kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Hubert-Jan Henket

architect moet zich wegcijferen'

Henket stelt zich ten doel een gebouw te ontwerpen dat zowel mooi is als vriendelijk voor de gebruiker. Gebouwen zijn volgens hem 'spiegels van de maatschappij'.

Architect, geboren 11 maart 1940 te Heerlen,

In 1969 studeerde Henket cum laude af bij Aldo van Eyck in de richting architectuur aan de afdeling Bouwkunde van de T.H. in Delft. Daarna studeerde hij een jaar (1969/1970) aan de Otaniemi Universiteit in Helsinki.

De toenmalige grootmeester. "Ik voelde me als een hond met zeven lullen." De eerste stapjes in de echte wereld vielen toch wat tegen. "Ik viel als een baksteen van mijn zelfgemaakte podiumpje."

Na een werkverblijf in Finland, in Helsinki voor Reima Pietilä, werkte hij van 1971 - 1974 in Londen voor Castle Park Dean Hook architects en van 1974 - 1976 was hij voor hetzelfde bureau directeur van de Housing Renewal Unit in Londen.

In 1976 keerde hij terug naar Nederland waar hij het architectenbureau Hubert-Jan Henket bna architecten begon.

In 1976 is Henket ook begonnen aan de TH Delft als wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de afdeling Bouwkunde. Hij was verantwoordelijk voor onderwijs in hergebruik en renovatie; hij heeft dit gedaan tot 1984.

In 1984 werd hij hoogleraar aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven, van 1996 tot 1998 is hij hoogleraar architectuur aan dezelfde universiteit.

Henket is ook supervisor voor stedenbouw, architectuur en interieur van de luchthaven Schiphol, mededirecteur van de Hollandsche Maatschappij van de Wetenschappen en voorzitter van de stichting Rietveld-Schröderhuis en van het Rietveld-archief.

1988 - 1991 Van Beuningen-De Vriesepaviljoen
In 1991 realiseerde Hubert-Jan Henket (1940) het delicate Van Beuningen-De Vriesepaviljoen, dat als autonoom element tegen de zuidzijde van het museum is aangebouwd.

Henket met de inzending ”Rode Letters” de prijsvraag die was uitgeschreven voor de nieuwbouw van Teylers Museum. Allereerst verbouwde hij in 1993 de postzegelopslag van drukkerij Enschede tot een werk- en depotgebouw voor het museum (gebouw Zegelwaarden); ontwierp vervolgens de nieuwbouw van het museum, die in 1996 geopend werd. De sobere en fragiel aandoende bouwstijl past wonderwel bij de monumentale architectuur van de oude gebouwen. Van zijn hand is ook de laatste fase (2002) van de bouw in het museum, met de nieuwe museumwinkel en multimediaruimte, ‘Zaal i'.

1995 - 2000 Verzamelgebouw Céramique
1996 - 2000 Herinrichting Rijksmuseum Catharijneconvent

Is met ingang van 1 juni 1998 benoemd tot deeltijdhoogleraar Architectonisch Ontwerpen bij de faculteit Bouwkunde, delft.

In 1999 zond de NPS in het programma Uur van de Wolf de televisie documentaire uit: ‘Hubert-Jan Henket, man van staal, hout en glas'.

Op 28 oktober 1999 ontvangt hij de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor Toegepaste Kunst en Bouwkunst. Hij krijgt dit voor zijn gehele oeuvre. De Rijksbouwmeester noemt hem een 'klassiek architect' die 'werkt met eenvoudige plattegronden'.

Hubert-Jan Henket wil vooral een dienaar zijn. Zijn werk straalt vooral rust uit, is transparant. Hij werd geprezen om de nieuwbouw van het De Vriese paviljoen van museum Boijmans Van Beuningen. Zijn renovatie van het Haarlemse Teylers museum werd een voorbeeld.

Andere projecten zijn: de verbouwing van het Singer museum in Laren, het Maastheater in Rotterdam, het Arbeidsbureau te Veghel, Barth's Lijstenfabriek in Boxtel, het Gemeentehuis van Wehl, de Rechtbank in Middelburg en het Rijkskantorengebouw Ceramique in Maastricht. Ook is hij de initiator achter en mede-ontwerper van de renovatie plannen van Duiker's Zonnestraal in Hilversum. Verder werkt hij met zijn bureau onder andere aan het nieuwe Gerechtsgebouw in Haarlem en de faculteit voor Theater en Dans in Arnhem.

DOCOMOMO
Henket besloot in de jaren tachtig een internationale organisatie op te richten om waardevolle twintigste-eeuwse gebouwen te documenteren en te conserveren. "Docomomo, dat klonk lekker." Zelfs in het Japans. In een glossy poseerde onlangs een reeks lokale beroemdheden in zijn 'favourite docomomo'. Henkets club is een groot succes met drieduizend deelnemers en werkgroepen in vijftig landen. "Eigenlijk zijn we gewoon een groep mensen die kicken op die dingen."

Het gebrek aan respect voor bestaande gebouwen knaagt al heel lang aan Henket. "Onze cultuur vraagt de hele tijd nieuwe dingen te produceren, anders kun je niet op vakantie of lekkere flesjes wijn kopen." Maar mensen hechten zich aan gebouwen. "De relatie tussen oud en nieuw is ongelooflijk boeiend en ik vind dat we daarover moeten nadenken."

2002 herinrichting van het Catharijneconvent in Utrecht
De eerste ingreep betreft een glazen luchtbrug die de twee uiteinden van de kloosteromgang op de eerste verdieping aan elkaar verbindt, waardoor een rondgang is ontstaan. De tweede ingreep betreft de oriëntatie van de bezoeker als hij na een entreekaartje te hebben gekocht, via de onderdoorgang in het Catharijne klooster aankomt. Op deze plek is de oude trappartij uit de jaren 70 weggehaald en vervangen door een nieuwe trap en liftpartij, die een overzicht geeft over de totale verticale opbouw van het klooster.

faculteit wordt neergezet als een uitbreiding van de kunstacademie die in 1958 door Gerrit Rietveld werd ontworpen en door Hubert-Jan Henket architecten 1997 werd gerenoveerd.

2004 Winnaar BNA-kubus,
Hubert-Jan Henket krijgt, samen met Wessel de Jonge, de BNA Kubus, de prijs van vakgenoten voor 'de beste revitalisering van gebouwen'.

Fries Museum Leeuwarden
Henket heeft opdrachten voor de nieuwbouw van het Fries Museum te Leeuwarden en het Kindermuseum van de Hermitage aan de Amstel.
Henket is door in 2004? overleden architect Abe Bonnema aangewezen om - samen met Bonnema Architecten - een museum te ontwerpen aan of op het Wilhelminaplein in Leeuwarden, beter bekend als het Zaailand. Bonnema heeft daartoe €18 miljoen nagelaten. ,,Een leuke volgorde'', zei Henket. ,,Eerst is er het budget, dan pas komt het idee. Meestal is dat andersom.''

Henket vindt dat architectuur zijn sociale functie is kwijtgeraakt 'Een gebouw moet eigentijds zijn, niet modieus'. 'Architecten zouden gebouwen moeten maken of van de sloophamer redden, waar we als gebruiker beter van worden. Ik geloof in een samenleving die 'maakbaarder' is dan we nu vinden.'

Nieuw is altijd beter. Maar prof.ir. Hubert-Jan Henket vraagt zich af of dit werkelijk zo is. Met lede ogen ziet hij collega-ontwerpers egotrippend tekeergaan. "Waar is de maatschappelijke motivatie? Het is alleen maar vorm, vorm, vorm..."

Volgens Henket is de vorm tegenwoordig belangrijker geworden dan het sociale aspect. Dat verklaart bijvoorbeeld het succes van spectaculaire gebouwen als het Guggenheim van Bilbao of het Groninger Museum. 'Maar architecten hebben een verantwoordelijkheid, want we oefenen invloed uit op het wel en wee van de samenleving. Ik geloof dat mensen door een goed gebouw positief kunnen worden beinvloed. Mijn geestverwanten John Habraken en Aldo van Eyck bouwden ook met name in dienst van de gebruikers. Wat ik zelf bouw gaat daarom niet de strijd aan met het bestaande.' En dus, zelfs al zijn ze vaak als wegwerparchitectuur ontworpen, moeten gebouwen volgens Henket bewaard worden, omdat ze een band met ons verleden verklaren. 'De gebouwen geven onze verbeelding wortels in een tijd waarin alles zo snel gaat. Economische redenen liggen aan renovatie of herbestemming bijna nooit ten grondslag, omdat het in praktisch alle gevallen duurder is dan nieuwbouw. Mij gaat het om de duurzaamheid van de esthetiek. Om de vraag hoe je een gebouw eigentijds houdt zonder afhankelijk te zijn van de grillen van de mode.'

De meeste hedendaagse archituur is te bombastisch, en renovaties als bij het Rijksmuseum gebeuren te weinig in de geest van het gebouw. 'Ik geloof niet dat de Stadhouderskade met die coniferen een gift is aan deopenbare ruimte van Amsterdam. Het hele Rijksmuseum wordt te veel afgesloten en ontbeert een open structuur. In ons ontwerp wilden we dichter bij de geest van Cuypers blijven. Hij had het bewust als een poortgebouw ontworpen, waar verkeer doorheen kan. Ik wilde die doorgang in ere herstellen. Bovendien zou mijn ontwerp magerder zijn. Het huidige ontwerp is mij te bombastisch, terwijl kunst in onze samenleving juist veel meer met het dagelijkse leven vermengd is. Ik zou de onderdoorgang openbaar houden en de zijkanten van de atria - net als bij het Louvre in Parijs - voorzien van een transparante structuur. Vanaf de straat zijn dan de kunstwerken te zien.'

Natuurlijk heeft Henket ook goede voorbeelden van restauratie. 'De renovatie van Joop van Stigt van de gebouwen van de Amsterdamse School vind ik goed gelukt, evenals de verbouwing van het Glaspaleis in Heerlen door Jo Coenen en Wiel Arets. Mijn project met Wessel de Jonge van het door Duiker in de periode 1926 -1932 gemaakte Sanatorium Zonnestraal in Hilversum, komt uitermate goed uit de verf.'

Gebruikskunst is immers de essentie van architectuur: 'De functionaliteit moet bij renovatie of herbestemming van een gebouw altijd overeind blijven. Neem mijn paviljoen bij Boijmans van Beuningen. Dat geeft zich gewonnen omdat het niet de strijd aangaat met de verticale massieve bakstenen structuur van het ontwerp van Van der Steur uit 1935. 'Herbestemming en restauratie zijn de moeilijkste zaken die er zijn. Ik moet me met mijn ontwerp als het ware wegcijferen. Je hebt namelijk te maken met de ideeen van de voorganger die je moet respecteren.'

Bron: De Volkskrant van 12 november 2004

Zie ook ontwerpplannen voor Stedelijk Museum Amsterdam


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 34.