kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Chris Wegerif

Chris Wegerif (en Agathe Wegerif)

Nederlandse beeldhouwer, meubelontwerper, interieurontwerper, architect en aannemer, geboren 6 oktober 1859 Apeldoorn - overleden 27 september 1920 Amsterdam.

Chris Wegerif had in 1885 Apeldoornse aannemersbedrijf van zijn vader overgenomen en bouwde een aantal villa's in Apeldoorn. Daarnaast ontwierp en maakte hij meubels en interieurs.

Agathe Johanna Gravestein (24 februari 1867 Vlissingen - 16 december 1944 Laren, Noord-Holland), huwde in 1890 te Apeldoorn met Chris Wegerif. Agathe Wegerif-Gravestein (Agathe Wegerif) was schilder, ontwerper, batikkunstenaar, kunstnijveraar, sierkunstenaar en directrice van batikateliers Arts and Crafts en van 1902 tot 1905 van de Nederlandse Kantwerkschool in Apeldoorn. Agathe werd beïnvloed door Johan Thorn Prikker. Zij vormde zichzelf tot sierkunstenares en woonde en werkte in Den Haag tot 1879, dan in Apeldoorn tot 1921, van daar naar Oostenrijk en vervolgens Laren (N.H.).
Agathe Wegerif raakte rond 1893 net als haar man geïnteresseerd in de nieuwste ontwikkelingen in de beeldende kunst en kunstnijverheid; maakte zich de batiktechniek eigen en zette in 1898 in Apeldoorn batikwerkplaatsen op.

Het huis van de Wegerifs in Apeldoorn was een centrum voor samenkomst van schilders, letterkundigen en andere kunstenaars uit binnen en buitenland. Onder andere Marius Bauer, Henri van der Velde, Peter Behrens, Lauweriks, Josef Hoffmann, Toorop, K.P.C. De Bazel, Frederik van Eeden en Johan Thorn Prikker waren er regelmatig gast.

Met zijn vrouw Agathe Wegerif en J. Thorn Prikker neemt Chris het initiatief tot het oprichten van de firma Arts en Crafts in Den Haag in 1898, waaraan Thorn Prikker tot 1900 verbonden bleef. De kunsthandel in Den Haag was in Nederland het verkoopcentrum van de meer florale en curvilinaire richting in de Nieuwe Kunst. Er waren nauwe contacten met bekende kunstenaars als Lebeau en van der Sluijs. De winkel had een beetje het karakter van La maison Bing in Parijs.

In juni 1899 lokt Thorn Prikkers tentoonstelling van batiks bij Arts and Crafts discussie uit onder kunstcritici over Thorn Prikkers artistieke kwaliteiten. In november verlaat Thorn Prikker Arts and Crafts na onenigheid met Agatha Wegerif-Gravenstein met wie hij samenwerkte aan de Batiks.
De artistieke leiding werd hierop overgenomen door Chris Wegerif, die zich niet zoals Thorn Prikker alleen liet inspireren door de abstracte lijnvoering van de art nouveau van de Belgische architect Henry Van de Velde, maar eerder door vernieuwingsbewegingen uit Glasgow, Darmstadt en Wenen.
Rond 1900 begon Wegerif ook zelf te ontwerpen, in een stijl die het midden houdt tussen de vloeiende lijnbeweging van de Belgische Art Nouveau en de abstract-geometrische vormentaal van de Weense Secession. De rijkversierde meubels die Wegerif ontwierp, met inlegwerk en veel ronde vormen, werden door Jac. Van den Bosch, vertegenwoordiger van de rationalistische, Amsterdamse variant van de Nieuwe Kunst, afgedaan als modieuze kunstnijverheid.
Ondanks dat de bij Arts and Crafts vervaardigde meubelen, in tegenstelling tot in Nederland, in het buitenland zeer werden gewaardeerd ging de onderneming in 1904 toch failliet.

Interieur voor Dhr. en Mw. Hannema-de StuersArts and Crafts, Den Haag, 1901
In 1901 richtten Wegerif en zijn echtgenote het huis in van de uit Batavia teruggekeerde familie Hannema-de Stuers. Het in het kostbare teakhout uitgevoerde ameublement met gebatikte bekledingstoffen zal de gebruikers ongetwijfeld aangenaam herinnerd hebben aan hun koloniale verleden. - (Arts and Crafts het batikatelier in hun woonplaats Apeldoorn, waar tevens de meubelmakerij gevestigd was. In 1902 kreeg zij daar ook de leiding over een kantklosschool. Agathe voerde veel ontwerpen uit van anderen (onder meer van Thorn Prikker en Chris Lebeau), maar geleidelijk aan ontwierp ze steeds meer zelf. Met haar man werkte ze samen aan de vervaardiging van meubelbekleding - het batikken van ribfluweel en trijp was een van haar specialiteiten. Met haar vrije werk ('fantastische batiks' en schilderijen), na 1910 in een expressieve, geabstraheerde stijl vervaardigd, kreeg ze internationale erkenning.

Pieter Puijpe
Naast zijn leraarschap trad Puijpe in dienst als houtsnijder bij meubelontwerper, architect en aannemer Chris Wegerif. Chris Wegerif en zijn vrouw Agathe hadden in Apeldoorn een kunsthandel opgericht en zij verzamelden allerlei Apeldoornse kunstenaars om zich heen. Puijpe en Wegerif werden goede vrienden en Wegerif ontwierp in 1909 voor Pijpe een huis met atelier. Het huis zit vol met verwijzingen naar de Zeeuwse achtergrond van Pieter en vooral zijn vrouw, Francina Buijs, die haar hele leven in Zeeuwse klederdracht door Apeldoorn bleef lopen. - (vorm gekregen. Onder de punt van het dak is aan voor-en achterzijde de Zeeuwse knoop in gestileerde vorm uitgebeiteld. Dezelfde folkloristische versieringen komen we in het in- en exterieur veelvuldig tegen. De Zeeuwse muts, de mutsspelden, oorijzers, druppelparels, 'strikken', kralenkettingen en -sloten van Zeeuwse boerinnen springen als ongewone Jugendstil ornamentiek in het oog.
Wie zich nu een onmogelijk stuk kitsch vol tierelantijnen voorstelt heeft het mis. Het woonhuis in de Apeldoornse Tutein Noltheniuslaan 14 ooit bewoond door de beeldhouwer Pieter Puype (1874-1942) is zelfs in een zakelijke stijl gebouwd, slechts verzacht door zijn versieringen. Zeker vergeleken bij de omringende villa's die aan het begin van de twintigste eeuw in deze parkachtige omgeving verrezen, vormen de contouren van De Zeeuwsche Knoop een toonbeeld van strakke eenvoud. De hele wijk is om zijn uniek architectonisch karakter thans beschermd gebied.
De beeldhouwer Pieter Puype was de zoon van een houtsnijder uit Souburg. Hij volgde een opleiding aan de Rijksschool voor kunstnijverheid en de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Onder druk van de economische omstandigheden vertrok hij met zijn vrouw - die altijd haar Zeeuwse klederdracht zou blijven dragen - en kinderen naar Apeldoorn waar hij als tekenleraar aan de ambachtsschool aan de slag kon. Door de nabijheid van Paleis Het Loo waarin de jonge koningin Wilhelmina woonde, had het Veluwse dorp aantrekkingskracht op beter gesitueerden en maakte in deze jaren een explosieve groei door.
Puype werkte om wat bij te verdienen als houtsnijder in de meubelwerkplaats van architect/aannemer Chris Wegerif (1859-1920) die in 1898 de Haagse kunsthandel Arts and Crafts op de Kneuterdijk had opgericht. Met zijn vrouw Agathe verhandelde Wegerif spraakmakende Art Nouveau kunstnijverheid artikelen. Het Apeldoornse huis van dit inspirerende echtpaar stond open voor jonge kunstenaars als Thorn Prikker, Willem Bauer, Lion Cachet, Frederik van Eeden etc. De veelzijdige Chris Wegerif sloot vriendschap met zijn Zeeuwse houtsnijder en ontwierp voor hem een atelierwoning op een voordelig, langwerpig perceel aan een nog onbebouwd zandpad bij een beek.
Zandpad en beek zijn inmiddels verdwenen maar de atelierwoning is stijlzuiver bewaard gebleven. Het bescheiden bakstenen huis (oorspronkelijk slechts 8 X 11 meter) is voorzien van pleisterwerk. De opvallende raam - en deuromlijstingen van Bentheimer zandsteen zijn vanaf de straat goed te zien zijn. Overal bracht de architect de toen zo modieuze trapeziumvorm aan: boven deuren, in deurpanelen en in het interieur. Aan weerszijden van de voordeur met klinknagels, schijnen twee pilasters de omlijsting te torsen. Naast een
trapeziumvormig glas-in-lood venstertje met Zeeuwse knoop in de voorgevel, zijn op de schouderstukken in laagreliëf Zeeuwse mutsen en sieraden uit Walcheren zichtbaar. Links zien we de initialen CW van de architect Chris Wegerif en rechts PP van de ornamenteur en bewoner Pieter Puype en het bouwjaar: 1909.
De hal is niet groot maar ademt de sfeer van de tijd: mooie trapsgewijze vormen langs de spil van de trap, een zacht licht dat door de glas-in-lood ruitjes naar binnen valt en een eenvoudig balkenplafond. Tegen de muur rechts is een tegeltableau aangebracht in geel, paars, wit en zwart gedecoreerd met Zeeuwse figuurtjes.
Aanvankelijk werd het huis doorsneden door een gang met links het atelier van de beeldhouwer en rechts de woonkamer en keuken van het grote gezin. Toen Puype in 1913 over een gedempt stuk van de beek een apart atelier liet bouwen - zijn reliëfportret is nog in de top tegen de buitenmuur zien - werd er van de afzonderlijke ruimtes van het woonhuis één groot vertrek gemaakt. De hoog geplaatste atelierramen met hun gebogen stalraam-vorm bleven bewaard. Boven de deur naar het voormalig atelier hangt een van tekst voorzien eikenhouten paneel, waarin Puype het Zeeuwse Pinksterdrie-ringrijden heeft gesneden.
De open haardpartij met zijn trapeziumvorm, paars-gele tegeltjes en pilasters trekt in het interieur alle aandacht. In de strenge, donkere steensoort zijn speelse motieven uitgebeiteld: dansende meisjes om een meiboom. De ruimte boven de schouw heeft een iets verlaagd balkenplafond dat door twee witte kolommen wordt gedragen. Onder de witte verf zijn oudere Zeeuws-rode verflagen te zien.
Links van de haard bevindt zich een curieuze wandkast met ronde, vierkante en rechthoekige ruitjes. De deur aan de andere kant van de haard - die toegang geeft tot de gemoderniseerde keuken - is veel soberder. Rechts is een kleine, koepelvormige erker aangebouwd met hoog geplaatste glas-in-loodraampjes. Ze boden zicht op het bedienden- en leverancierspaadje dat naar de keukendeur leidde. De overige bovenlichten van de woonkamer zijn ingezet met heel fijne gebrandschilderde glazen, waarin tientallen malen Zeeuwse kralenkettingen en andere Zeeuwse opschik terugkomen.
Op het nabije Loo kwam Koningin Wilhelmina ter ore welke architectonische nouveauté zich in haar woonplaats bevond. Met Prins Hendrik bracht ze Pieter Puype en diens in klederdracht gehulde echtgenote een bezoek. De koningin nam zelfs enkele tekenlessen bij Puype.
De grotere opdrachten lieten nu niet lang op zich wachten: Puype schiep voor de gemeente Apeldoorn o.m. een Herinneringsbank met het portret van burgemeester Tutein Nolthenius en een bronzen buste van koning Willem I op het Raadhuisplein. De meest interessante schepping blijft zijn eigen atelierwoning met zijn wonderlijke Zeeuwse decoraties: een monument van heimwee. - (Chris Wegerif was aan het eind van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw vooral een bekende aannemer, die niet alleen veel bouwde in zijn woonplaats maar ook elders in het land veel grote opdrachten kreeg. Op latere leeftijd richtte hij zich vooral op architectuur en ontwierp hij diverse villa’s in de binnenstad en in Berg en Bos. Zijn belangrijkste villa bouwde Chris Wegerif echter niet in Apeldoorn, maar in Den Haag, voor zijn zoon Han met wie hij in die stad het architectenbureau Han en C. Wegerif had opgericht. Deze villa, Sub Rosa, aan de toenmalige Stadhouderslaan, werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers afgebroken, op het terrein is later het Congresgebouw (1963) van J.J.P. Oud gebouwd.

Oom Chris Wegerif en zijn jongere neef Henk Wegerif
Architecten als Chris Wegerif en zijn neef Ahasverus (Henk) Wegerif plaatsten Apeldoorn architectonisch op de kaart. Als architect — zo mogen we gerust vaststellen - overtrof Henk Wegerif zijn oom. Hij ontwierp vele villa’s, in de binnenstad, in Berg en Bos en ook aan de rand van het centrum, in de Indische Buurt. Maar zijn beste ontwerpen maakte hij toch in zijn Haagse jaren, in de tweede helft van de jaren twintig en de jaren dertig. Het is daarom niet verwonderlijk dat in literatuur over Henk Wegerifs werk zijn Haagse tijd meer aandacht krijgt dan zijn Apeldoornse prestaties. Jammer is dat zijn ideeën voor een schouwburg met een concert- en toneelzaal, in 1923 op papier gezet, niet gerealiseerd konden worden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1989.