kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 14-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Giovanni Battista Gaulli

Italiaans schilder van de late barok in Italië, geboren 8 mei 1639 Genua - overleden 2 april 1709 in Rome. Ook gekend als Il Baciccia of Baciccio.

Baciccio werd in 1639 in Genua geboren als Giovanni Battista Gaulli. Na zijn opleiding in Genua ging hij in 1657 naar Rome, waar hij het werk van Rafaël en Da Cortona als zijn voorbeeld nam.

Sinds 1662 is hij lid van de Accademia di San Luca.

Geprotegeerd door Bernini, die aan hem de uitwerking overliet van zijn ontwerpen voor de plafondfresco's in de Santa Agnese in Agone. Hier reeds vindt men het warme koloriet, de lichtbehandeling en de perspectivische inkorting van de figuratie die zo karakteristiek zijn voor zijn dynamische stijl. Zijn portretten zijn beïnvloed door Antoon Van Dyck, getuige bijv. Paus Clemens IX, uit ca. 1668 en kardinaal Leopold de Medici (Uffizi in Florence). Opvallend in zijn portretten is de levendigheid in kleur en lichtverdeling.

Zijn voornaamste opdracht, de beschildering van Il Gesu, voltooide hij in 1679 met het fresco in het langschip, 'De zegepraal van de naam Jezus', en in 1683 in de apsis met 'De aanbidding van het lam'.

Baciccio schilderde zijn plafondschilderingen in de decoratieve stijl van Pietro da Cortona die Baciccio in Rome leerde kennen en wiens extreme perspectivische verkortingen hij verder ontwikkelde. Op het gebied van het fresco reikt zijn invloed nog tot in de 18e eeuw. Na de dood van Bernini werd het palet van Baciccio lichter van toon.

In 1674 werd hij president van de Accademia di San Luca.

Baciccio overleed in 1709 in Rome.

De Chiesa del Santissimo Nome di Gesù (kortweg Il Gesù of Gesù) in Rome werd het voorbeeld van het kerkgebouw van de Contrareformatie in de zogenaamde Jezuïetenstijl. Overal in de katholieke wereld, ook in de nieuw ontdekte wereld, wordt dit type nagevolgd. De brede kerkruimte en de koepel werd een dankbaar gegeven voor de latere Barok. Bekend is het praalgraf van de H. Ignatius, door de Jezuïet Andrea Pozzo en het plafondschilderij met De triomf van de naam Jezus door Gaulli geschilderd in de tweede helft van de 17de eeuw (1676-1679).

De naam van deze kerk betekent De meest heilige naam van Jezus. De kerk is eind 16e eeuw in opdracht van kardinaal Alessandro Farnese gebouwd door Vignola en Della Porta die in 1568 begonnen. Van Farnese werd gezegd dat hij de drie schoonste zaken in Rome bezat: het Palazzo Farnese, zijn dochter en de Gesù. De Gesù is sinds haar inwijding in 1584 de belangrijkste kerk van de Orde der Jezuïeten.

In het linker transept ligt Ignatius van Loyola (Inigo do Loyola) begraven onder een altaar van lapis lazuli (Andrea Pozzo, 1696-1700). In de kapel staat een mooie urn met daarin de resten van de heilige Ignatius van Loyola. Ook staat er een altaar met daarop het beeld van de heilige, gemaakt van marmer en zilver. De wereldbol die het monument bekroont zou de grootste steen van de wereld zijn. Via de sacristie zijn de vertrekken (camere) van Ignatius te bereiken. De kleine kapellen (capellette) zijn een uitbouw van het huis dat hij in 1543 heeft aangelegd naast de Santa Maria della Strada. Hier heeft hij zelf vanaf 1544 samen met zijn medebroeders die de Compagnia di Gesù vormden, geleefd tot aan zijn dood op 31 juli 1556.

De eerste Jezuïetenkerk in Rome was de Santa Maria della Strada, die al snel te klein werd. Daarom besloot men tot de bouw van Il Gesù. Michelangelo begon met het ontwerpen van deze kerk in een nieuwe bouwstijl, maar hij overleed voordat hij hiermee klaar was. Daarop ging Giacomo Barozzi da Vignola (1507-1573) ermee verder. Hij was ook degene die begon met de feitelijke bouw.

Vignola gaf de gangpaden een nieuwe vorm door een reeks kapelopeningen die uitkwamen op het middelpunt van de kerk, waar het hoogaltaar is. De kerk heeft de vorm van een kruis en op de kruising is een koepel geplaatst. Er zijn fresco’s te zien die personen uit het Oude Testament uitbeelden.

Voor de voorgevel van de kerk koos men voor het ontwerp van Giacomo della Porta (circa 1540-1602). Dat model was erg plechtig en sober. De bovenkant van het centrale deel van de façade bestaat uit een driehoek. Het vormde de overgang tussen de stijl van de renaissance en die van de barok. Lange tijd heeft men deze stijl de 'Jezuïetenstijl' genoemd. De bouw van de kerk werd afgerond in 1584.

De kerstkribbe in de Gesù wordt beschouwd als een van de mooiste in Rome.

Op de hoek van deze kerk waait het trouwens vrijwel altijd. De verklaring hiervoor is een legende. De duivel en de wind waren namelijk eens op stap en toen ze bij de kerk aankwamen, ging de duivel naar binnen om een debat aan te gaan met de Jezuïeten. De wind zou wel op hem wachten en dat doet hij nu nog steeds! - (kerken gebouwd tijdens de contrareformatie en de barok. In het begin waren de decoraties eenvoudig en vroom. Maar in de tweede helft van de 17e eeuw besloten de Jezuïeten om kunst te gebruiken om de triomfen van de Kerk en de Orde te illustreren, en werd de kerk omgebouwd in de barokstijl.
De gelovigen zouden onder de indruk moeten raken en door het aanschouwen van heilige gebeurtenissen vertrouwd moeten raken met de hemelse glorie. Het beschilderen van de koepel, het tongewelf van het langschip en het apsisgewelf vertrouwde men toe aan Giovanni Battista Gaulli, bijgenaamd Il Baciccia die op virtuoze wijze het typisch barokke verlangen naar een verbinding van het aardse leven met gene zijde gestalte gaf.
De fresco's in de apsis (de Aanbidding van het Lam), in het langschip (de Triomf van de naam Jezus) en in de koepel (de Engelencyclus) kenmerken zich door een kunstig illusionisme. Zo lijken de vier profeten op de pendentieven onder de koepel door de knappe trompe-l'oeil- techniek op wolken te zweven.

Het plafond werd beschilderd door Il Baciccio in 1672-1685 met zijn fresco “Triomf van de Naam van Jezus”.
Het fresco in het langschip lijkt zich als een driedimensionale wereld boven de zware, door engelen van wit sierstucwerk gedragen omlijsting te bevinden. Midden in de lichtende hemel verschijnt, omgeven door putti, het monogram van Christus, JHS. Men ziet een groot aantal verlosten die ingaan tot het eeuwige leven en verdoemden die omlaag storten. De figuren die van buitenaf de schildering lijken binnen te zweven of er juist uit lijken te vallen, gaan vloeiend over van schilderwerk in sierstucwerk en omgekeerd. Ze wekken de indruk alsof het gewelf elk moment kan openbarsten om zicht te geven op de werkelijke hemel erachter. De beschouwer krijgt daarmee de rol toebedeeld van toeschouwer die een hemelse manifestatie bijwoont.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1125.