kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25 05 2016 025:56 voor het laatst bewerkt.

Gerrit Rietveld

Nederlands architect, meubelontwerper, grafisch ontwerper, interieurontwerper en docent aan verschillende academies, geboren 24 juni 1888 Utrecht - overleden 26 juni 1964 Utrecht.

Leerling van Pieter Jan Christophel Klaarhamer,
Invloed op Marcel Breuer,

Biografie
Gerrit Th. Rietveld, zoon van Johannes Cornelis de Rietveld, meubelmaker, en Elisabeth van der Horst. Gerrit en zijn drie broers en twee zusters hadden geen gemakkelijke jeugd. Hun moeder was een fantasierijke en opgewekte vrouw, maar hun vader, ouderling in de gereformeerde kerk, een strenge en gelovige man. Diens hevige zondebesef en strikte moraal drukten zwaar op het gezin.

Onmiddellijk na de lagere school leerde Gerrit rietveld vanaf 11-jarige leeftijd het vak van meubelmaker in de meubelwerkplaats aan de Poortstraat in Utrecht van zijn vader (1899-1906). Hij werkte er van 's ochtends vijf tot 's avonds zeven voor een dubbeltje in de week. De hier in een historiserende-stijl gemaakte massieve meubelstukken, met hun protserige uitsteeksels en sierrandjes verafschuwde de jonge Rietveld. Terugblikkend op deze tijd verklaarde hij het er alleen te hebben uitgehouden, omdat hij elke vrije minuut voor zichzelf kon tekenen. Daar stond echter tegenover dat toen zijn waardering voor het vakmanschap van de meubelmaker ontstond.

Rietvelds ambities reikten verder dan het uitvoeren van andermans meubelontwerpen. Korte tijd werkte hij als tekenaar bij de juweliersfirma van C.J. Begeer.

Tussen 1904 en 1908 volgde Rietveld een avondcursus bij het Kunstindustrieel Onderwijs der Vereeniging 'Het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid', waar hij les kreeg in tekenen, proportie-, stijl- en ornamentenleer.

P.J.C. Klaarhamer
In diezelfde jaren en ook later, omstreeks 1910, deed hij in de avonduren tevens een meer theoretische cursus bij de Utechtse architect en meubelontwerper P.J.C. Klaarhamer, een Utrechtse architect die experimenteerde met strakke vormen en felle kleuren. Bij deze geestverwant van H.P. Berlage maakte Rietveld kennis met de laatste ontwikkelingen in de nationale en internationale architectuur en kunstnijverheid. Daarnaast zal ook Klaarhamers grote belangstelling voor literatuur en filosofie in de lessen hebben doorgeklonken en zo zijn geestelijke vorming hebben beïnvloed.

In 1908 creëerde hij reeds zijn eerste meubelstukken.

Gehuwd op 28-9-1911 met Vrouwgien Hadders (1883-1957), verpleegster. Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 2 dochters geboren.

In 1912 exposeerde Rietveld vier schilderijen op een tentoonstelling van het Utrechtse Schilder- en Teekenkundig Genootschap 'Kunstliefde', waarvan hij drie jaar eerder lid was geworden. Volgens de overlevering koesterde Rietveld een blauwe maandag de wens schilder te worden, maar deed het onzekere bestaan hem anders besluiten.

Met tussenpozen werkte Rietveld tot 1917 nog als meubelmaker in het bedrijf van zijn vader. Maar hij ontwierp, voor eigen gebruik en voor vrienden, ook zelf enige meubelen die opvallen door hun sobere en strakke vormgeving.

In 1917 begon Rietveld een meubelmakerij aan de Adriaen van Ostadelaan in Utrecht. Zijn zelfstandigheid leidde tot eigenzinnige ontwerpen, die waren gebaseerd op een analytische benadering van het meubel. Rietveld heeft een aantal bekende meubelen gemaakt. Zo is er de rood-blauwe leunstoel uit 1918, en de Zigzag stoel. Hij maakte ook een aantal buismeubelen. Bij zijn meubelen gebruikte Rietveld veelal gebruik van de cartesiaanse knoop. Veel van de meubelen zijn in de collectie van het Centraal Museum in Utrecht.

In 1917 begon Rietveld een eigen meubelmakerij aan de Adriaen van Ostadelaan in Utrecht. Zijn zelfstandigheid leidde tot eigenzinnige ontwerpen, die waren gebaseerd op een analytische benadering van het meubel. Rietveld streefde ernaar om meubelen te ontwerpen die in massa gemaakt konden worden en die niet duur waren, zodat iedereen ze zou kunnen kopen. Vanuit sociaal oogpunt wenste hij de arbeiders te bevrijden van het harde en afmattende repetitieve werk door machines in te schakelen.

Rood-blauwe stoel (1917-18)
Zijn rood-blauwe stoel van 1917/18 was een revolutionair ontwerp en zeer belangrijk in zijn ontwikkeling als meubelontwerper en ook als architect. Dit ontwerp van Rietveld werd één van de bekendste ontwerpen binnen de kunstbeweging de-stijl en is een belangrijk voorbeeld van de vroege modernistische ontwerptechniek, die het 'zitten' rationaliseerde en de stoel reduceerde tot een aantal elementaire rechte vormen. Deze stoel, die bestaat uit 15 beukenhouten steunen en twee triplex panelen, toont Rietvelds interesse voor de nieuwe technieken van massaproductie. De houten onderdelen zijn niet verbonden op de conventionele manier, maar met bevestigingen aan de bovenkant of de zijkant. De kleuren , lijnen en vormen doen denken aan het werk van piet mondriaan. Ondanks zijn strakke vorm zit deze stoel zelfs zonder kussens erg comfortabel.
Rietveld: "De stoel was speciaal gebouwd om aan te tonen dat het mogelijk is om een mooi object met een ruimtelijke sfeer te ontwerpen dat kan gemaakt worden met eenvoudige machinaal gefabriceerde onderdelen. Ik verzaagde een houten plaat in planken en rechthoeken. Ik deelde het middenste paneel in twee stukken: het zitvlak en de rugsteun en ik maakte het frame uit verschillende lengtes van de plank. Maar ik was wel bezig met een stoel te maken en het kwam nooit bij me op dat dit object zo belangrijk zou worden dat het zelfs de architectuur zou beïnvloeden." Op een opmerking, dat deze stoel vanwege het houten zitvlak niet comfortabel zou zitten, antwoordde Rietveld: "zitten is ook een werkwoord".
De constructie van de stoel is gebaseerd op een module van 10cm welke overeenkomt met ongeveer de dikte van drie steunlatten en deze simpele geometrische constructie is zo eenvoudig dat de stoel kan gemaakt worden zonder enige werktekening. De steunlatten zijn met drevels aan mekaar verbonden en het zitvlak en de rug worden bevestigd met schroeven. Het subtiele mechanische principe van de stoel is niet zo evident. Als een persoon in de stoel zit, zal het zitvlak het gewicht overbrengen naar de verticale stijlen die op hun beurt de onderste horizontale stijlen belasten; maar als het gewicht zich verplaatst naar het rugpaneel zal de verticale stijl in de andere richting neigen. Het frame gedraagt zich als een veer en op die manier heeft de stoel een sterke mechanische weerstand.
Overigens was de stoel in eerste instantie gemaakt van blank hout en zou het tot circa 1923 duren voordat hij zijn kleuren kreeg, toen Rietveld onder invloed van zijn collega's van De Stijl, zoals Theo van Doesburg en Vilmos Huszár, meer gebruik ging maken van primaire kleuren. De kleuren rood en blauw voor rug en zitting benadrukten de zitfunctie. de geel geschilderde uiteinden van het zwarte onderstel toonden het snijvlak van coördinaten in de ruimte.

De Stijl
In deze jaren maakte hij kennis met Van 't Hoff, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Theo van Doesburg en andere latere leden van De Stijl, bij welke groep hij zich in 1919 aansloot; zijn meubelontwerpen uit deze jaren, in de karakteristieke primaire kleuren (rood, geel, blauw), zijn dan ook pure realisaties van de opvattingen van De Stijl.

Van 't Hoff had net de stoel gezien die Rietveld een jaar tevoren had ontworpen. In die stoel had Rietveld als het ware de ruimte zichtbaar gemaakt. De vorm van het zitmeubel was belangrijker dan het materiaal waaruit het bestond. Het was een uitdrukking van het elementaire zitten. Het geheel was opgebouwd uit zelfstandige onderdelen, uit vlakken, rechte lijnen en haakse hoeken. De leden van De Stijl waren er enthousiast over. Het leek werkelijk mogelijk de ideeën van De Stijl praktisch toe te passen. De stoel werd dan ook in 1919 gepubliceerd in het septembernummer van De Stijl.

Via De Stijl medewerkers leerde Rietveld kunstenaars van de internationale avant-garde kennen, zoals el lissitzky, László moholy-nagy en kurt schwitters, met wie hij vriendschappelijke relaties onderhield.

Buffet (1919)
Een voorbeeld van een typisch Rietveld-meubel: de duidelijke constructie-principes, de overheersende lijn-vlak-relatie, de luchtige kwaliteiten en het modulaire karakter zijn allen aanwezig in deze buffetkast.

In de periode 1919-1924 evolueerde Rietveld van meubelmaker tot architect in zijn ontwerpen voor verbouwingen en interieurs. Dit soort opdrachten zou steeds een belangrijk onderdeel van zijn werkzaamheden blijven uitmaken.

In 1921 begon hij samen te werken met de binnenhuisarchitecte Truus Schröder-Schräder.

Vanaf 1923 werkte Rietveld soms samen met theo van doesburg en Cornelis van Eesteren.

Berlijnse stoel, multiplex, beukenhout, 106,2 x 75,3 x 58,3 cm (1923)
Rond 1923 introduceerde Rietveld twee nieuwe elementen in zijn meubelontwerpen: asymmetrie en opbouw uit vlakken. Rietveld wilde in zijn meubels een open, ruimtelijke structuur creëren. De Berlijnse stoel is geconstrueerd uit vier brede planken en drie smalle latten, die loodrecht op elkaar staan en zowel het frame als de steunvlakken vormen.

1924 Schröder-huis
Het Schröderhuis werd gebouwd voor Truus Schröder-Schräder, voor wie Rietveld eerder een kamer in haar huis aan de Biltstraat had verbouwd. Na de dood van haar echtgenoot wilde ze weg uit het statige maar donkere herenhuis en vroeg ze Rietveld om een stuk grond te zoeken voor een nieuw te bouwen licht huis. Zelf zocht ze ook, en onafhankelijk van elkaar kwamen beiden uit op hetzelfde stuk grond: een perceel aan de rand van Utrecht, aan het eind van de Prins Hendriklaan, met uitzicht over de velden. Daar verrees in 1924 het huis dat uiteindelijk als enige Nederlandse woonhuis op de UNESCO-werelderfgoedlijst geplaatst zou worden.
Het Schröderhuis is een internationaal baanbrekend ontwerp, waarin hij zowel de ideeën van de-stijl met betrekking tot de begrippen functie, constructie, vorm en ruimte verwerkte, alsook de opvattingen, zoals hij zich die had eigen gemaakt bij zijn meubelontwerpen. Het is een van de weinige gebouwen die een zuiver voorbeeld zijn van 'de-stijl'.
De basisvorm is een rechthoekig blok, waarvan de vlakken door horizontaal uitstekende platen en verticale wandpanelen, balustradepanelen en stijlen 'ontleed' worden. De buitenmuren zijn voorzien van grote glaspartijen zodat de interne en externe ruimte een eenheid vormen en binnen zijn mobiele wanden toegepast. De door mondriaan tot dogma verheven rechthoek heerst tot in het detail, bijvoorbeeld bij de naar buiten openslaande ramen die maar in één positie open kunnen, namelijk precies in een hoek van 90 graden ten opzichte van de gevel.
De kleuren, waarin het huis geverfd is, zijn die van Mondriaans schilderijen. Alle lineaire elementen zijn rood, blauw of geel; de vlakken wit of grijs. Net als bij de roodblauwe stoel wordt het materiaal van het huis als het ware ontkend, en wordt de aandacht getrokken naar de compositie van de vlakken.
Het huis belichaamt de ideeën die Rietveld en Schröder over wonen hadden. Wonen moest een bewuste daad zijn. En dus werd het huis zo ingericht dat voor alles wat de bewoners er wilden doen een handeling verricht moest worden, bijvoorbeeld door schuifwanden te verplaatsen of de tafel uit te klappen. Slaapkamers werden, als er niet geslapen werd, bij de leefruimte getrokken, en de keuken en de eetkamer werden gecombineerd. Door het ontbreken van zware kozijnen wordt de ruimte als het ware verbonden met de buitenruimte. Overigens werd de bovenverdieping, waar zich de leefruimte bevindt, op de bouwtekening eenvoudig aangeduid als 'zolder'. Omdat de begane grond de volgens de regels benodigde vertrekken had, gaf de Utrechtse welstandcommissie toestemming voor de bouw. Anders dan de buitenkant doet vermoeden, is het Schröderhuis gebouwd van baksteen, die met stucwerk geëgaliseerd en in wit en een aantal grijstinten geschilderd is. Alleen de balkons zijn van gewapend beton. Het huis werd jubelend ontvangen door architectuurtijdschriften.

In het ontwerp, dat in nauwe samenwerking met de opdrachtgeefster tot stand kwam, brak Rietveld met de traditionele (stijl)opvattingen over bouwkunst. Het Rietveld Schröder Huis was in grote lijnen ontworpen vanuit Rietvelds persoonlijke overtuiging dat eenvoud en bewustwording door middel van spirituele groei en visuele training de leidraad van het leven vormen. In zijn verdere loopbaan hield hij vast aan de uitgangspunten die in dit ontwerp zijn verenigd. Door de combinatie van de ruimtelijke structuur en de specifieke kleurtoepassing werd het huis al snel bestempeld als het manifest van 'De Stijl'-architectuur. Rietveld vestigde er internationaal zijn reputatie als architect mee.

Het Schröderhuis is reeds een eerste aanzet in de richting van het functionalisme, de logische voortzetting van De Stijl. In navolging van het Schröder-huis ontwierp Rietveld ook nog wijkwoningen voor De Dam in Utrecht.

Tussen Rietveld en zijn echtgenote, die weinig affiniteit had met het werk van haar man, trad geleidelijk aan een verwijdering op. Met de opvoeding van hun zes kinderen bemoeide hij zich nauwelijks. Naar zijn mening kon je kinderen wel voeden, maar niet opvoeden. De echtelijke relatie bekoelde verder toen hij het gereformeerde geloof opgaf, een besluit waarin zijn vrouw hem niet kon volgen. Bovendien ontwikkelde zich niet alleen professioneel maar ook privé een relatie tussen de architect en zijn opdrachtgeefster Truus Schröder. Hoewel Rietveld zich nooit van zijn vrouw heeft laten scheiden en de verstandhouding met zijn kinderen verder goed bleef, dreef de levenslange verhouding met Schröder een wig tussen hem en zijn gezin. De advocatenweduwe behoorde tot een geheel andere sociale klasse dan Rietveld. Zij bracht hem in contact met opdrachtgevers, en in moeilijke tijden steunde zij zijn gezin ook financieel. Schröders levensvervulling stond in dienst van Rietveld en zijn werk. Zij diende als een klankbord voor zijn ideeën en hielp hem deze te concretiseren. Zo was zijn architectenbureau van 1926 tot 1933 gevestigd in een kleine kamer op de begane grond van het Rietveld Schröder Huis. De meubelwerkplaats, die inmiddels elders in Utrecht was ondergebracht, droeg Rietveld over aan zijn medewerker Gerard van de Groenekan.

Beugelstoel, hout, ijzer, fiber, 96 x 97 x 87 cm (1927)
In 1927 reeds ontwierp hij een uit één stuk bestaande stoel. Rietveld experimenteerde eind jaren twintig met ontwerpen waarbij rug en zitting bestaan uit één gebogen plaat, terwijl de voor- en achterpoten zijn vervangen door zijstukken. De gebogen plaat wordt aan de zijstukken bevestigd, zodat het model stevigheid krijgt. Een originele uitwerking van deze constructie is de beugelstoel. Bij dit metalen buismeubel wordt de stevigheid en de buigzaamheid van het materiaal benut voor het maken van de dragende zijkanten. Deze zijn licht en sterk en glijden gemakkelijk over het vloeroppervlak. De beugelstoel was één van de eerste ontwerpen van Rietveld die door de firma Metz & Co in productie is genomen. Al in de St. Nicolaasfolder van 1931 werden het rechte model en de lage armstoel te koop aangeboden voor fl. 19,75 en fl. 22,50. De gepolijste triplexzitting was in kleur naar keuze leverbaar.

Chauffeurswoning, Waldeck Pyrmontkade 10 Utrecht 1927 - 1928
Aan het eind van de jaren twintig groeide Rietvelds belangstelling voor stedebouw en raakte hij meer en meer geïnteresseerd in de vraag hoe je met behulp van massaproduktie betaalbare, maar goed ontworpen meubelen en huizen kon maken. Zijn chauffeurswoning aan de Waldeck Pyrmontkade in Utrecht is een van de eerste huizen die gebouwd werden met prefab elementen.

Rietveld was de veertig al gepasseerd toen hij met zekere regelmaat zijn denkbeelden over architectuur en kunst op papier ging zetten. Uit aanhalingen in zijn teksten blijkt dat hij bekend was met de publicaties van in die tijd populaire filosofen als G.J.P.J. Bolland en Rabindranath Tagore. Maar ook in poëzie en zelfs in het Oude Testament (Prediker) vond hij enkele pakkende zinsneden die hij graag gebruikte. Rietveld gebruikte deze uit hun context gelichte citaten als toelichting op zijn persoonlijke levensvisie. Deze was gebaseerd op het uitgangspunt dat de zin van het bestaan actieve groei was: het individuele proces van bewustwording en het bewustzijn. Het instrument daartoe was de zintuiglijke waarneming, die tot besef van werkelijkheid en waarheid leidde. Rietveld bracht zijn levensbeschouwing concreet in verband met zijn werk als architect. Kunst en architectuur zag hij als de ervaring van werkelijkheid waarvan men zich bewuster werd naarmate de zintuigen zich, geprikkeld door waarneming, ontwikkelden. Uiteindelijk, meende Rietveld, droeg dit proces bij tot levensvreugde.

De waardering voor Rietveld als persoon en als architect en meubelontwerper was al in de jaren twintig en dertig groot, zeker onder gelijkgezinden. De oorspronkelijkheid en eenvoud van zijn werk werden als bevrijdend ervaren. Dat zijn ongecompliceerde experimenteerdrang - waarbij niet altijd met praktische eisen of bouwtechnische noodzakelijkheden rekening werd gehouden - tegenstanders aanleiding gaf hem te verguizen en af te schilderen als dilettant, deerde Rietveld niet. Integendeel, in negatieve kritiek zag hij een stimulans en een bewijs op de goede weg te zijn. Een van zijn eerste gepubliceerde stellingen, waarnaar hij altijd heeft gehandeld, luidde: 'Elke ware schepping ... verandert het inzicht, de eischen en de behoeften van den tijd en komt in botsing met nog heerschende eischen en behoeften uit vorige perioden. Een schepping moet dus de plaats veroveren in plaats van te beantwoorden aan de geldende eischen en de noodzakelijkheid' (De Stijl 7 (1927) 46).

CIAM
In 1928 was hij een van de oprichters van de CIAM (afk. v. Congrès Internationaux d'Architecture Moderne), een in 1928 te La Sarraz (Zwitserland) door toedoen van Siegfried Giedion en Le Corbusier gestichte organisatie van architecten tot internationale bundeling van krachten bij de vernieuwing van de architectuur.

Rietveld publiceerde zijn werk en ideeën in tijdschriften als i10 en De 8 en Opbouw en vond aansluiting bij de architecten van het Nieuwe Bouwen. Vanaf de jaren dertig zijn de ontwerpen van Rietveld meer functionalistisch.Rietveld was een ondogmatisch architect en ontwerper en bezat het vermogen elke opdracht met een onbevangen en onbevooroordeelde houding tegemoet te treden. Hij bleef steeds trouw aan zijn eigen opvattingen zelfs wanneer deze niet strookten met die van geestverwante collega's.

Toen in 1931 de-stijl werd opgeheven, brak voor Rietveld een moeilijke periode aan. Zijn ontwerpen voor arbeiderswoningen werden nimmer uitgevoerd; de moderne architectuur dreigde overvleugeld te worden door een traditionalistische ‘nationale' stijl en het duurde in feite tot 1955 eer Rietveld de reputatie die hij verdiende, herwon.

Rietveld concentreerde zich op het ontwerpen van meubelen en architectuur, die op industrieel-mechanische wijze vervaardigd konden worden. Hij formuleerde plannen voor snel en goedkoop te bouwen sociale woningen, onder andere voor de Utrechtse nieuwbouwwijk Hoograven, maar opdrachten voor dit soort woningen kreeg hij niet. Van de vele ontwerpen voor particuliere woningen en voor sociale woningbouw die hij in de jaren dertig maakte, werd slechts een deel verwezenlijkt.

Wel bouwde hij vele villa's, en samen met Truus Schröder ontwierp hij (1931-1934) een rijtje van zes woningen aan de Erasmuslaan, op een steenworp afstand van het Schöderhuis.

In 1932 ontwierp Rietveld een stalen buisstoel.

De Zig-Zag stoel (1932)
Hiermee neemt Rietveld radicaal afscheid van zijn vroegere stoel-ontwerpen. De zig-zag-vorm heeft als doel om zo weinig mogelijk ruimte weg te nemen in het volume van een kamer.

De Schouwburg in Vreeburg, te Utrecht (1936) (gesloopt).

Leunstoel ontwerp 1936/1937, 67 x 65,5 x 92 cm,
Rietvelds eerste ontwerp voor een gestoffeerd meubel. Waarschijnlijk heeft hij de stoel gemaakt omdat de klanten van Metz & Co en zijn eigen particuliere opdrachtgevers behoefte hadden aan gemakkelijke stoelen. De rug en de zitting van de fauteuil staan haaks op elkaar en het verbindingsvlak steunt op de grond. De armleuning en voorpoot zijn eveneens haaks aan elkaar verbonden. De voorkant van de zitting is op tien centimeter hoogte aan de voorpoot bevestigd, waardoor zitting en rug licht achterover hellen. De stoel is bekleed met donkerbruin zeildoek, dat op de naden met een decoratieve visserssteek is vastgenaaid. Na de oorlog is de stoel opnieuw door Metz geproduceerd. Cassina maakt de stoel nu in een ronde variant.

Tweede Wereldoorlog
De Duitse bezetting was ook voor Rietveld een moeilijke periode. Aangezien hij zich niet bij de Kultuurkamer had aangemeld, werd het hem in 1942 verboden zijn beroep uit te oefenen. Hij bleef echter wel ontwerpen. Gedurende de bezettingsjaren was Rietveld actief in de illegaliteit.

In 1942 ontwierp Rietveld een uit één stuk geperste kunststofstoel;

Zigzagkinderstoel Jesse Hout, multiplex, 1944
Deze kinderstoel is een speelse variant op de bekende zigzagstoel. De stoel heeft een opklapbaar tafelblad. De taps toelopende rugplank van de stoel wordt bekroond met een rood met groen vogeltje op twee boombladeren. Rietveld ontwierp de zigzagkinderstoel speciaal voor de kinderen van de bevriende Utrechtse fotograaf Nico Jesse. De kinderen van Rietveld en Jesse speelden regelmatig samen.

Ook de jaren na de bevrijding waren zwaar voor hem. Drie van zijn zoons hadden in verschillende kampen vastgezeten. Zijn oudste dochter keerde in 1947 uit een Japans interneringskamp in Nederlands-Indië naar Utrecht terug en trok in bij haar ouders. Zijn werksituatie droeg eveneens bij aan de terneergeslagen stemming waaraan Rietveld in die tijd onderhevig leek. Weliswaar was hij, wat de ideeënvorming betreft, betrokken bij de wederopbouw, maar concrete opdrachten bleven aanvankelijk uit. Rietveld besefte dat de tijd van bevlogen voortrekkers aan wier oordeel veel waarde werd gehecht, voorbij was. Een nieuwe generatie architecten, zoals Aldo van Eyck en Jaap Bakema, liet van zich horen, en het kostte hem moeite daarbij aansluiting te vinden.

In de jaren veertig en vijftig voorzag hij gedeeltelijk in zijn levensonderhoud door les te geven aan academies voor bouwkunst en beeldende kunsten in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Arnhem.
Docent aan de Academie in Rotterdam (1947-1951)
Docent aan de Koninklijke Academie in Den Haag (1950-1954)

De belangstelling van musea in de jaren vijftig voor het werk van 'de-stijl' wierp haar vruchten af voor rietveld. Zo kreeg hij nu overheidsopdrachten voor nationaal representatieve gebouwen.

Naast opdrachten van particulieren, voor wie hij enkele bijzondere huizen bouwde, werd Rietveld in de jaren vijftig en zestig door woningbouwverenigingen uitgenodigd grootschalige woningbouwprojecten te ontwerpen. In Utrecht en in Reeuwijk zijn deze ook uitgevoerd. Ook voor andere grote opdrachten werd hij gevraagd.

In 1954 ontwierp hij het Nederlandse paviljoen voor de Biennale van Venetië, een tentoonstellingshal met een prachtige lichtval. Het gebouw raakte in onbruik, maar werd in de jaren negentig gerestaureerd.

Het beeldenpaviljoen voor het park Sonsbeek te Arnhem (1954; afgebroken, herbouwd in 1965 in Otterlo: Rietveld-paviljoen)
de huizenblokken te Hoograven, Utrecht (1954-1957)
Julianahal van de Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs in Utrecht (1953-1956), (samen met Ter Braak, Van den Berg, Van Grunsven en Prey).
Textielfabriek Weverij de Ploeg in Bergeijk (1954-1958)

Docent aan de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam (1955-1955)

woonhuizen te Bergeijk en Best (1956-1957)

Zijn vrouw werd in 1957 begraven in Hilversum, haar graf is inmiddels geruimd. Haar naam wordt wel vermeldt op de grafsteen van Rietveld: 'weduwnaar van Vrouwgien Hadders'.

het Nederlands paviljoen voor de Wereldtentoonstelling te Brussel (1958).
Het tentoonstellingsgebouw Zonnehof te Amersfoort (1958-1959).
Een woonhuis te Ilpendam (1959).

1961 Architectenbureau Rietveld Van Dillen Van Tricht
In 1961 associeerde hij zich met de architecten J. van Dillen en J. van Tricht; zijn ontwerpen voor de Rietveld-Academie in Amsterdam (1967) en voor het wijkcentrum De Hoeksteen in Uithoorn (1965) werden door het bureau voltooid.

De Steltmanstoel
in 1964 ontwierp Rietveld een vierkante stoel van balken, een duidelijk architectonische conceptie.
Nog één keer keerde Rietveld terug naar de strakke, sculpturale meubelontwerpen uit het begin van zijn carriere. De Steltmanstoel, ontworpen voor het door hem verbouwde interieur van de Haagse juwelier Steltman, is een stoel als een abstract beeldhouwwerk.

Het eredoctoraat dat hij in januari 1964 van de Technische Hogeschool in Delft kreeg beschouwde hij als officiële erkenning maar benauwde hem tegelijkertijd. Zij gaf hem het gevoel 'op een eindstation te staan' terwijl hij veel verder wilde gaan. Een voorstel in 1964 van de Adviescommissie voor Beeldende Kunst en Kunstnijverheid zijn eervolle loopbaan te bekrachtigen met het vervaardigen van een buste, werd resoluut door Rietveld afgewezen: 'Ik ben geen figuur voor zo iets. Zo'n kop op een voetstukje, neen niet van mij, ik ben hiervoor een veel te onbestendige figuur, als persoon en in m'n werk. 't Zou trouwens m'n werk overleven. Mag ik het vergeten?' (Brief d.d. 18-3-1964).

De Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam (1967) (samen met J. van Dillen en J. van Tricht).

Rijksmuseum vincent van gogh (1963-1973)
Vlak voor Rietveld stierf, lag zijn schetsontwerp voor het Amsterdamse Van Goghmuseum op de tekentafel. Het werd in gewijzigde vorm gebouwd door zijn compagnon J. van Tricht.

Rietveld overleed de dag na zijn 76ste verjaardag in het Rietveld Schröder Huis, waar hij na de-dood van zijn vrouw, met Truus Schröder was gaan samenwonen. Aanvankelijk lag hij begraven in Bilthoven op begraafplaats Den en Rust, waar hij het graf deelde met zijn minnares. Op verzoek van zijn dochters werd Rietveld in januari 1995 herbegraven in zijn geboortestad.

Na zijn dood werkten de twee medewerkers, met wie hij in 1961 de maatschap 'Rietveld, Van Dillen en Van Tricht' had opgericht, de lopende opdrachten verder uit.

Rietveld heeft veel geleerd en in zijn eigen ontwerpen uitgedragen van het werk van Hendrik Petrus Berlage en tevens van dat van Frank Lloyd Wright. De grote verbreiding van de opvattingen van achtereenvolgens de-stijl, de Nieuwe Zakelijkheid en het functionalisme in de moderne Nederlandse architectuur is voor een niet onaanzienlijk deel aan hem te danken geweest.

Gerrit Rietveld was een gedreven kunstenaar, wiens leven en werk onlosmakelijk met elkaar waren verbonden. Zijn grote scheppingsdrang is zichtbaar in zijn artistieke erfenis, bestaande uit honderden gebouwen, tientallen meubelen en een schat aan ontwerpen, maquettes en documentatie. Als mens stond Rietveld bekend als vriendelijk en innemend, een man die het liefst directe conflicten uit de weg ging. De soberheid die zijn werk karakteriseert, was een reflectie van zijn persoonlijkheid. Rietveld hechtte weinig waarde aan materiële zaken - hij bezat alleen het hoogst noodzakelijke - en was evenmin gevoelig voor uiterlijk vertoon.

Websites: http://www.centraalmuseum.nl/rietveld


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 37.