kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

CIAM

CIAM (1928-1956/59)

CIAM (afk. v. Congrès Internationaux d'Architecture Moderne), een in 1928 te La Sarraz (Zwitserland) door toedoen van Siegfried Giedion en Le Corbusier gestichte organisatie van architecten tot internationale bundeling van krachten bij het opstellen van richtlijnen tot vernieuwing van de architectuur, rekening houdend met technische, economische en sociale problemen. Zij vonden het noodzakelijk dat de moderne architecten hun krachten zouden bundelen om zo een gezamenlijk blok te vormen tegen de traditionele stromingen. De organisatie zou vooral na 1945 veel invloed hebben.

In 1928, toen de International Federation for housing and Town Planning zijn tiende congres hield en de CIA zijn twaalfde voorbereidde, werd in La Sarraz, Zwitserland, de CIAM opgericht, een vereniging van moderne architecten met een specifiek probleem, waarvoor zij in beide eerste verenigingen zeker geen gehoor zouden krijgen: hun moeite om opdrachtgevers, particulieren zowel als overheden, er van te overtuigen dat hun architectuur beter was dan de gebruikelijke traditionele: in technisch, economisch, hygienisch, esthetisch en ideologisch opzicht beter.

Volgens de in 1929 opgestelde statuten waren de doelstellingen: de actuele problematiek van de bouwkunst af te lijnen, haar ideaal voor de eigen tijd opnieuw te formuleren, dit op technisch, economisch en sociaal gebied te doen doorwerken en de praktische oplossingen kritisch te begeleiden.

De CIAM beweging bestond uit architekten en stedebouwkundigen, die bijeen kwamen in internationale congressen. De ideeën die zij ontwikkelde waren toonaangevend in Europa en zijn terug te vinden in een groot deel van onze omgeving die de laatste decennia zijn gebouwd. Bij de leden van het eerste uur hoorden o.a. Le Corbusier, Siegfried Giedion, Gropius, Karl Moser, Victor Bourgeois, Pierre Chareau, Josef Frank, Gabriel Guevrekian, Max Ernst Haefeli, Hugo Häring, Arnold Höchel, Huib Hoste, Pierre Jeanneret (neef van Le Corbusier), André Lurçat, Ernst May, Fernando García Mercadal, Hannes Meyer, Werner Max Moser, Carlo Enrico Rava, Gerrit Rietveld, Alberto Sartoris, Hans Schmidt, Mart Stam, Rudolf Steiger, Henri-Robert Von der Mühll, and Juan de Zavala. Anders belangrijke architecten die zich later aansloten zijn Alvar Aalto, Hendrik Petrus Berlage en Van Eesteren.

Nederlandse leden waren Berlage, Van Eesteren, Gerrit Thomas Rietveld en M. Stam. De Nederlandse architectenverenigingen De 8 en Opbouw sloten zich aan bij het internationale Nieuwe Bouwen van CIAM en presenteerden diverse ontwerpen op de bijeenkomsten.

De vereniging propageerde het zogenaamde Nieuwe Bouwen. Dit verschijnsel behelsde een radicaal nieuw antwoord op de voortschrijdende woningnood, onhygiënische volkshuisvesting en een ongebreidelde groei van steden. De CIAM-leden ontpopten zich tot fervent voorstanders van open bebouwingswijze, dat wil zeggen woonblokken als stroken met gevels op het oosten en het westen voor een optimale toetreding van zonlicht. Tevens pleitten zij voor een scheiding van de belangrijkere functies - wonen, werken, verkeer en recreatie - in de stad.

De leden van CIAM kwamen om de twee jaar bijeen. Tijdens de congressen presenteerden alle deelnemende landen hun nieuwe ideeën op het gebied van de volkshuisvesting en stedenbouw.

CIAM I - La Sarraz
Het ontstaan van de CIAM in 1928 kan men zien als de academische fase der moderne architectuur. De omstandigheden waren gunstig, zoals bleek op de Weissenhoftentoonstelling van 1927, waar een grote internationale overeenstemming aan de dag trad in stijl en vormgeving. Men had dan ook reeds gedurende deze tentoonstelling getracht de nog geïsoleerde pogingen tot een moderne architectuur te bundelen in een internationale organisatie. De beslissende impuls tot de vorming vand de CIAM ging uit van Hélène de Mandrot. Een jaar na de Weissenhof tentoonstelling in Stuttgart kwamen architecten van 26-28 juni 1928 bijeen op haar Cháteau Sarraz in Zwitserland. Het onderwerp van de bijeenkomst was een programma over de problemen waarvoor de nieuwe architectuur zich gesteld zag. Met een officiële slotverklaring werd het CIAM als opgericht beschouwd. Het bleef meer dan dertig jaar lang het medium van een uitwisseling van gedachten van over de hele wereld.

In het exposé dat aan de afgevaardigden naar het congres werd verstrekt, staat te lezen 'Ons verenigt de dringende en onvermijdelijke opgave verschillende elementen van de huidige architectuur in harmonie tot elkaar te brengen en de bouwkunst terug te voeren naar haar werkelijke, dat wil zeggen haar economische en maatschappelijke doelstellingen. De architectuur moet bevrijd worden van de steriliserende invloed der academies en hun verouderde formules'. (...)

De uitkomst van het congres werd neergelegd in de Verklaring van La Sarraz, die ondertekend werd door de 23 architecten die aanwezig waren: o.a. Le Corbusier, Hugo Haring, Huib Hoste, Hannes Meyer, Ernst May en de Nederlanders M. Stam, G. Th. Rietveld en H. P. Berlage.

Hoewel de verklaring daarover niets meedeelt, besloot het congres een vereniging op te richten met de naam Les Congres Internationaux d'Architecture Moderne (CIAM), met als voorzitter Karl Moser en als secretaris dr. Sigfried Giedion, een kunsthistoricus te Zurich die die door Moser geintroduceerd was. Victor Bourgeois werd vice-voorzitter; in 1929 werd die functie ook aan Gropius verleend.

"De architecten wier handtekening onder deze verklaring te vinden is en die de nationale groepen moderne architecten vertegenwoordigen, bevestigen hiermee hun eensgezind standpunt tegenover de fundamentele opvattingen van de architectuur en hun beroepsverplichtingen jegens de samenleving. Zij leggen bijzondere nadruk op het feit dat 'bouwen' een elementaire activiteit van de mens is, die rechtstreeks te maken heeft met de evolutie en de ontwikkeling van het leven der mensen. Het doel van de architectuur is de oriëntatie van het huidige tijdperk tot uitdrukking te brengen. Architectonische werken kunnen alleen voortkomen uit het heden. Zij weigeren daarom categorisch bij hun werkmethoden middelen toe te passen, die samenlevingen uit het verleden weerspiegelen; zij verklaren dat thans de noodzaak bestaat om een nieuwe opvatting van de architectuur te brengen die de geestelijke, intellectuele en materiële behoeften van het leven van nu bevredigen kan.

In het bewustzijn, dat de machine grote verstoringen van de sociale structuur heeft teweeg gebracht, erkennen zij dat de transformatie van de economische orde en van het maatschappelijk leven onvermijdelijk een overeenkomstige transformatie van de architectuur veroorzaakt. Zij zijn hier bijeen gekomen om te komen tot de onmisbare en dringend gewenste harmonisatie van de relevante elementen, door de architectuur in het juiste vlak te plaatsen, namelijk het economische en sociologische vlak. De architectuur moet worden bevrijd uit de steriele greep van de academies, die het erom gaat de formules van het verleden in stand te houden. Deze overtuiging noopt hen zich te beschouwen als leden van een genootschap; zij zullen elkaar wederzijds steunen op het internationale vlak, teneinde hun streven moreel en materieel te verwezenlijken."


Over stedebouw zegt de verklaring onder meer: 'Stedebouw is de collectieve optelsom van de collectieve stadsfuncties, is niet esthetisch doch functioneel bepaald. De stedelijke functies moeten geordend worden naar wonen, werken, verkeer en recreatie.' Mensen moesten opgevoed worden met goede architectuur; zij moesten doordrongen worden van het gezondheidsideaal van licht, lucht, zon en hygiene: de woning als praktische woonmachine, anti-academisch en anti-monumentaal. Deze verklaring werd na de Tweede Wereldoorlog misbruikt als vrijbrief om deplorabele woontorens in een saaie en eentonige omgeving te plaatsen.

Dit 1e C.I.A.M.-kongres moet vooral gezien worden als een poging om op europees nivo de vraagstukken van de 'moderne' bouwopgave te analyseren en nieuwe grondslagen te formuleren. Architektuur en stedebouw worden daarbij als een universeel menselijk vraagstuk aan de orde
gesteld. De denkbeelden over de verwezenlijking lopen echter nogal uiteen, maar men vindt elkaar rond gemeenschappelijke sociaal-idealistische bezieling. Architektuur en en stedebouw worden gezien als de instrumenten bij uitstek om het leven ten gunste te beinvloeden; de begrippen gemeenshap en gelijkheid zijn daarbij richtinggevend.

1929, CIAM II, Frankfurt a.M
CIAM-congres gewijd aan sociale woningbouw onder voorzitterschap van Karl Moser (1860-1936), Zwitsers architect.
De historische ironie van de vele aanvallen op de academies wordt onderstreept door de droge formalistische wijze waarop de doelstellingen van de CIAM in de inleiding tot de zogenaamde Statuten van Frankfurt worden uiteengezet.
Deze doelstellingen zijn:
a de hedendaagse problemen der architectuur te omschrijven;
b de moderne architectuur opnieuw te formuleren;
c deze ideeën in alle technische economische en maatschappelijke vlakken van het moderne leven te verspreiden;
d de oplossingen der architectuurproblemen nauwkeurig in het oog te houden.

Het tweede congres te Frankfurt had als onderwerp: De woning als bestaansminimum. Goed en goedkoop bouwen was de opdracht. Op uitnodiging van May kwam CIAM op 24, 25 en 26 oktober 1929 in Frankfurt bijeen om zich collectief met deze problematiek bezig te houden. Deze was niet alleen in Frankfurt actueel, waar May zijn 10-jarenplan voor de volkshuisvesting uitvoerde, al was dat, met Berlijn, wel de enige plek in Europa waar volkshuisvesting op grote schaal volgens de inzichten van het Nieuwe Bouwen geraliseerd werd. Het ging er bij CIAM 2 niet alleen om, zo schreef Giedion, de feitelijke balans van de woningnood op te maken, maar ook naar de oorzaken en de oplossing ervan te vragen. Voor Nederland waren aanwezig J.B. van Lochem, S. van Ravesteyn, L.C. van der Vlugt, Ben merkelbach, J. Duiker, A. Boeken, Mart Stam en de latere voorzitter van de congressen C. van Eesteren.

CIAM III rationele bebouwing (1930, Brussel)
In 1930 in Brussel stond de stedebouw weer centraal. Dit congres betekende de doorbraak van
hoogbouw en strokenbouw.

Van Eesteren
Van Eesteren was van 1930 tot 1947 voorzitter van het CIAM. Onder zijn voorzitterschap is het Charter van Athene ontwikkeld. Le Corbusier was een groot voorstander van de intuitieve benadering. De verkiezing van Van Eesteren tot voorzitter van het CIAM was echter een overwinning van de voorstanders van de meer cijfermatige, analytische aanpak. Vooral via Van Eesteren zullen de resultaten van vooroorlogse CIAM bijeenkomsten en de discussies binnen De 8 en Opbouw later doorklinken in de planning van de nieuwbouw in Amsterdam.

1933 Athene - 4e congres - stedenbouw
Waarvan de resultaten werden vastgelegd in het zgn. Charter van Athene.
In juli 1933 vaart vanuit Marseille de SS Patris II uit met als bestemming Athene. Het schip is het décor van het vierde CIAM congres en na een verblijf van een week in de Griekse hoofdstad keert het weer terug naar de Franse havenstad. Een duidelijke breuk is waar te nemen met de tot dan toe gehouden congressen. Allereerst zijn het Le Corbusier en de Fransen die nu de boventoon voeren in plaats van de stugge Duitsers van de ' Neue Sachlichkeit '. Dankzij Corbusier verschuift vanaf dat moment ook het zwaartepunt van de congressen meer en meer richting de stedenbouw. Verder zorgen het prachtige landschap en de boottocht ervoor dat men de grip op de realiteit enigszins heeft verloren doordat ze letterlijk en figuurlijk ver verwijderd waren van het op dat moment in crisis verkerende Europa.

La Charte d'Athènes
Het resultaat van het vierde congres, bestaande uit honderd en elf artikelen, is bekend geworden onder de naam La Charte d'Athènes (charter van Athene), wat eigenlijk een aanscherping en interpretatie is van het officiële document Constateringen door Le Corbusier. Onder invloed van Le Corbusier, Gropius en Van Eesteren kwam men tot de formulering van een stelsel van architectonische en stedenbouwkundige uitgangspunten.

In dit in 1942 gepubliceerde belangrijke stedenbouwkundig geschrift, dat hoofdzakelijk gebaseerd was op de projecten van Le Corbusier, wordt gepleit voor een strenge functionele scheiding van wonen, werken, verkeer en ontspanning. Elke functie krijgt zijn eigen stadsdeel toebedeeld en wordt door middel van groenstroken gescheiden van de andere delen. Daarnaast wordt geopperd om nog maar één type woningbouw toe te passen dat bestaat uit blokken hoogbouw, ruim van elkaar geplaatst, om op die manier een snel groeiende stadsbevolking te kunnen huisvesten.

1937, CIAM V, SS. Patria, Parijs, 1937
1947, CIAM VI, Bridgwater, England, Reaffirmation of the Aims of CIAM

1949, CIAM VII, Bergamo, Italy
In 1949 vond in Bergamo (Italië) het zevende CIAM-congres plaats. Circa honderd leden uit eenentwintig landen kwamen bijeen om hun plannen te presenteren en met elkaar te bespreken.

1951, CIAM VIII, Hoddesdon, England

Alison en Peter Smithson
Alison en Peter Smithson, twee Engelse architecten die de steriele karakter van de CIAM-stad aangaven, waarschuwden ervoor dat de ideale stad van de CIAM zou leiden tot isolatie en tot het afbraak van de gemeenschap, net op het moment dat de Europese overheden in hun verwoeste steden woontorens aan het bouwen waren. In het midden van de 50-er jaren was het Modernisme van de CIAM officieel eigenlijk al geaccepteerd. En dat terwijl de Smithsons c.s. zich uitspreken over het feit dat de CIAM bezig was een stedelijke omgeving te scheppen die vijandig was voor de sociale harmonie.

1953 CIAM IX, Aix-en-Provence, France
De CIAM strijkt neer in Zuid-Frankrijk, ditmaal in Aix-en-Provence, voor het negende congres getiteld Habitat (leefomgeving). CIAM IX wordt echter gedomineerd door de opening van de Unité d'Habitation in Marseille en is vooral een eerbetoon aan het werk van Le Corbusier. Mede hierdoor en als gevolg van het hoge aantal deelnemers wordt het thema niet echt uitgediept, maar volstaat men met het noemen van de eigenschappen van de habitat.

Manifest van Doorn
Ontevreden over de resultaten van het congres komen begin 1954 Alison & Peter Smithson, Jaap Bakema, Aldo van Eyck, Georges Candilis, Shadrach Woods, John Völcker en William en Jill Howell bijeen in Nederland. Daar schrijven zij het Manifest van Doorn, waarin zij pleiten voor een stedenbouw die niet langer meer een optelsom van functies is, zoals beschreven in het Charter van Athene, maar eerder 'als een materiële vorm van relaties'. In hun rapport voor CIAM VIII in Hoddesdon waren het Howell en Völcker al die schreven: 'De mens vereenzelvigt zich gemakkelijk met zijn eigen woning maar niet zomaar met de stad waarin deze zich bevindt. "Ergens thuishoren" is een fundamentele emotionele behoefte - en de associaties die met deze behoefte verbonden zijn, zijn de eenvoudigste die men zich denken kan. Uit "het thuishoren" - identiteit - vloeit de verrijkende ervaring van nabuurschap voort. Het korte smalle steegje in een krottenwijk slaagt, waar ruim opgezette stadssaneringen vaak mislukken.'

Team X
Een aantal maanden later wordt de discussie van Doorn in Londen voortgezet. Dankzij de Engelse partners Howell, Völcker en de Smithsons wordt er namens MARS een brief aan de CIAM-Raad gestuurd, die in essentie teruggrijpt op het manifest, met het voorstel om het Charter van Athene niet uit te bouwen tot een Charter van de Habitat zolang de studie van de relaties in verschillende gemeenschapsvormen nog niet eens is begonnen. Mede dankzij de steun van Le Corbusier aan deze jongeren neemt de Raad het voorstel aan en draagt voor het eerst in de geschiedenis de voorbereiding van het congres over aan een klein aantal individuele leden. Dit Comité voor CIAM X noemt zichzelf Team X en bestaat uit de volgende personen: Aldo van Eyck ( de 8 ), Jaap Bakema (Opbouw), Georges Candilis en Shadrach Woods (GAMMA), Rolf Gutmann (BBZ, Zwitserland), John Völcker, William Howell, Alison en Peter Smithson (MARS).

Le Corbusier verliet de CIAM in 1955, het toenemend gebruik van het Engels als voertaal stond hem tegen.

1956, CIAM X, Dubrovnik, Yugoslavia
Een bevredigend antwoord op de typische problemen van een stedelijke samenleving werd niet gevonden en tijdens het congres in Dubrovnik in 1956, voorbereid door een groep radicale jonge architecten als Bakema, Candilis, Gutman, Alison en Peter Smithson, Howell, Van Eyck en Voelcker, bekend als Team X, werd duidelijk afstand genomen van de vroeger opgestelde, algemene normen en werd de nadruk gelegd op de individuele verantwoordelijkheid van de stedenbouwer en architect. Hiermee werd de organisatie zelf aangetast; in 1959 vond te Otterlo de tiende en laatste discussiebijeenkomst plaats.

In 1956 vindt CIAM X plaats in Dubrovnik met als titel De Habitat, probleem van relaties. Eerste CIAM-voorstellen, Constateringen en Resoluties. Door werkgroepen te vormen worden de verschillende aspecten van de habitat behandeld: cluster, mobiliteit, groei en verandering, en stedenbouw en habitat. Dit resulteerde in een analyse van de veranderde relatie tussen architectuur en stedenbouw, waarbij de habitat een optelsom is van relaties en niet langer meer van functies.

Tijdens het congres wordt een brief voorgelezen van Le Corbusier die zelf niet aanwezig kon zijn. Hierin schrijft hij dat de oude garde heeft afgedaan en dat nu ruim baan moet worden verleend aan de ideeën van de nieuwe generatie. Het doodvonnis van de CIAM lijkt daarmee te zijn getekend en in 1959 wordt in Otterlo tijdens het laatste congres de CIAM dan ook officieel opgeheven.

Forum
Speciaal voor dit laatste congres verschijnt in juli 1959 onder een nieuwe redactie, waar Bakema en Van Eyck deel van uit maken, het beroemde nummer van Forum met het artikel 'het verhaal van een andere gedachte'. Dit nummer bekritiseert het oude functionalisme en pleit voor de nieuwe ingeslagen weg. Waren de Nederlandse Team X-leden gelieerd aan het blad Forum, de Engelsen daarentegen aan Architectural Design. Tot en met 1965 verschijnen diverse publicaties van hun hand in beide tijdschriften. Na het Forum-nummer van Otterlo verschijnt in 1962 de Team X Primer, een speciale uitgave van Architectural Design, die in 1965 in boekvorm wordt herdrukt. Achteraf is de Team X Primer misschien wel te beschouwen als de afsluiting van een zeer korte, maar turbulente en kritische periode van Team X. Hierna groeide het uit tot een soort van vriendenclub die elkaar desondanks vaak stevig bekritiseerden. Na Otterlo blijft Team X nog twintig jaar bestaan.

Team X ontleent zijn bestaansrecht aan de gezamenlijke kritiek die zij leverden op de CIAM met het afwijzen van het Charter van Athene en hun streven naar een meer precieze relatie tussen de fysieke vorm en sociaal-psychologische factoren. Dit is weliswaar een belangrijke overeenkomst die in het werk van de verschillende leden terugkeert, maar het gaat te ver om dit nu als drijvende factor te zien. De verschillen in ideeën onderling zijn namelijk te groot en de kwaliteiten van een project of architect komen vaak pas echt naar voren wanneer zij individueel worden belicht.

Hoewel CIAM niet geheel van academisme is vrij te pleiten, is deze internationale beweging niettemin van grote betekenis geweest op de naoorlogse opvattingen over bouwen en wonen.

Onzeker is hoe groot die invloed van de CIAM was, de congressen waren altijd te kort om de omvangrijke doelen die de CIAM.-leden zich stelden te kunnen realiseren. Het algemene streven van de CIAM heeft naast levendige congressen waarschijnlijk gezorgd voor betere woningen voor de (sub)modale burger, hoewel de interpretatie van "stadsplanologen" vaak wel zeer eenzijdig bleken, bijv. in de vorm van lange rijen gelijkvormige huizen en te grote concentraties van mensen.

Het beeld dat CIAM van zichzelf gepresenteerd heeft is dat van de voorvechter van een moderne volkshuisvesting en een moderne stedebouw, die op deze beide terreinen internationaal leiding heeft gegeven. Dit beeld is ten hoogste voor de helft waar: internationale leiding heeft CIAM niet kunnen geven, want haar gezag buiten eigen kring was gering, misschien zelfs geheel afwezig. Wat CIAM over volkshuisvesting te berde heeft gebracht (De Woning voor het Bestaansminimum, Rationele Manieren van Bebouwen) was substantieel mager en voegde niets toe aan wat bij iedere serieuze volkshuisvester bekend was. De CIAM-stedebouw, die in het congres van Athene zijn hoogtepunt heet te hebben, is vergeleken met de stedebouwkundige theorie en praktijk buiten CIAM in kwantitatief en kwalitatief opzicht van weinig betekenis geweest.

Zie bron op www.bobozero.org en Architectuur_en_woningbouw


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 13.