kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Jaap Bakema

Nederlands architect en stedenbouwkundige, geboren 8 maart 1914 te Groningen, overleden 20 februari 1981 te Rotterdam. Samen met J.H. van den Broek (vanaf 1948 zijn compagnon) had hij een groot aandeel in de wederopbouw van Rotterdam na WO II.

Bakema was vertegenwoordiger van de Internationale Stijl en later samen met Van Eyck ook een van de Nederlandse representanten van het Brutalisme.

Bakema was na zijn studies te Amsterdam en Delft werkzaam op de stedenbouwkundige afdeling van de Dienst Publieke Werken te Amsterdam, werd in de Tweede Wereldoorlog medewerker van het architectenbureau Van Tijen en Maaskant te Rotterdam en na de oorlog bij de Rotterdamse Dienst Volkshuisvesting.

CIAM
Naast zijn werk was Bakema ook zeer actief betrokken bij diverse organisaties en gaf hij lezingen en gastcolleges in binnen- en buitenland. Zo vervulde hij een belangrijke rol binnen de Rotterdamse groep Opbouw, die samen met de Amsterdamse groep de 8 waar Aldo van Eyck deel van uitmaakte, de Nederlandse afvaardiging vormde van de CIAM. In 1946 wordt Bakema voor het eerst uitgenodigd voor een CIAM congres.

Brinkman & Van den Broek Architecten
In 1948 wordt J.B. Bakema door (Jo) J.H. van den Broek benaderd om mede leiding te gaan geven aan het toen nog geheten bureau Brinkman & Van den Broek Architecten. De zieke Jan Brinkman was daartoe niet langer meer in staat en Van Den Broek was zojuist gevraagd om drie dagen in de week te gaan doceren aan de Technische Hogeschool in Delft. In 1951, twee jaar na de dood van Brinkman wordt de bureaunaam officieel omgedoopt tot het Rotterdamse architectenbureau Van den Broek & Bakema.

1948-1958 Nieuwe architectuur voor een nieuwe samenleving
In de periode na de Tweede Wereldoorlog zagen velen in Nederland een nieuwe samenleving gloren. Voor Van den Broek en Bakema waren moderne architectuur en stedenbouw middelen om die nieuwe samenleving gestalte te geven en mogelijk te maken. Vanaf 1948 waren de architecten Van den Broek (+1978) en Bakema (+1981) gezichtsbepalend voor het gelijknamige Rotterdamse architectenbureau dat -nationaal en internationaal - m.n. in de jaren '50 en '60 als een van de belangrijkste bureaus in Nederland gold. Het lanceerde nieuwe ideeën over architectuur, stedenbouw en samenleving en het had een enorme productie. Bekend is de winkelpromenade De Lijnbaan (1951-55), een der eerste in Europa. Verder o.a. bungalowparken Sporthuis Centrum; woonwijken; kantoorgebouwen.

Op het moment dat Van den Broek en Bakema gingen samenwerken zagen ze zich gesteld voor een omvangrijke opgave. De wederopbouw van Nederland en de bestrijding van de woningnood vroegen om een enorme bouwproductie. Gelijktijdig leefde bij veel architecten, en zeker bij Van den Broek en Bakema, het besef dat er voor de ontwerper ook een enorme maatschappelijke opgave lag.

Het werk van het bureau Van den Broek en Bakema - en daarmee niet alleen van de naamgevers, maar van een hele reeks ontwerpers - is doortrokken zowel van een grote belangstelling voor het bouwproces en de bouwtechniek als van een sterke maatschappelijke betrokkenheid. Deze combinatie loopt als een rode draad door het oeuvre van het bureau en blijkt uit het voortdurend zoeken en vinden van nieuwe technische en sociale oplossingen, in de dagelijkse praktijk van het bouwen en in (al dan niet zelfgestelde) studieopdrachten en prijsvraagontwerpen. De nadruk op het zoeken naar nieuwe oplossingen, op het experiment, is kenmerkend voor Van den Broek en Bakema.

Van den Broek en Bakema ontwierpen beiden vanuit de overtuiging dat moderne architectuur als maatschappelijke kunst per definitie democratisch was en als zodanig vanzelfsprekend bijdroeg aan een veranderende open samenleving. Aanpassing aan de smaak van het publiek was niet aan de orde. Integendeel, de architectuur moest kunnen worden ingezet bij de smaakontwikkeling en verheffing van het 'ongeëmancipeerde' volk. Een ontwerphouding waarvan de sporen op de faculteit Bouwkunde Delft nog zichtbaar zijn. Grijze, zakelijke, efficiënte gebouwen die niet bedoeld waren om visueel te behagen. Je moet waarschijnlijk enigszins een architectuurliefhebber zijn om ze te kunnen waarderen, architectuur voor architecten. Architectonisch ontwerpen op basis van marketing en consumentenvoorkeur is er nog onbekend. Het is dan ook paradoxaal dat Delftse architecten deze weerbarstige gebouwen in het kader van het laatste structuurplan willen 'opmooien'!

Team X
Bakema maakte vanaf 1953 deel uit van Team 10. Vanaf 1955 wordt hij de secretaris van de CIAM en bereidt uiteindelijk samen met de andere Team X-leden het tiende congres voor. Daarna vervult hij nog de rol van coördinator tijdens het laatste congres in Otterlo. Na de opheffing van de CIAM speelt hij een prominente rol binnen Team X, waar hij ook de functie van secretaris bekleedt. Het adres van het bureau van Van den Broek & Bakema wordt hierbij als postadres door de leden gebruikt.

Ontwierp het stadscentrum van St. Louis in de Amerikaanse staat Missouri (1955).

Ontwierp het Nederlandse paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Brussel (1958)

Forum
Van 1959 tot 1963 was hij mederedacteur van het tijdschrift Forum.

In de lijn van de CIAM wordt binnen het bureau onderzoek verricht naar de nieuwe woonwijken en de ontwikkeling van een nieuwe manier van stedenbouwkundig ontwerpen. Met behulp van de wooneenheid en de visuele groep wordt gezocht naar nieuwe woonvormen en ordeningsprincipes van stedelijke functies. Het begrippenkader wordt uitgebreid met termen als verandering, groep, samenhang, cluster, identiteit, mobiliteit en interrelatie, die in de verschillende discussies van de CIAM, Team X en in het tijdschrift Forum naar voren kwamen.

1959-1968 Probleemloos rationalisme
Het optimistische vertrouwen in wetenschap en techniek in de jaren zestig droeg bij aan de overtuiging dat door een rationele aanpak alle problemen, inclusief maatschappelijke vraagstukken, waren op te lossen. Bakema streefde naar een bouwkunst die de ‘driedimensionale expressie van het menselijk gedrag' is, en legde zich speciaal toe op het ontwerpen van omvangrijke gebouwcomplexen, megastructuren en complete steden en stadsdelen.

't hool
Rond 1960 ontstaat in Eindhoven bij een aantal werknemers van Philips het idee om een eigen woonwijk te gaan ontwikkelen en zij benaderen Jaap Bakema als architect. Samen met G. Lans en Jan Stokla, die zich binnen het bureau voornamelijk met woningbouw bezighield, maakt hij een ontwerp.
De wijk is een typisch voorbeeld van de ideeën zoals die al eerder naar voren kwamen bij de studie voor Kennemerland (1956-1959) en het begrippenkader gehanteerd binnen Team X. Zo is in het plan gekozen voor één hoofontsluitingsweg, die het overgangselement vormt tussen de verschillende hofjes en de ontsluiting van de wijk. Verder zijn er elementen zoals interieurstraten, patio's, trappenhuizen en dakterrassen toegepast die de schakel vormen tussen de grote en kleine volumes, tussen openbaar en privé.

visuele groep
Om zich als bewoner te kunnen identificeren met de wijk gebruikt Bakema het instrument van de visuele groep. Dit bestaat uit een totaalbeeld dat door de aanschouwer wordt samengesteld uit aparte beelden van de herhaalde woonclusters rondom de hofjes. Op stedelijk niveau bestaat een visuele groep uit vijfhonderd wooneenheden met een zo groot mogelijk verscheidenheid aan woontypologieën, gegroepeerd rondom pleinen en hofjes, in combinatie met hoogbouw. De wijk 't Hool kent twee van deze zogenaamde visuele groepen.

Aan de noordzijde is het plangebied afgesloten met hoogbouw wat als kernwandgebouw fungeert. Een kernwandgebouw bestond uit een lineair gestrekte wand van gemiddeld vijftien tot soms wel veertig verdiepingen. Enerzijds fungeerde deze als begrenzing van de ruimte of wijk maar tegelijkertijd moest het de verbinding leggen met de stad door zijn schaal en vorm.

Verder zijn er in de wijk in totaal veertien verschillende wooneenheden gerealiseerd waaronder villa's, patio-, terras-, splitlevel-, groei- en drive-in woningen. Door een grote variatie aan te brengen trachtte Bakema de bewoner de kans te bieden om zich te onderscheiden als individu binnen de wijk.

smithsons
Binnen Team X bestond er een grote verwantschap tussen Bakema en de Smithsons. Allebei waren ze overtuigd van het feit dat de massamobiliteit de weg naar de vrijheid was en dat daarvoor een passende architectonische vorm moest worden bedacht. Maar waar Bakema vast bleef houden aan de megastructuur en die inzette als bindend element, kozen de Smithsons voor een minder directe manier om de fysieke vorm van relaties uit te beelden. Door lokale, verkeersvrije enclaves te realiseren pleiten zij voor een meer open stad zoals hun ontwerp voor Berlin-Hauptstadt (1958), hierbij duidelijk geïnspireerd door de ideeën van Louis Kahn.

Een mooi voorbeeld is de discussie van Team X in Royaumont in 1962 wanneer Bakema het woord kasteel gebruikt als metafoor voor de Nederlandse steden, vol met gangen en bekende en weer minder bekende plaatsen, om nog ontdekt te worden. Peter Smithson reageert hierop met de constatering dat dit één-groot-gebouw-ding hem beangstigt. Volgens hem zet Bakema dat idee te letterlijk in en zijn pleidooi is juist om de elementen los van elkaar te zien in plaats van alles met elkaar te willen verbinden tot één groot geheel. Het is een voorbeeld van het veelvormige karakter van Team X. Dit uitte zich vooral tijdens de verschillende bijeenkomsten waar men op flinke kritiek van elkaar kon rekenen.

Gewapend beton - brutalisme
De invloed van gewapend beton op de architectuur is na de oorlog bijzonder groot geweest. De constructies, die in de periode voor de oorlog dikwijls verborgen bleven, komen nu geheel in het gezicht en bepalen de hoofdvorm van het bouwwerk. In de aula van de Technische Hogeschool te Delft (1962-1965) geldt dit zowel voor het uitwendige als voor het inwendige.
De vorm van de ver overkragende gehoorzaal is slecht mogelijk geweest door de ontwikkeling van het voorgespannen beton. De Aula, die tegenwoordig geldt als het pièce de résistance van het betongeweld aan de Mekelweg wordt gewaardeerd als een hoogtepunt van het brutalisme. Brutalisme was een uit het buitenland overgewaaide architectonische stijl die niet lang stand hield. Veel onafgewerkt beton en vooral geen verf.

Van stoel tot stad
Eind 1962 en begin 1963 verwerft Bakema nationale bekendheid met het televisieprogramma 'Van stoel tot stad'. In 1964 wordt naar aanleiding hiervan het boek Van stoel tot stad; een verhaal over mensen en ruimte uitgegeven. Het boek is een haast poëtisch relaas van Bakema waarbij de belangrijkste vraag die wordt gesteld luidt hoe de mens individu kan zijn in de moderne geïndustrialiseerde maatschappij. Beïnvloed door de theosofie zag Bakema de wereld als één grote kosmische ruimte geheel gevuld met energie waarin gebouw en stad in elkaar samengaan. Hij spreekt van één totale ruimte waarbinnen alles met elkaar samenhangt, van stoel tot stad. Hij schrijft: 'De woonwand, die het veld omsluit en overgaat in de omgeving met huisjes op de grond, heeft ook een deel dat is als een groot gebouw met vele kamers. Elke kamer is een huis, maar de wooneenheid is ook als een huis met vele kamers.'

Bakema werd in 1964 buitengewoon hoogleraar aan de TH te Delft en in 1965 hoogleraar in Hamburg.

Het Dorp bij Arnhem, 1965-1970, is als een tuinstad ontworpen voor bewoning door gehandicapten. Er kan zowel gewoond als gewerkt worden. behalve woningen zijn er ook winkels en andere voorzieningen. Het wegenplan en de wonigen zijn aangepast aan het zich voortbewegen in een rolstoel. Bij de aanleg is uitgegaan va de natuurlijke verschillen in het terrein; de begroeing is zorgvuldig gespaard. Als bouwmateriaal is grijsrode baksteen en hout gebruikt.

Ontwierp samen met Carel Weeber het Nederlandse paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Osaka (1969/70)

1969-1988 Gemeenschappelijke architectuur
De jaren zeventig was in Nederland een tijdperk van welzijn en democratisering. Van den Broek en Bakema volgden met stadsvernieuwing, kleinschaligheid en bewonersparticipatie deze sociale ontwikkelingen. Gelijktijdig bouwden zij ook grootschalig voor ondermeer Siemens en Heineken.

In 1971 werd de naam van het Architectenburo veranderd in Architectengemeenschap Van den Broek en Bakema en werd de directie uitgebreid met: J. Boot, J.M.A. de Groot, W.J. van der Jagt (op een later tijdstip) J.E. Rijnsdorp en J.M. Stokla.

1972 Stadhuis van Terneuzen. Beton is als onbewerkt beton waar de afdruk van de bekisting op te zien is gebruikt. de verschillende afdelingen liggen volgens het split-levelsysteem binnen het gebouw.

Van den Broek en Bakema J.H. van den Broek en J.B. Bakema waren als naamgevers de belangrijkste architecten van het bureau, maar het belang en het aandeel van de medewerkende architecten is altijd groot geweest. Van den Broek, die al voor de oorlog een architect van naam was, verliet het bureau begin jaren zeventig. Bakema bleef er tot zijn dood in 1981. Na zijn overlijden bleef het bureau bestaan en in 1988 trad een nieuwe directie aan die het nog altijd onder dezelfde naam voortzet.

Begin 1981 komt Bakema te overlijden. Tijdens de crematie spreekt Aldo van Eyck met de woorden: 'Ik vraag mij af: Zou Jaap Bakema een kop-station hebben kunnen bouwen. Ik denk: ja; ook dat. Maar hij zou de NS zo ver hebben gekregen van de eindbuffers af te zien. Wat deze man op zijn doorreis voor elkaar heeft gekregen is verbijsterend. Toch zijn er grenzen aan het mogelijke - aan de energie. Zo zal hij hier - vanmiddag niet spreken. Dát brengt hij op deze doorreis niet meer voor elkaar.''

Zie ook bron op www.bobozero.org (Paul Bouw)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 815.

Tweets by kunstbus