kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 15-01-2009 voor het laatst bewerkt.

Charles Jencks

Amerikaanse architectuurtheoreticus, landschapsarchitect en designer, geboren in 1939 te Baltimore, Maryland.

Charles Jencks is een bekende architectuurhistoricus. Met name het helder en eenduidig analyseren en categoriseren van moderne ontwikkelingen in de architectuur heeft daarbij zijn aandacht. Jencks schreef verscheidene boeken over de geschiedenis van, en kritiek op Modernisme en Postmodernisme, waaronder Adhocism (1972), Modern Movements in Architecture (1972), The Language of Post-Modern Architecture (1977) en Post-Modern Classicism (1980) die veel worden gelezen in architectuur kringen en daarbuiten.

Hoewel de term postmodern niet door hem werd geïntroduceerd, wordt algemeen aangenomen dat zijn boek 'The Language of Postmodern Architecture' uit 1977 het gebruik van de term in relatie tot architectuur sterk heeft gepopulariseerd. Hij definieerde Postmodernisme als een 'populistische, pluralistische kunst, die onmiddellijk communiceert'.

Charles Jencks gebruikte de term postmodernisme voor het eerst in het tijdschrift “Architectural Association Quarterly” van oktober 1975. Hij schreef daarin een artikel onder de titel “The Rise of a Most-Modern Architecture”, waarin ondermeer gezegd wordt dat de trend al opduikt in de 60er jaren.

Postmodernisme in de architectuur
Een exacte omschrijving van de stijl is niet mogelijk omdat hij een kaleidoscoop omvat aan architecturale vormen, soms zelfs binnen in één gebouw. Postmodernisme is op een manier de wedergeboorte van eclecticisme en pluralisme in de architectuur. De stijl verwierp het modernisme en functionalisme en vooram de idee dat de vorm uitsluitend door de functie bepaald zou moeten worden. Postmodernisten verweefden elementen uit oudere stijlen met nieuwe technieken en kregen zo een nieuwe, verbeeldingskrachtige en soms ook ironische visuele taal. (“Less is a bore”)
Grote namen: Michael Graves, Charles Moore, James Stirling, Robert Venturi.
- (Charles Jencks heeft zich een plaats verworven binnen de Engelse landschapsarchitectuur. Zijn landschapswerk is geïnspireerd door fractals, genetica, chaos theorie, golven en solitons. In Edinburgh, Scotland, ontwierp hij de "Landform" in de tuinen van de Scottish National Gallery of Modern Art. Deze thema's zijn onderzocht in zijn eigen tuin, de "Garden of Cosmic Speculation", Portrack House bij Dumfries.

Daarnaast werkt hij als meubelontwerper en beeldhouwer, van onder andere "DNA Sculpture" in de Londense Kew Gardens in 2003.

Zijn overleden echtgenote, Maggie Keswick Jencks was de initiatiefneemster van de Maggie's cancer caring centres, waarvoor ze tevens de tuinen ontwierp; daarnaast schreef ze een boek over Chinese tuinen.

Biografie
Charles Alexander Jencks studeerde eerst Engelse literatuur aan de Harvard-universiteit, later behaalde hij een master in architectuur aan de Graduate School of Design in 1965. Hij heeft tevens een PhD (een doctoraat) in architectuurgeschiedenis behaald aan de University College, Londen.

Vanaf 1968 gaf hij les aan de Architectural Association in Londen. Vanaf 1974 gaf hij les aan de universiteit van Californië in Los Angeles.

In de jaren zeventig begon hij als propagandist van het postmodernisme, dat volgens hem door 'dubbele codering' voor zowel het grote publiek als voor critici en architecten zelf interessant kon zijn. Zo bood het postmodernisme een alternatief voor de doodse, modernistische architectuur die alleen door een elite van ingewijden werd gewaardeerd. - (Modernisme van de jaren '60, geïnspireerd door de architectuur van Le Corbusier en Ludwig Mies van der Rohe, 'stomme dozen' en pleitte voor een nieuwe architectonische taal die de behoudende banaliteit van het Modernisme zou tegengaan. Hij geloofde in dubbelcodering van gebouwen met symbolische verwijzingen om ze niet alleen aantrekkelijk te maken voor de "belangstellende minderheid die zich interesseert voor specifieke architectonische problemen", maar ook voor het grote publiek dat zich meer bezighoudt met "kwesties van comfort, traditionele bouwmethoden en hun levensstijl".

Museum bezit sinds 2002 elf zilveren thee- en koffieserviezen, ontworpen door verschillende architecten. De uitvoering stond onder supervisie van Alessandro Mendini en geproduceerd door Alessi, in 1981.
De serie Tea & Coffee Piazza behoort tot de eerste projecten die Mendini als art director voor Alessi heeft gerealiseerd. In 1979 kregen elf vooraanstaande min of meer ‘postmoderne Architecten ' de opdracht om een thee- en koffieservies te ontwerpen. Het ontwerp moest uitgaan van het idee van een marktplein (het dienblad) met daarop bebouwing ( theekan, koffiekan etc.)
De Architecten werden gevraagd een beeldend statement te leveren in het debat over Postmodernisme. Dit beeldend statement moest in de Vorm van miniarchitectuur, waarin Architectuur, Design, industriële productie en ambachtelijk handwerk met elkaar worden gecombineerd.
Van deze elf serviezen werden er in 2001 zes met steun van de Vereniging Rembrandt door het Groninger Museum aangekocht. Het zijn de ontwerpen van Hans Hollein, Alessandro Mendini, Aldo Rossi, Stanley Tigerman, Robert Venturi en Kazuma Yamashita.
De serviezen van Michael Graves, Charles Jencks en Oscar Tusquets waren in 1989 al door het Museum verworven. De resterende twee serviezen van Richard Meier en Paolo Portoghesi werden onlangs met steun van een particulier aangekocht. Ieder servies is in oplage van 99 vervaardigd.
Het Groninger Museum en het Victoria & Albert Museum in Londen zijn de enige Musea die de serie compleet hebben.

Het servies van Charles Jencks is veel gepubliceerd, niet in het minst doordat van Jencks veel gezaghebbende publicaties verschenen in de jaren tachtig. Jencks’ faam als publicist van het postmodernisme heeft ongetwijfeld meegespeeld in de keuze van Mendini voor het Tea & Coffee Piazza; hij had nauwelijks iets ontworpen.
Het zilveren theeservies van Charles Jencks bestaat uit vier gelijkwaardige voorwerpen: vier zuilen, gebaseerd op klassieke vormentaal, op een rij. Het oogt niet als een plein met gebouwen, maar als een zuilengalerij voor een gebouw. In tegenstelling tot de klassieke orde en harmonie zijn de vier object-zuiltjes sterk verschillend en benadrukken ze meer een onvoltooid groeiproces dan een voorbeeld van een tijdloze standaard.
Dit fantasierijke spel met citaten uit de klassieke architectuurgeschiedenis, toegepast in een gebruiksvoorwerp, in een goed voorbeeld van het postmodernisme zoals Jencks dat zelf beschreef. In zijn boeken The Language of Postmodern Architecture (1977) en in Postmodern Classicism (1980) nam hij stelling tegen de strakke lijnen en het fantasieloos herhalen van het modernisme - de blokkendozen van de nieuwe zakelijkheid. Het postmodernisme wil graag citaten en metaforen, een vrij gebruik van klassieke stijlen maar dan niet in de ideale verhoudingen. Zo zijn de zuilen van Jencks’ theeservies uit hun oorspronkelijke verband gehaalde citaten die op een geheel nieuw terrein toegepast zijn. Het ‘gebouw’ ontbreekt, de zuilen zelf zijn mini-architectuur geworden en bovendien gebruiksvoorwerp. - (House in Londen gebouwd in 1983 in samenwerking met Terry Farrell Partnership.

Websites:
. Charles Jencks: Heteropolis. Los Angeles. The riots and the strange beauty of hetero-architecture. Charles Jencks: The Architecture of the Jumping Universe. www.nrcboeken.nl
. www.nrcboeken.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1789.