kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Carel Weeber

Nederlands architect (3 december 1937, Nijmegen).

Weeber staat bekend als fel tegenstander van de zogenaamde 'Nieuwe truttigheid' (structuralisme en organisch bouwen) in de Nederlandse architectuur, en ontwierp als tegenreactie hierop enkele kolossale gebouwen. Weeber werd bekend met zijn neo-rationalistische woningbouwprojecten. Kolossale wooncomplexen door velen bekritiseerd als "monotone, harteloze bouwwerken". Later bouwt hij neo-classicistische gebouwen en introduceert hij het "(Ge)wilde Wonen" waarmee Weeber pleit voor het bouwen van vrijstaande woningen door particulieren zonder overheidsbemoeienis met de ruimtelijke ordening.

De kleurenblinde Weeber werkt regelmatig samen met kunstenaar Peter Struycken.

Zijn bekendste gebouwen: het Nederlands Paviljoen in Osaka, de Peperklip in Rotterdam, de Penitentiaire Inrichting de Schie in Rotterdam, de Zwarte Madonna en de Struyck in Den Haag en Queens Towers in Amsterdam. Hij schreef vele publicaties en twee boeken (Het Wilde Wonen en Het versteende tentenkamp) en won in 1966 de Prix de Rome. Er verschenen twee boeken over zijn werk: Carel Weeber (1990) en Carel Weeber ‘ex’ architect (2003).

Biografie
1937 Carel (Carlos) José Maria Weeber werd in Nijmegen geboren, maar vertrok in zijn eerste levensjaar naar de Nederlandse Antillen.
1939 - 1955 Woonachtig op Curaçao
In 1955 keerde hij per boot terug naar Nederland.

1955 tot 1964 Studeerde architectuur aan de Technische Universiteit in Delft. Hij studeerde af bij Joop van den Broek.
1961 - 1962 Assistent ontwerper bij architectenbureau Groosman Rotterdam
1962 - 1964 Studentenassistent Faculteit Bouwkunde TUD
1955 - 1964 Bouwkundig Ingenieur TU Delft
1964 - 1970 Wetenschappelijk medewerker TU Delft
1965 - 1970 Stafdocent Academie van Bouwkunst Rotterdam
1966 - 1970 Docent Academie van Bouwkunst Amsterdam
1966 Prix de Rome, gouden medaille.
1967 - 2003 Weeber had diverse functies aan de faculteit Bouwkunde te Delft, waaronder hoogleraar (1969-75) en decaan (1976-77), meer dan 600 architecten zijn bij hem afgestudeerd.
1970 - 2003 Hoogleraar Faculteit der Bouwkunde TU Delft

1970 het Nederlandse paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Osaka met met Jaap Bakema.
1973, hij was toen hoogleraar, verscheen hij in een Porsche op een Vietnam-demonstratie.

1977 - 1987 werkzaam in een maatschap met HWT Architecten (Hoogstad, Schulze en Van Tilburg) te Rotterdam

1979 - 1982, woongebouw De Peperklip, Rosestraat, Rotterdam

Vensterpolder (Amsterdam 1982).

1982 - 1985, woongebouw "De Zwarte Madonna", Schedeldoekshaven, Den Haag
De Zwarte Madonna is een woongebouw in Den Haag. Het complex is een gesloten woonblok rond een binnentuin. Het bestaat uit 336 sociale huurwoningen, winkelruimten en een parkeergarage. Er zijn 2-, 3-, en 4-kamerwoningen. De buitenkant van het complex is bekleed met prefab betonelementen die bekleed zijn met zwarte tegels. De gevels aande binnenzijde - rond de binnentuin - zijn bekleed met witte panelen. Het woongebouw maakt deel uit van Weebers stedenbouwkundig plan voor het Spuikwartier. Sinds 2001 is het stadsbestuur van plan om het gebouw te slopen. Inmiddels is door de Duitse architect Hans Kollhoff een nieuw plan gemaakt voor dit gebied. Dit plan houd in dat er 2 nieuwe torens (146 meter) komen voor de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken. Tevens is er plaats voor een woontoren van 131 meter ontworpen door Rapp+Rapp.

Sikkensprijs (1983)

1985 - 1989, penitentiaire inrichting De Schie, Professor Jonkersweg 7, Rotterdam.

Nationale Staalprijs (1986) voor de metrostations in Spijkenisse.

In de periode 1988 - 1998 was hij partner in de Architekten Cie. Weeber.

Van 1992 tot 1998 was hij BNA-voorzitter. ook was hij oprichter van de stichting Hoogbouw en lid en voorzitter van de Rotterdamse Kunststichting, sectie architectuur, initiatiefnemer van onder meer de AIR (Architecture International Rotterdam) manifestaties. In zijn functie als hoogleraar was hij ook betrokken bij het initiatief tot een vervolgopleiding architectuur, wat later het Berlage Instituut zou worden.

1998 - 2001 Opleidingsdirecteur, vice decaan Faculteit Bouwkunde TU Delft

In 1979 verscheen mijn artikel “Geen architectuur zonder stedenbouw” als aanklacht tegen de Truttigheid, een extreme vorm van subjectieve stedenbouw. Daartegenover vroeg ik aandacht voor ‘objectieve stedenbouw’. Stedenbouw die onafhankelijk was van smaak, maar gebaseerd was op chaos, toeval, groei, geomorfologie en (smaakloze) geometrie. De middeleeuwse groeistad, Cerda’s Barcelona en Amerikaanse gridsteden dienden als voorbeelden. Het principe trok ik door tot de architectuur. Mijn eigen ontwerpmethode sloot hierop aan. Ik schakelde waar mogelijk subjectieve smaak uit en liet me leiden door externe invloeden zoals de vorm van bouwlocaties (Peperklip, Pompenburg), regelmaat en geometrie (Venserpolder en de Rotterdams gevangenis) en andere gevonden voorwerpen en voorbeelden (NOB studio’s te Hilversum en Queens Towers te Amsterdam). Joost Meeuwisse noemde het in zijn proefschrift ‘slappe gebouwen’ naar Dali’s horloges. Na twintig jaar ervaring als staatsarchitect verzette ik me in 1996 tegen de Nederlandse stedenbouw en woningbouw en introduceerde het Wilde Wonen. Wild omdat woningbouw zich moet kunnen ontrekken aan staatsregie (supervisoren) en staatssmaak (welstandscommissies). Beide acties hadden succes. Met de bouw van de Peperklip verdween met een klap de Truttigheid en het Wilde Wonen werd door VROM snel en braaf vertaald tot particulier opdrachtgeverschap. Woningbouw op welstandsvrije kavels verschijnen inmiddels overal en cataloguswoningen zijn in opmars.
Het (ge)Wilde Wonen in Almere is komend najaar de eerste grote manifestatie. Met TU-studenten bezocht ik in het verlengde van deze actualiteit vorig jaar enkele Argentijnse gridsteden met bijbehorende sloppenwijken. Deze zomer bezoek ik met TU-studenten New York als gridstad. Later is het Aziatische grid (China of Japan) aan de beurt. Een eerste publicatie “Het orthogonale labyrint” is onlangs in kleine oplage verschenen, een grotere is in voorbereiding. In de Indiase cultuur is het fenomeen “wild” (informele stedenbouw en versteende sloppenwijken) zeer dominant in confrontatie en kontrast met historische staatsarchitectuur (forten, tempels en paleizen) aanwezig. Informele stedenbouw en stedelijke chaos werden door mij beschreven voorbeelden van objectieve stedenbouw. Als gridstad passen Chandigarh en het geometrische New Delhi van Lutyens in deze theorie.
(motivering deelname reis India) (kunsten, vormgeving en bouwkunst (Fonds BKVB) in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV) een intensief geprogrammeerde studiereis van drie weken naar India. Twintig architecten, stedenbouwkundigen, theoretici, vormgevers en beeldend kunstenaars namen deel aan deze reis. Het initiatief tot de studiereis kwam voort uit het streven van het Fonds BKVB bij te dragen aan de bevordering van de bouwkunst in Nederland. (TU-Delft en bestuurlijk werk. Mijn laatste grote ontwerp is het kantoorgebouw Queens Towers aan de A10 te Amsterdam. Het zal mij niet verbazing als dit mijn laatste grote werk blijft. Met het aftreden als BNA voorzitter schreef ik mij uit protest tegen de wijze waarop architecten in dit land hun taak vervullen uit het Architectenregister. In dit licht moet ook mijn Wilde Wonen actie worden gezien. Mijn beide boekjes, het Versteende Tentenkamp en Het Wilde Wonen verschenen niet geheel bij toeval op dat moment. Deze actie is wat mij betreft van veel groter belang voor de ontwikkeling van Nederlandse architectuur dan mijn ontwerpen. Na vijf jaar intensief debat en veel publiciteit in de media, worden de gevolgen duidelijk zichtbaar. Regelmatig ben ik jurylid bij prijsvragen over dit onderwerp. De afgelopen drie jaar was ik de Opleidingsdirecteur van de Faculteit Bouwkunde TUDelft. Als zodanig was ik verantwoordelijk voor de komende onderwijsvernieuwing in het kader van de aanstaande Bachelor/Master opleiding. Op 1 juni liep deze benoeming af.
In overzichten van Nederlandse architectuur en stedenbouw wordt mijn werk sinds 1980 gekenmerkt als Rationeel (zie ook Honderd jaar Nederlandse architectuur, Barbieri en van Duin). Mijn generatie ligt tussen die van Hertzberger en Koolhaas en kent relatief weinig architecten die hebben bij gedragen aan de Nederlandse ontwikkeling. Miijn start ligt bij de democratiseringsbeweging en de stadsvernieuwing. Veel verbaal geweld, weinig ontwerp. Ik was naast mijn docentschap en architect (sinds 1970, resp. hoogleraar aan de TU en Osaka) betrokken bij oprichting de Stichting Nieuwe Woonvormen en van de Stichting Hoogbouw. Als voorzitter van de Sectie Architectuur van de Rotterdamse Kunststichting was ik een van de eerste opdrachtgevers van een grote serie buitenlandse architecten (Rossi, Kleihues, Ito, Kurakawa, Busquets, Wilson enz). (50 jaar in Nederland te hebben gewoond, keert Weeber in 2005 (per boot) terug naar Curaçao. Hij realiseert op dit eiland zijn eigen woning.

Maaskantprijs (2006)
De Rotterdam-Maaskantprijs wordt om het jaar uitgereikt als oeuvreprijs aan personen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de culturele beleving van architectuur of landschapsinrichting door hierover te publiceren, te doceren of andere stimulerende en sturende werkzaamheden uit te voeren. Bij Prof. ir Carel Weeber (Nijmegen 1937) was het en, en, en: hij publiceerde, hij doceerde, hij was bestuurder, polemist en ook nog eens in de praktijk werkzame architect.
Carel Weeber heeft zich, volgens de jury, "vol overgave gemengd in de discussies over de architectuur en is gedurende zijn loopbaan meermalen in staat geweest de richting van het debat te sturen. Hij heeft dat gedaan vanuit diverse benaderingen van de uitoefening van het vak (...). Weeber is uniek omdat hij in zijn activiteiten de volledige breedte van het vakgebied van architectuur bestrijkt: van ontwerper tot bestuurder, van polemist tot docent."
De jury van de Rotterdam-Maaskantprijs 2006 bestond uit Guusje ter Horst / burgemeester van Nijmegen (voorzitter), Lodewijk van Nieuwenhuijze / H+N+S Landschapsarchitecten Utrecht, Vincent van Rossem / architectuur historicus Amsterdam en Piet Vollaard / Archined Rotterdam. De prijs bestaat uit een geldbedrag van € 25.000 en € 35.000 voor 'een communicatieve uiting'. De prijs zal op 27 oktober 2006 in Rotterdam worden uitgereikt.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 31.