann Obrist werden direct beïnvloed door Karl Blossfeldts (1865-1932) fotografische studies van planten structuren, die opmerkelijke spiraalvormige groeipatronen toonden, en door de plantkundige tekeningen van Ernst Haeckel (1834-1919).

Endell vond dat ornamenten geen associaties mochten oproepen en dat naturalistische verwijzingen moesten worden vermeden: "Er bestaat geen grotere vergissing dan het idee dat de zorgvuldige verbeelding van de natuur kunst zou zijn."

Biografie
August Endell, zoon van een architect, studeerde wiskunde, filosofie en psychologie in Tübingen, waarna hij in 1892 naar München verhuisde om het werk van filosoof Theodor Lipps (1851-1914) te bestuderen. Tijdens zijn studies bleek echter al snel zijn voorkeur voor kunstnijverheid en architectuur, waarbij hij vooral geïnspireerd werd door Gaudi, Guimard en Hermann Obrist. Onder invloed van Hermann Obrist in 1896 verlegde hij zijn aandacht geheel naar de architectuur en de kunstnijverheid.

Toen de Secessie in Wenen plaats had, was in de Beierse hoofdstad München het nieuwe vuur al ontstoken. De in '94 op een tentoonstelling in München ingezonden vlammende textielontwerpen van de Zwitser Hermann Obrist waren de vonk in dit kruitvat. Zodra hij ze gezien had wierp Otto Eckmann zijn penseel weg en begon hij met zijn decoratieve tekeningen van lekkende vlampijpen op een wat sentimenteel-Duitse wijze. Ook Richard Riemerschmid liet eveneens het palet voor de sierkunst in de steek en August Endell werd de derde van het drietal voorgangers. Bernhard Pankok en Bruno Paul, Patriz Huber en Hans Christiansen, die als Eckmann zich van schilder tot kunstnijveraar bekeerden, zouden weldra volgen. De tijdschriften Jugend en in mindere mate Simplicissimus - Th.Th. Heine in de eerste plaats - maakten de nieuwe kunst spoedig populair. - (Endell leerde zichzelf het vak van architect aan en publiceerde tijdens zijn latere werk als docent vooral zijn visie op architectuur. In München begon hij met het maken van ontwerpen voor de kunstnijverheid en de boekversierkunst.

In 1897 kwam ook zijn eerste bouwwerk tot stand: de façade van het hofatelier Elvira (1896-1897) in München, dat met zijn decoratie, geïnspireerd op Obrists zweepslagstijl, een blijvende invloed zou uitoefenen op de Jugendstil. Dit deed hij in opdracht van zijn inspiratiebron en vriend Obrist. Het atelier werd in 1944 tijdens de Tweede Wereldoorlog vernietigd.

Hij raakt betrokken bij de Vereinigte Werkstätten in München en ontwerpt het sanatorium op het eiland Föhr. In deze periode produceerde hij ook illustraties voor het kunsttijdschrift Jugend, het literaire tijdschrift Pan (1897) en Dekorative Kunst. In 1898 publiceerde hij zijn eerste artikel over esthetiek, getiteld 'Um die Schönheit'.

In 1999 exposeerde hij sieraadontwerpen op de expositie van de Münchener Secession.

In 1901 trouwde hij met de kunstenares Barones Else von Freytag-Loringhoven waarmee hij in Berlijn ging wonen. In 1910 ging Else een vriend van haar man, Felix Paul Greve die in de Verenigde Staten verbleef achterna. - (kunstenaar en theoreticus was Endell vooral in zijn Münchense tijd van groot belang voor de Jugendstil. Hoewel Obrist een zeer sterke invloed op hem uitoefende, slaagde hij erin een totaal nieuwe, eigen stijl te vinden. Zijn ornamenten draaien niet meer om voorbeelden uit de natuur, maar bestaan uit een expressief spel van kleuren en vormen. In zijn Berlijnse periode ging hij over op een zakelijke, functionele vormgeving.

In de jaren na 1901 bouwde hij het Bunte Theater in een meer kleurrijke en expressieve stijl dan hij voorheen gedaan had en waarin hij afzag van de kronkelende vormen van de Jugendstil.

In 1903 ontwierp hij meubilair met gestileerde bladmotieven dat werd vervaardigd door Theophil Müller in de Werkstätten für Deutschen Hausrat in Dresden.

In 1904 richtte hij de Schule für Formenkunst op, die tien jaar zou bestaan. Ook publiceerde hij vele artikelen over ontwerp- en architectuurtheorie, waaronder Die Schönheit der Groftstadt (De schoonheid van de grote stad). Verder bouwde hij een aantal stadswoningen en villa's in Berlijn en Potsdam.

Aan het begin van W.O. I werd zijn naam geopperd als mogelijke opvolger van Henry van de Velde voor de functie van directeur aan de Kunstgewerbeschule in Weimar, maar Walter Gropius werd uiteindelijk gekozen.
Vanaf 1915 voerde Walter Gropius een briefwisseling met de leiding van de in Weimar door Henry van der Velde opgerichte en geleide kunstnijverheidsacademie. Van der Velde was afgetreden aan het begin van de Eerste Wereldoorlog en August Endell zag in Walter Gropius een geschikte opvolger. In 1915 werd de academie gesloten. Jaren van overleg volgden. In april 1919 kwam eindelijk de benoeming van Gropius tot leider van de academie, die hierbij van naam veranderde en een nieuw programma kreeg. Het Bauhausmanifest bevatte niet alleen een opsomming van verheven uitgangspunten, maar informeerde ook over doel, onderwijsprogramma en toelatingsvoorwaarden. Binnen korte tijd waren de eerste 150 aanmeldingen binnen.

Van 1918 tot aan zijn dood in 1925 was hij directeur van de Akademie für Kunst und Kunstgewerbe in Breslau (het huidige Wroclaw), waar hij zijn positie gebruikte om ervoor te zorgen dat er belangrijke hervormingen werden doorgevoerd in de manier van lesgeven.

Voorbeelden van zijn werk zijn het sanatorium op het eiland Föhr (1898), het Theater des Überbrettl in Berlijn (1901), de Neumannsche Festsäle (1905-1906), het woonhuis aan de Steinplatz (1906-1907). Verder zijn de tribunes en de daken van de Renbaan Berlijn-Mariendorf (1911-1912), die rusten op sierlijke, paddenstoelvormige kolommen, van zijn hand.

Zijn belangrijkste publicaties zijn Formschönheit und dekorative Kunst (1898) en Die Schönheit der Großstadt (1906).

Websites:
. Hackesche Höfe (architect Kurt Berndt. De gebouwen en de acht met elkaar verbonden binnenplaatsen beslaan 92 duizend vierkante meter. Net als bij de gangbare Mietskasernen zijn de huizenblokken bij de Hackesche Höfe zo gegroepeerd dat er een reeks aaneengesloten binnenplaatsen ontstaat, maar al bij het betreden van het eerste hof wordt duidelijk dat de Hackesche Höfe anders zijn. De Jugendstilgevels met kleurrijke mozaïeken zijn in 1906 ontworpen door de aanhanger van de Duitse Secession-stijl August Endell, die ook verantwoordelijk was voor het interieur van de gebouwen aan het hofje. - (www.duitslandweb.nl)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1360.