kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 24-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Hendrik Petrus Berlage



Litho door Chris Lebeau

Nederlands architect, geboren 21 februari 1856 te Amsterdam - overleden 12 augustus 1934 in Den Haag.

Hoewel Berlages ontwerpen invloed hadden op De stijl, moeten ze eerder als uitingen van expressionisme dan van modernisme worden beschouwd. Berlage maakte zich gaandeweg geheel van de bestaande opvattingen los en vond de wat strenge, niets verhullende bouwstijl. Centraal daarin stond het pleidooi dat functie en constructie van een gebouw duidelijk zichtbaar moeten zijn. Baksteen is in zijn werk een veelgebruikt bouwmateriaal.

''Want waar gaat het om? Om weer een stijl te hebben! Niet alleen een koninkrijk, maar de hemel voor een stijl is de wanhoopskreet en dat is het grote verloren geluk. Het gaat erom de schijnkunst, d.w.z. de leugen te bestrijden, weer het wezen en niet de schijn te hebben.'' (1905, Gedanken uber den Stil in der Baukunst, Leipzig)

JJP Oud beschouwde zichzelf - zowel als criticus en als ontwerper - als leerling van berlage, maar ook als degene die de door Berlage op gang gebrachte vernieuwing van de architectuur, tot voltooiing heeft gebracht.

Biografie
Hendrik petrus berlage wordt geboren in een welgestelde, hervormde familie die al meerdere dominees en wetenschappers heeft voortgebracht. De jonge berlage wil eigenlijk schilder worden en studeerde aan de kunstacademie in Amsterdam, maar blijkt meer talent voor de architectuur te hebben.

Omdat er in Nederland geen goede opleiding in die richting bestaat, studeert hij van 1875 tot 1878 architectuur aan de Bauschule, Eidgenössische Technische Hochschule van Zürich. Daar kwam hij in aanraking met de architecten Semper en Viollet-le-Duc. Zij kritiseren de op dat moment overheersende zogenaamde neo-stijlen, waarin de decoratieve vormen van bouwstijlen uit het verleden overdadig worden toegepast. Op basis van de denkbeelden van Semper en Viollet-le-Duc zal Berlage een eigen stijl ontwikkelen, waarvan de amsterdamse-school de directe opvolger is.

Gottfried Semper
De theorieën van de Duits-Engelse architect Gottfried Semper (1803-1879) hadden grote invloed op Berlage. Berlage studeerde in Zürich architectuur aan de technische hogeschool, waar Gottfried Semper vanaf 1855, het jaar waarin het instituut werd opgericht, tot 1871 onderwezen had. Omdat Berlage de school van 1875 tot 1878 bezocht, kan men hem hoogstens 'leerling van de tweede generatie' van Semper noemen. Toch is Semper een van de twee meesters geweest die hem het sterkst hebben beïnvloed. Met name diens pleidooi voor een bouwstijl waarin functie en constructie van een gebouw duidelijk zichtbaar zijn, is van grote invloed op Berlage geweest.

Het boek 'Der Stil...' van Semper had grote invloed op Berlage. Semper was van mening dat de ambachtsman en architect de materialen zo moest gebruiken dat deze zichzelf blijven. Hij wees daarom de techniek af van Thonet, die hout boog: dit was niet gepast voor het hout, het werd net zo behandeld als metaal. Als voorbeeld van het tegenovergestelde liet hij een Egyptisch zitmeubel zien: hier had men het geraamte met een rechte hoek gebouwd, dat wil zeggen constructief, in the nature of timber, terwijl de zitting schuin, soms gebogen in dit structuurgeraamte was gehangen. Berlage paste deze leer toe op zijn eigen meubelen, die strak zijn ingedeeld in de structuur van functionele finesse. Met dit concept had hij grote invloed op de gevestigde meubelontwerpers, die gezien de verkondigde trouw aan het materiaal een zwak hadden voor onbehandelde houtsoorten. Hun ontwerpen zijn nuchter en consequent wat betreft het ornament.

Viollet-Le-Duc
De tweede leermeester van Berlage was zoals bekend Viollet-le-Duc, wiens eis van 'het primaat van de constructie in de architectuur' bij talrijke bouwwerken van Berlage, in het bijzonder bij de Amsterdamse beurs, duidelijk is opgevolgd. Typerend is dat Berlage het woord 'logisch' in Viollet-le-Ducs geschriften voor zichzelf door 'zakelijk' verving.

Na zijn eindexamen krijgt Berlage de gelegenheid om enkele jaren te reizen. In 1880 en 1881 trekt hij door Italie, en bestudeert er de gebouwen uit de Romeinse tijd, de Middeleeuwen en de renaissance.

Berlage werkte onder andere samen met P.J.H. Cuypers en Th. Sanders voordat hij een eigen architectenbureau opricht. Eind 1881 treedt hij in dienst bij de Amsterdamse architect Th. Sanders. Vanaf 1884 zijn Berlage en Sanders compagnons. Ze doen samen mee aan prijsvragen en ontwerpen neorenaissancistische gebouwen die lovend besproken worden.

Nadat hij in 1889 zelfstandig architect werd ontwierp hij aanvankelijk in de toen gebruikelijke neostijlen (winkelpand Focke & Meltzer, Kalverstraat, Amsterdam), maar allengs begon hij op basis van de denkbeelden van Semper en Viollet-le-Duc te experimenteren in een mengvorm van rationalisme en jugendstil. Dit is vooral zichtbaar in de ontwerpen tussen 1892 en 1896 voor de verzekeringsmaatschappij 'De Nederlanden van 1845', waarvoor hij als huisarchitect werkte, bijvoorbeeld aan het Muntplein te Amsterdam. Deze gebouwen kondigen reeds Berlages Beurs aan.
Berlage ontwerpt niet alleen de gebouwen, maar ook de inrichting, het meubilair en zelfs drukwerk. Bij de decoratie van het kantoor van De Algemeene aan het Damrak schakelt hij kunstenaars in. Lambertus Zijl maakt beeldhouwwerk aan de gevel; Derkinderen beschildert het trappenhuis.

Hij raakt onder de indruk van het ideaal van de Gemeenschapskunst en wordt socialist.


Berlage liet zich bij zijn zoektocht naar een eigentijdse moderne vormgeving inspireren door de ambachtelijkheid, het eerlijke materiaalgebruik en de zichbare constructies van het meubel uit de middeleeuwen. Een goed voorbeeld hiervan is de eikenhouten tekenigenkast die hij ca. 1895 voor zichzelf ontwierp. De hoofdvorm van het meubel wordt bepaald door een raamwerk van regels en stijlen waarin de laden en deuren als het ware zijn ingekleurd. Het beslagwerk laat geheel in de traditie van het middeleeuwse meubel zien hoe de deuren verbonden zijn met de stijlen. Dit geldt ook voor het raamwerk van de deuren zelf, dat door geprononceerde toognagels bijeengehouden wordt. Even duidelijk wordt de constructie getoond in de door de wijze waarop de regels en stijlen zich door de hoofdvorm heenboren. De versiering die in de uiteinden van de bovenste regel is uitgesneden is het enige nadrukkelijk decoratieve element en daarmee overeenstemmend met de rationele uitgangspunten van Berlage. Decoratie was velgens hem alleen toegestaan wanneer deze in overeenstemming met de constructie werd toegepast.

1896-1903 Beurs van Berlage
In 1896 werd Berlage gevraagd de commissie die moest beslissen over een nieuw beursgebouw te adviseren. Het was de bedoeling dat de oude beurs, van architect Zocher, verbouwd zou worden. Omdat Berlage daar niets in zag, kreeg hij van de wethouder Publieke Werken, M.W.F. Treub, een geheime opdracht voor een nieuw gebouw. Willem Treub en Berlage deelden het radicaal liberalisme, een nieuwe politieke stroming die als voorloper van de sociaaldemocratie gezien kan worden.
Hij maakt vele ontwerpen voordat in 1898 de bouw begint. Hij gaat uit van geometrische grondslagen en wijst alle op oude stijlen gebaseerde ornamenten af. Het gebouw is sober en de constructie is nadrukkelijk zichtbaar. De verschillende materiaalsoorten worden niet bepleisterd of weg geschilderd, maar houden hun eigen karakter. Zo ontstaan contrasten tussen bakstenen muren, hardstenen elementen en overkappingen van glas en staal. De decoratie van de Beurs attendeert op de constructie van het gebouw en vormt een integraal onderdeel van het totale beeld.
De architect wilde het gebouw de functie geven van een palazzo pubblico, een paleis voor iedereen waar, in zijn woorden, gemeenschap en kunst samen komen. Aan de Beurs van Berlage werkten ingenieurs, beeldend kunstenaars, ontwerpers, een dichter en een architect samen aan één geheel. Zijl, Derkinderen, Jan Toorop en Mendes da Costa maken beeldhouwwerken, gebrandschilderde ramen, muurschilderingen en tegeltableaus.
Berlage maakt in de Beurs zijn politieke toekomstverwachtingen zichtbaar. In de voorhal komen bijvoorbeeld drie tegeltableaus naar ontwerp van Toorop, die de noodzaak van een rechtvaardiger verdeling van Kapitaal en Arbeid uitbeelden. Zo wordt het Beursgebouw op een subtiele manier geschikt gemaakt voor een andersoortig gebruik in een toekomstige, socialistische maatschappij waarin geen beurshandel meer zal plaatsvinden.

De Beurs van Berlage, zoals het gebouw sinds de restauratie in de jaren tachtig en negentig heet, was bij oplevering controversieel. Velen vonden het een moloch, en het contrast van de vlakke baksteenmuren met de eeuwenoude gevels aan de overzijde van het Damrak werd Berlage niet door iedereen in dank afgenomen. De details waren beïnvloed door de Romaanse stijl, maar door de originele uitvoering was het gebouw een voorloper van het Nederlandse expressionisme.

Berlage was door zijn opzienbarende Beursgebouw een gevierd architect geworden. Hij kreeg de ene opdracht na de andere, en bouwde onder andere villa’s en kantoorgebouwen. Daarnaast deed hij de herinrichting van het gebied rond de Haagse Gevangenpoort en bouwde hij het gebouw voor de First Church of Christ Scientist, ook in Den Haag.

Het tegenwoordige Vakbondsmuseum aan de henri Polaklaan in Amsterdam is ook een ontwerp van berlage. Gebouwd tussen 1898-1900 bood het plaats aan het Bondskantoor van de Algemeene Nederlandsche Diamantwerkersbond.

Meubelontwerper
Berlage hield zich zijn leven lang bezig met het ontwerpen van meubelen en andere voorwerpen. Van veel gebouwen die hij bouwde, tekende hij ook het interieur. Zijn vrij zware meubelontwerpen werden uitgevoers door Het Binnenhuis in Amsterdam.
De onderneming 't Binnenhuis, Inrichting tot meubileering en versiering der woning, werd in 1900 in Amsterdam gesticht met het doel de nieuwe stijl te verspreiden en verscheidene kunstenaars in de zin van het Gesamtkunstwerk aan zich te binden. De zaak volgde dit voornemen door in zijn toonzalen tot in de puntjes vormgegeven inrichtingen aan te bieden, onder andere van Van de Velde, Eissenloeffel en Berlage, evenals van Jacob van den Bosch, ontwerper en lid van de bedrijfsleiding.

Daarnaast ontwierp Berlage boekbanden en schreef hij veel over architectuur, vormgeving en sociale woningbouw. Ook bleef hij reizen, onder andere naar de Sovjetunie en de Verenigde Staten; in 1923 bezocht hij Nederlands-Indië.

Stedebouwkundige - Plan Zuid
Behalve als architect en ontwerper is Berlage ook actief als stedebouwkundige. Tussen 1905 en 1917 werkte Berlage in twee fasen aan een plan voor uitbreiding van Amsterdam aan de zuidzijde. Zijn ontwerp voor Amsterdam-Zuid bestaat uit grote, monumentale woningblokken. Zij vormen de wanden van brede lanen, pleinen en straten. In de centrale as van het plan staat een woontoren, de “wolkenkrabber” van J.F. Staal. De nadruk ligt bij de woningblokken op de totaalcompositie. De aparte woningen zijn onderdeel van de straatwand. De gemeenschappelijkheid van de stadswijk staat voorop. Berlage wilde een gemeenschappelijke, niet individuele bouwkunst.
Berlage liet zich inspireren door de ruime boulevards die Haussmann in Parijs had aangelegd. “Anders dan het historische Amsterdam, dat schilderachtig van karakter is, zal de nieuwe stad monumentaal moeten zijn”, schreef hij. Een eerste ontwerp, uit 1904, werd goedgekeurd door de gemeenteraad maar niet uitgevoerd. Elf jaar later kreeg Berlage een herkansing, en ditmaal werden zijn plannen wel gerealiseerd. Het was onder andere te danken aan Michel de Klerk, de voorman van de Amsterdamse School, dat Berlages brede lanen bebouwd werden met sierlijke woonblokken. Hoewel Berlage geen voorstander was van de architectuur van de Amsterdamse School, bewonderde hij het vermogen van De Klerk c.s. om blokken te ontwerpen die massaal waren, maar door hun detaillering niet zo oogden. Later volgden ook architecten van de Nieuwe Zakelijkheid; het is de verdienste van de opzet van het plan van Berlage dat de verschillende stromingen elkaar niet in de weg staan, maar letterlijk de ruimte krijgen. Het project duurde tot in de jaren dertig, al werden sommige plekken pas in de jaren zestig bebouwd; al in 1927 had de voorzitter van de begeleidende Commissie Zuid gezegd dat “er in Zuid een stad groeit, die zoo mooi kan worden als misschien nergens bestaat”.

Frank Lloyd Wright
Het latere werk van Berlage wordt beïnvloed door het Modernisme, het werk van Frank Lloyd Wright en Louis Sullivan, en het gebruik van gewapend beton voor de draagconstructie. Tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten in 1911 raakte Berlage onder de indruk van het werk van Frank Lloyd Wright en andere belangrijke Amerikaanse architecten. Tot het einde van zijn carriere is deze Amerikaanse invloed in Berlage's werk duidelijk aanwezig.

In 1911 veruisde Berlage naar Den Haag.

Jachtslot St. Hubertus op de Hoge Veluwe
In 1914 ontwierp Berlage, destijds in dienst bij het echtpaar Kröller-Müller, het Jachthuis St. Hubertus. Dit was het buitenhuis van de familie, gelegen in het Nationaal Park De Hoge Veluwe.
De opdracht was om een huis te bouwen waarin de legende van Sint Hubertus aanschouwelijk werd gemaakt. Afgezien van de glas-in-loodramen in de hal, die het verhaal vertellen, is het gebouw zelf ook gebouwd in een vorm waarin het gewei van een hert te herkennen is.

Van 1914 tot 1919 had hij de leiding over de bouwafdelingn van W.H. Müller & Co. en later werkte hij als freelance architect.

Vanaf 1924 doceerde hij aan de Technische Hogeschool in Delft.

Berlagebrug
De Amstelbrug (1926-1932), ook wel Berlagebrug geheten, is een gezichtsbepalende brug over de Amstel in Amsterdam-Zuid. De brug is ontworpen door Berlage die ook betrokken was bij het stedebouwkundig ontwerp van deze buurt. Ook bij de bouw van deze brug is veelvuldig van baksteen gebruik gemaakt.

In 1928 woonde hij het eerste congres van de CIAM bij.


Part 1 - Berlage is het Haags Gemeentemuseum (1929-1935). Hij beschouwde dit zelf als zijn beste werk. Hij heeft het eindresultaat helaas niet meer mee mogen maken.
In oktober 1918 besloot de Haagse gemeenteraad dat er een museum gebouwd zou worden om de gemeentelijke kunstcollecties te huisvesten. Berlage werd gevraagd het museum te ontwerpen; hij leverde in februari 1919 zijn eerste schetsen in, voor een gebouw dat in de verste verte niet lijkt op dat wat uiteindelijk gebouwd zou worden. Hoewel de eerste tekeningen nog een gebouw met zijvleugels rond een enorme koepel te zien geven, is het uiteindelijk uitgevoerde ontwerp een strak geometrisch geheel. Het Haags Gemeentemuseum werd geopend in 1935, een jaar na Berlages dood.

Websites: www.deburcht-vakbondsmuseum.nl, www.kb.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 301.

Tweets by kunstbus