kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Frank Lloyd Wright

Frank Lloyd Wright (1867-1959)

Amerikaanse architect en ontwerper, (8-6-1867 Richland Center Wisconsin - 9-4-1959 Phoenix Arizona), wiens ideaal de organische architectuur was, d.w.z. de architectuur in harmonie met de natuurlijke omgeving.

Studies aan de universiteit van Madison (Wisconsin). Hij werkte van 1888-93 te Chicago bij een architectenbureau. Sinds 1900 was hij werkzaam als zelfstandig architect. Hij maakte veel reizen, o.m. naar Japan (1906) en Duitsland en Italië (1910) en vestigde zich in 1911 te Taliesin bij Spring Green (Wisconsin). Zijn bekendste werken zijn het Imperial Hotel (1916-22, Tokio), het boven een waterval gebouwde landhuis Falling Waters (1937-39, Bear Run, Pennsylvanië), zijn eigen huis Taliesin West (1938) en het Guggenheim Museum (1950, New York). Wright onderging aanvankelijk de invloed van L. Sullivan, die een functionele bouwwijze nastreefde en organisch wilde bouwen, zich daarbij afzettend tegen het heersende classicisme. In de meer dan 700 bouwwerken, waaronder veel landhuizen, die hij ontwierp, streefde hij een organische structuur na. Bovendien stelde hij dat elk materiaal om zijn eigen oplossing vraagt en door zijn aard de structuur van het bouwwerk bepaalt. Wright geldt als de grondlegger van de moderne Amerikaanse architectuur, maar zijn verdienste als zodanig en ook zijn grote internationale betekenis werden buiten de V.S. (m.n. in Europa) eerder erkend dan in zijn vaderland. Ook zijn architectuurtheoretische geschriften waren en zijn nog steeds van het allergrootste belang.

Bouwwerken: Larking Building (1904, Buffalo), Unity temple (1906, Oak Park, Illinois), Coonley Playhouse (1912, Riverside, Illinois), Ennis House (1924, Los Angeles), Pauson House (1940, Phoenix, Arizona), Florida Southern College (1940, Lakeland, Florida), Morris Shop (1948, San Francisco), Friedman House (1949, Pleasantville, New Jersey). (Summa)

Tot 1894 werkte hij op het architectenbureau van Sullivan. Uit diens eis functioneel te bouwen heeft hij het begrip van de organische bouw ontwikkeld. Daarmee ging hij van het zuiver functionele van de bouw over naar het gehele probleem ervan, het samengaan van doel en schoonheid. Men moet naast het object zelf ook rekening houden met de omgeving; de functie moet samengaan met het gevoel. De afwisseling tussen een en twee verdiepingen, de vooruitspringende schaduwgevende daken en de rijen vensters die het huis een harmonische indeling geven, zouden aanvankelijk specifieke kenmerken zijn van de persoonlijke architectuur van Wright, maar zij zouden de hoofdprincipes worden van de gehele moderne architectuur. (KIB 20ste 36)

Biografie
Zijn vader, Wiliam Russell Cary Wright, kwam uit een engelse familie die zich in New England in Amerika vestigde. Hij studeerde rechten maar verdiende zijn brood als rondtrekkende muziekleraar. Hij trouwde met Permilia Holcomb, met wie hij drie kinderen had. Toen Permilia in 1864 stierf, verliet Wiliam Wright zijn kinderen en hervatte hij zijn zwerftochten. Enige tijd later ontmoette hij Anna Lloyd Wright, op een muziekfestival en ondanks hun grote leeftijdsverschil (hij was 46 en zij 29) werden ze verliefd. Ze trouwden en Frank werd geboren.

In 1872, drie jaar na de geboorte van Frank Lloyd Wright in 1869, verhuisden zijn ouders van Wisconsin naar Weymouth bij Boston.

Anna voedde Frank met het Froebel kindergarten concept op. De Froeble benadering houdt in dat kinderen aangemoedigd worden om te spelen. Hierbij wordt hun spel omgevormd tot de herkenning en waardering van natuurlijke objecten en de basisregels waarvan het leven der volwassenen afhangt. De kinderen krijgen speelgoed aangeboden als geschenken maar het zijn simpele basisvormen in primaire kleuren. Er kan op verscheidene manieren mee gespeeld worden en geleidelijk aan wordt de moeilijkheidsgraad verhoogd. Men begint met tweedimensionale vormen en later driedimensionale vormen waarmee patronen en structuren gemaakt worden. De kinderen worden vooral aangemoedigd om hun fantasie te gebruiken en hun bouwsels een naam te geven- een boot, een huis of wat dan ook. Met deze methode worden de kinderen aangeleerd dat deze simpele geometrische vormen de basis- vormen zijn van alle vormen en dingen. Bij Frank Lloyd Wright zouden deze Froebeliaanse schema's en oefeningen zijn leven lang hun invloed behouden. Zijn benadering van de architectuur was er een met onmiddellijke uitdrukking van functie en simpele vormen.

Rond 1880 was het gezin ondertussen uitgebreid met twee dochters: Jane en Maginel. Tijdens de schoolvakanties leefden en werkten de kinderen bij familie op een boerderij. De kinderen leerden hier hard werken maar het bracht hen ook een voorliefde voor de streek en de natuur bij.

In 1882 keerden zij naar Wisconsin terug waar zij in Spring Green gingen wonen. De jonge Frank hield van de natuur waar hij in opgroeide; later heeft hij zijn eigen huis en zijn atelier in Spring Green gebouwd op het land van zijn voorouders. Deze liefde voor de natuur is voor Wright's architectuur van beslissende betekenis geweest: bouwwerk en natuurlijke omgeving moeten een eenheid vormen.

Frank Lloyd Wright's vader was een rondtrekkende muzikant, maar toen die het gezin verliet, werd de dan 16-jarige Frank de kostwinner van de familie. Hij kon aan de slag als leerjongen op het kantoor van een lokale aannemer, Allen D. Connover. Tegelijkertijd volgde hij enkele uren per week les aan de universiteit. Connover was in die tijd de enige professionele bouwkundige in Madison. Hij was in wezen geen architect aangezien hij veeleer aandacht besteedde aan constructie dan aan ontwerp. Behalve het toezien op de bouw van ontwerpen, door anderen getekend, was Connover ook het hoofd van de afdeling ingenieurs bouwkunde aan de universiteit. Wat als gevolg had dat wat Wright leerde in Connover's kantoor bouwkunde in de praktijk was. De werkjes die hij moest opknappen waren niet altijd papierwerk.

Gedurende de twee jaar dat Wright in dienst stond van Connover studeerde Frank Lloyd Wright van 1885 tot 1887 techniek aan de Engineering School van de University of Wisconsin. Van de vier jaar durende cursus die technische instructies en teken-oefeningen bevatte volgde Wright nog geen twee jaar. Hij brak deze studie af omdat hij architect wilde worden.

Chicago Silsbee
In de zomer van 1887 ging Wright ervan door, naar Chicago. Zijn gebrek aan een officiële opleiding op hoger niveau sprak in zijn nadeel. Terwijl zijn vaardigheid en kennis opgedaan in Connover's bedrijf en zijn boekenkennis dit tekort weer goed maakten. Via een oom kwam hij in contact met de weinig bekende architect Joseph Lyman Silsbee. Hij zeurde net zo lang bij de architect tot hij een baantje kreeg als tekenaar voor $8 per week. Al snel leerde hij de basisvaardigheden en kon hij aan het werk voor het ontwerp van een kerk, het All-Souls project: De Lloyd-Jones familiekapel in een idyllische vallei in Wisconsin nabij Spring Green was het eerste gebouwtje waaraan Wright als jongeman werkte. Het was een speciaal ontwerp voor een kerk en Silsbee's invloed was sterk zichtbaar. Het geheel leek meer op een clubhuis dan op een kerk, door het informele, asymmetrische ontwerp en de mix van metselwerk en bruine shingels. Wright werkte slechts zeven of acht maanden bij Silsbee, maar hij vergat hij nooit wat hij daar geleerd had. Sporen van diens invloed zouden ook in het later werk van Wright nog opduiken.

Adler en Sullivan
Hij hoorde echter over een een vacature bij het bureau Adler & Sullivan en solliciteerde er voor een baan als tekenaar. Wright werkte verscheidene nachten door om een serie tekeningen uit te kiezen die hij Sullivan zou laten zien. Sommige van de tekeningen waren verwerkingen van Silsbee's tekeningen, anderen waren wel overwogen 'Sullivanistisch'. Tijdens het interview bestudeerde Sullivan de tekeningen en Wright werd aanvaard voor 25 dollars per week.

Van 1888 tot 1893 werkt hij bij het architectenkantoor van Adler en Sullivan dat door zijn belangstelling voor vernieuwingen in de architectuur een grote invloed op de vorming van de ideeën van de aankomende architect Wright moet hebben gehad. Zij waren belangrijke exponenten van de Chicago School, die in het laatste kwart van de 19e eeuw veel kantoorgebouwen en warenhuizen neerzette en door de toepassing van de staalskeletconstructie grote invloed op de bouwkunst van de 20e eeuw heeft uitgeoefend. Sullivan had als partner Dankmar Adler (1844-1900) die meer verantwoordelijk was voor de zakelijke kant en de boekhouding van de zaak. Sullivan stelde dat er voor de oude stijlen, tradities en waarden, aanwezig in architectuur en maatschappij, geen plaats was in het nieuwe, moderne Amerika. De beste inspiratie was volgens hem de natuur.

Als bedenker van het veelgebruikte adagium ‘form follows function' wordt Sullivan wel beschouwd als de grootste invloed op het denken van Frank Lloyd Wright, maar dat miskent de mate waarin Wrights ideeën al gevormd waren door vrijdenkende Unitaristische familieleden, bewonderaars van Emerson, Thoreau en John Ruskin. Tegen de tijd dat Wright Sullivan ontmoette, onderschreef de jongeman al Ruskins stelling dat schoonheid ten doel had om ‘de absolute waarden over te dragen waarop een gezonde samenleving moet rusten'. Zelfs de term ‘organisch', waarmee Wright zijn werk omschreef, komt direct van Ruskin. Volgens Ruskin had de architect de plicht om de samenleving naar een hoger plan te tillen; precies de boodschap die ook Wrights moeder steeds onderstreepte.

Hij trouwde al spoedig met Catherine Lee Tobin, Kitty genoemd, die hij had ontmoet in de kerk van zijn oom, in Chicago. Hij bouwde in 1889 een huis buiten Chicago, in Oak Park (Illinois). Het paar kreeg het ene kind na het andere, zes in totaal. Het beste voorbeeld, van zijn steeds weer herwerken van zijn ontwerp naar een betere oplossing, is zijn eigen huis in Oak Park. In de 20 jaar dat Wright daar zou verblijven (1889-1909) zou zijn huis dienst doen als een soort van laboratorium.

Toen Wright zich bij het kantoor van Adler en Sullivan voegde stonden ze juist op de drempel van een prachtige carrière. Dit werd bevestigd met de beheerde opdracht voor het ontwerp van het auditorium te Chicago. De zaak was toen nog gehuisvest op de bovenste verdieping van een kantoorgebouw dat Adler en Sullivan zelf ontworpen hadden in 1880. Toen het Auditorium in 1889 afgewerkt was verhuisden ze al vlug naar de zolderverdieping van de grote toren. Daar kreeg Wright een kantoor dat aansloot bij dat van Sullivan en even groot was. Deze snelle groei van bouwkundig tekenaar tot zowat een partner in de firma is weeral een bewijs van Wright's vlugge groei naar bekendheid en succes. Al in 1989 had Wright de leiding over alle opdrachten voor woonhuizen van Adler & Sullivan.

Hoewel hij al in 1893 bij Dankmar Adler en louis henry sullivan wegging om zijn eigen praktijk te beginnen, heeft hij dus de gelegenheid gehad om zelfstandig aan bepaalde huizenprojecten te werken. Tussen hem en Sullivan, die hij 'zijn geliefde leermeester' noemt, is een wisselwerking geweest. Ze hebben van elkaar geleerd maar ze bleken te verschillend van opvatting te zijn om blijvend samen te werken. Na onenigheid over klandestiene opdrachten die hij zelf had verricht nam Wright zijn ontslag. Zoals zijn ambitie groeide, groeide ook zijn gezin. De schulden namen alsmaar toe zodat hij zich genoodzaakt zag om er nog enkele opdrachten thuis bij te nemen. Uit de ene opdracht volgde de andere en zo ontwierp hij in totaal een negental woningen in eigen beheer. Alhoewel deze opdrachten geen inbreuk waren op zijn contract, stelde Wright Sullivan hiervan niet op de hoogte.

1893 wereldtentoonstelling
Tijdens en na het optrekken van een gebouw voor de wereldtentoonstelling in Chicago in 1893, werd Wright getroffen door twee gebouwen, de Colombiaanse reconstructie van een maya klooster en een namaak van een Japanse tempel en de bijhorende schatten. Het Japanse paviljoen op de World's Columbian Exposition in Chicago wekte zijn enthousiasme voor Japanse architectuur en inspireerde hem tot het verzamelen van Japanse prenten. De leer van Zen trad op in zijn architectuur door het realiseren van een vrijuit stromende beweging tussen binnen- en buitenruimte door een eenvoudige, aan het materiaal aangepaste constructie. Alhoewel sommige van Wright's ontwerpen onmiskenbare overeenkomsten met de Japanse architectuur hebben heeft de architect altijd ontkend dat hij daardoor werd beïnvloed.

zelfstandig architect
In 1894 vestigde hij zich als zelfstandig architect in Oak Park. Al snel werkte hij in een totaal nieuwe stijl die zijn eerste grote periode als architect zou markeren. Het prille bewijs van zijn nieuwe richting was het ontwerp voor zijn eigen eetkamer in 1895. In een radicale vereenvoudiging van het interieur benadrukte Wright de horizontale lijnen door middel van houten profielen en de verticale lijnen door stoelen van eigen ontwerp, met hoog opgetrokken ruggen voorzien van houten spijlen. De vloer was kaal, de enige decoraties in de kamer waren een paar vazen met bloemen, glas-in-lood ramen met een abstract bloemenpatroon en een houtgesneden lichtgril aan het plafond.

Arts and Craft
De Arts and Craft Movement, zoals die in de jaren tachtig van de negentiende eeuw in Engeland was opgekomen, zette zich af tegen jaren van massaproductie. De beweging betekende een heropleving van het concept van middeleeuwse gilden en mooie, handgemaakte objecten. De toonaangevende beoefenaar van het genre was William Morris, de leidende theoreticus John Ruskin. Tegen de tijd dat Wright en zijn tijdgenoten in Chicago er warm voor liepen, had deze Engelse stijl zich behoorlijk ontwikkeld, regelmatig verschenen er artikelen in de internationale tijdschriften. Omdat de aanhangers ervan eerder een set van principes omarmden dan een specifieke stijl, kon Wright in alle vrijheid zijn eigen richting ontwikkelen.

prairiehuizen
De eerstvolgende jaren kreeg Wright niet echt veel opdrachten, maar bleef hij wel verder werken aan zijn huis in Oak Park. Zijn zoeken naar zijn eigen vormentaal zette zich in zijn al spoedig bloeiende praktijk constant voort. Dit leidde in Oak Park en andere buitenwijken van Chicago tot de ontwikkeling van wat de Prairie Houses zijn gaan heten.

Zijn serie 'prairie houses' betekende een omwenteling in de Amerikaanse bouw van landhuizen: Het ontwerp voor ‘A Home in a Prairie Town' (1900) betekende echter het begin van Wrights carrière als onafhankelijk architect. Het meest bekend in deze prairiestijl zijn Coonley House (1908) in Riverside, Ill., en Robie House (1909) in Chicago.

Deze ruime landhuizen bestonden voornamelijk uit plaatselijk voor handen natuurlijke materialen -steen, baksteen en hout- en legden de nadruk op de natuurlijke schoonheid van de omliggende prairies van het Middenwesten. De gebouwen zijn laag gehouden en hebben een karakteristieke, horizontale liniëring met ver uitspringende, vrij platte, iets hellende, daken, zodat zij 'organisch' in het golvende prairielandschap opgaan. hij rekte veranda's en pergola's uit tot in de omringende tuinen, zodat huis en omgeving harmonieerden. In het huis gaan de verschillende ruimten vloeiend in elkaar over, hetgeen - in combinatie met de X-, L- of T-plattegrond van en tuinaanleg bij het huis - een onstatisch geheel oplevert, een suggestie van verwisselbaarheid van 'binnen' en 'buiten' geeft. De rangschikking van de vertrekken ligt in kruisvorm om een centrum of in een langgestrekte opeenvolging. Er is een open verbinding tussen de ruimten onderling en contact tussen de binnenruimten en de omringende natuur. Doordat het centrum, een stookplaats met schoorsteen of een hoger opgaand gedeelte van het huis dat boven de lagere vleugels uitsteekt, een meer gesloten karakter heeft, blijft een gevoel van bescherming bestaan, versterkt door de ver overstekende daken. In de vernieuwende interieurs met weinig tussenmuren gebruikte men scheidings wanden en zachte natuurlijke kleuren, die de ruimte zo licht mogelijk hielden. Veel van deze woningen en ook latere gebouwen van Wright waren Gesamtkunstwerke, waarin men gedeeltelijk ingebouwde accessoires en meubilair verwerkte. Wright wilde met deze projecten een bepaalde natuurlijkheid en spirituele transcendentie bewerkstelligen.

Robie House, 1909-1910, Chicago
Volgens de eisen van de constructie en de functie gebouwd. Abstractie en stereometrie in contrast met organische structuur van de renaissance en barokarchitectuur. Volledige fusie van binnen en van buiten. (?)
"Kubistische" architectuur, vooral in Wrights vroege stijl tussen 1900 en 1910, waarmee hij internationaal enorme invloed uitoefende. Hij hield zich toen vooral bezig met het ontwerpen van woonhuizen in de voorsteden van Chicago. Ze stonden bekend als "prairie houses", want de lage, horizontale lijnen waren gekozen om harmonisch in het vlakke omringende landschap over te gaan. Het laatste en mooiste voorbeeld van deze serie is dit Robie House. Met de term kubisme wordt hier niet alleen het gebruik van strakke, rechthoekige elementen voor de compositie bedoeld, maar vooral ook Wrights behandeling van de ruimte. Het huis is ontworpen als een aantal "ruimteblokken", gegroepeerd rondom een centrale kern, de schoorsteen. Sommige van deze blokken zijn open, andere gesloten, maar ze zijn allemaal met grote duidelijkheid gemarkeerd. De zo gecreëerde architectonische ruimte omvat de balkons, het terras, de hof, de tuin en tenslotte het huis zelf: tastbare en ontastbare vormen worden als equivalent beschouwd, zoals ook gebeurt in de analytische kubistische schilderkunst, en het hele complex gaat een actieve, spanningsvolle wisselwerking met zijn omgeving aan. Wrights bedoeling was niet eenvoudig een huis te ontwerpen, maar een volledige omgeving voor het wonen te scheppen. Hij belastte zich zelfs met allerlei details van het interieur en ontwierp gekleurde glasramen, bekledingsstoffen en meubelen. De overheersende factor daarbij was niet zozeer de individuele cliënt met zijn bijzondere verlangens, maar Wrights overtuiging dat gebouwen een diepgaande invloed uitoefenen op de mensen die erin wonen, werken of bidden, zodat de architect in feite mensen vormt, of hij zich van die verantwoordelijkheid nu bewust is of niet. (Janson 706-707)

beton
Wright heeft voor zijn eerste bouwwerken veel baksteen gebruikt. Het kantoorgebouw voor de Larkin Soap Company in Buffalo, gebouwd 1904, gesloopt 1950, is van gewapend beton. In 1901 had Wright al een ontwerp voor een bankgebouw van gewapend beton gepubliceerd. Hij gebruikte dit materiaal voor gebouwen die niet voor bewoning bestemd waren.

Erop rekende dat Wright in staat was om zijn visie over architectuur om te zetten in de realisatie van gebouwen, gaf hij in het befaamde Hull House (Chicago) in 1901 een lezing genoemd ‘The Art and Craft of the Machine'. Daarin had hij het ondermeer over de belangrijke rol die de nieuwe technologie zou moeten hebben in elke nieuwe vorm van architectuur in Amerika.

1903-1905 Larkin-gebouw
Wright kreeg de opdracht voor het nieuwe administratie-gebouw van de Larkin-compagnie, een gebouw ontworpen voor de organisatie van een postorderbedrijf. Het gebouw was één van de eerste met een soort airconditioning systeem en oefende meer dan elk ander gebouw uit de twintigste eeuw een invloed uit die de hele architectuur deed veranderen. Het grote atrium in het centrum van het gebouw had dakvensters zes verdiepingen boven het gelijkvloers. De omlopen rond de open ruimte bevatte de bestuurskantoren en was verlicht door hoge ramen in de buitenmuur. Toch werd het gebouw in 1950 afgebroken.

Net als de Prairie Houses waren zijn latere kantoor- en openbare gebouwen, zoals het larkin Company Administration Building in Buffalo, geïntegreerde ontwerpen waarmee een zo plezierig mogelijke omgeving gecreeërd moest worden. De revolutionaire opzet van het larkin-gebouw was bijvoorbeeld niet alleen functioneel, maar stimuleerde door de open galerijen en de lichte binnenplaats een soort familiegevoel tussen de werknemers, die allen samenwerkten in plaats van in aparte kamertjes. Het strakke stalen kantoormeubilair ontwierp hij speciaal voor dit project en het was zowel functioneel als visueel gezien één met de omgeving.

Unity Temple Oak Park
Net als het larkin-gebouw was de Unity Temple in Oak Park (1904-1907) geometrisch opgezet aan de buitenkant, zodat binnenin een opmerkelijke sfeer van ruimte en licht heerste. De vernieuwende cantileverconstructie van dit gebouwen de niet-dragende scheidingswanden van metselwerk, hout, beton of glas betekenden een keerpunt in Wrights streven naar "de ondergang van de doos". Zijn werk raakte steeds verder verwijderd van de Arts & Crafts en Wright begon de structurele en decoratieve mogelijkheden van industriële blokken beton te onderzoeken; hij gebruikte dit gegeven met succes in het Imperial Hotel in Tokyo (1915-1922) en vier huizen in los Angeles (begin jaren '20).

Japan
In 1906 bezocht Wright voor de eerste maal Japan waar hij later nog verscheidene malen is geweest en waar hij o.a. een groot hotel (Imperial Hotel, 1913) heeft gebouwd. In 1906 organiseerde hij in het Art Institute in Chicago een expositie van zijn Hiroshige prenten.

Taliesin
In Spring Green begon hij in 1908 met de bouw van zijn huis Taliesin. De naam betekent: 'stralend gezicht'; het is een oud Keltisch woord. Wright is zich steeds bewust gebleven van zijn Keltische afstamming uit Wales. In 1896 had hij op de terreinen in Spring Green al een school gebouwd. Door nieuwe uitbreidingen, bestemd voor zijn studenten, een boerderij en andere gebouwen, werd Taliesin een groot complex dat enige malen door brand gedeeltelijk werd verwoest en daarna weer werd opgebouwd.

Europa
Na 1909 volgden een aantal drukke jaren voor Wright. Zijn werk varieerde van gewone huizen tot winkels, kerken, fabrieken, maar hij raakte ontgoocheld omdat een aantal grote ontwerpen niet werden geraliseerd. Wright begon de interesse in zijn werk te verliezen. Bovendien boterde het ook niet meer met zijn echtgenote en op het einde van 1909 verliet hij zijn kantoor en gezin en trok naar Europa, samen met Mamah Borthwick Cheney, de echtgenote van een cliënt. Zijn reizen naar Europa in 1909/1911 markeerden een overgang naar een nieuwe fase in zijn werk. Zijn populariteit in Europese kringen groeide als gevolg van de publicatie van zijn werk in luxe portfolio's. In 1910 en 1911 verschenen bij de uitgeverij Wasmuth in Berlijn publikaties met tekeningen en foto's.

In Nederland hield Berlage verscheidene lezingen over het werk van Wright dat hij tijdens zijn Amerikaanse reis in 1911 had leren kennen. In 1913 verscheen: 'Mijn Amerikaanse reisherinneringen' waarin Berlage veel aandacht schonk aan Wright. De jonge architect Robert van 't Hoff bezocht Amerika in 1914 en ontmoette Wright persoonlijk. Vooral de Unity Church maakte veel indruk op hem. In 1917 bouwde Van 't Hoff in Huis ter Heide een landhuis in de stijl van dit bouwwerk. Op Berlage maakte de zware baksteenarchitectuur van het Larkingebouw de meeste indruk; Van 't Hoff bewonderde de logische opbouw van de Unity Church met verschillende ruimten uit de plattegrond waarbij van elk de hoogte door hun functie is bepaald.

Twee jaar later keerde hij terug, maar vermeed Chicago. De onophoudelijke kritiek negerend, betrokken Borthwick en hij in 1911 Taliesin, het huis en de werkplaats die hij had gebouwd nabij de plek van de oude homestead in Wisconsin. Hij richtte een nieuw kantoor op in Wisconsin en later Los Angeles. Vooral de ruimte en de woestijn van Zuid-Californië oefenden een grote aantrekkingskracht op Wright. In 1909 ontwierp hij het George C. Stuart House in Monte Cito en vijftig jaar lang zou hij ontwerpen blijven maken voor Californië, gebruik makend van elementen uit zijn prairie-huizen, tot ze uiteindelijk opgingen in zijn latere ontwerpen met regionale architectuur.

Drie jaar later werd zijn leven totaal overhoop gegooid door de moord op Borthwick, haar twee kinderen en vier andere aanwezigen door een employee, die ook het complex in brand stak. Het huis in Taliesin brandde tot de grond toe af. Alleen de studio bleef over. Gedurende deze moeilijke jaren stortten zowel Wrights professionele carrière als zijn persoonlijke leven in elkaar. In Amerika raakt de Arts and Crafts Movement uit de gratie en maakte plaats voor de herleving van de Colonial Style als nieuw symbool voor de welgestelden. Internationaal was de architectuur enorm in beweging en openden invloedrijke Europeanen als Le Corbusier, Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe een nieuw tijdperk.

De Machine Age was aangebroken en alle oude waarden stonden op hun kop. Nog steeds lag de nadruk op samenleving maar de verschuiving was evident: gebouwen moesten niet meer nationale aspiraties weerspiegelen maar voldoen aan idealen van vooruitgang en sociale verbetering van de massa's. Daarmee verdween de notie dat schoonheid een weerspiegeling was van de absolute waarden van een samenleving. Wrights probleem was dat hij dat ideaal nog lang niet had opgegeven, integendeel. Uiteindelijk zou Wright die uitdaging beantwoorden, zoals hij ook een faillissement, rechtszaken en ontelbare juridische pesterijen van zijn wraakzuchtige tweede echtgenote, Miriam Noel, zou overleven. Wright was met Noel getrouwd kort na de tragedie op Taliesin.


barokke periode
De tijd van 1910 tot 1920 wordt wel de 'barokke periode' van Wright genoemd. Hij paste barok-kubistische ornamenten toe aan enige bouwwerken, waarvan vooral het Imperial Hotel in Tokio (1916-1922) bekend is. In 1915 opende hij in Tokyo een bureau; zijn verblijf in Japan bracht een keerpunt in zijn werk teweeg. Na zijn terugkeer verschenen er enkele publicaties van zijn hand, waaronder Modern Architectuur (1931) en hield hij diverse lezingen aan universiteiten.

Hij verhuisde in 1917 naar Los Angeles.

Wilderness years
Tot omstreeks 1924 leverde hij nog regelmatig nieuwe projecten af, daarna werd het plotseling stil om hem heen. Zijn Wilderness years noemt Banham deze periode. Wright bleef overeind ondanks de afgenomen aantallen opdrachten na de voltooiing van zijn beroemde Imperial Hotel in Tokio en de vernedering om te worden beschouwd, zoals de bekende architect Philip Johnson grapte, als ‘de beste architect van de negentiende eeuw'.

De tweede belangrijke fase uit Wrights carrière werd gestart met een ontwerp waarin hij de mogelijkheden van betonnen draag-elementen uitbuitte. Sinds 1901 realiseerde hij zich dat het machinetijdperk bestemd was om grote veranderingen in de bouw teweeg te brengen. Maar het was pas in 1920 dat hij volledige gebouwen samenstelde met massaproductie-elementen zoals betonblokken. Hij verbande de prairiestijl en creëerde een architectuur van betonnen raamwerken met glazen wanden.

Hij bouwde enkele woonhuizen in Californië in een nieuwe techniek: geprefabriceerde, in een bepaald patroon versierde blokken beton (o.a. Millard House, Pasadena; 1923).

Taliesin III
Nadat twee voorgaande door brand waren verwoest, begon Wright in 1925 voor de derde maal aan de bouw van een eigen huis: Taliesin in Spring Green, Wisconsin. Het complex bestaat uit een groep laagliggende, zich breed uitstrekkende gebouwen van hout en de plaatselijk voorhanden kalksteen, en vormt een van Wrights meest overtuigende voorbeelden van organische architectuur. Hier gaf hij les aan zo'n vijftig leerlingen, die door verbouw van gewassen op de omliggende velden in hun eigen levensonderhoud voorzagen.

Blijvend geluk zou hij pas vinden toen hij in 1928 trouwde met Olgivanna Hinzenberg, die hem de rest van zijn leven vergezelde.

In 1931 was een tentoonstelling van zijn werk te zien in New York, Amsterdam, Berlijn, Frankfurt, Brussel, Milwaukee en Chicago.

Taliesin Fellowship
Tijdens de depressie van de jaren '30, toen hij weinig opdrachten kreeg, richtte Wright in 1932 een onderwijsgemeenschap op, Taliesin Fellowship, en trok hij zich terug uit het openbare leven.

Ook in 1932 publiceerde hij een autobiografie. Tot 1940 werkte hij voornamelijk als docent en theoreticus.

Johnson's Wasfabrieken
Dan begint na 1934 opnieuw een periode van toenemende productiviteit waarin Wright zich wederom vernieuwt en meesterwerken van internationale faam ontwerpt. In het kantoorgebouw met laboratorium voor Johnson's Wasfabrieken in Racine, Wisconsin (1936-1947) paste Wright op een bijzondere manier gewapend beton toe. In de grote kantoorzaal staan op regelmatige afstanden kolommen van beton die grote cirkelvormige schijven dragen. Tussen deze schijven is glas aangebracht en het daglicht valt via het plafond binnen. Qua ruimtelijk effect vormt deze werkhal een van de hoogtepunten uit Wrights carrière.

Usonian Houses
Wright ging gestaag verder met zijn onthulling van zijn Usonian Houses: een klein type huis, waarvan de kosten laag gehouden konden worden door o.a. een efficiënt gebruik van bouwmateriaal; Wright was daarmee een van de eersten die ook woningen voor de minder gegoeden ontwierpen. Ze bestonden uit steen, hout en glas dat zowel binnen als buiten werd aangewend. De woningen hadden platte daken en werden zo ontworpen dat men een wijd zicht had op de privé-tuin via de glazen deuren. Alhoewel deze woningen een verfijnd ontwerp waren voor een beperkt budget, werden de principes van Usonian-woningen ook gebruikt voor rijkere klanten. De twee meest bekende woningen zijn het Edgard Kauffmann House in Bear Run in Pennsylvania - beter bekend als Fallingwater - en het administratiegebouw van Johnson-Waxcompany in Wisconsin. Ze vormden het steunpunt in een poging tot het creëren van totale ruimtes.

Fallingwater

Falling Water
Het meest romantische is het huis 'Falling Water' in 1936 voor Edgar J. Kaufmann gebouwd in de bossen van Bear Run in het Alleghenygebergte in Pennsylvania. Het staat boven een waterval, strakke terrassen van gewapend beton zijn ver overkragend gebouwd op de grillige rotsen waarover het water van een riviertje omlaag stroomt. De voorliefde van Wright voor sterke tegenstellingen blijkt uit de manier waarop hier beton in de omringende natuur is geplaatst. Sedert 1964 is het een museum.

Als winterverblijf voor de arbeidsgemeenschap die Wright met zijn medewerkende architecten en studenten vormde werd Taliesin-West gebouwd in Paradise Valley bij Scottville, Arizona, 1938. Naar deze grotendeels houten gebouwen, prachtig gelegen in de rotsachtige woestijn, verhuisde Wright met zijn medewerkers en studenten in de wintermaanden om er in het warme droge klimaat te wonen en te werken.

Broadacre City
In de jaren tussen de beide wereldoorlogen heeft Wright niet alleen een groot aantal kantoorgebouwen gemaakt maar vooral ook gewerkt aan een nieuw, idealistisch en bijna romantisch stadsconcept: Broadacre City. Wright zag in Broadacre City een net van wegen met daartussen spaarzame bebouwing, juist de ruimtelijke vertaling van het democratische, individualistische Amerika.

Fabrieksgebouw van de Johnson Wax Cy., 1949, Racine (U.S.A.)

Het Solomon R. Guggenheim Musuem
In latere ontwerpen is Wright meer gaan experimenteren met het motief van de cirkel. Op een gegeven moment stapte hij af van de rechthoekige vormen en begon hij hoeken van 60 of 30 graden te gebruiken, evenals cirkels en zelfs spiralen. In zijn kantoorflat, de Price Tower te Bartiesville, Oklahoma, (1953), werden hoeken van 30° en 60° een belangrijk element. Het meest sprekende voorbeeld hiervan, een combinatie van cirkel- en spiraalvorm, is het laatst uitgevoerde werk van Wright, het Guggenheim Museum te New york (1943-1946; uitgevoerd 1956-1959), gebouwd met een spiraalvormige baan in de expositieruimte waardoor de museumruimte wordt beheerst. Dit leidde echter tot enige nadelen: het ophangen van grote kunstwerken op een gebogen muur blijkt lastig, en de bezoekers staan steeds op een hellende vloer, hetgeen een onrustig gevoel blijkt op te leveren.

Hij blijft actief tot zijn dood op bijna 92-jarige leeftijd in 1959. In zijn laatste levensjaren zette hij zijn theorieën aangaande architectuur en cultuur op papier; hij schreef o.a. een autobiografie: 'A testament' (1957), en 'The living city' (1959) over de stad van de toekomst. Frank Lloyd Wright stierf op 9 april 1959 te Phoenix, Arizona.

Hoewel hij als een van de belangrijkste architecten van zijn tijd wordt beschouwd, was zijn kunst dermate individueel dat zij geen bepaalde stroming in het leven heeft geroepen. Hij heeft wel veel invloed gehad op de ontwikkeling van de moderne architectuur. Vooral de grote ruimtelijkheid van zijn ontwerpen is daarbij van belang geweest. Soms is er inderdaad rechtstreekse navolging geweest. De woningen in Kijkduin, Den Haag, 1924 (afb. 116), ontworpen door Ir. B. Bijvoet en Ir. J. Duiker, zijn geheel afgeleid van de 'prairiehuizen'. Ook W. M. Dudok heeft bij de bouw van het Hilversumse raadhuis en verscheidene andere werken veel invloed ondergaan van Wright.

Organische architectuur
Al zijn ontwerpen drukten zijn eerbied voor de natuur en zijn overtuigende geloof in het belang van menselijke waarden uit - ofzoals hij zelf zei: "menselijkheid". Wright stelde dat "schoonheid slechts het schijnen van het licht (ziel) van de mens" is. Met zijn Organic Design probeerde hij de spirituele essentie van zowel de mens als de natuur te symboliseren en vast te leggen. Wright gaf niet alleen vele impulsen tot vernieuwing aan de Amerikaanse en Europese architectuur, maar ook in zijn eigen oeuvre wist hij consequent en op steeds verrassende wijze zijn ideaal - organische architectuur - te verwezenlijken. Organische architectuur is gebaseerd op de idee van eenheid in zijn en handelen: architectuur moet voortvloeien uit de 'wetten der natuur' en dus ook in vorm en materiaal niet tegenstrijdig met de natuurlijke omgeving zijn. Daarnaast moet architectuur, als product van de cultuur, deze gestalte geven, de eenheid van natuur en cultuur belichamend en de gemeenschap dienend. Ook in geschrifte heeft Wright bekendheid aan deze, wel als romantisch gekwalificeerde opvatting van functionalisme gegeven. Wright was historicist noch modernist in de eerste plaats was hij een humanist.

In nederland heeft Frank Lloyd Wright ook invloed uitgeoefend op Pieter Jan Christophel Klaarhamer, Han van Loghem, Jan Wils en Henk Wouda,


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 36.