kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 23-12-2009 voor het laatst bewerkt.

Richard Meier

Richard Meier (1934)

Amerikaans architect, geboren op 12 oktober 1934 in Newark, New Jersey,

architectuur aan de Cornell University in Ithaca, New York, en studeerde in 1957 af.

De Amerikaanse architect Richard Meier maakte tijdens en na zijn studie architectuur in de jaren vijftig enkele reizen naar Europa. Hij bezocht toen o.a. Hilversum, waar hij het Raadhuis van Dudok bekeek, en de gebouwen van Duiker. Ook bezocht hij Parijs, waar hij Le Corbusier ontmoette.

Vervolgens werkte hij bij verschillende architectenbureaus. Hij werkte onder meer voor Davis, Brody & Wisniewski (1959) en Skidmore, Owings & Merrill (1960) in New York, en trad later van 1960-63 in dienst bij de voormalige Bauhaus coryfee Marcel Breuer, die toen aan de bouw van het Whitney Museum werkte. In de jaren dertig emigreerde Breuer naar de Verenigde Staten, waar hij zich tot een bekend architect ontwikkelde. De nieuwe Bijenkorf in Rotterdam is o.a. van zijn hand.

In 1963 richtte R. Meier een eigen bureau op: Richard Meier & Partners, en maakte hij al snel naam met enkele opvallende woonhuizen. Eén van zijn eerste bouwprojecten als zelfstandig architect voltooide Richard Meier in Essex Fells, New Jersey (1963-65). Daar bouwde hij een huis voor zijn ouders. Zijn vriendschap met de kunstenaar Frank Stella – voor wie hij in diezelfde periode een appartement annex atelier in New York ontwierp. Diens overtuiging "light is life" beïnvloedde zijn benadering van de architectuur en legde een belangrijke basis voor het ethisch minimalisme dat al zijn projecten kenmerkt.

New York Five
In 1969 nam Meier deel aan de expositie 'New York Five' in het Museum of Modern Art in New York en de daaropvolgende jaren bleef hij de International Style promoten.
Richard Meier behoord tot de New Yorkse School, een groep architecten die teruggrijpt op de verworvenheden van de Internationale stijl. Het resultaat is een esthetische bouwstijl met geometrische vormen en veel glas en licht. De formele uitgangspunten van De Stijl vormden hierbij een vertrekpunt, reden waarom Richard Meier enige tijd tot de zgn. New York Five werd gerekend, met o.a. Hejduk en Michael Graves. Zijn ideeën en vormentaal komen voort uit de traditie van 'Het Nieuwe Bouwen'. De Corbusier is zijn grote voorbeeld. De ruimtes zijn duidelijk gestructureerd en geordend. Hij maakt optimaal gebruik van het invallend buitenlicht, en als materiaal gebruikt hij vaak aluminium panelen. Het meest kenmerkend voor Meiers architectuur zijn zijn overal toegepaste opvallende glanzend witte gevels.

De plattegronden van zijn gebouwen zijn vaak gebaseerd op cirkels en vierkanten. Net als de gebouwen van Le Corbusier zijn zijn gebouwen vaak bekleed met witte pleisterkalk, hoewel de details - geëmailleerde panelen en leuningen - nog verwijzen naar de oceaanstomers uit de jaren '20. Meiers volumineuze bouwwerken hebben een zeer herkenbare stijl -wit, licht, ruimte-, die aspecten uit het verleden bevat, maar tegelijkertijd uiterst modern is.

De metalen gevelpanelen die zo karakteristiek zijn voor Meier's 'witte architectuur' paste hij voor het eerst toe in het Bronx Development Center (1970-76).

1971-1973 Een ander spraakmakend project was het Douglas House in Harbour Springs, Michigan.

Meier werd in 1975 gasthoogleraar architectuur in Yale.

1979-1985 Museum für Kunsthandwerk in Frankfurt a.M.
Bij zijn debuut in Europa, toen Meier de opdracht kreeg tot de bouw van het nieuwe Museum voor Toegepaste Kunst in Frankfurt, bleek zijn modernistische handschrift zich uitstekend te verhouden tot de klassieke architectuur langs de oever van de Main.

1980-1983 Het High Museum of Art in Atlanta (1983) (USA)

In de jaren '80 bleef hij 'neomoderne' gebouwen en producten ontwerpen, zoals zijn tea & Coffee Piazza (1979-1983) voor Alessi.

Pritzker Prize
Hij won tijdens de jaren 80 verschillende architectuurprijzen. In 1984 ontving Meier de prestigieuze Pritzker Prize, de belangrijkste onderscheiding die een architect ten deel kan vallen.

(1984-1997) J. Paul Getty Center in Brentwood, Los Angeles, Californië
De ongetwijfeld grootste opdracht die in de 20ste eeuw aan één architect werd verstrekt. Het budget bedroeg een miljard dollar. Toen hij voor het eerst over de heuvels liep waar het Getty Center gerealiseerd moest worden, had hij zich wanhopig afgevraagd: ,,Hoe moet ik hier in hemelsnaam beginnen?'' Op de heuvel van 100 hectare zijn inmiddels 32.000 m2 expositie ruimte in 6 gebouwen en 1200 parkeerplaatsen gerealiseerd. Het Getty Center bestaat uit het J. Paul Getty Museum, kantoren voor de Getty Trust, een auditorium, het Getty Conservation Institute, het Getty Research Institute for the History of Art and the Humanities, het Getty Education Institute for the Arts en het Getty Information Institute.
Onverwacht werd hij ook voor een andere uitdaging geplaatst. Men wilde vanwege de overvloedige bezonning namelijk geen spierwit gebouw en dat is nu juist zijn handelskenmerk. Meier vertelde dat hij alle soorten stenen in zijn hand heeft gehad. Uiteindelijk viel de keus op travertijn, een marmerachtige steen met een gebroken witte kleur. Niets werd aan het toeval over gelaten. Zo werd de lichtinval van de expositiezalen van tevoren getest met schaalmodellen. De enige verrassing was een aardbeving, enkele jaren geleden, maar gelukkig bleek het gebouwencomplex daartegen bestand.

1987-1992 Hoofdkantoor KNP BT in Hilversum
Richard Meier laat zich in zijn hele oeuvre inspireren door de eerste generatie moderne architecten uit de jaren twintig van de vorige eeuw. In het geval van zijn kantoorgebouw in Hilversum is dit in het bijzonder door Le Corbusier: zo staat een deel van het gebouw op “pilotis” (kolommen) en ontbreekt ook het dakterras niet. Grote witte vlakken, een veelvoud aan trappen, glas en nog eens glas, een uitmuntende lichtval. Allemaal kenmerkende Richard Meier elementen.

In dit gebouw zijn kantoren en ontvangstruimten van elkaar gescheiden en verbonden met een corridor van Spaans natuursteen. Een lange vleugel geeft onderdak aan de kantoren van de werknemers. Het vierkante ontvangstgebouw bevat naast de entree, het restaurant en vergaderruimten. Communicatie was een sleutelwoord in het programma van eisen. Zo is de ruimte van het atrium in het ontvangstgebouw en de trappen tussen de beide gebouwen met opzet beperkt, zodat gebruikers elkaar niet kunnen ontlopen.

Royal Gold Medal 1988 in Londen door het Royal Institute of British Architects uitgereikt.

1989-1992 Daimler-Benz Research Center

1986-1995 Haagse stadhuis annex bibliotheek
In Nederland realiseerde Richard Meier ook het omstreden ontwerp voor het grotendeels in wit uitgevoerde stadhuis/bibliotheekcomplex in Den Haag (1986-92), dat samen met nabijgelegen projecten van Rem Koolhaas en Herman Hertzberger een belangrijke impuls gaf aan de stedelijke vernieuwing van de Haagse binnenstad. De eerste paal ging in december 1990 de grond in - dat tot hevige politieke conflicten leidde. De realisering duurde twaalf jaar - slechts twee jaar korter dan het Getty Center - en kostte twee wethouders de kop. "Mijn doel is aanwezigheid, niet illusie", begon Richard Meier zijn toelichting op zijn grootste 'atrium' in de wereld.

Over de postmoderne kantoortoren met de twee zadeldaken van Meiers voormalig compagnon Michael Graves, die vlakbij zijn stadhuis de skyline van het nieuwe Haagse centrum domineert, onthield de architect zich van commentaar. ,,Het is een Amerikaans fenomeen'', zei hij over postmoderne architectuur in het algemeen, ,,maar het is nu voorbij''. (citaat 1998)

1991-1995 Het Swiss Air-gebouw op Long Island (1992). (USA)

1996-2003 Van een andere vermogende, niet minder prestigieuze opdrachtgever, het Vaticaan in Rome, mocht hij de Kerk van het jaar 2000 ontwerpen. Het is geen eigentijdse Sint Pieter, maar een kerk van bescheiden omvang in een gewone wijk van Rome.

invloeden
Le Corbusier had uitgesproken theorieën over architectuur en over de maatschappij-veranderende mogelijkheden van moderne stedenbouw. Le Corbusier zijn theorieën gingen uit van een nieuwe wereld gebaseerd op techniek, waarin schoonheid vanzelf volgde uit de functionaliteit van ontwerpen. Zo zag Le Corbusier een huis als een woonmachine. Van zulke functionele & maatschappelijke theorieën moet Meier niets hebben. Voor Meier gaat architectuur vooral over architectuur. Mensen voelen zich het best in een harmonische omgeving en deze probeert hij te creëren. Voor dat creëren gebruikt hij middelen die hun oorsprong hebben in het modernisme van de jaren twintig en dertig. Tegelijkertijd werkt Meier ook met andere middelen. Hij gebruikt bijvoorbeeld veel meer glas dan de vroegere modernisten. Ook zoekt hij naar gelaagdheid, naar ruimtes die in elkaar overlopen. Dat deden vooroorlogse modernisten ook (Mies van der Rohe). Meier zoekt naar het doordringen van verschillende ruimtes in elkaar waarbij de ruimtes echter wat functie betreft wel duidelijk gedefinieerd blijven. Dit maakt zijn gebouwen complex en helder tegelijk. Ook probeert hij zijn gebouwen duidelijk aan hun plaats te binden, met o.a. vanzelfsprekende overgangen tussen binnen en buiten. In dit opzicht is hij verwant aan de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright en ook aan de Hilversumse architect Dudok, die zich ook door Wright liet inspireren. In de twintiger jaren golden Le Corbusier en Wright als grote tegenstanders, maar in Meiers werk zien we toch een combinatie van hun invloeden.

Le Corbusier
Le Corbusier introduceerde: ontbreken van ornamenten, overheersing van geometrie in de vormgeving en platte daken. Meier voegde daar een aantal nieuwe elementen aan toe: het ontbreken van kleur, alles is wit. Toepassing van grote glasvlakken, waardoor licht in het interieur toeneemt, evenals het idee van gewichtloosheid van het gebouw zelf. Verschuiving van horizontaliteit naar verticaliteit. Toepassing van functieloze voorzetwanden. Helder, maar complexe indeling van de binnenruimte. Asymetrie in vormgeving van de gevels.

licht
Tenslotte Meiers belangrijkste ontwerpmiddel: licht. Hij probeert zijn ruimtes vorm te geven door middel van licht, vooral daglicht. Voor Meier heeft wit dan ook niet de ideologische lading die het voor de vroegere modernisten had (hygiëne, de nieuwe, pure, mens). Wit is voor hem de meest heldere en perfecte kleur die alle andere kleuren in zich opneemt en weergeeft. Uit interviews met bewoners van zijn huizen blijkt ook dat zij hun huizen helemaal niet als alleen maar wit ervaren: de kleur wisselt met de tijd van de dag en met de seizoenen. Een gevolg van Meiers aandacht voor licht is dat hij nogal strikt is in zaken die de lichtinval kunnen beïnvloeden. Zo mag er niet overal zomaar zonwering bevestigd worden, zodat in sommige huizen de bewoners een deel van de zomer met zonnebrillen op in hun woonkamer moeten zitten. Ook mogen niet overal schilderijen opgehangen worden, want dan reflecteert de muur niet meer.

oeuvre
Meier heeft in de loop van 40 jaar een zeer consistent oeuvre geproduceerd. Bijna al zijn gebouwen zijn wit. De geometrische basisvormen en de duidelijk gedefinieerde ruimtes geven orde en door de werking van het licht en door de ongelooflijk gedetailleerde afwerking krijgen de ruimtes een grote lichtheid en elegantie. In feite is zijn werk een combinatie tussen modernisme en romantische schoonheid, een combinatie die vóór hem eigenlijk onmogelijk leek. Wel kan opgemerkt worden dat zijn manier van ontwerpen beter lijkt te werken voor kleinere gebouwen dan voor grote, tenzij de grote gebouwen weer opgesplitst worden in kleinere eenheden.



Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 179.

Tweets by kunstbus