kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 27-12-2009 voor het laatst bewerkt.

Moderne-beweging

Moderne beweging (Modern Movement)

Het modernisme is een verzamelnaam voor vernieuwende stromingen in de kunsten en de westerse maatschappij tijdens de eerste helft van de 20e eeuw. De term refereert aan een culturele beweging die vooral na de eerste wereldoorlog in verzet komt tegen de traditionele opvattingen en vormen van kunst, architectuur, literatuur, geloof, sociale organisatie en het dagelijks leven. De moderne roman, het moderne toneel, de poëzie en de architectuur moesten vernieuwd worden zodat zij de moderne geïndustrialiseerde maatschappij beter weerspiegelden.

Zie verder het artikel modernisme.

. Architectuur en design
In de architectuur is de Moderne Beweging vooral een verzamelnaam voor de internationaal georiënteerde modernistische architectuur die tijdens het interbellum in Europa tot bloei kwam vanaf ca. 1920 waarbij het functionele primeert op de vorm. In het Duitstalige gebied en in Nederland opereerde deze beweging onder de naam Nieuwe Bouwen (Neues Bauen) of Nieuwe Zakelijkheid (Neue Sachlichkeit). In de Verenigde Staten werd er in 1932 de overkoepelende term Internationale Stijl aan gegeven. Kenmerken zijn onder andere skeletbouw, prefabricatie, een open plattegrond en vrije gevelindeling en een algemeen streven naar functionaliteit. Het ornament wordt verlaten ten gunste van sobere, geometrische basisvormen en platte daken. Een zakelijke vormgeving op basis van functionele overwegingen stond centraal en er werd gebruik gemaakt van moderne materialen als staal en gewapend beton. Ook werden zoveel mogelijke nieuwe bouwmethoden als montagebouw en standaardisatie toegepast. Het modernisme in de architectuur is onder te verdelen in expressionisme, constructivisme, purisme, functionalisme, brutalisme, De Stijl en de Amsterdamse School. - (Standaardisatie, functionaliteit, industriële technologie en hygiëne zijn concepten die centraal stonden in de internationale moderne beweging. In de architectuur en design waren pragmatische overwegingen belangrijk. Modernistische architecten en ontwerpers waren van mening dat de nieuwe technologie de traditionele bouwstijlen van het gebouw obsoleet maakten. Le Corbusier dacht dat een gebouw diende te fungeren als "een machine om in te wonen", analoog aan auto's, die hij zag als machines om te reizen. Designers die deze deze 'machine-esthetiek' volgden, verwierpen bijna elke vorm van decoratie en gaven de voorkeur aan het benadrukken van geometrische vormen. De wolkenkrabber, zoals de Seagram Building van Ludwig Mies van der Rohe in New York (1956-1958), werd het archetype van het modernistische gebouw. Ook het ontwerp van modernistische huizen en meubels benadrukte eenvoud en duidelijkheid van vorm, een sober en ruimtelijk ogend interieur, en de afwezigheid van rommel.

De architecten van de Moderne beweging, waaronder Le Corbusier en Ludwig Mies van der Rohe, zetten zich af tegen de negentiende eeuwse neostijlen en organiseerden zich van 1928 tot 1959 in het Congrès Internationaux d'Architecture Moderne (CIAM).

Al degenen in Frankrijk die geloven dat het modernisme en de noodzaak van een brede verspreiding ervan verlopen via een intelligent en rationeel gebruik van de materialen en de middelen van de industrie, verenigen zich in 1929 binnen de “Union des Artistes Modernes” (UAM). Op het salon van de artiesten-decorateurs van Parijs, in 1930, presenteren de pijlers van het Bauhaus (Gropius, Breuer, Moholy-Nagy, Bayer…) de deelname van de Deutsche Werkbund. De Moderne Beweging, waarvan Le Corbusier één van de woordvoerders is en het rationalistisch denken promoot, komt tot ontwikkeling. - (Modern Movement (1936) (in 1949 gepubliceerd onder de titel Pioneers of Modern Design ). De in Duitsland geboren architectuurhistoricus schetste hierin het beeld dat dat de Europese avant-garde niet slechts een esthetische, maar ook een morele eenheid vormde. De architecten van de Moderne Beweging werden volgens Pevsner verbonden in hun verlangen om de oude maatschappelijke, politieke en architectonische constellaties omver werpen en daar een nieuwe stijl voor in de plaats te brengen: 'de onvervalste en authentieke stijl van onze eeuw'. In de loop van de tijd is Pevsners ideologische connotatie verloren gegaan en is de Moderne Beweging geëvolueerd tot een gevoelsmatig etiket voor de moderne architectuur van de eerste helft van de eeuw.

Moderne beweging in design (1917-1940)
De Modern Movement in vormgeving werd gedreven door een progressieve en sociale ideologie, die teruggrijpt op 19de-eeuwse ontwerpers als A.W.N. Pugin, John Ruskin (1819-1900) en William Morris die inzagen dat de toen heersende victoriaanse stijl het product was van een door hebzucht, decadentie en onderdrukking bedorven maatschappij en de maatschappij wilden hervormen door een nieuwe benadering van vormgeving. William Morris was, ondanks dat hij handwerk nog wel prefereerde boven industriële productie, een van de eersten die zijn hervormende ideeën -de suprematie van het nut, eenvoud en toepasbaarheid boven luxe, de morele verantwoordelijkheid van ontwerpers en fabrikanten om kwaliteitsproducten te maken en de stelling dat men vormgeving zou kunnen en moeten gebruiken als democratisch middel voor sociale verandering- in praktijk bracht door mooie, goed ontworpen en vervaardigde objecten voor dagelijks gebruik te produceren. Zijn opvattingen leidden tot de oprichting van ambachtsgilden en handwerkateliers in Engeland, Duitsland en de VS, die positief stonden tegenover machinale productie. Met de oprichting van de Deutscher Werkbund in 1907 kwamen de hervormingsideologie en industriele productie samen. De leden van de Deutscher Werkbund onthielden zich van overbodige decoratie en legden de nadruk op het functionalisme. Hierdoor werd een grotere standaardisatie bereikt en kon efficienter worden omgegaan met productie en materiaal.
In zijn geschrift Ornament und verbrechen (1908) stelt Adolf Loos overvloedige decoratie gelijk aan de 'ontwaarding van de maatschappij'. In het door de Werkbund gepubliceerde Form ohne Ornament werd de waarde aangetoond van vlakke en rationele ontwerpen voor de industriële productie. Ook De Stijl verbande elke vorm van versiering en het Constructivisme en Futurisme prezen de machine en de idee van 'productiekunst'.

In de Internationale Moderne beweging is democratisering van het meubel uitgangspunt: iedereen moet meubelen kunnen kopen. Functionele massaproductie van hoge kwaliteit staat voorop. Vooral Het Bauhaus heeft voortbordurend op de uitgangspunten van de Arts and Crafts-beweging een vooraanstaande rol gespeeld. Wie goede, betaalbare producten kan maken, kan de maatschappij (een beetje) veranderen.
Ontwerpers: Ludwig Mies van der Rohe, Le Corbusier, Walter Gropius, Mart Stam en Marcel Breuer. Gispen wordt de grootste producent van buismeubelen in Nederland. Andere Nederlandse ontwikkelingen in deze periode zijn afkomstig van de Stijlbeweging en de Nieuwe Zakelijkheid, met het gebruik van rood, geel en blauw en het accent op functionalisme. Gerrit Rietveld mag de belangrijkste vertegenwoordiger worden genoemd, met zijn zig-zagstoel en natuurlijk de rood-blauwe stoel.

Bauhaus
Het Bauhaus - een samenvoeging van de oorspronkelijk afzonderlijke kunstnijverheidschool en academie voor beeldende kunst - werd in 1919 in Weimar door Gropius gelanceerd om eenheid in de kunst te brengen en de hervormende ideeën van de pioniers van het Modernisme in de praktijk te brengen. De naam Bauhaus verwijst naar Gropius' overtuiging dat een gebouw, net als een middeleeuwse kathedraal, een ontmoetingsplaats kan zijn van alle onderwijs in de beeldende kunst. Gropius streefde naar éénwording van vrije en gebonden kunst. Kunstenaars en architecten zouden samenwerken aan het grote doel `de toekomst te bouwen´. In het naoorlogse Duitsland geloofden mensen dat de kunstenaar bij kon dragen aan nieuwe maatschappelijke verhoudingen, door het scheppen van een nieuwe visuele omgeving.
Het Bauhaus gebouw werd het middelpunt van de Bauhaus stijl, niet alleen in Duitsland maar in geheel Europa. Het thema van Bauhaus was licht, lucht en ruimte. Dit werd gerealiseerd door het gebruik van staalconstructies waar glas in geplaatst kon worden. Zo kon men nog veel van buiten zien, kwam er veel licht in het gebouw binnen en werd het gebouw veel ruimer door het vele glas gebruik.
In de eerste jaren van het Bauhaus werd Gropius beïnvloedt door de ideeën van William Morris en zijn `Arts and Crafts´ beweging. Hierin kwam door de contacten die Gropius omstreeks 1922 legde met `De stijl´ en Lissitzky verandering in. Lissitzky was door zijn grote veelzijdigheid en internationale contacten van grote betekenis voor de integratie van stromingen als suprematisme, constructivisme, De Stijl en het Bauhaus.
Steeds soberder en functioneler bewoog het Bauhaus zich naar uiterst kubistische eenvoud en functionalisme, vooral op het gebied van industriële vormgeving. Terwijl vroegere Bauhaus ontwerpen ambachtelijke producten waren geweest die zodanig aangepast waren, dat ze industrieel geproduceerd leken, bekeerde Gropius zich nu tot de machinale esthetiek en erkende dat machinaal werk hele eigen kwaliteiten kon opleveren.
De nadruk die Gropius legde op de noodzaak van samenwerking bij problemen, in zake industriele vormgeving en de creatieve verantwoordelijkheid die de ontwerper had naar de samenleving weerspiegelde zijn links gerichte politieke sympathieën. Deze leiden tot een sfeer in het Bauhaus die in hoge mate verschilde, van die enkele jaren later zou heersen in de Taliesin Community, waar Frank Lloyd Wright, zijn studenten aanmoedigde om individualistisch te werk te gaan.
Het Bauhaus streefde ernaar prototypes te leveren voor de massaproductie van alledaagse gebruiksvoorwerpen, een streven dat het best verwerkelijkt kon worden in meubels, waarvan de chromen buisstoel van Marcel Breuer uit 1925 het meest kenmerkende voorbeeld is. Bijna 90 jaar later wordt deze stoel nog steeds geproduceerd.

In 1925 verhuisde het Bauhaus naar Dessau, waar Gropius een nieuw gebouw voor de school ontwierp. In het ontwerp van deze nieuwe school kwamen de functionele en corporatieve idealen ervan voorbeeldig tot uitdrukking. De school bestond uit een complex van werkplaatsen, ateliers, klaslokalen, tentoonstellingsruimten, bibliotheek, kantoren en woonafdelingen. Aan de buitenzijde werd de school tot een éénheid gemaakt door een helder, nauwkeurig en onversierd, maar toch uitnodigend asymmetrisch argument van rechthoekige, elkaar snijdende blokken. Grote glazen oppervlakken werden mogelijk gemaakt door een steunend skelet van stalen balken en peilers van gewapend beton, waardoor de buitenmuren in de ateliervleugel gereduceerd konden worden tot twee smalle stroken boven en beneden.

De stijl Bauhaus zou de komende 50 jaar het grote voorbeeld van de `International Style´ blijven. Als school werd het Bauhaus in 1933 door de nazi's gesloten. Gropius was al in 1928 teruggetreden en opgevolgd door Mies van der Rohe. De Bauhaus docenten verspreiden zich en namen de Bauhaus idealen mee naar de Verenigde Staten waar Gropius aan Harvard doceerde en Mies van der Rohe in Chigago doceerde aan het Chigago institute of Design, tegenwoordige Illinois Institue of Technology genoemd. - (Bauhaus had een grote invloed op het Modernisme met zijn rationele benadering van vormgeving, zijn kijk op het functionalisme, industriële productiemethoden en het gebruik van technologisch hoogstaande materialen als stalen buizen; zijn Sachlichkeit (Zakelijkheid).

International Style
In 1927, het jaar van de 'Werkbund Ausstellung' in Stuttgart, kwam onder aanvoering van Le Corbusier - hoewel zijn ontwerpen veel minder functioneel waren dan de ontwerpen van Bauhaus - een duidelijk moderne Internationale Style op, die zich onderscheidde door minimalisme, industrialisme en rechtlijnigheid. Le Corbusiers opvatting over het huis als woonmachine hield functioneel meubilair, "équipment de l'habitation", in. In 1928/29 creërde Le Corbusier dan ook in samenwerking met Pierre Jeanneret en Charlotte Perriand - die zich in 1927 als ontwerpster en architecte bij Pierre en Le Corbusier aansloot - tafels en zitmeubels van chroom, staal en leder, welke in de 'Salon d' Automne' in 1929 getoond werden. De stoel Basculant Model nr. 8301 (ca. 1928), de chaise longue Model nr. 8306 (1928) en de fauteuil Grand Confort Model nr. LC2 (1928), toonden een nieuwe esthetische zuiverheid en waren de belichaming van de International Style.

Alvar Aalto
In de jaren '30 werd de International Style steeds meer gedreven door de mode, waardoor de sociale objectiviteit van het Modernisme op de achtergrond leek te geraken. De ontwerpers van de International Style voerden geometrische abstractie tot het uiterste door en begonnen industriele materialen en een streng formeel vocabulaire puur voor stilistische doeleinden te gebruiken. Het Modernisme leek zijn morele draagvlak - de fundamentele, morele, democratische premisse - te zijn verloren tot het werd opgepakt door Scandinavische ontwerpers als Alvar Aalto met zijn 'beschavende' vorm van Modernisme door Organic Design. Aalto's werk werd in Groot-Brittannië en de VS goed ontvangen en gold als inspiratie voor een nieuwe generatie modernisten, onder wie Charles en Ray Eames. Deze ontwerpers bleven holistisch en organisch ontwerpen met behulp van de nieuwste technologieën en materialen.

In het standaardwerk ‘Space, time and architecture’ (1941) behandelt Sigfried Giedion aanvankelijk slechts drie architecten als peilers van de moderne beweging in een eigen hoofdstuk: Walter Gropius, Le Corbusier en Ludwig Mies Van der Rohe. In de tweede editie (1949) voegt hij onder andere een hoofdstuk over Alvar Aalto toe en positioneert hem als één van de ‘scheppers’ van wat hij noemt contemporary architecture, bij Giedion feitelijk slechts een aanduiding van wat wij nu het modernisme noemen. Aalto is the youngest of those architects who have created the present‐day vocabulary. Met de stellingname van Giedion staat de positie van Alvar Aalto als één van de grondleggers van het modernisme zoals we dat nu kennen nauwelijks nog ter discussie. De vraag is hoe het dan mogelijk is dat Alvar Aalto zichzelf zag als een opponent van de moderne beweging in het algemeen en het Bauhaus in het bijzonder. Het antwoord hierop lijkt te vinden te zijn in de wijze waarop Aalto omgaat met het begrip ‘natuur’, en in het bijzonder de rol van de mens in de architectuur. Nature, not the machine, is the most important model for architecture, aldus Aalto zelf in 1938. - (functionalisme was in de periode 1920-1940 in wezen een anti-stijl, die theoretisch uitging van de gebruiksfunctie als bepalend voor de uiteindelijk vorm. Vanuit een optimistische maatschappijvisie was men gericht op sociale gelijkheid en verbetering van leefomstandigheden. De architecten, waaronder in Nederland Johannes Duiker en Brinkman & Van der Vlught, geloofden in een maakbare samenleving, waar goede architectuur aan zou kunnen bijdragen. Het vooroorlogs modernisme is anders dan het naoorlogs modernisme in die zin, dat voor de oorlog de nieuwe stroming nog gepropageerd moest worden met ideologieën, terwijl er daadwerkelijk weinig moderne gebouwen verrezen. Na de oorlog werd de moderne architectuur steeds meer gemeengoed en ontstond er meer pluriformiteit maar het ideologische elan verdween. - (Nederland zijn het de Rotterdamse Van Nelle-fabriek, sanatorium Zonnestraal en het Rietveld Schröderhuis. In India is het de stad Chandigarh naar ontwerp van Le Corbusier. In talloze landen, overal ter wereld, staan iconen van de Moderne Beweging (ook wel International Style genoemd) die in de jaren twintig een ongekende vernieuwing in de architectuur bracht. Alle oude stijlmiddelen werden afgezworen en met nieuwe technieken werden nieuwe vormen gebouwd; functioneel, licht, helder, transparant. Het idealisme was groot; de architecten wilden een betere wereld maken - wat zo kort na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog begrijpelijk was. Laten architecten zich nu, begin 21ste eeuw, nog steeds door de Moderne Beweging inspireren? Die vraag lag ten grondslag aan Back from Utopia. The Challenge of the Modern Movement. Ruim veertig auteurs (architecten, architectuurhistorici, architectuurcritici) werden uitgenodigd vrijelijk over dit onderwerp te filosoferen. Onder hen Oscar Niemeyer, Norman Foster, Herman Hertzberger en Rem Koolhaas. Als inspiratiebron, geven de meeste auteurs onomwonden toe, heeft de Moderne Beweging afgedaan. Het was een product van die tijd, dat gezien door ogen van nu op alle fronten heeft gefaald. 'Deze architectuur bracht geen utopia, was niet echt functioneel, en transformeerde zichzelf van een sociale beweging in een commerciële onderneming, die niet wist te ontkomen aan banaliteit.' - (GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Modernisme.

Websites:
. Moderne Beweging - archipedia - architectenweb.nl
. Functionalisme - archipedia - architectenweb.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1791.