kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 09-01-2016 voor het laatst bewerkt.

De Acht

Architectenkern de 8

In 1927 werd door een groep jonge architecten, waaronder Merkelbach, Karsten en Groenenwegen, de vereniging ‘De 8' opgericht.

De Architectenkern de 8 bestond in het begin uit architecten die, evenals Merkelbach, opgeleid waren in de sfeer van de Amsterdamse School. Later kwamen hier o.a. de ingenieurs A. Boeken en J. Duiker bij.

Kort na de oprichting stelde men een beginmanifest op waarin het volgende staat te lezen:
‘DE 8' IS de critische reactie op de architectonische vormen van dezen dag'.
‘DE 8' IS realist in zijn streven naar onmiddellijke resultaten'.
‘DE 8' IS idealist in zijn geloof aan een internationale cultureele coöperatie'.
‘DE 8' IS opportunist uit maatschappelijke overwegingen'.
‘DE 8' IS noch voor noch tegen groepen en personen, noch voor noch tegen richtingen'.
‘DE 8' IS slechts voor feiten'.
‘DE 8' ZEGT het is niet uitgesloten schoon te bouwen maar het ware beter voorhands leelijk tebouwen en doelmatig dan parade architectuur op te trekken voor slechte plattegronden'.
‘DE 8' WIL zich ondergeschikt maken aan zijn opdracht'.
‘DE 8' WIL geen weelde-architectuur ontsproten aan de vormenwellust van getalenteerde individuen'.
‘DE 8' WIL rationeel zijn in den waren zin, d.w.z. dat alles moet wijken voor de eischen van de opdracht'.
‘DE 8' WIL streven naar een maatschappelijke grondslag voor den modernen architect. (De architectà la mode is een goed eind op weg zich op te werken tot een luxe en kostbare overlevering.)'
‘DE 8 STRIJDT uitsluitend in vakkringen'.
‘DE 8 WERKT meer voor een bouw-WETENSCHAP dan voor een bouw-KUNST'.
‘DE 8 STREEFT naar een plaats in de samenleving als: BEELDEND BEDRIJFSORGANISATOR'.
‘DE 8 IS A-AESTHETISCH'. ‘
DE 8 IS A-DRAMATISCH'.
‘DE 8 IS A-ROMANTISCH'.
‘DE 8 IS RESULTANTE'.
‘DE 8 IS A-KUBISTISCH'.

'De 8' vormde een hechere eenheid dan de Opbouw. In het oprichtingsmanifest keerden zij zich tegen de schortjesarchitectuur van de Amsterdamse School. Zij verklaarden: 'Het is net uitgesloten schoon te bouwen, maar het ware bveter voorhands lelijk te bouwen endoelmatig dan parade-architectuur op e trekken voor slechte plattegronden'.

Met a-kubistisch doen zij een aanval op een meer directe concurrent óók van de Amsterdamse School, namelijk de in 1917 opgerichte 'Stijl'-groep, met mensen als Van Doesburg, Rietveld, Mondriaan, Oud, Wils en Van Eesteren. Zij waren gekant tegen het gevoel en het individuele en hielden een pleidooi voor een rationalistische en universele kunst. 'De 8' streefde naar een bouwkunst die uitging van de behoeften van de samenleving, en benadrukte zo de dienende functie van de architectuur. Men probeerde een maximum aan architectuur te bereiken met een minimum aan middelen. In dit opzicht lijkt die stroming op het functionalisme, en is als zodanig onder die noemer te plaatsen.

Amsterdamse School
De bouwmeesters van de Amsterdamse School deelden met Berlage de liefde voor 'eerlijke' materialen als baksteen, hout, natuursteen en de zorg voor goed vakmanschap. Toch zetten zij zich welbewust af tegen zijn naar hun oordeel te nuchtere, sobere en fantasieloze architectuur. Berlage gebruikte baksteen open en eerlijk als constructiemateriaal; zij verstopten, bekleedden en versierden met een buitenlaag van baksteen de feitelijke constructie van gewapend beton.

Een nieuwe stap werd toen gezet door de mensen die meestal 'nieuw-zakelijken' of 'functionalisten' worden genoemd, waaronder de architecten van De 8 en Opbouw: voor hen moest nu ook de betonconstructie naar buiten zichtbaar zijn. Buitenmuren waren niet meer nodig, men kon zelfs met louter glas volstaan.

Het nieuwe bouwen
In de jaren twintig ontstond in de architectuur een internationale stroming die vond dat de bouw moest worden georganiseerd als een industrieel proces, met rationele methoden en toepassing van industriële materialen. Ze werd bekend als het Nieuwe Bouwen, de Nieuwe Zakelijkheid of het Functionalisme. In Nederland werden haar ideeën vooral uitgewerkt in twee architectenverenigingen: ‘Opbouw', in 1920 opgericht in Rotterdam, en het Amsterdamse ‘De 8' uit 1927. Hun credo was ‘licht, lucht, ruimte'. Ze wilden lichte constructies in plaats van zware baksteenmuren en verkozen grote ramen boven kleine vensteropeningen: zonlicht en frisse lucht waren immers onmisbaar voor een gezond lichaam. Daarnaast wilden ze goedkoop en doelmatig bouwen en waren ornamenten absoluut taboe.

De leden van De-8 waren ontevreden over de architectuur van hun tijd. Ze vonden dat gebouwen te veel leken op een aangekleed decor en te kort schoten als functionele bouwwerken. De leden formuleerden eigentijdse standpunten: het bouwen van dorpen en steden moest in dienst staan van de functies en behoeften in de samenleving. Dit uitgangspunt leidde tot een nieuwe architectuur die er wezenlijk anders uitzag.

Opbouw
De Opbouw was dezelfde mening toegedaan als de 8. Dit is een groepering die in 1920 is opgericht door architect Kromhout, in Rotterdam. Al snel gingen Architecten als van Eesteren, Van der Vlught en Brinkman na 1924 het gezicht gingen bepalen. De eisen die zij stelden ten aanzichte van de woningbouw waren inval van licht, lucht en voldoende ruimte voor de bewoners, en zij vonden dat een goed geconstrueerd huis beter is dan een mooi huis. Men paste zo min mogelijk materiaal toe, en probeerde de bouwwijze zo goedkoop mogelijk te houden, door bijvoorbeeld montagebouw toe te passen. Deze stroming deed concessies aan zowel uiterlijke schoonheid, als aan constructieve kwaliteit. Het vele gebruik van glas om snelbouw en veel lichtinval mogelijk te maken bijvoorbeeld, zorgde voor hoge stookkosten. De architect Oud pastte deze principes toe als directeur gemeentewerken in Rotterdam. Het product hiervan is De Kiefhoek, die in 1925 in Rotterdam werd gebouwd. Ook is deze stroming verantwoordelijk voor de galerijwoningen op Spangen. In de fabriek van Van Nelle in Rotterdam (1927-1929) van J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt zijn de transparante gevel en ranke profielen van staal en aluminium karakteristiek.

‘De 8' en ‘Opbouw'
In 1927 gingen De 8 en Opbouw samenwerken. De 8 had voornamelijk Amsterdamse architecten als lid, Opbouw was georiënteerd op Rotterdam. ‘De 8' en ‘Opbouw' groeiden steeds verder naar elkaar toe, wat in 1932 culmineerde in het tijdschrift De 8 en Opbouw. Dit was tot aan zijn opheffing in 1943 de belangrijkste spreekbuis van de functionalistische architecten in Nederland.

Strakke woonblokken
De leden waren voorstanders van woonblokken als rechte stroken met gevels op het oosten en het westen voor een optimale bezonning. De bebouwing in nieuwe steden en dorpen moest meer openheid en strakheid uitstralen en gebruik maken van nieuwe materialen en bouwtechnieken als glas en beton. Ook waren ze voorstander van een scheiding van de belangrijke functies in de stad zoals de woonwijken, de industrie, het verkeer en de recreatiegebieden. Om hun ideeën naar buiten te brengen, richtten de verenigingen in 1932 gezamenlijk het tijdschrift De 8 en Opbouw op. Hierin schreven zij artikelen waarin zij pleitten voor deze nieuwe architectuur en stedenbouw.

CIAM
De leden van De 8 en Opbouw onderhielden ook internationale contacten met vakgenoten. Ze waren lid van het Internationale Congres voor het Nieuwe Bouwen, ook wel bekend als Congrès Internationaux d' Architecture Moderne ( CIAM ). De leden van deze internationale architectenvereniging kwamen om de twee jaar bij elkaar. Tijdens deze bijeenkomsten discussieerden zij over de moderne architectuur en presenteerden hun eigentijdse ontwerpen voor gebouwen, steden en dorpen.

De 8 de unieke kans om een ontwerp te maken voor het dorp Nagele. Vooral de architecten C. van Eesteren en B. Merkelbach, twee ontwerpers van Nagele, bestempelden de dorpen tot dan toe tot stand gekomen onder supervisie van de architect Granpré Molière in de Wieringermeer als een afgezaagde idylle vanwege de poging Oudnederlandse dorpen te herscheppen. Tussen 1947-1949 waren de ontwerpers bezig met de situering van Nagele en het vaststellen van de stedenbouwkundige structuur. Leden van de werkgroep, waaronder G. Rietveld, A. van Eyck, C. van Eesteren, J. Niegeman, M. Kamerling, A. Bodon en H. Salomonson deden verschillende voorstellen voor de locatie van het dorp. Begin 1949 keurde de opdrachtgever het eerste definitieve ontwerp voor Nagele goed.

Een opvallend kenmerk van het eerste ontwerp voor Nagele (1949) is de systematische opbouw. De vier hoofdfuncties van de moderne stedenbouw - wonen, werken, verkeer en recreatie - zijn van elkaar gescheiden en hebben elk een duidelijk plek in het dorp gekregen. Het verkeer wordt uit het dorp gehouden doordat het centrum met de omliggende woonwijken ten oosten van de doorgaande noord-zuid verkeersweg zijn gesitueerd. De woningen zijn per fiets of per auto bereikbaar via een ringweg, die tussen het centrum en de woonwijken ligt. Het middenterrein is voetgangersgebied, open en groen met hierin de kerken en drie scholen. Aan de oostzijde, langs de doorgaande weg liggen de winkels in een langgerekte strook. Rondom het centrum liggen de woonwijken die op gelijke afstand van het centrum zijn gesitueerd. De stedelijke voorzieningen liggen zo voor iedereen binnen handbereik. De woningen bestaan uit strokenbouw en zijn voor optimaal zonlicht met de gevels op het oosten en het westen georiënteerd. Aan de westzijde van de verkeersweg zijn de sportvelden gepland en aan het kanaal komt kleinschalige industrie. Aan de noordzijde van het kanaal ligt de begraafplaats.

De Werkgroep breidde zich uit met leden van de architectenvereniging Opbouw. Hierdoor raakten architecten als J. Bakema, R. Romke de Vries, W. Boer (landschapsarchitect) en de sociaal geograaf H. Hovens Greve bij het ontwerp betrokken. Tijdens deze tweede ontwerpfase besloot de werkgroep het definitieve ontwerp uit 1949 als uitgangspunt te nemen voor een nieuw ontwerp. Architecten die in deze tweede fase de hoofdrol speelden waren A. van Eyck, H. van Ginkel, M. Stam en B. Merkelbach.

De wooneenheid
De ontwerpers van Opbouw hadden waarschijnlijk veel invloed op de vormgeving van de woonwijkjes in Nagele. Zij waren gefascineerd door een nieuw theoretisch model van een woonwijk: de wooneenheid. In 1949 had Opbouw dit model gepresenteerd op de zevende bijeenkomst van Congrès Internationaux d' Architecture Moderne ( CIAM ) in Bergamo. De wooneenheid is een combinatie van verschillende woonvormen in laagbouw, middelhoog- en hoogbouw gegroepeerd rondom een gemeenschappelijk groene ruimte. Een aantal wooneenheden bij elkaar vormt een buurt met voorzieningen en een aantal buurten bij elkaar vormt weer een wijk. Het centrum van de wijk heeft de Engelse naam Core. Dit betekent een openbare ruimte met gemeenschappelijke voorzieningen. De wooneenheid is op te vatten als een maatschappelijk model, omdat het de relaties tussen mensen en hun relatie binnen een groter verband vastlegt.

De architecten Van Eyck en Van Ginkel maakten het definitieve ontwerp voor Nagele. In januari 1954 keurde de opdrachtgever dit ontwerp goed. In dit plan zijn de woningen als zeven buurten rondom de ringweg gegroepeerd. Iedere buurt bestaat uit stroken laagbouw met eigen tuinen rondom een gemeenschappelijk grasveld. In 1954, ruim zeven jaar na de eerste bijeenkomst van de werkgroep in 1947, was het stedenbouwkundig plan voor Nagele gereed.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 147.