kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Johann Balthasar Neumann

Vierzehnheiligen

Duits bouwmeester en ingenieur, (gedoopt 30.01.)1687 Eger - 19.08.1753 Würzburg

Oorspronkelijk was hij klokkengieter. Hij kreeg een militaire opleiding (1712) en nam als geschutgieter en artillerieofficier deel aan verschillende veldtochten. In 1720 werd hij stadsarchitect van Würzburg en in 1731 hoogleraar civiele en militaire bouwkunst aldaar.

Hij was de belangrijkste architect van de Zuidduitse barok. Zijn werk staat vooral in de streek van Würzburg, zoals het Residenzschloss (1720-44), de Vierzehnheiligenkirche (1743-72) en de Hofkirche (1732-41). Verder Schloss Werneck (1733-45) bij Koblenz en de Maria Limbachkirche (1751-55) bij Hassfurt. (Summa; 25 eeuwen 225)

Residenz, 1719-24, Würzburg
Door Balthasar Neumann. Klassieke synthese van waardigheid en vrolijkheid. Trap en hal versierd met fresco's van Tiepolo (1751-53). (?)

De geschiedenis van het Paleis van Würzburg geeft als vrijwel geen ander bouwwerk van de 18de eeuw het internationale karakter van de kunst uit die tijd weer. Toen Johann Philipp Franz von Schönborn in 1719 vorst-bisschop van Würzburg werd, wilde hij zijn verblijf van de vesting Marienburg naar elders verleggen. De grondprincipes zijn afkomstig van Balthasar Neumann uit Eger, die zich van geschutgieter tot ingenieur had opgewerkt. De plannen werden ter goedkeuring naar Lothar Franz van Schönborn, de broer van de opdrachtgever in Wenen, gezonden. Daarna reisde Neumann naar Parijs en legde de ontwerpen voor aan Germain Boffrand en Robert de Cotte, de hoofdarchitecten van de Franse koning. Onderweg zag Neumann het juist in aanbouw zijnde kasteel van Mannheim en het door Boffrand pas gebouwde slot in Lunéille. In 1724 stierf Johann Philipp Franz, en zijn opvolger deed verder niets aan de bouw. Maar in 1729 kwam Friedrich Carl van Schönborn als aartsbisschop uit Wenen naar Würzburg. Toen begon de tweede grote bouwperiode van het paleis. Lucas von Hildebrandt werd ontboden, met wie de grote rivaal van Neumann op het toneel kwam. Twee tegenstrijdige karakters, maar ook twee tegenstrijdige opvattingen over architectuur kwamen met elkaar in botsing. Hildebrandt, de gevoelige mens van het zien, stelde een bouwwerk samen vanuit een optisch standpunt. Neumann wilde in de architectuur het duidelijk ingedeelde geheel kenbaar maken. Aan Hildebrandt bvb. danken wij de prachtige gebroken gevel en aan Neumann de beslotenheid van het gehele bouwwerk dat ondanks alle vreemde invloeden het meest vooraanstaande monument geworden is van de barok in Frankenland.

In 1744 was het paleis te Würzburg als bouwwerk voltooid, maar aan het inwendige ontbrak nog veel. Vooral de grote feestzalen waren nog niet bepleisterd of beschilderd. In 1746 stierf Friedrich Carl von Schönborn. Zijn opvolger had weinig belangstelling voor het paleis, zodat het werk weer een tijdlang bleef liggen. Eindelijk besloot de volgende vorst-bisschop, Carl Philipp von Greiffenclau, de beroemdste frescoschilder van die tijd naar Würzburg te ontbieden: Giovanni Battista Tiepolo. (KIB bar 168-170)

De Keizerzaal in het bisschoppelijk paleis is een adembenemende ruimte, een enorme ovale ruimte, gedecoreerd in wit, goud en pasteltinten - het geliefkoosde kleurenschema halfweg de 18de eeuw. Structurele elementen, zoals zuilen, pilasters en kroonlijsten, worden nu zo weinig mogelijk getoond; de ramen de koepelsegmenten worden omlijst door aan linten herinnerende motieven. Het repertoire van grillige speelse vormen wordt hier op harmonische wijze gecombineerd met de architectuur van de late Barok in Duitsland. De vliesdunne plafonds worden zo vaak door trompe-l’oeilopeningen doorbroken, dat men ruimtelijke grenzen niet meer serieus neemt. Deze openingen onthullen echter geen lawine van figuren meer, voortgestuwd door dramatische lichtexplosies, zoals die van de Romeinse plafonds, maar een blauwe lucht en door de zon beschenen wolkjes, terwijl slechts af en toe een gevleugeld wezen door deze eindeloze ruimten zweeft. Alleen langs de randen treft men massale figuurgroepen aan. Hier wordt het laatste, verfijnde, stadium van de trompe-l’oeil plafonddecoratie bereikt door de beroemde meester daarvan, Giovanni Battista Tiepolo. (Janson 502-503)

Schloss Bruchsal, 1722-31
Het prinsbisschoppelijk paleis van Speyer ligt op de rechteroever van de Rijn. Het vertoont alle eigenschappen van de Duitse barokbouwkunst. Opvallend is hier het contrast tussen de opvatting van het middenhuis en de zijvleugels. De verdeling, opvatting en uitwerking van de verdiepingen zijn voor beide delen volledig verschillend uitgewerkt. De gebruikte kleuren op de gevel zorgen voor een schitterende werking. Het middenhuis is een werk van Johann Balthasar Neumann, een architect-ingenieur uit de School van Wessobrunn. In zijn kunst bereikte hij een volmaakt evenwicht, waardoor hij de titel kreeg van geestesverwante kleinzoon van Michelangelo.

Op de verdieping van het middenhuis zijn de vensters uitgewerkt tot deuren achter een balkon, zodat de slotheer gemakkelijk voor het verzamelde volk kan verschijnen. Het dak is opvallend laag gehouden om niet te zwaar te drukken en het horizontalisme van het gebouw niet te breken.

Voor de trappenzaal koos Neumann de ovale vorm. Draaiend klimmen de trappen naar de hoger gelegen centrale verzamelruimte. Het decor is streng-sober: een wit geheel waarin de fijne rococomotieven en de gekleurde partijen warmte brengen.

Door zijn laattijdig verschijnen heeft de Duitse Barok onmiddellijk gebruik gemaakt van het rococo, zodat beide stijlen in elkaar vervlochten zijn. De rococostijl is de laatste fase in de ontwikkeling van de barok in de 18de eeuw. De benaming is afgeleid van "rocaille", een versieringsvorm, ontleend aan het schelpmotief dat schetsmatig door in- en uitrollende curven wordt bekomen. Het rococo ontstond in Frankrijk als decoratief kader van het salonleven in de eeuw van Lodewijk XIV. Het Franse rococo beperkte zich tot het interieur en kreeg een zinnelijk en kunstmatig karakter. In Duitsland overgenomen, sloot het rococo zich meer aan bij het vreugdevolle volkskarakter. Er ontstond vlug een geraffineerde architectuur waarbij de barokconstructie en de rococo-ornamentering in elkaar overlopen. Vooral de stukadoors, gevormd door de laatgotische verfijning, hebben daarin een belangrijke bijdrage geleverd. Vandaar ook de opbloei van de rococostucs.

Barok en rococo zijn beide gekenmerkt door beweging, levendigheid en verbeelding. Het verschil ligt in de graad van verfijning. De barok blijft zwaar, krachtig en triomfantelijk. Het rococo is licht, teer en speels. (BRT)

Wallfahrtskirche Vierzehnheiligen, 1742-1772
De grote bedevaartskerk aan de boven-Main is het religieuze meesterwerk van Neumann. Volgens de traditie verscheen op die plaats in 1445-46 het kind Jezus tussen 14 heiligen.

De voorgevel is een hoogtepunt van de Duitse barokke kerkgevels, een decoratief monument op zichzelf. Het vooruitgebogen middendeel en de twee kerktorens beantwoorden aan de Duitse traditie. Met dat golvend profiel is de gevel beeldend bewerkt, naar de Romeinse architecten het ideaal van de barok. Het decoratieve karakter krijgt nog meer effect door de vier rijen vensters, afwisselend groot en klein. De verticale lijsten onderstrepen de horizontale werking van de per verdieping opgestelde pilasters.

Neumann ontwierp zijn kerkruimte op een originele wijze. Zij bestaat uit een langbouw gevormd door een centrale langovaal, aan beide uiteinden door een ovaal verlengd. Twee kleine ronden vormen de dwarsbeuken. Zo ontstaat een combinatie van kruisvormige langbouw en centraal bouw. die opvatting behoudt de werking van de hallenkerk, de gemeenschapsruimte, die de barokmeesters behouden van de Duitse middeleeuwse traditie. Hier wordt dat effect krachtig onderstreept door het in elkaar vloeien van alle vormen.

De altaren vormen een rijk geheel waarin het licht speelse effecten brengt.

De versiering is uitgevoerd in rococostijl: frisse kleuren, licht stucwerk, verguld houtsnijwerk, bevallige putti en de rococomotieven die als slingers boven de ruimten worden geworpen.

Het plafond wordt opgehouden door gordelbogen, die vanop de zuilen vertrekken en naar het midden toe buigen zonder de zoldering te vormen. De beschilderde laagkoepel is een doorkijk naar de hemel.

Het Gnadenaltar (ontworpen door Jakob Michael Küchel vanaf 1764 gebouwd door Johann Michael Feichtmayr en Johann Georg Übelherr) staat centraal in de ruimte. Het is een piramidale rocococonstructie met baldakijn, uitgewerkt met boog en tegenboog, steunende en rustende delen zoals zuilen en steunbalken. Men heeft hier wel het hoogste gepresteerd in de luchtige en gracieuze rocaillestijl; het zware aardse van de architectuur is verdwenen en het is alsof het baldakijn zweeft. Maar bovendien zijn in dit geval de grenzen tussen de verschillende kunstuitingen uitgewist. Maar alleen in Zuid-Duitsland is de ontwikkeling van het rocaille zo ver gegaan. Toen dit altaar vervaardigd werd kondigden zich in Frankrijk al de eerste tekenen van het classicisme aan, en klassiek denkende tijdgenoten, zowel in Engeland als in Frankrijk, zouden dit altaar beschouwen als het toppunt van smakeloosheid. De 14 acterende heiligen staan als op een spreekgestoelte om de pelgrims toe te spreken. Ernst en feest zijn kenmerkend voor het Zuid-Duitse volkskarakter. De rocaille vertoont hier dus de afmetingen van een groot altaar in een volkomen vrije vorm. (BRT; KIB bar 167 en 238)

Het was Neumann er vooral om te doen het gewelf los te maken van de vaste ommanteling van de buitenmuur, en het op vrijstaande zuilen als een baldakijn het schip van de kerk te laten overspannen. In Vierzehnheiligen wordt de middelste ruimte boven het altaar van de Genade geheel omgeven door lichte omlopen. Het gewelf rust op de geweldige halve zuilen voor de pilaren. De grote ramen zijn hoog tegen het plafond opgetrokken, waardoor het 'lijkt alsof de hele van licht doorstraalde ruimte met haar verbredingen en vernauwingen als een levend organisme in- en uitademt. (KIB bar 167)

Sint-Blasius, Vierzehnheiligen, Wallfahrtskirche
Alle beelden vertonen acterende figuren, heiligen die als het ware een toneelopvoering voor de verzamelde pelgrims ten beste geven. Het beeld van de H. Blasius staat links van het linkse zijaltaar. Blasius was een geneesheer, die bisschop werd van Sebaste in Armenië, waar hij de marteldood stierf, omstreeks 316. Ten tijde van de kruistochten kwamen zijn relieken naar het westen. Hij werd aangeroepen tegen de keelziekte. De blasiuszegen bestond uit een gebed terwijl twee kaarsen, in kruisvorm samengehouden tegen de hals werden gehouden. Vandaar de attributen van het beeld. (BRT)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 364.