kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20-09-2008 voor het laatst bewerkt.

Michael Graves

Michael Graves (1934)

Amerikaanse architect en ontwerper, geboren 9 juli 1934 te Indianapolis, Indiana.

Tijdens zijn loopbaan werden zijn werken meermaals bekroond en in de internationale pers werden er vele artikels aan hem gewijd. Eén van zijn sterke punten is ontegensprekelijk zijn scheppend vermogen, maar ook zijn zorg om het gebouw persoonlijkheid te verlenen en in te passen in zijn omgeving.

Biografie
Michael Graves werd in 1934 in Indianapolis geboren en studeerde architectuur en design. Hij studeerde architectuur aan de universiteit van Cincinnati, dat onder meer praktijkervaring bij het bureau van Carl A. Strauss & Associates omvatte, waarna hij verder studeerde aan de Graduate School of Design van Harvard University.

Na zijn afstuderen in 1959 ging hij werken voor George Nelson Associates. In deze periode werkte Graves ook als kunstenaar en deelde hij een atelier met Richard Meier in New York.

Dankzij een beurs kon hij van 1960 tot 1962 studeren aan de American Academy in Rome.

Terug in de VS gaf hij les aan Princeton University in New jersey, waar hij in 1972 hoogleraar architectuur werd. Hij had op 28 jaar de belangrijkste elementen van een grote carrière al verenigd: academische lauweren, belangrijke prijzen en een professoraat in Princeton.

In 1964 opende hij zijn eigen architectenbureau in Princeton. Graves bouwde naast villa's o.m. universiteitsgebouwen en musea. In 1969 ontwierp hij het Hanselmann House in Fort Wayne, Indiana.

New York School
Michael Graves maakt deel uit van de New York School, een architectengroep die de esthetische, geometrische vormgeving van de Internationale stijl weer heeft toegepast. Zijn ontwerpen waren op verschillende tentoonstellingen te zien, o.m. in het Museum of Modern Art in New York in 1969 in een groepsexpositie met Peter Eisenman (geb. 1932), Charles Gwathmey, john Hejduk en Richard Meier in het Museum of Modern Art in New York, dat hem grote erkenning als lid van de 'New York Five' gaf, net als de publicatie Five Architects over deze groep.

Postmodernisme
Ook Michael Graves laat in de opeenvolging van zijn werk een omslag van modern naar postmodern zien. Aanvankelijk oriënteerde hij zich op de vroege werken van Le Corbusier, (zie New York Five), maar in de loop van de tijd werd de invloed van Le Corbusier minder. Zijn architectuur kreeg meer het karakter van ruimtelijke sculpturen, een ietwat late uitwerking van het kubisme. In toenemende mate paste hij kleur toe in zijn wanden. Door steeds meer klassieke details, zoals sluitstenen en het gebruik van rustica, op een maniëristische wijze in te voegen liet hij blijken het zuivere modernisme de rug toegekeerd te hebben. Zijn nieuwe beeldtaal combineert historische motieven met de taal der modernisten. Hij distantieerde zich van de modernistische grondregels die hij voorheen onderschreef en begon kleurrijke gebouwen en interieurs te ontwerpen, zoals het Kalko House in New York en de presentatiekamer voor de Sunar Company, waarin elementen uit vroegere historische stijlen, waaronder puntgevels en zuilen, waren verwerkt. "Architectuur komt niet alleen voort uit pragmatische noodzaak maar ontleent ook bepaalde elementen aan symbolische inspiratiebronnen - vormt als het ware een weerklank van mens en natuur. Als wij ons inzetten voor figuratieve architectuur, nemen we aan dat het thematische karakter van het werk is gebaseerd op de natuur en tegelijkertijd kan worden gelezen als een totem of een aan de mens ontleende vorm." - (Uit: Michael Graves, Buildings and Projects 1966-1981. New York 1976)

Eind jaren '70 verwierf Graves bekendheid door zijn postmoderne meubelontwerpen voor Sunar Hauserman (1979-1981), geïnspireerd op de Biedermeier- en art-decostijl.

1979-1982 Portland Public Service Building
Een van de twee belangrijke gebeurtenissen op architectuurgebied in het jaar 1980 betrof de prijsvraag voor het Portland Public Service Building, een omvangrijk gebouw voor openbare dienstverlening in de stad Portland, die Michael Graves won met een eclectisch gevelontwerp. Het eerste openbare gebouw van Michael Graves, het Portland gebouw in Portland Oregon, is niet alleen gebaseerd op de klassieke traditie maar ook op de Egyptische en Art Deco stijlen. Het is een uitdrukking van de geest van het pluralisme in materialen en thema's, dat zo belangrijk is voor het Postmodernisme. Net als het Piazza d' Italia van Charles-Moore is het een mengelmoes van verschillende materialen, stijlen en kleuren. Graves had het gebouw willen versieren met grote guirlandes van glasvezel, maar na protesten van de bevolking moest hij hier vanaf zien. Al is het gebouw met zijn groene arcades gedeeltelijk opgezet met het oog op een aantrekkelijke stedelijke omgeving, het is voor een deel ook modernistisch met de geveldelen van zwart glas, die de openbare ruimte binnen markeren. De rationele stijl is eveneens herkenbaar en wel in de betrekkelijk kleine vierkante ramen (ook ingegeven door de energiecrisis), terwijl de verhoudingen en de guirlandes (aan de zijgevels) wijzen op invloeden respectievelijk uit Egypte en de barok. Het predicaat 'eclectisch' is dus zacht uitgedrukt, maar de kracht ervan komt niet alleen voort uit deze uiteenlopende verwijzingen maar ook in de manier waarop ze tot een geheel zijn samengevoegd, in wat Robert Venturi 'het moeilijke totaalbeeld' noemt. Het gaat hier om een gebouw waarin ondanks alle aantoonbare missers werkelijk aandacht is besteed aan het visuele en stedelijke niveau. Het past bij het ernaast gelegen stadhuis en ook bij de modernistische laagbouw in de omgeving, het doet op een versluierde manier denken aan het lichaam en het aangezicht van een mens en het integreert opnieuw beeldhouwwerk en veelkleurigheid als ssentiële onderdelen van een gemengde beeldtaal. De installatie van het beeld 'Portlandia' boven de hoofdingang was aanleiding voor een openbare festiviteit voor de inwoners en betekende ook een kleine overwinning van de postmodernen die het samengaan van kunst en architectuur voorstaan. Uit: Charles Jencks, Posrmodernism. Londen 1987

Met het Portland Public Service Building verkende Graves de mogelijkheden van de Art Déco, die hij al eerder had toegepast, nog verder. De hele typologie - donkere granieten onderbouw met een licht gekleurd blok daarboven, is ontleend aan de Art Déco uit de jaren dertig; alleen de indeling van de gevels wijkt van deze trend af. Het zeven verdiepingen hoge, van elkaar kruisende tralies voorziene venster vormt een overheersend motief dat de gevel binnendringt en het blok in het midden open maakt. De twee gedrongen pilasters en de reusachtige sluitsteen zijn vervreemde citaten uit de vormentaal van de Newyorkse Art Déco wolkenkrabbers. (...) De toevoeging van kleine gebouwtjes op het dak, zichtbaar op de maquette, werden wegens de bezuinigingen van de opdrachtgever niet uitgevoerd. In zekere zin kwam dit wel goed uit: deze bouwwerkjes zouden het fortachtige karakter van het geheel hebben verzacht en ze zouden niet gepast hebben bij het jaren dertig karakter.

Ongetwijfeld is het gebouw, zoals de critici betogen, schematisch en tweedimensionaal maar dit komt voor een deel door de extreem lage bouwkosten. De modernisten hadden beter kunnen afzien van hun al te grove simplificaties betreffende het dak en de zijgevels: in hun niet aflatende aanvallen op Graves beoordeelden zij gedeelten van het bouwwerk doeltreffend. Alles wel beschouwd was het veel creatiever dan de overige meedingende ontwerpen en heel wat menselijker dan de omringende platte dozen, die Portland tot een kerkhof van onuitgesproken liefelijkheid reduceerden. Het luidde ook de klassieke postmoderne stijl in, de derde en rijpste fase van de beweging. (... )

Michael Graves kreeg een storm van afkeuringen over zich heen, ondanks het feit dat de klassieke elementen waren 'vertaald'. Zijn gestileerde guirlandes gaven het gebouw het etiket 'kerstpakket met lint er omheen', de vierkante voorgevel met het grote zwarte venster was aanleiding het te betitelen als 'groot uitgevallen juke-box', 'opgeblazen kalkoen' en 'fascistisch Michael Graves, monument'. Wolf von Eckhardt, een uit Duitsland, afkomstige criticus, die de modernisten is toegedaan en klaarblijkelijk het klassicisme verafschuwt vanwege Nazi bijklanken, noemde het gebouw in Times Magazine 'alles vanaf de tempel van Sarastro tot Mickey Mouse klassiek', terwijl hij Graves zelf aanduidde als de rattenvanger van Hobbitland'. In de stijloorlog is kennelijk niets te dol om de vijand mee vast te nagelen.
(Uit: Heinrich Klotz, The History of Postmodern Architecture. Cambridge Mass. 1988)

vormgeving
In de jaren '80 kreeg hij veel aandacht met zijn speelse ontwerpen voor Memphis, zoals Plaza, een toilettafel in Hollywoodstijl uit 1981. Graves gaf in de jaren '80 zijn vormen- en kleurentaal een zeer decoratieve handtekening. Voorbeeld hiervan is de huishoudklassieker: de fluitketel voor Alessi. De samenwerking met Alessi dateert uit 1980 wanneer Graves voor het meta-project Tea & Coffee Piazza een ontwerp maakt. Zijn belangrijkste ontwerpen voor Alessi zijn de bekende fluitketel met het vogeltje (1985) en de hele familie van objecten die hierop volgde in de jaren negentig. "Als architect ben ik geïnteresseerd in dagelijkse gebruiksvoorwerpen en hun relatie tot de architectuur. Omdat ik architectuur en vormgeving beschouw als deel van dezelfde steeds voortschrijdende esthetiek, is het naar mijn idee niet noodzakelijk om onderscheid te maken tussen het creëren van een ruimte, een gebouw of een deurkruk, afgezien natuurlijk van de duidelijke verschillen tussen gebruik en maatvoering. Belangrijk bij deze vormen van creëren is dat je je er van bewust bent dat je dingen maakt voor het dagelijks gebruik en voor het dagelijks welbevinden. De vormgeving moet daar dan ook aan aangepast zijn. De uitdaging van een goed ontwerp ligt in alle vereisten waaraan het moet voldoen: van functionaliteit tot uiterlijke verschijningsvorm tot mogelijkheden voor rationele productie. De manier waarop een product is gemaakt, hoe het functioneert en hoe het er uitziet, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het ontwerpen zorg ik ervoor dat eerst aan alle praktische eisen voldaan wordt en van daaruit ga ik verder."
Graves ontwierp sieraden voor Cleo Munari (1985-1987), keramiek voor Swid Powell en verscheidene voorwerpen voor Alessi. In 1993 opende Graves een zaak in Princeton waar zijn eclectische post-moderne ontwerpen werden verkocht.

Na zijn 'Portland Public Service Building' volgden nog vele architectuuropdrachten, waaronder de San juan Capistrano Library in Zuid-Californië (1983), de Humana Corporation Headquarters in Louisville, Kentucky (1982-1986), een vleugel van het Newark Museum (1990), het Dolphin Hotel in Disney World, Florida (1989), een uitbreiding van het Whitney Museum of Art in New Vork (1989-1990), de wijnmakerij Pegase di Domaine Cios in Napa Valley in Californië en het New York Hotel in Euro-Disney bij Parijs.

1992-1999: Ministerie van VWS - Castalia (Den Haag)
Graves probeert in zijn ontwerpen de belangrijke symbolen van een cultuur, van een land of van een regio zorgvuldig te determineren, ze te vertalen in vorm (de basisvormen - kubus, cilinder, kegel, pyramide, etc. - spreken hem daarbij zeer aan) en ze dan op een nieuwe manier te arrangeren. De 'Hollandse' kapvorm en het 'Hollandse' raam met witte roeden is op deze wijze (wel erg makkelijk) terug te vinden in zijn gebouw Castalia in Den Haag. Het gebouw is samen met het er naast gelegen Helicon van Sjoerd Soeters het nieuwe Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS). Graves moest werken met het gestripte skelet van de oude, saaie door Jan Lucas ontworpen Transitorium toren (1965-1967). De kantoortoren heeft twee 35 meter hoge puntdaken gekregen. Deze puntdaken hebben geen functie, er zitten geen kantoor- of installatieruimtes in. Door de twee puntdaken en een verticale strook wordt de suggestie gewekt dat het gebouw uit twee panden bestaat. Het gebouw van 21 verdiepingen heeft een hoogte van 104 meter. Rijksbouwmeester Patijn spreekt van ‘Haagse Bluf'. Graves zou de spot drijven met de conventies waarmee wij vergroeid zijn.

2001 AIA Goldmedal

2006 Het Nationaal Automobiel Museum Den Haag.

Websites:
. www.michaelgraves.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1067.