kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Gunnar Asplund

Woodland Crematorium, Stockholm

Stockholm City Library

Zweeds architect, 22 september 1885 Stockholm – 20 oktober 1940.

Erik Gunnar Asplund is vooral bekend als vertegenwoordiger van de Zweedse neoclassicistische architectuur van de jaren 1920. Gedurende de laatste tien jaar van zijn leven was hij een voorvechter van de modernistische stijl die in Zweden doorbrak dankzij zijn paviljoenen bij de Stockholm-tentoonstelling (Stockholmsutställningen) van 1930.

Zijn bekendste werken zijn de Openbare bibliotheek van Stockholm uit 1928 en de BosKapel (1920) bij het kerkhofpark Skogskyrkogården, dat als werelderfgoed is erkend door de UNESCO, en dat hij samen met Sigurd Lewerentz tussen 1917 en 1920 realiseerde.

In de tijd dat in Nederland de banden met het verleden door architecten en stedenbouwkundigen werden verbroken, bouwden Jacobsen, Aalto en Asplund verder in de classicistische traditie van Scandinavië. Asplund, een tijdgenoot van Walter Gropius en Le Corbusier, werd erkend voor zijn uniek mengsel van Klassieke, Modernistische en lokale architectuur.

Biografie
Asplund begon zijn carrière als schilder. Na een studie architectuur aan de Technische Hogeschool en de Vrije Acadamie voor Architectuur in Stockholm verdiepte hij zijn architecturale kennis met een rondreis door Zweden en Europa.

In 1913 en 1914 maakt Asplund een Grand Tour naar Frankrijk, Italië en Griekenland. Hij raakt er, meer nog dan door de gebouwen, onder de indruk van de ligging van de gebouwen in het landschap en de processieachtige benadering: wegen naar een tempel op een heuveltop, trappen naar crypten, paden omzoomd met tombes in Pompeï. Een reeks van opeenvolgende ruimtes, een promenade architecturale, waarvan iedere halte tot in detail is uitgewerkt, wordt kenmerkend voor zijn werk. - (Ben Cohen Zweden begon hij zijn eigen architectenbureau. Met Sigurd Lewerentz, een van de oprichters van de Vrije Academie voor Architectuur won hij in 1915 de prijsvraag voor de inrichting van de begraafplaats van Stockholm. Hij ontwikkelde bij zijn conventioneel lijkende ontwerpen een gedetailleerd repertoire aan symbolen die hij heel doelgericht inzette. Tot zijn eerste ontwerpen behoren het gerechtsgebouw in Lister, S.lvesburg en de Stedelijke Bibliotheek in Stockholm.

Skogskyrkogarden (Woodland Cemetery) - 1915-1940
In 1915 ontwerpt hij samen met Sigurd Lewerentz de verruiming van het terrein van het crematorium en de boskapel van de bosbegraafplaats Skogskyrkogarden in Stockholm. De beide architecten spreken af niet samen te ontwerpen maar het werk te verdelen. Asplund, die tot zijn dood aan de begraafplaats werkt, ontwerpt de boskapel, Lewerentz de verrijzeniskapel. De manier waarop de architecten het natuurlijke landschap gebruikten, zorgde voor een prachtige, rustige omgeving. De begraafplaats kwam pas in 1940 gereed. Hier ligt onder anderen Greta Garbo begraven.
Skogskyrkogården wordt algemeen beschouwd als een meesterwerk van de 20ste-eeuwse funeraire architectuur. Het zette een nieuwe norm voor begraafplaatsen en had wereldwijd een diepgaande invloed. 'Dit is het meest perfecte moderne landschap ter wereld', vindt de Amerikaanse architectuurhistoricus Marc Treib. Toen de bekende Zwitserse tuinarchitect Dieter Kienast in de jaren 1990 in Duitsland en Zwitserland een aantal begraafplaatsen moest ontwerpen, schreef hij dat 'het ideaal dat moet nagestreefd worden de begraafplaats is die zich onderwerpt aan het landschap': 'De bosbegraafplaats van Asplund en Leweretz is daarbij het grote voorbeeld.' Skogskyrkogården werd trouwens in 1994 door de Unesco als werelderfgoed erkend. 'Een uitzonderlijk succesvol voorbeeld van een ontworpen cultuurlandschap waarin het landschap en de natuurlijke vegetatie versmelten met de architecturale vormen', vond het juryrapport. In 1995 werd het bekroond met de Premio Internazionale Carlo Scarpa per il Giardino van de Fondazione Benetton. - (Asplund gebruikt twee historische stijlen tegelijkertijd: het classicisme en de traditionele bouwstijl. Met zijn hang naar minimalisme en elementaire vormen houdt hij zware romantiek en dramatiek buiten de deur. In plaats daarvan ontstaat een licht, melancholiek classicisme dat achteloos samengaat met de vormen die uit de streek en het land voortkomen. Hij werkt de kapel verder uit tot een mengvorm van dorpskerk en klassieke tempel. Het voorste gedeelte wordt opgetild en op eenvoudige houten, witgeschilderde Toscaanse kolommen gezet. Het thema van het gebouw is het enorme, beschermende dak, dat recht van voren op een zwevende noordse piramide lijkt.
Omdat de kapel, die voor een ommuurd gedeelte van een dennenbos is ontworpen, nooit groot genoeg kan zijn om een monumentale indruk te maken, maakt Asplund de kapel ondergeschikt aan het bos. De kolommen van de portico zijn een echo van de boomstammen. Buiten, tussen de stammen zijn alleen het grijzige wit van de gladgestucte muren zichtbaar en de met de zwarte leien op het dak contrasterende koperen engel des doods. Op het dak doet een onbewerkte boomstam dienst als nokvorst.

De bezoekers van de kapel lopen via een trap door een opening in de omringende muur over een pad door het bos naar de voorruimte, die gedragen wordt door twaalf witte houten kolommen, waar de rouwenden samenkomen en wachten. Naast de voorruimte ligt een half verzonken en met aarde bedekte grafkelder om de lichamen die die dag begraven worden in onder te brengen. In de rustieke houten buitendeuren is het sleutelgat in het oog van een metalen schedel aangebracht. Als deze deuren opengaan wordt door het traliewerk van de daarachterliggende smeedijzeren deuren de heldere ruimte van de kapel zichtbaar.
Het dak mag dan naar dorpskerk en piramide verwijzen, de plattegrond en het interieur zijn overduidelijk klassiek.
De intieme kapel lijkt op een grot, niet alleen door het daklicht bovenin de koepel en het gewelf achter het altaar, maar vooral door het contrast tussen het grote dak en de kleine koepel.
Door alle ornamenten, lijstwerk en andere profileringen te vermijden heeft Asplund het interieur uit geometrische, aan Piranesi herinnerende vormen opgebouwd.
In de plattegrond van de kapel komt een vorm voor die in bijna al het werk van Asplund opduikt: de rechthoek met ingeschreven cirkel. Dit thema van de ingeschreven cirkel, veel toegepast in de strengere Empire, valt in de boskapel eigenlijk samen met het gebouw zelf.
Het is alsof de Tempietto van Bramante is overgebracht naar de deel van een boerderij.
De lage ruimte rondom de koepel, gescheiden door kolommen van de gewelfde ruimte, is een schaduwrijk gebied rond het lichte centrum.
De iets verdiepte cirkel in de vloer is volkomen in rust binnen de rechthoek.
Tegenover de ingang is een verhoging aangebracht voor de dode. Wanneer de rouwenden binnen zijn worden de massieve ondoorzichtige toegangsdeuren gesloten. - (Ben Cohen, Boers en antiek Stockholm - Stadsbiblioteket - 1918-1927
De Openbare Bibliotheek van Stockholm uit 1928 is Asplunds belangrijkste werk. Deze bibliotheek roept enigszins de ontwerpen van Ledoux in herinnering. Het gebouw wordt ook wel 'Asplundshuset' (het huis van Asplund) genoemd. Het gebouw staat in zichzelf gekeerd, is terracottakleurig gestucadoord en - even ten opzichte van het stedenbouwkundige grid gedraaid - aan een druk kruispunt in het centrum van Stockholm gelegen. Aan haar voeten ligt een eveneens door Asplund ontworpen activiteitenplein met parkomgeving.
De tijdloze kracht van het ontwerp schuilt in de, door een studiereis naar Amerika geïnspireerde gebouwtypologie en de compromisloze uitwerking van het interieur, door één grote boekenhal te ontwerpen met een natuurstenen vloer, die met haar patroon naar het Pantheon verwijst, een alom doorlopende houten boekenring en een bekroning door de abstact in wit reliëf gestucadoorde lantaarn met staande vensters. Zichzelf zonder omhaal presenterend is het gebruikte klassieke schema in al zijn helderheid zeer modern en laat dit gebouw zien dat de Swedish Grace niet slechts omkeek, maar de blik vooruit had gericht. Asplund verraadde dit al door de modernistische glazen entreepui en de functionalistisch ogende ‘achteraanbouw’, die hoewel nagenoeg in één stroom met het oorspronkelijke ontwerp gebouwd, al verwijst naar zijn functionalistische periode, die zijn hoogtepunt twee jaar nadien bereikte in zijn ontwerp voor de Stockholm Exhibition in 1930. Het bruin gestucadoorde exterieur, haast zonder detail, maakt het gebouw ‘aus einem Guߒ ook monochroom en roept in uitdrukking het strenge bouwlichaam van het Stockholms slott (koninklijk paleis) van Nicodemus Tessin d y (1690-1704) in Gamla Stan, beige gestucadoord op een zandkleurige natuurstenen plint, in herinnering. - (Paul Kuitenbrouwer (compositie van duidelijk verhullende elementen die op verschillende niveaus het gevelprincipe en de functie van het gebouw als thema hebben. De aardbol met zon en maan verschijnt in de grote, lichte ronding van de ingangspoort en van de ronde klok in de topgevel. Het is alsof de ingangstrap precies uit de opening in de gevel geklapt is. De vestibule en de gerechtszaal zijn streng symmetrisch langs de as portaal - rechterzetel aangelegd. De ronde zaal wordt door trappen omzoomd, de vloerplaten van de voorzaal liggen in perspectief. Het licht golfmotief is optimistisch, en een gering aantal serieuze motieven herinnert aan de gebruikelijke classicistische applicaties bij gerechtsgebouwen.

In zijn uitbreiding van het stadhuis van Göteborg, die Asplund begon in 1917 en in 1937 afrondde, kan men goed zijn metamorfose van neoklassieke tot modernistische architect ontwaren. Het gebouw is bekend om zijn cirkelvormige leeszaal met een hoge, klassieke overkoepeling.

In 1928 werd Asplund benoemd tot hoofdontwerper van de Stockholm-Tentoonstelling van 1930. Dat was het moment waarop Asplund vrij abrupt switchte naar een op het Bauhaus geïnspireerde functionalistische stijl. Het restaurant dat hij speciaal voor deze gelegenheid had ontworpen, was het eerste functionalistische gebouw in Zweden.

Zijn laatste werken vertonen weer een terugkeer naar het classicisme en traditie. Het crematorium op Skogskyrkogarden maakt bijvoorbeeld gebruik van zuilen die, hoewel modern in ontwerp, een klassieke waardigheid behouden. Asplund slaagde er hier in om een synthese van verschillende invloeden te vinden.

Asplund ging door met ontwerpen tot aan zijn dood in Stockholm in 1940. Hij ligt begraven op de door hem ontworpen bosbegraafplaats.

Websites: www.architectenweb.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 632.