kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2009 voor het laatst bewerkt.

Philip Johnson

Amerikaanse architect, architectuurcriticus en theoreticus, geboren 8 juli 1906 - overleden 25 januari 2005 op zijn landgoed in New Canaan.

Philip Johnson was een bepalend Amerikaans architect die lange tijd gold als patroon en geweten van het Modernisme, tot hij zich (voor velen onverwachts) bekeerde tot het Postmodernisme. Deze beweging verliet hij in 1988 echter weer voor het Deconstructivisme.

Biografie
Philip Cortelyou Johnson was een telg uit een rijke familie uit Cleveland.

Hij studeerde in de jaren twintig (kunst)geschiedenis, oude talen en filosofie aan Harvard University in Cambridge, Massachusetts waar hij in 1930 afstudeerde.

Johnson werd benoemd tot de eerste directeur van de architectuurafdeling van het Museum of Modern Art (MoMA) in New York.

Hij bezocht Europa, waar hij kennis maakte met het Bauhaus in Dessau en J.J.P. Oud in Nederland en in de ban raakt van de moderne beweging in de bouwkunst. Samen met zijn vriend en architectuurhistoricus Henry Russell Hitchcock bezocht Johnson de beste voorbeelden en sprak met de meest interessante ontwerpers. (Ook nam hij het ideaal van Adolf Hitler mee terug naar de Verenigde Staten, waar hij zich aansloot bij de Amerikaanse fascist Huey Long. Later had hij een eigen partij en bezette Johnson een zetel in de senaat van Ohio.)

In 1931/32 organiseert hij een tentoonstelling over de nieuwe (idealistische) modernistische Europese beweging: 'Modern Architecture: International Exhibition' met werken van onder andere Le Corbusier, Gropius en Van der Rohe. Het begeleidende boek 'The International Style', dat Johnson samen met Henry-Russell Hitchcock schreef, voorzag de beweging van een naam.

In 1940 ging Philip Johnson architectuur studeren aan de Harvard Universiteit bij Walter Gropius en Marcel Breuer, en studeerde in 1943 af.

Nadat in 1941 ook Amerika betrokken raakte bij de Tweede Wereldoorlog, gaf hij zijn fascistische en antisemitische politieke leven op.

Na zijn studie startte Johnson een praktijk in de buurt van Harvard, maar al in 1946 keerde hij terug naar New York. Daar hervatte de architect ook zijn baan als directeur van de architectuurvleugel van het MoMA.

Voor zichzelf bouwde hij in New Canaan het minimalistische "Glass House" (1947-1949), een woonhuis geconstrueerd volgens de leer van Mies van der Rohe. Zijn ontwerp doet sterk denken aan diens 'Farnsworth House'.

Andere gebouwen in de trant van het Glass House volgden, zoals het Hodgson House (1950) in New Canaan, het Oneto House in Irvington (beide 1951), het Wiley House (1953) en het Abby Aldrich Rockefeller Sculpture Garden van het MoMA (1953).

In 1954 verliet hij het museum en concentreerde hij zich op zijn carrière als architect.

Johnson werkte mee aan het Seagram Building (1954-1958) van Mies van der Rohe, een kantoorgebouw van glas en staal, in New York.

In de jaren zestig greep Philip Johnson terug op het classicisme en de barok, wat critici wel 'lichtzinnig historisme' hebben genoemd. Voorbeelden hiervan zijn de Roofless Church (1960) en het New York State Theater (1960-1964).

In 1963 ontwerpt hij de Sheldon Memorial Art Gallery van de Universiteit van Nebraska.

Aan het eind van de jaren '60 werden zijn gebouwen steeds monumentaler, zoals de Kunsthalle in Bleifeld (1968) demonstreert, en in de jaren '70 ontwierp hij een reeks glazen wolkenkrabbers, waaronder het IDS Center in Minneapolis (1973) en Pennzoil Place in Houston (1970-1976).

Eind jaren zeventig 'stapte hij over' van het modernisme naar het postmodernisme.

Zijn AT&T Building (1979-1984) in New York was de eerste postmoderne wolkenkrabber bestaande uit drie opeengestapelde delen: een pompeus classicistisch voetstuk met een spectaculaire poort, een modernistisch middenlijf en een gebroken pediment als hoofddeksel. Het gebroken fronton in Chippendale-stijl boven op de wolkenkrabber lijkt onderdeel van een grap, maar dan een die zo vaak is herhaald dat het een cliché is geworden.

Tegelijkertijd met het AT&T tekende Johnson het neogothische glaspaleis PPG Building in Pittsburgh (1979-1984).

In New York bouwde Philip Johnson het State Theatre (1960-1964). Dit theater werd een wegbereider voor het postmodernisme.

In 1988 organiseerde hij samen met Mark Wigley in in het MoMA de tentoonstelling "Deconstructivist architecture" over de mode van die dag, het deconstructivisme sloeg echter veel minder aan dan het modernisme van een halve eeuw eerder.

Met het 'Gate House' (1993-1995) dat aan Frank Gehry doet denken leverde Johnson een belangrijke bijdrage aan het deconstructivisme.

In 2004 legde Johnson zijn laatste werkzaamheden neer. Partner Alan Ritchie handhaafde zijn naam met het bureau 'Philip Johnson Alan Ritchie Architects'.

Philip Johnson overleed in januari 2005 op 98-jarige leeftijd op zijn landgoed in New Canaan.

Trivia:
. Hij verketterde de Nederlandse architect J.J.P. Oud (1890-1963) vanwege zijn terugkeer naar een zekere monumentaliteit en het gebruik van ornamenten. Vlak voor de oorlog ruimde Oud in zijn ontwerpen ruimte in voor het ornament, wat hem op berispingen kwam te staan van een aantal internationale modernistische puristen, zoals de Amerikaanse architect Philip Johnson.

. 'Ik ben een hoer', is de bekendste uitspraak van de Amerikaanse architect Philip Johnson. Ook in de documentaire 'Philip Johnson - Two Of A Kind' zegt hij het weer. Sterker nog, hij beweert zelfs dat alle architecten het zijn: ,,We zijn allemaal hoeren. We jagen allemaal achter het geld aan.'' Zijn werk is een 'state of the art'-representatie van de voornaamste stromingen van de 20e eeuw.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 147.