kunstbus

Ben jij onwetend, leerling, gezel, meester of uomo universale? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 09-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Deutscher Werkbund

Deutscher Werkbund (1907-1934)

Duitse organisatie van architecten en ontwerpers om de samenwerking tussen industrie en kunst te bevorderen, opgericht in 1907 in München - opgeheven in 1934 - opnieuw opgericht in 1947.

De Deutsche Werkbund was een samenwerkingsverband van kunstenaars, industriëlen, politici en intellectuelen, die kunst, architectuur en vormgeving wilden afstemmen op de moderne industriële productie van goederen en op de moderne bouwtechnieken. De Werkbund was een uiting van verzet tegen de op het verleden gerichte kunst van de neostijlen en zocht naar een eigentijdse identiteit en functie voor de kunst. Via de Deutscher Werkbund evolueerde de Jugendstil zich tot het modernisme en expressionisme waardoor het een enorme invloed op de Duitse industriële vormgeving had.

Historie
In 1906 werd het op de III Deutsche Kunstgewerbeausstellung (Duitse Kunstnijverheidstentoonstelling) in Dresden al duidelijk dat de expressieve Jugendstil plaats moest maken voor een formelere ontwerptaal die de nadruk legde op functie. Er werden alleen ontwerpen getoond van ontwerpers uit gevestigde werkplaatsen als de Dresdener Werkstätten für Handwerkskunst die utilitaristischer waren dan wat er eerdere jaren was tentoongesteld. Ontwerpers als Richard Riemerschmid zagen hierin de mogelijkheid om grote hoeveelheden goed ontworpen en betaalbare producten te produceren. Door het promoten van deze nieuwe en sociale richting in de sierkunst stond deze tentoonstelling aan de basis van de oprichting van de Deutscher Werkbund.

Tot de oprichters van de Deutscher Werkbund in 1907 behoorden twaalf kunstenaars – Peter Behrens, (Peter Bruckmann 1865-1937), Theodor Fischer, Josef Hoffmann, Wilhelm Kreis, Max Läuger, (Friedrich Naumann), Adelbert Niemeyer, Josef Maria Olbrich, Bruno Paul, Richard Riemerschmid, J.J. Scharvogel, (K. schmidt), Paul Schultze-Naumburg, Fritz Schumacher (1869-1947), Henry Van de Velde (1863-1957) ... – en twaalf ambachtsondernemingen waaronder 'Peter Bruckmann & Söhne' en 'Poeschel & Trepte', en ontwerpateliers als de 'Wiener Werkstätte' en de in München gevestigde 'Vereinigte Werkstätten für Kunst im Handwerk'.

De architect Hermann Muthesius (1861-1927), een functionaris van het Duitse ministerie van handel, was de geestelijke vader. Peter Bruckmann werd benoemd tot de eerste voorzitter van de vereniging. Binnen een jaar na oprichting had de Werkbund al zo'n 500 leden.

De oprichters van de Werkbund streefden naar een verbetering van het kunstnijverheidsonderwijs en een kwaliteitsverhoging van industriële gebruiksartikelen. De Deutscher Werkbund was geïnspireerd op de Arts & Crafts Movement in Groot-Brittannië en trachtte de status van de kunstnijverheid te herstellen. Wel namen zij hierbij een opener houding aan ten opzichte van de machine in de industriële productie. Als pioniers van het Modernisme realiseerden de leden van de Deutscher Werkbund zich dat standaardisatie, en de rationele benadering van design die daaraan inherent was, dé manier was om industrieel geproduceerde goederen de kwaliteit van handgemaakte producten te geven. Doel van de Deutscher Werkbund was hechtere banden te smeden tussen de kunstenaars en de industrie om zo de kwaliteit van de nationale productie te verhogen.

Uit de Deutscher Werkbund zou later het opleidingsinstituut 'Das Bauhaus' voortkomen; de ontwerpen van de leerlingen moesten uitgevoerd kunnen worden door machines. Het begin dus van wat wij nu 'design' noemen.

Vanaf 1912 publiceerde de Werkbund jaarboeken met behalve de adressen en gegevens van de leden daarin artikelen en illustraties van ontwerpen van de leden, zoals fabrieken van Walter Gropius en Peter Behrens en auto's van Ernst Naumann.

Hoewel de Werkbund buitengewoon vruchtbaar was als broedplaats van nieuwe kunstvormen, dreigde deze aanvankelijk ten onder te gaan aan de interne richtingenstrijd. In 1912 werd daarom door de fabrikant Peter Bruckmann uit Heilbronn Ernst Jäckh voorgedragen als zakelijk leider van de Werkbund. - (Deutsche Werkbund-Ausstellung', waar onder andere Walter Gropius' fabrieksmodel van staal en glas, Bruno Tauts Glazen Paviljoen en Henry van de Veldes Werkbundtheater te bezichtigen waren. Een jaar later was het aantal leden van de Werkbund toegenomen tot bijna tweeduizend. Het groeiende verschil tussen ambachtelijke en industriële productie bleef echter een meningsverschil binnen de Werkbund. leden als Hermann Muthesius (1861-1927) en Naumann pleitten voor standaardisering, terwijl anderen, zoals Van de Velde, Gropius en Taut, pleitten voor individualisme. Dit conflict, dat bekend werd als de 'Werkbundstreit', leidde bijna tot de opheffing van de vereniging. De grote behoefte aan gebruiksgoederen na W.O. I deed Gropius inzien dat standaardisering en industriële productie noodzakelijk waren, hoewel andere leden, zoals Hans Poelzig (1869-1939), zich tegen verandering bleven verzetten.

Henry van de Velde was het oneens met Hermann Muthesius hang naar industriele standaardisering en verliet de Werkbund in 1914.

Gropius was al voor de oorlog van 1914 een vooraanstaand lid van de Werkbund, de elektriciteitsmaatschappij AEG, waar zijn leermeester Behrens werkte, was een onderneming die de Werkbund veel steun gaf.

Van 1921 tot 1926 was Riemerschmid voorzitter van de Deutscher Werkbund. Tijdens zijn voorzitterschap werd de functionalistische benadering van design naar voren gebracht. In 1924 publiceerde de Werkbund 'Form ohne Ornament' (Vorm zonder ornament), dat industrieel geproduceerde ontwerpen presenteerde en de deugden uiteenzette van sobere, onversierde oppervlakken en uiteindelijk van het Functionalisme.

Siedlung Weissenhof
Tot de wapenfeiten van de Werkbund behoort onder meer de bouw van de Weissenhofsiedlung met 33 woningbouwprojecten door architecten van internationale faam in Stuttgart, die in 1927 in het kader van de tentoonstelling 'Die Wohnung' onder leiding van Ludwig Mies van der Rohe tot stand kwam. De interieurs van deze huizen werden gemeubileerd met moderne stalenbuismeubelen ontworpen door onder anderen Mies van der Rohe, Mart Stam, Marcel Breuer en Le Corbusier. De 'Siedlung Weissenhof' had het karakter van een architectuurdemonstratie, vele duizenden bezoekers maakten kennis met het Nieuwe Bouwen, dat leidde tot een grotere acceptatie van het Modernisme.

In oktober 1927 werd een bijeenkomst belegd voor de deelnemende archi-tecten, waarop het vraagstuk van organisatie aan de orde kwam, maar tot een internationale organisatie van het Nieuwe Bouwen kwam het nog niet. Onder de architecten die huizen voor de 'Siedlung Weissenhof' realiseerden waren Walter Gropius, Ludwig Mies van der Rohe, Le Corbusier, J. J. P Oud en Mart Stam. Doelmatig bouwen, wonen, leven, waren de eisen waarop de ontwerpen waren gebaseerd. Le Corbusier bouwde met zijn neef Pierre Jeanneret twee huizen. De ontwerpen stoelden op vijf principes die hij als de verworvenheden van de nieuwe manier van bouwen beschouwd:
1 de pilotis, de stelten waarop het gebouw staat;
2 de daktuin;
3 het open bouwplan: de dragende kolommen staan ver uit elkaar, de tussenmuren hebben geen dragende functie, waardoor een van de constructie onafhankelijke plattegrond mogelijk wordt;
4 de lintvensters van de ene dragende kolom naar de andere;
5 de vrije gevel: de buitenmuren hebben geen dragende functie, de betonvloeren worden over de dragende kolommen uitgekraagd.

Volgens Le Corbusier vormden de genoemde punten te zamen de nieuwe esthetica van het bouwen. Oud leverde vijf geheel dezelfde huizen in een rij. Zijn project was bedoeld als een illustratie van een nieuw type woning. Om de bouwkosten te drukken had hij gebruik gemaakt van standaardisatie en een snelbouwsysteem. De architect moest volgens Oud de organisator van het gebruik van de woning zijn. Juist een klein huis moest praktisch worden ingedeeld en ingericht, het moest gemakkelijk schoon te houden zijn. Oud had speciaal meubilair voor de woningen ontworpen. Vooral aan de keuken was bijzondere aandacht besteed. Erna Meyer, voortrekster van de keukenbeweging en de schrijfster van het boek Der Neue Haushalt, had de tekeningen van Oud bekeken en hem een lovende brief geschreven, waarin zij enige voorstellen voor verbetering deed. De keuken van Oud was ruim en overzichtelijk ingedeeld en was zeer praktisch: de afvalemmer kon van buiten worden geleegd, het doorgeefluik had een glazen deurtje waardoor de kinderen in de gaten gehouden konden worden, er was een geventileerd kastje. Rationeel bouwen, wonen en leven, waren de uitgangspunten bij de 'Siedlung Weissenhof'. Maar over de interpretatie van het begrip rationaliteit liepen de meningen uiteen.

Le Corbusier had ooit in het avantgarde-tijdschrift 'L'esprit nouveau' geschreven dat een huis een machine moest zijn om in te wonen. Die bewering was door vriend en vijand veelvuldig geciteerd. Maar, zo lichtte hij later toe, men kon uit die bewering niet concluderen dat hij op een extreem functionalistisch standpunt stond: een huis moest zo mooi zijn als een machine en daardoor geestelijke behoeften kunnen bevredigen. Naar aanleiding van zijn experimenten met prefabricatie op de 'Siedlung Weissenhof' had Gropius de architect gedefinieerd als de rigide organisator van functies, terwijl de directeur van de 'Siedlung', Mies van der Rohe, had beweerd dat bouwen veel meer was dan een technisch en economisch probleem: de nieuwe woning zou slechts kunnen ontstaan via het toepassen van creatieve vermogens en niet door middel van louter berekening of organisatie. Oud relativeerde de rationele basis van zijn ontwerp in een brief die hij kort na de architectuurdemonstratie in Stuttgart schreef: 'Voor mij is het rationele alleen uitgangspunt (...) ik heb maling aan pure functie zonder vorm: ook aan de woonmachine'.

De 'Siedlung Weissenhof' had in de republiek van Weimar en internationaal een belangrijke symboolwaarde. Progressieven beschouwden het project als een doorbraak van culturele vernieuwing. Volgens vele conservatieven en de nationaal-socialisten echter illustreerde de 'Siedlung' culturele ontaarding. J. Willet, die een standaardwerk schreef over kunst en politiek tijdens de republiek van Weimar, vermeldt in zijn boek hoe een vriend van hem in 1938, vijf jaar na de machtsovername door de nazi's, een bezoek bracht aan de 'Siedlung Weissenhof'. Zijn vriend luisterde in een van de huizen die Mart Stam daar had gebouwd naar verboden muziek: grammofoonplaten van de Dreigroschenoper van Bertold Brecht en Kurt Weill. Hij nam voor Willet een prentbriefkaart mee die door de nazi's was uitgegeven. Men had onder andere kamelen gemonteerd tussen de huizen, met hun platte daken en witte muren. De nazi's bespotten de 'Siedlung Weissenhof', eens de parade van het internationale Nieuwe Bouwen, als een minderwaardige nederzetting van een minderwaardig Arabisch volk. - (Deutscher Werkbund hadden zich ten doel gesteld de machinale reproducties van gebruiksvoorwerpen waarop de ondernemers tot in het monotone ornamentjes uit vervlogen tijden aanbrachten te stoppen. Er werden dus afspraken gemaakt om motieven op gebruiksvoorwerpen en de gebruiksvoorwerpen zelf te vormen naar de principe's van zakelijkheid, eenvoud en degelijkheid. Nu waren juist in de Deutscher Werkbund de Jugendstil-kunstenaars sterk vertegenwoordigd. En Jugendstil was wel degelijk, maar niet zakelijk en eenvoudig. En zo ligt de Deutscher Werkbund mede aan de basis van het uitsterven van de Jugendstil. (architecten in de Deutsche Werkbund wilden technische eisen combineren met traditionele bouwvormen. De belangrijkste vertegenwoordigers van deze groep, waaronder Theodor Fischer, bouwden op een traditionalistische manier. - (Le Corbusier in München en Berlijn. Op het atelier van Peter Behrens leert hij de latere grootmeesters van de moderne avantgarde kennen, waaronder Mies van der Rohe, en wordt vertrouwd met de theorieën van de Deutscher Werkbund en de deutsche werkstatten. Deze laatste bevestigen Le Corbusier in zijn eigen ervaring en geven er een definitieve vorm aan. In vele van zijn uitspraken en in de algemene gerichtheid van zijn denken kan men de Werkbund-basis herkennen, maar dan vertaald door een Latijnse geest en geaffirmeerd met een onweerstaanbaar enthousiasme. - (www.dbnl.org)

. www.deutscher-werkbund.de


Test je competentie op YaGooBle.com.

Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie

Test je algemene kennis op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 990.