kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-01-2016 voor het laatst bewerkt.

centraalbouw

Centraalbouw

De centraalbouw had in de Romeinse architectuur veel minder functies dan de basilica. We vinden dit type terug in sommige ronde tempels, zoals in het onvergelijkelijke Pantheon in Rome, en vooral in mausolea, zoals het mausoleum van Galerius te Thessaloniki.

In een centraalbouw is verticaliteit het hoofdkenmerk. Dit wil zeggen: als we een denkbeeldige verticale as zouden trekken van het middelpunt van de vloer tot het middelpunt van de koepel, dan zouden alle onderdelen zich op een symmetrische wijze tot deze as verhouden. Als we bedenken dat we in een basilicale bouw een denkbeeldige horizontale as kunnen uitzetten, waartoe alle elementen zich symmetrisch verhouden, is het duidelijk dat beide bouwtypes diametraal tegenover elkaar staan.

In de christelijke architectuur werd de centraalbouw voor het eerst gebruikt voor martyriaplaatsen waar de relieken van heiligen werden bewaard, en baptisteria, kleine doopkerkjes die naast een grotere basilica werden gebouwd. Voor deze baptisteria werd steeds de octogoon (achthoek) als grondplan gebruikt, omdat het cijfer acht in verband werd gebracht met de nieuwe schepping door het doopsel: immers, op zeven dagen heeft God de wereld geschapen. Het cijfer acht staat dus voor de dag der Verrijzenis, voor het nieuwe verbond, waaraan de mens door het doopsel deel krijgt. Als voorbeelden gelden de baptisteria van de Arianen en de Orthodoxen in Ravenna.

In religieuze architectuur verwijst de koepel naar het uitspansel. Dat was reeds zo in het Romeinse Pantheon, waarvan de koepel zelfs bovenaan open is om het zonlicht toe te laten en onder verschillende hoeken over de cassettenbekleding te laten spelen.

Dat ook de christenen deze overkoepelde ruimte voor hun cultus hebben uitgekozen, wijst op een drang naar een transcendentale belevenis van hun vieringen. Als één geheel, zonder dat iemand er een bevoordeelde positie in bekleedt, treedt de gelovige gemeenschap in verbinding met God. Dat ze de centraalbouw om deze reden hebben verkozen, wordt niet alleen bevestigd door de teksten uit die tijd, maar ook door de grote inspanning die er werd geleverd om de centraalbouw te vergroten, om hem voor de cultus geschikt te maken. De verdere evolutie van dit bouwtype zal dan ook bestaan uit de oplossingen die voor dit probleem werden gezocht: De centraalbouw wordt aan één zijde voorzien van een basilicale uitbouw. Deze vorm werd vooral gebruikt op bedevaartplaatsen. De centraalbouw behoudt zijn functie van martyrium, maar de cultus wordt naar de basilica verschoven. De mooiste voorbeelden hiervan zijn de Verrijzeniskerk te Jeruzalem en de Geboortekerk te Bethlehem. In het martyrium van Symeon de Styliet te Kalat-Simün (een beroemde kluizenaar die bovenop een zuil heeft geleefd) in Syrië werden zelfs vier zijden van de centraalbouw basilicaal uitgebouwd.

Inschrijving: Met inschrijving bedoelen we het omringen van een centraalbouw door een grotere geometrische vorm, bvb. een octogoon wordt ingeschreven in een grotere octogoon, een cirkel in een vierkant, enz... In plaats van de centrale ruimte door muren af te sluiten, wordt ze geopend door arcaden van zuilen of pijlers. Zo ontstaat er een rondgang rond het centrale gedeelte.
Hoe meer ruimte onder de koepel naar de omringende ruimten is geopend, hoe groter het eenheidskarakter van het gebouw wordt. De ruimten vloeien dan immers in elkaar over. Daarom werd er naar een middel gezocht om de koepel op te richten boven een vierkant grondvlak. Zo wordt de doorgang naar de omschrijvende ruimten het minst belemmerd. Hiervoor was er een techniek ontwikkeld in de bouwkunst van het Perzische Sassaniedenrijk. In het begin van de 6de eeuw maken de Byzantijnse bouwmeesters er zich meester van en ontwikkelen het procédé tot in de perfectie. De techniek bestaat er in dat de ruimte tussen het vierkant van het grondvlak en de cirkel van de koepel overbrugd wordt. Dit kan gebeuren door trompen of pendentieven.

Bij trompen wordt de ruimte tussen de hoek van het vierkant en de koepel opgevuld door een nisvormige opmetseling. Bij pendentieven wordt de ruimte overbrugd door een sferische driehoek. Hierdoor komt er een ideale afleiding van de druk van de koepel tot stand, waardoor de constructie uitermate licht kan worden. Vandaar dat de eerste aanschouwers van de Aya Sofia te Constantinopel konden verklaren dat de reusachtige koepel hen de indruk gaf te zweven. Het centrale vierkant is immers helemaal geopend door hoge bogen, waarop direct de aanzet van de koepel aansluit. De ruimte vormt één geheel, de opwaartse stuwing van de blik is volkomen en de eenheid met de omschrijvende ruimten wordt nergens gestoord.

De koepel op pendentieven was de meest volkomen oplossing, maar de trompen werden toch nog gebruikt. Voor de schilderkunst boden ze een bijkomend voordeel, omdat een tromp in zichzelf reeds een grote diepte heeft en de schildering automatisch een zekere ruimtewerking verleent. De mozaïeken in de trompen van het katholikon te Daphni (ca. 1100) zouden dit duidelijk bewijzen.

De lichtheid van de Byzantijnse constructies kwam tot stand door het zeer lichte materiaal dat werd gebruikt, zoals baksteen voor de muren, holle pannen en kruiken voor de koepeloverspanning. Toen de techniek van het pendentief was overwonnen, werden allerlei kerken van koepels voorzien. In de kerk van de Heilige Apostelen te Constantinopel werden alle armen van het kruisvormig grondplan overkoepeld. Dit was het voorbeeld voor de Justiniaanse kerk te Ephese, gewijd aan Johannes de Theoloog. Het principe zou zijn weg vinden naar de San Marco in Venetië, en zelfs naar de Romaanse Saint-Front te Périgueux (Frankrijk).

Doch de koepel krijgt pas zijn volle betekenis, wanneer er slechts één de ruimte overspant. Zo gaat de blik automatisch omhoog en wordt het transcendente karakter van de eredienst beklemtoond. De belangrijkste voorbeelden stammen uit de Justiniaanse tijd, nl. de Sergius- en Bacchuskerk te Constantinopel en de San Vitale te Ravenna. De Aya Sofia is een volkomen uniek bouwwerk, dat de functies van basilica en centraalbouw in zich verenigt. Als synthese van twee bouwkundige tradities, zou de Aya Sofia tevens het symbool worden van de vereniging tussen het immanente en het transcendente aspect van de christelijke godsdienst. (MAES, 9-11)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1570.