kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

brutalisme

Stroming in de moderne architectuur om het ruwe materiaal opzettelijk in de constructie te tonen. Door Le Corbusier geïntroduceerd begrip dat oorspronkelijk betrekking had op het gebruik van het ruwe onbeklede beton en in Engeland door de Smithsons werd toegepast. Het brutalisme staat voor een architectuur die recht doet aan het materiaal in zijn onbedekte vorm en de functionele relaties daardoor direct zichtbaar maakt.

Pre-Brutalisme
Voor Le Corbusier raakten aan het eind van de jaren '30 de uitdrukkingsmogelijkheden van de machine-esthetiek uitgeput. In plaats van de techniekwereld stond in zijn 'derde scheppingsperiode' hoofdzakelijk de terugkeer naar het oorspronkelijk leven op de voorgrond. Uitgedrukt werd deze nieuwe doelstelling door het gebruik van natuurlijke materialen, zoals natuurstenen, en van onbewerkte béton brut, bij welke hij de naden en de afdrukken van de spijkergaten zichtbaar liet en de zo sorteerde effecten voor ornamentale belangen nutte. Le Corbusier werd door deze manier van toepassing voorloper van het Internationale Brutalisme. In het weekendhuisje in Bologne-Sur-Seine (1935) refereerde hij met gemetselde schoorstenen, betonnen schaaldaken, plavuizen en een koeienhuid op de vloer rechtstreeks aan landelijke, vernacular bouwkunst, een trend die in de invloedrijke Maisons Jaoul (1955) werd voortgezet.

Ook in Italie zijn dergelijke pre-brutalistische stromingen te bespeuren, zoals Gio Ponti (1881-1979) en vooral Ernesto Rogers (1900-1969). Om het abstracte en schematische karakter van de moderne architectuur te overwinnen, zocht Rogers al voor de oorlog naar en manier om landelijke of atreekeigen bouwkunst te integreren in het modernisme. Zijn TBC-sanatorium in Legnano uit 1937 werd door de New-Brutalists na de oorlog als hun voorloper beschouwd vanwege het naakte gebruik van onbehandelde 'gewone' materialen, zoals stalen profielbalken en houten balken.

Mies van der Rohe begon in 1940 aan de ITT-gebouwen, rechte dozen met een sobere en precieze combinatie van onbehandelde stenen, staal en glas.

Modernisme, van weinig belang voor en onderdrukt tijdens de oorlog, word nu de hoofdstroming in de architectuur. Unite d' Habitation van Le Corbusier uit 1947 in Marseile, hoewel een wooncomplex, zou de bron worden voor een nieuwe esthetiek, die word toegepast bij veel openbare gebouwen in de jaren vijftig en zestig. De muren van de Unité waren van ruw beton dat de structuur liet zien van de bekisting die werd gebruikt voor het starten. Critici gebruikten het woord 'brutalistisch' om de expressieve kwaliteiten van het materiaal en Le Corbusiers gebruik ervan te omschrijven. Met de Unité d' Habitation in Marseille, ontstond in de periode van 1947 tot 1952 het indrukwekkendste voorbeeld van een machine om in te wonen, maar laat tegelijkertijd ook zien dat Le Corbusier de esthetiek van de machine, waarbinnen datzelfde idee ontstond, vol overtuiging had verlaten. Met het brutalisme breekt een nieuwe periode in zijn carrière aan.

Smithson, James Stirling

De Hunstanton-school uit 1949-1954, met een combinatie van een strenge formele Lay-Out en het openlijk tonen van leidingen, golfplaat, baksteen en staal, wordt algemeen beschouwd als een van de eerste canonieke werken van deze stroming.

De Smithsons vonden hun inspiratie in een allergie tegen de kleinburgerlijke, volkse versie van het modernisme dat in de Engelse wederopbouwperiode gemeengoed werd onder de benamingen 'New Humanism' en 'People's Detailing'. Tegenover die al te vriendelijke en goedbedoelende stijl van de verzorgings-staat stelden zij zichzelf als doel een vitale, rauwe en anti-esthetische architectuur te ontwikelen, met een niet-paternalistische volkse stijl. Het New Brutalism met zijn respect voor de intrinsieke waarde van elk materiaal beschouwde zichzelf als de voorsetters van een lijn die in het modernistische altijd aanwezig was geweest. De Smithsons verwezen naar Le Corbusier en Mies van der Rohe als hun grote voorbeelden.

Men vond het belangrijk om in de ontwerpen uit te gaan van de specifieke eigenschappen van de locatie. Verder was de confrontatie met de persoonlijke wensen van de opdrachtgever een goede ervaring. Sugden House en Paolozzi Studio House zijn schoolvoorbeelden van de eigenschappen van het Nieuwe Brutalisme. Cliff House en Losey House zijn het meest 'plaatsgebonden'. De materialen worden op 'brutalistische wijze' ingezet: direct, aards en zonder compromissen.

In de jaren vijftig werd er onder architecten in Engeland veel gediscussieerd over het New Brutalism. De Smithsons zeiden later, dat het New Brutalism voor hen 'direct' betekende, maar dat het voor anderen vaak synoniem was aan ruw, grof en oversized. Voor hen was het Brutalisme juist het tegenovergestelde; het moest passen in zijn omgeving.

Sugden House 1955-1956
Het huis stond op een kunstmatig opgeworpen platform dat uitkeek over de totale lengte van een diepliggende tuin. Typerend voor het huis was het hergebruik van baksteen, de gelijkvormige standaardramen, de identieke dakbalken, een no-nonsense bouw en een eenvoudig pannendak.

1955 'Maison Jaoul' van Le Corbusier betekende het begin van het brutalisme dat gekenmerkt werd door een robuuste materiaalkeuze, een vrijer gebruik van de ruimte en een eerlijke en sociaal verantwoorde architectuur.

Brutalisme - structuralisme
De internationale stroming werd weer vertaald in een Deense versie die vooral zijn toepassing kende in het veld van educatieve gebouwen. Degelijke, zware gebouwen werden opgevat als open, dynamische organismen die zich konden aanpassen aan groei en verandering van de maatschappij zonder daarbij het oorspronkelijke karakter van het gebouw aan te tasten. In de jaren zestig werd een gebouw dan ook niet langer als een afgewerkt geheel beschouwd, maar begon men geleidelijk aan te denken in termen van structuren, communicatiesystemen, flexibele open vormen. Dit structuralisme werd in Denemarken vooral ontwikkeld in de vorm van interne straatsystemen, vaak volgens een dambordpatroon. Door het naar binnen brengen van straten en pleinen met bijhorende buitenmaterialen, planten en water, daklicht, trachtte men de illusie te creëren van zich tussen de gebouwen te bevinden in plaats van er binnenin. Men hoopte zo het verdwijnen van de publieke buitenruimte door het toenemend autotransport te kunnen vervangen. Op gebied van de woningbouw resulteerde deze denkwijze in gesloten woningen als een wereld op zich, zonder enige band met hun omgeving. Het idee van flexibiliteit dat hier ontstond, zal in de jaren zeventig nog als een belangrijk thema naar voor komen.

Paolozzi Studio House 1959
Alison Smithson maakte het ontwerp voor de kunstenaar Eduardo Paolozzi, een beroemde Pop Art kunstenaar met wie de Smithsons sinds de jaren vijftig bevriend zijn en o.a. de Independent Group mee vormde. Het Paolozzi Studio House droeg de naam van de kunstenaar en was een vrijstaand huis met atelier. Het langgerekte huis bevond zich in een zacht glooiend heuvellandschap. De karakteristieken van dit glooiend heuvellandschap waren terug te vinden in de woning, zoals in de vloer met niveauverschillen. De kamers waren zo ingedeeld dat elke kamer voldoende daglicht zou krijgen en een goed uitzicht naar buiten zou bieden. De ramen en deuren hadden verschillende formaten en de bovenkanten lijnen met de steunbalken, zowel op de begane grond als op de eerste verdieping. Het dak was trapsgewijs vormgegeven, waardoor het huis ook aan de buitenkant onderdeel zou worden van zijn omgeving. Het gebruik van bouwmaterialen werd niet verdoezeld en de balkenconstructie is ook aan de buitenkant van het huis duidelijk zichtbaar.

Het Brutalisme werd haast synoniem voor het gebruik van enorme platen beton, zoals bij het kunstcentrum South Bank in Londen en het winkelcentrum in Cumbernauld, een New Town in de buurt van Glasgow, eens gezien als een mooie nieuwe wereld en nu verlaten. James Stirling werd ook een aanhanger van het Brutalisme. Hij gebruikte glas in plaats van beton als voornaamste expressieve materiaal voor zijn Technische Faculteit van de universiteit van Leicester (1959) en zijn bibliotheek van de Geschiedenisfaculteit in Cambridge (1964). Helaas maakt het 'broeikaseffect' in bepaalde delen van beide gebouwen het voor de studenten niet makkelijk om er te studeren.

Een ander meer brutalistisch gebruik van beton zag men in de VS voor het eerst met het Carpenter Centrum voor Beeldende Kunst in Harvard van Le Corbusier ut 1960. In het Carpenter Centrum, het enige gebouw van Le Corbusier in de VS dat is voltooid gebruikte hij veel van zijn standaard-motieven, zoals een betonnen rasterskelet en brise soleis (schaduwvormende elementen). Het licht enigszins ongemakkelijk naast de overheersende roodstenen gebouwen op Harvard.

In 1966, toen het brutalisme was uitgegroeid tot een architectuurstroming met ook buiten Engeland veel navolgers, definieerde Reyner Banham het in esthetische zin als de architectuur van ruwe, onbewerkte materialen, die zich bedient van een primitief of archaisch aandoende vormgeving met sterk gelede volumes van een prismatische duidelijkheid en die gebruikmaakt van een afleesbare en expressieve cunstructie. Hij karaktiseerde de gebouwen als in hoge mate autonoom en in zekere zin rauw en agressief door hun massa, zwaarte en plasticiteit.

architecten G.H.M. Holt en B. Bijvoet. Bijvoet ontwierp de Nijmeegse schouwburg in de stijl van het zgn. brutalisme; een bouwtrant die gekenmerkt wordt door de zakelijk functionele opzet, de heldere vormen van de verschillende ruimtes en hun onderlinge relaties, de zichtbare en expressieve betonconstructie met enkele sterk uitvergrote onderdelen (foyer op pilotis, waterspuwers, plantenbakken, entreeluifel), de ruwe materiaalafwerking en het achterwege laten van ornamentiek.
Met haar expressieve en contrastrijke ‘brutalistische' architectuur is de schouwburg een treffend en gaaf voorbeeld van een functionalistisch gebouw met een uitdrukkingsvolle vorm en een effectvolle ruimtelijkheid (naoorlogs modernisme in de geest van Le Corbusier), en daarmee representatief voor het gezamenlijke werk van de architecten G.H.M.
Holt en B. Bijvoet.

TU - Delft - De Aula
In korte tijd werden tussen 1960 en 1970 door een paar architecten de nieuwe gebouwen in moderne betonstijl ontworpen. Het werk van Van den Broek en Bakema viel op. Vooral de Aula was interessant en wordt gewaardeerd als een hoogtepunt van het brutalisme. Een uit het buitenland overgewaaide architectonische stijl die niet lang stand hield. De Aula is een waar voorbeeld van het brutalisme: ''het is een bruut en stevig gebouw, het lijkt wel een bunker.'' Veel onafgewerkt beton en vooral geen verf. Niet echt comfortabel, wel zeer bruikbaar voor universiteiten in een tijd dat het nog haarden waren van revoluties. Gebouwen die bestand waren tegen een stootje, waar aangeplakt papier niet stoorde, je door ramen naar binnen ging, er sliep en een brandje geen kwaad kon.

Functioneel Brutalisme
Rijksbouwmeester is ontworpen. Het ministeriegebouw van Financiën aan het Korte Voorhout in Den Haag is een ontwerp van Rijksbouwmeester Jo Vegter en Rijksgebouwendienstarchitect Mart Bolten.

Uitgaande van de structuur van enkele eerdere plannen komen Vegter en Bolten tot een ontwerp dat zich qua bouwhoogte schikt in de aansluitende historische bebouwing van de stad. Wat oppervlakte betreft werd echter een zeer grootschalig complex getekend. Met een relatief gesloten, strenge architectuur naar buiten (versterkt door het gebruik van onbehandeld beton in de gevels) en een open, transparante architectuur met groene binnenhoven aan de binnenzijde.

Vegter en Bolten waren in wezen architecten die architectonisch een gematigd traditionalistische opvatting hadden, waarbij ruim plaats was voor haast ambachtelijke details. In het complex is dit terug te vinden in de grote en integrale zorg voor die detaillering, materiaalkeuze en kleurgebruik. Een stevig contrast met de architectuur van beide architecten tot dan toe is echter het gebruik van de vooral in het Verenigd Koninkrijk ontstane architectuur van het zogenaamde Brutalisme. Het gebruik van in het zicht blijvend gewapend-beton en een zekere geslotenheid zijn enkele van de kenmerken. Binnen het oeuvre van de vooraanstaande architect Vegter, binnen het bouwen voor de Rijksoverheid maar zelfs binnen de hele Nederlandse architectuurgeschiedenis is het Brutalisme uiterst bijzonder. En ook omdat het uiteindelijke resultaat ook kwalitatief ver boven de middelmaat is, is enkel daarom al sprake van een cultuurhistorisch belangrijk complex.

De kwalitatief hoogwaardige status van het gebouw van Financiën wordt verder bepaald door de al genoemde afwerking en vormgeving van de interieurs. Ook de structuur is van hoge kwaliteit, met lange vista's over de gangen die door ‘pleintjes' met plafondeilanden steeds worden onderbroken. Uiterst fraai en waardevol is het effect van de grote vensters aan het einde van veel gangen. Sowieso is bij het gebouw zeer essentieel hoe vanuit de gangen en werkkamers steeds goede visuele relaties met buiten worden gelegd.

Ook de binnenplaatsen met hun speciaal ontworpen typische jaren-‘70-tuinen die het dak van de parkeergarage vormen bieden een aantrekkelijk uitzicht. Overigens is voor het exterieur van het gebouw, zowel aan de binnentuinen als aan de straatzijde, de relatief subtiele detaillering van de ramen van belang.

Voor de bouw zijn onder andere 34.000 kubieke meter beton, 3.200 ton staal en 1 miljoen stenen gebruikt. Het gebouw is één van de beste voorbeelden in Nederland van de bouwstijl Brutalisme. Kenmerk van Brutalisme is dat een gebouw aan de buiten- als aan de binnenkant laat zien hoe het gemaakt is en welke materialen hiervoor zijn gebruikt. Dit uit zich onder meer in het beton aan binnen- en buitenwerk en de maatvoering. In het hele ontwerp is een basistramien van 30 x 30 centimeter toegepast.

Relevante verwijzingen: brutalisme hebben zeker invloed gehad op het ontwerp en de constructie van het gebouw. Dragende delen van een constructie van gewapend beton liet men in die hoedanigheid zien door ze niet af te dekken met glasplanten of hardsteen. Het gewapend beton draagt de constructie door kolommen. De ruimte tussen de kolommen is opgevuld met andere elementen als regelwerk van hout en glas of steen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 391.