kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 16-01-2010 voor het laatst bewerkt.

Giuseppe Pagano

Italiaanse rationalistische architect, geboren 1896 Parenzo - overleden 22 april 1945 in Mauthausen, Oostenrijk.

Biografie
Geboren als Giuseppe Pogatschnig in Poreč (Italiaans: Parenzo, Duits: Parenz), een stad en haven aan de westkust van Istrië in Kroatië.

Nadat hij het Lyceum in Triëst had gevolgd veranderde Pogatschnig zijn achternaam in Pagano toen hij zich in 1915 aanmeldde voor het Italiaanse leger. Hij raakte tweemaal gewond en werd tweemaal gevangen genomen. Na de militaire dienst werd hij in 1920 lid van de Italiaanse fascistische partij.

Hij studeerde tot 1924 architectuur aan de Politecnico di Milano.

In samenwerking met Gino Levi-Montalcini (1902-1974) ontwierp hij o.a. het Gualino-kantoorgebouw (1928-1930) en enkele rationalistische gebouwen voor de 'Esposizione di Torino' (1928).

Met enkele jonge architecten uit de Turijnse expositie, waaronder Levi-Montalcini, Edoardo Persico 1900-1936), Alberto Sartoris en Lavinia Perona, richtte hij naar het voorbeeld van de in 1926 door jonge rationalistische architecten, onder wie Giuseppe Terragni, opgerichte 'Gruppo Sette', de 'Groep van Zes' op.

Pagano ontwierp ook meubels van stalen buizen, een kenmerk van het Italiaanse Rationalisme - de designstijl die de fascistische beweging begin jaren '30 aanhing.

Van 1930 tot 1943 was hij redacteur, vanaf 1933 hoofdredacteur, voor het tijdschrift Casabella. Daarnaast adviseerde hij vanaf 1931 het tijdschrift Architectura e Arti Decorative .

Hij 1932 ontwierp hij het Instituut voor Natuurwetenschappen in Rome.

In 1938-1941 werd zijn Università Bocconi in Milaan gebouwd, waarvoor hij ook het meubilair met laminaatframes ontwierp.

Hij was een invloedrijk ontwerptheoreticus en zijn artikelen werden veel gepubliceerd; zo ook in het blad La Technica Fascista (1939).

In 1942 verliet Pagano de fascistische partij en ging hij in het verzet. In 1944 werd hij echter gearresteerd en raakte hij geïnterneerd. 22 april 1945 overleed hij in Mauthausen in Oostenrijk.


Giuseppe Pagano zocht naar een definitie van de vorm als een tijdelijke fase in een historisch transformatieproces. Pagano die bekend staat om zijn afkeer van fascistische retoriek probeerde als antigif daartegen vast te houden aan de rationaliteit van de moderne architectuur. Om aanvallen van de conservatieven te pareren, legde hij op kritische wijze een verbnd tussen de mediterrane plaatselijke tradities en de nieuwe internationale tendensen, en daarbij richtte hij zich op landelijke nederzettingen. In de heldere, logische en rationele constructieprincipes van de nederzettingen vond hij overtuigende argumenten voor de systematische ontwikkeling van de moderne architectuur. Echter, anders dan bij de aanhangers van de moderne architectuur, was voor pagano de rationaliteit of logica van de architectuur niet hetzelfde als een universeel stelsel van gedeelde waarden, onafhankelijk van tijd en plats, maar juist onderdeel van het bouwproces zelf. In uiterste instantie wordt rationaliteit synoniem met de inzichtelijkheid van het proces waarin een vorm wordt ontwikkeld vanuit het verleden, losgemaakt uit zijn vroegere functionele beperkingen en uiteindelijk gereduceerd tot een eenvoudig esthetisch gegeven. Rationaliteit is dus een attribuut van de vorm, van zijn structuur en van het historisch transformatieproces. Daarnaast poneerde Pagano de prioriteit van het gewone bouwen omdat dit de materiële basis zou zijn waaarvan alle institutionele architectuur logisch gezien is afgeleid. In zijn meesterwerk 'Architettura rurale Italiana' (Architectuur van het platteland in Italië) uit 1936, beschouwt hij de gebouwen op het platteland als werktuigen en de voortbrengselen van een spontaan bewustzijn, overgeërfd uit culturele gebruiken die van de ene generatie aan de volgende worden doorgegeven. Hieruit worden zijn doelstellingen duidelijk: het karakter van de hedendaagse boerderij beschrijven aan de hand van haar ontwikkeling vanuit de primitieve lokale bouwtrant; een evolutionaire lijn vinden die van de inheemse bouwtradities voert naar de moderne architectuur; een soort tijdloze groeiwet ontdekken; en esthetiek afleideen uit een logische functionaliteit. Woningen worden dan ook voorgesteld als van meet af aan diep geworteld in de lokale voorwaarden. Vervolgens onderscheidt Pagano een keten van elkaar wederzijds bepalende factoren die maken dat het gebouw in elke modificatie de herinnering bewaart aan de formele structuur van de voorgaande fase, van een elementaire opzet tot een meer complexe figuratie. De vorm wordt bewaard, ook als de oorspronkelijk functie die er de grondslag van was, verdwijnt. In deze zin omvat continuïteit traditie èn vernieuwing. - (OverHolland 1: Architectonische studies voor de Hollandse stad. Technische Hogeschool Delft. Afdeling Bouwkunde.)
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 514.