kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Luc Deleu

Luc Deleu (°1944, Duffel)

Belgisch architect, stedenbouwkundige en kunstenaar,

Luc Deleu werd in 1944 geboren te Duffel. Vijfentwintig jaar later, 1969, studeerde hij af aan het Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas van Brussel te Schaarbeek en behaalde hij het diploma van architect.

Luc Deleu richtte in 1970 T.O.P. Office op, maar nam al snel afstand van de volgens hem vastgeroeste architectuurwereld.

Voor Deleu werd het terrein van de beeldende kunst vanaf het einde van de jaren zestig de uitvalsbasis voor het zoeken naar een andere stedenbouwkunde, met name één die kritisch, sociologisch en ecologisch zou zijn. Met andere woorden: een stedenbouwkunde die een ‘waardig' alternatief voor de bestaande toestanden zou zijn.

Met zijn soms ironische, dan weer sterk geëngageerde Voorstellen, Adviezen en recente projecten levert Luc Deleu commentaar op bestaande situaties door er alternatieven voor te formuleren. Daarnaast experimenteert hij met schaal, perspectief en volume: eerst nog eerder bescheiden met constructies van legoblokjes, later door middel van monumentale werken met containers als bouwstenen.

Orbanisme
Vanaf 1973 houdt hij zich bezig met zijn Orbanisme: architectuur op wereldschaal.
De architectuur heeft volgens hem twee basisschalen, die onophoudelijk met elkaar in botsing komen: die van de mens en die van de aarde. Zijn streefdoel is een verzoening tussen beide. De methode om die te bereiken gaf hij de naam 'orbanisme' (cfr. de pauselijke zegening 'Urbi et Orbi', 'aan de stad en de wereld'). Het nieuwe begrip 'orbanisme' treedt dus in de plaats van het traditionele urbanisme.

Luc Deleu concludeert, na het aanschouwen van de huidige maatschappij, dat architectuur zich niet meer op de schaal van de stad (urbanisme) maar op de schaal van de wereld (orbanisme ) afspeelt. De steden worden opgenomen in een groter geheel: de wereld. Dit orbanisme zou een efficiënter gebruik van het aardoppervlak doen ontstaan. Deleu stond hierbij voor het voldongen feit dat de aarde al volgebouwd is en ruimte dus ergens anders moet gezocht worden. Hij probeert de aardruimte evenwichtig en ecologisch te herverdelen want zijn orbanisme heeft niet de bedoeling de wereld te herontwerpen.

In de jaren zeventig hield hij zich bezig met het ontwikkelen van het begrip orbanisme, een opvatting die hij illustreerde met een Orbanistisch Manifest. Deleu pleitte voor de vervanging van het urbanisme door het orbanisme: qua stedeninrichting niet langer op kleine schaal denken, maar op wereldvlak. Hij stelde een breed kader op waarbinnen oplossingen voor meer mobiliteit, betere communicatie, stadsverfraaing en meer vrijheid voor het individu geformuleerd werden. Zijn Manifest daartoe bevatte provocerende, utopisch-anarchistische, maar onderlegde voorstellen:
de aanleg van stadsmesthopen,
fruitboomlanen,
zichtbare telefoon- en elektriciteitskabels,
de afschaffing van verkeersreglementen en dierentuinen,
de omvorming van vliegdekschepen tot varende universiteiten of bejaardentehuizen,
het schieten van nucleair afval naar de zon,
de Sahara bevruchten door er de mestoverschotten naartoe te verhuizen,
openbare monumenten ombouwen tot sociale woningen,
de wegen verzachten in plaats van verharden,
groentenbakken installeren in plaats van bloembakken,
stadsboomgaarden aanplanten,
weiden aanleggen met 'stadsvee',
'openbaar pluimvee' laten rondlopen,
stedelijke visvijvers inrichten,
het onkruid beschermen,
Uitvoering van deze voorstellen zou het stadsleven een meer landelijk karakter geven, het agrarische en het stedelijke zouden gaan dooreenlopen, zoals we dat kennen in de Derde Wereld. Zo'n versmelting is voor Deleu perfect aanvaardbaar en zelfs te verkiezen. Hij wilde verder ook alle publiciteitsborden laten klasseren, tegelijk met alle bestaande 'stadsruïnes' en het hele openbaar vervoer. Met als resultaat dat er voor een tijdlang niks meer zou veranderen. Deze voorstellen werden in 1978 samen gepresenteerd in de tentoonstelling 'Voorstel tot afschaffing van de wet op de bescherming van de titel en het beroep van architect'.

Meer dan vergezochte ideeën stonden deze en vele andere Manifest-agendapunten felle statements voor. Half ingegeven door de indertijd heersende ecolo-trend, maar vooral aangespoord door de modernistische houding dat architectuur een verantwoordelijkheid dient te dragen voor het welzijn van het individu. Als voorbeeld citeert Deleu nog steeds Le Corbusier: ‘Hij stelde dat orde een bepaalde vrijheid kan scheppen, een uitspraak waarmee ik me kan vereenzelvigen. Wat er tegenwoordig gebeurt is net het tegenovergestelde: er is minder vrijheid om zo meer orde te bewerkstelligen‘.

1979-1985 'boerderettes'
Zijn belangrijkste voorstel was dat voor de afschaffing van de wet op de bescherming van de titel en het beroep van architect. Voor Deleu mag het bouwen geen voorrecht zijn van architecten, maar is het een recht voor iedereen. Tegelijk ging hij die wet daadwerkelijk ondermijnen door elk plan dat hem door bouwlustige burgers werd voorgelegd te signeren, zonder een eigen inbreng op te dringen en zonder verdere onkosten. En zo ging hij in zijn eentje over tot de razendsnelle bouw van goedkope en geminimaliseerde massaproductie, waarmee hij zijn collega's-architecten heel wat werk uit de handen nam. Op die manier kwamen tussen 1979 en 1985 onder protest van de Orde van Architecten overal in Vlaanderen zo'n 150 'boerderettes' tot stand. Voor Deleu was hun quasi gestandaardiseerde uitzicht van geen belang - hij pretendeerde niet, zich met esthetische normen bezig te houden, zoals zijn confraters. Deleu is van mening dat niet alles architectuur moet zijn. Hij is dan ook fervent voorstander van zelfbouw.

Het Milieu
Nog een problematiek die Deleu bezighoudt is de zorg voor het milieu en de wijze waarop milieupartijen en overheid daar zoal over denken. Ook in deze materie cultiveert hij een eigenzinnige en inventieve aanpak, die de kijker perplex doet staan. Zo vindt het recycleren van glas geen genade in zijn ogen. Glas is immers voor het milieu onschadelijk en goedkoop te produceren. In vergelijking met chemisch afval verdiende het dus zeker niet de prioriteit. Toch werden in de jaren 1980 de steden en gemeenten van Vlaanderen volgezet met lelijke groene stolpen. Maar na een tijd zullen die versleten of verouderd zijn, en afgedankt worden. Daarop vooruitlopend maakte Deleu een installatie met tientallen glascontainers, als afval op een hoop gegooid. Een recyclagepark voor glascontainers. Anno 1996 was het inderdaad zover en verdwenen de groene stolpen uit het straatbeeld. Waar ze gebleven zijn weet niemand. Denkelijk liggen ze opgestapeld in een of andere hangar, om misschien ooit op hun beurt te worden gerecycleerd. Het werk van Deleu is werkelijkheid geworden.

Verder is Luc Deleu een meester in het recycleren en het werken met zogenaamde 'ready-made' (Museum van de kapotte kunst). Deleu wil de bestaande chaos bevorderen voor de vrijheid van het individu. Het architect zijn houdt voor hem ook het kunstenaarsschap in, de kunstenaarsarchitect.

Schaal en perspectief
In 1980 start Luc Deleu zijn onderzoek naar 'Schaal en perspectief', een studie over de wisselwerking en het contrast tussen tegengestelden (liggend en staand) waarbij elementen uit hun ingeburgerde context gerukt worden en zo een andere betekenis krijgen. (composities met containers, Housing the City [Barcelona], liggende lichtmast). Het idee ontstond toen hij in het Mariposapark in Californië de 'fallen monarch' zag, een omgevallen sequoia. Die bleek ruimtelijk heel anders te werken als hij niet vertikaal, maar horizontaal gezien wordt. Deleu ging schaalmodellen bouwen van platgelegde kantoorgebouwen, en installeerde horizontale verlichtingspalen of hoogspanningsmasten in publieke ruimten (ter gelegenheid van 'Chambre d'amis' installeerde hij zo'n hoogspanningsmast op het St Pietersplein in Gent).

containerinstallaties
In hetzelfde kader werd ook de container voor hem een veelgebruikt werkmateriaal. Containers zijn als groot uitgevallen lego-blokjes, waarmee men kan maken wat men wil. Ze kunnen zowel horizontaal als vertikaal aan elkaar gesloten worden, en zelfs haaks, als een scharnier. Deleu bouwde er hoge poorten mee, als triomfbogen die de finale overwinning van de commerciële aandrift bezegelen.
In 1983 realiseerde hij zijn eerste containermonument, Kleine Triomfboog, in Basel, kort daarna gevolgd door Grote Triomfboog in Neuchatel. Sindsdien werkt Luc Deleu regelmatig met containers in de openbare ruimte. De containerinstallaties kunnen beschouwd worden als mobiele monumenten, met oervormen (poorten, triomfbogen, bruggen, bogen en obelisken) die tijdelijkheid, mobiliteit en vergankelijkheid uitdrukken.
'Eigenlijk zijn de containerwerken een verderzetting van een Orbanisme Manifest-voorstel. Indertijd wou ik mobiele monumenten introduceren. En met de containers heb ik dat gerealiseerd, weliswaar op een andere manier als ik toen voor ogen had. Containers zijn overal te vinden en overal ter wereld herkenbaar. Doordat geen van mijn voorstellen een uitvoering kreeg, wou ik toch bewijzen dat ik iets kon bouwen, dat ik toch onderlegd was in mijn vak. Met containers begon ik universeel bekende formaties te bouwen: bruggen, obelisken, poorten,kruisen, torens. Tegenwoordig maak ik enkel nog container-installaties op aanvraag. Ik probeer steeds verder te gaan, alsmaar moeilijkere constructies te bedenken. Zodat je denkt: hoe is het mogelijk?!'

infrastructurele ontwerpen
Vanaf 1988 werkt Luc Deleu aan grote stadsprojecten, utopische ontwerpen van immense stadsinfrastructuren. ('Antwerp your next cruise stop', De Hef Rotterdam, Les Halles Parijs, Housing the city Barcelona).
De infrastructuur, zo vond hij, is belangrijk voor het imago van een stad; door de infrastructuur op een intelligente en zichtbare manier te integreren in het stadsbeeld kan een stad zich echt manifesteren. Opnieuw waren de voorstellen daaromtrent niet voor de hand liggend: zo stelde Deleu voor om de TGV over een brug over Brussel te laten rijden, zwevend en ostentatief aanwezig. Of wilde hij een stationsgebouw ‘in lagen‘: een gebouw met verdiepingen, één voor treinen, taxi‘s, bussen en trams.

Reis rond de wereld in 80 dagen
In ‘91 startte een nieuw project: de ‘Reis rond de wereld in 80 dagen‘. Deleu had ontdekt dat Madrid als enige Europese hoofdstad als tegenpool aan de andere kant van de wereldbol vast land had, in tegenstelling tot de andere steden, die volgens de berekeningen in de zee eindigden. Aan de hand van deze bevindingen tekende Deleu de wereldkaart opnieuw, met Madrid en zijn tegenpool, een stadje in Nieuw Zeeland, als nieuwe centra. Naast het verzetten van intensief cartografisch werk, ondernam Deleu ook de reis via de kortste route tussen deze twee punten, wat zal resulteren in een fotografische installatie.

Professor) Luc Deleu aan de studie van de Onaangepaste stad: verscheidene ontwerpen van immense stedenbouwkundige interventies. (Brikabrak, Octopus, DinkyTown, V.I.P.city).
De onaangepaste stad is een werk van Luc Deleu i.s.m. Hans Theys. Het is een verzamelwerk dat het onderzoekswerk van T.O.P. Office naar de immense leefstructuren van de onaangepaste stad bundelt, aangespekt met vorige projecten van T.O.P. Office. Hans Theys schrijft Deleus bevindingen neer in 'Urbi et Orbi, de onaangepaste stad'.

Deleu is van mening dat stedenbouw een context kan scheppen waarbinnen individuele vrijheden gegarandeerd worden: orde waarbinnen chaos mag ontstaan. Sinds 1995 werkt hij, samen met zijn bureau T.O.P. office (Turn On Planning), aan “De Onaangepaste Stad”, een ontwerpmatige stedenbouwkundige studie. Omdat wonen op aarde wegens plaatsgebrek problematisch wordt, zal de stedelijke ruimte, volgens Deleu, meer polyvalent worden gebruikt. Elke stad is onaangepast. Daarom stelt T.O.P. office, op basis van een becijfering van de nodige comfortuitrusting en woongelegenheid, een onaangepaste ruimtelijke organisatie voor, die echter gehoorzaamt aan onzichtbare ordeningsprincipes op macrovlak. Deleu en T.O.P. office zijn ervan overtuigd dat een stad op grote schaal maakbaar is, maar op kleine schaal de grootst mogelijke vrijheid voor individuele initiatieven moet bieden. Daarom worden de voorgestelde volumes, die het resultaat zijn van een studie van de nodige ruimte en infrastructuur, voor de ingebruikname van de stad losgekoppeld van hun programma. Er zijn bijvoorbeeld genoeg bioscopen voorzien, maar ze kunnen ook gebruikt worden als sportzaal, champignonkwekerij of verblijf voor mantelbavianen.

Reeds in vroegere ontwerpen van T.O.P. office werd de grondschaarste 'opgelost' door het reeds bestaande weefsel te overschrijven en zo te ijveren naar een compacte compositie. Dit over de jaren gespreid onderzoek leidde tot De Onaangepaste Stad, een samenspel van stedelijke voorzieningen gerelateerd aan inwonersaantallen. Zijn ideale plan dat zo gecreëerd wordt, kan als instrument dienen om de bestaande stedenbouwkundige orde te verbeteren. Het doel is een gedifferentieerd ruimteaanbod naar voren schuiven. Dit wordt bereikt door de dissociatie van programma en vorm met een defragmentatie en fragmentatie tot gevolg, de belangrijkste ontwerpstrategie doorheen het hele project.

“De Onaangepaste Stad” komt tot stand in opeenvolgende fases. De moedervorm van De Onaangepaste Stad is Usiebenpole (1994), een ontwerp van T.O.P. office voor een eiland in de Donau te Wenen. Het omvat een meerdekse ruimtelijke wandelas die hoog boven de grond zweeft en aan een openbaar vervoerssysteem en andere infrastructuur gekoppeld is.

De eerste ruimtelijke toepassing van dit model is Brikabrak (1995). Voor deze wijk van 9500 inwoners is hij vertrokken van een lineaire nederzetting gekoppeld aan verschillende gestapelde assen. De drie grote onderdelen, de sokkel met autotunnel, de meerdeksbrug met zwevende luchttram en de rij woonslabben, hebben geen geografische oriëntatie en zijn daardoor overal plaatsbaar.

Na Brikabrak volgt Dinkytown, een verder uitgewerkte variatie van het moedermodel met eveneens 9500 inwoners. Hierna ziet de 19000 inwoners tellende wijk Octopus het levenslicht. Hier wordt voor het eerst de lineariteit onderbroken door de infrastructuur als kluwen van verkeersassen op te vatten.

De opvolger van Octopus is Vipcity. Hierin wordt het wonen niet meer georganiseerd in appartementsblokken maar wordt er ingespeeld op de hedendaagse woontrend, namelijk een vrijstaande woning op een grote kavel. De verkaveling maakt plaats voor 38000 bewoners met mogelijkheid tot verdichting. De lengte van de maquette van een fragment van deze wijk, “Vipcity - De Zeemijl”, dat hier op schaal wordt voorgesteld is die van een zeemijl: een meridiaanminuut of 1851 meter. De maquette op schaal 1/100 is dus 18,51 meter lang. “Vipcity - De Zeemijl” bevat naast zes kantoorgebouwen ook de nodige ruimte en infrastructuur voor horeca, sport en amusement, sociale voorzieningen, transport enz. Zo beschikt de wijk onder meer over een handig fietscircuit en een luchttram.

Uit de uitrustingsstudie van De Onaangepaste Stad, die in 1995 ontstaan is, kan Deleu zes densiteitniveaus onderscheiden, van een straat tot een grootstedelijk niveau. De uitwerking had een vergroting van het geheel als gevolg. Hierdoor was een hiërarchie in de ontsluitingswegen noodzakelijk. Het is de bedoeling om een ruimtelijk gevarieerd en ongezocht, natuurlijk ogend massaplan te bekomen. In oktober 2000 werd de gehele Onaangepaste Stad voorgesteld in New Delhi op een India-EU meeting. Na deze confrontatie met de wereld wordt er verder gewerkt aan de definitieve onaffe plannen van de vijf dekken van Vipcity en het verfijnen van de plannen aan de hand van voorbeelden van gebouwen op de grond: verzorgingstehuizen, scholen, e.d.

Zelf voelt hij dat hij steeds meer naar de exacte stedenbouwkunde toewerkt, in plaats van de artistiek geïnspireerde. ‘Met De Onaangepaste Stad wil ik onderzoeken watvoor een soort uitrusting een stad nodig heeft om zich daadwerkelijk als een hedendaagse metropool te manifesteren,‘ legt hij uit. ‘Inplaats van me te concentreren op het oplossen van hier en daareen klein probleempje, ontwerp ik een stad op grote schaal. Een nieuwe stad dus‘.
Zoals de maquette er uitziet - voorlopig, want hetis een work-in-progress - ziet hij zo‘n stad eerder langwerpig, de banen van het openbaar vervoer volgend, de autowegen ondergronds, net als discotheken en shoppingcentra. Chaos en willekeur zijn bewust ingecalculeerd: ondanks de metingen en berekeningenstaat Deleu zoals altijd de fantasie en de persoonlijke inbreng vanhet individu voor.

De onaangepaste stad situeert zich in het brede spectrum van het onderzoek naar stedenbouwkundige ingrepen (op verschillende schalen) die een alternatief voorstellen voor de huidige stads- en plattelandsontwikkeling. Vanuit zijn onderzoek naar schaal en perspectief ontwikkelt Luc Deleu een numerieke ontwerpmethode, gebaseerd op aantallen, oppervlaktes en verhoudingen. Dit houdt sterk verband met zijn passie voor het werk van Le Corbusier. Bewijze zijn verschillende projecten in het kader van Schaal en Perspectief en De Onaangepaste Stad waarin regelmatig de Modulor van Le Corbusier als leidraad gebruikt wordt.

Een vergelijking tussen de Onaangepaste Stad van Luc Deleu en de Wereldstad van Julien Schillemans dringt zich op gezien de vele gelijkenissen. Beiden zijn immers grootse stedenlijke structuren (met de Wereldstad als meest uitgestrekte). Belangrijkste verschil is dat Deleu D.O.S. plaatst over bestaande stedelijke structuren terwijl Schillemans droomt van een allom tegenwoordige natuur. Schillemans stelt een utopisch model voorop ter vervanging van het toenmalige terwijl Deleu de huidige stad als noodzakelijke onderlegger voor D.O.S. beschouwd.

Hans Theys volgt de bezigheden van Luc Deleu en T.O.P. office reeds jaren. Dit resulteerde in een film die uit acht afleveringen van ongeveer 30 minuten bestaat en een periode van vijf jaar (1999-2004) bestrijkt. De meeste aandacht gaat naar de bouw van “Driegeneratiewoning Niebuur” in de Nederlandse gemeente Poortugaal, met op de achtergrond de vorderende werkzaamheden aan “De Onaangepaste Stad” en tentoonstellingen in Amsterdam, Brétigny en Antwerpen (Mercator, Middelheim, MuHKA).

Nederland
In Nederland realiseerde hij de Orbino, een uit zeecontainers opgetrokken mobiele toren die aanvankelijk bedoeld was als uitkijktoren, maar die in 2002 functioneerde als tijdelijke tentoonstellingszaal op de stortlocatie Nauerna in Noord-Holland.

Belgische architect Luc Deleu nam de lay-out en inrichting van Parasite Paradise op zich. Hij ontwierp een plattegrond in de vorm van een pijp, waarvan de steel een straat vormt die uitmondt in een plein en een vijver (de pijpenkop). De rechte lijn van de straat wordt onderbroken door een rotonde. Functie, vorm, schaal en perspectief waren de uitgangspunten voor de natuurlijk ogende schikking van de objecten. Aan de straat staan de meeste objecten lineair opgesteld, alle met motorvoertuigen. De stedelijke functies (het restaurant, de skatebaan) bevinden zich op en rondom het plein. In het veld achter de vijver bevinden zich de boerderij en de stapelbare camping.

2004 Antwerpen en de wereld
De recentste ontwikkelingen in het proces van de ‘onaangepaste' stad (met als absolute blikvanger de nieuwe 18,51 meter lange maquette van het stadsfragment Vipcity) en specifieke voorstellen voor een ander Antwerpen vormen de twee focuspunten van deze tentoonstelling. Het tweede deel van de tentoonstelling is toegespitst op Antwerpen: de bezoeker krijgt hier Deleus voorstellen te zien die niet alleen iets vertellen over de stad, maar ook oplossingen bieden voor acute bestaande problemen.

MuHKA
Kritiek op het klassieke urbanisme.
UNIVERSITEIT GENT Urbi et Orbi


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 330.