kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Robert Venturi

Robert Venturi (geb. 1925)

Amerikaans architect, geboren 25 juni 1925 in Philadelphia.

Venturi wordt, samen met zijn vrouw en partner Denise Scott Brown (geb. 1932), gezien als een van de meest belangrijke postmodernistische architecten van de 20ste eeuw. Venturi zocht naar een architectuur die veel betekenislagen heeft door gebruik van symbolische vormen en ornamenten en minder eenduidig is dan de gebruikelijke moderne architectuur. Zijn gebouwen laten een streven zien om motieven als dubbelzinnigheid, herinnering en tegenstrijdigheid te vertalen naar een onafhankelijke Amerikaanse vorm van architectuur. Zijn ideeën worden op papier echter overtuigender beschouwd dan wanneer ze uitgevoerd werden.

Bekende uitspraak van Venturi is 'Less is a bore' - met een knipoog naar parodie de uitspraak van Ludwig Mies van der Rohe; 'Less is More'.

In 1991 won hij de Pritzker Prize.

Biografie
Na zijn studie van 1943 tot aan zijn Master of Fine Art Degree in 1950 aan de Princeton University werd hij medewerker bij Stonorov, een plaatselijke moderne architect. Een jaar later kwam hij te werken op het bureau van Eero Saarinen.

In Princeton was geschiedenis een belangrijk onderdeel van de architectuuropleiding waar geplaatst in een geschiedkundige context het modernisme als de gepaste huidige stijl werd beschouwd. Donald Drew Egbert, zijn professor geschiedenis in Princeton, was Venturi's grote held omdat hij het modernisme niet zag als het einde van een lange zoektocht, maar als een fase in een evolutie.

In 1954 won hij na drie keer proberen een beurs voor twee jaar studeren aan de American Academy in Rome. Na terugkeer in de VS kwam hij voor Louis Kahn te werken en werd hij van 1957 tot 1965 docent architectuur aan de universiteit van Pennsylvania.

In 1958 begon hij in Philadelphia een eigen architectenbureau en in 1960 begint hij met William Short het bureau “Venturi and Short”. Short vertrok al snel, en John Rauch werd zijn nieuwe compagnon.

Venturi het 'orthodox moderne' cliché van het glazen-doos-paviljoen vermeden ten gunste van een vluchtig beeld van het huis compleet met gevelspits, hellend dak, toegevoegde profielen, facade, portiek, etc. Dit was echter geen pure replica van het standaard beeld van het koektrommelhuis uit de buitenwijk, omdat de toespelingen op het eenvoudige Amerikaanse huis gecombineerd werden met grappige en dubbelzinnige citaten van Le Corbusier en Palladio. De gevel was opzettelijk nietszeggend, wat de chaos van inwendige complexiteit en tegenstrijdigheden in de plattegrond verhulde: Venturi prees het reclamebord-karakter van de Amerikaanse straat uit de stad en ijkte de term 'versierde schuur' om het type te beschrijven: dit zette hij af tegen de betonnen sculptuur van gebouwen uit de vroege jaren zestig die hij minachtend 'eenden' noemde.
Dit gebouw doet recht aan de leus complexiteit en tegenspraak: het is complex èn eenvoudig; open èn gesloten; groot èn klein; enkele elementen zijn goed op het ene niveau en slecht op een ander.
De binnenruimtes zijn complex en hebben geforceerde vormen door hun onderlinge relaties. Zij beantwoorden aan de complexiteit die enerzijds verbonden is aan het woonprogramma als zodanig en anderzijds aan de paar grillen die er nog mee door kunnen voor een individueel huis.
Daarentegen is de buitenvorm - met de als een scherm werkende muur en het puntgeveldak - die de ingewikkelde binnenruimte omsluit eenvoudig en consistent: hij geeft van dit huis de schaal naar buiten toe aan. De voorzijde met zijn conventionele combinatie van deur, ramen, schoorsteen en puntgevel, schept een bijna symbolische afbeelding van een huis. - (zie ook Brown zich bij het bureau, waar hij nog hetzelfde jaar mee trouwde en hij al sinds 1960 mee had samengewerkt bij het lesgeven en zijn theorieën.

Guild House te Philadelphia (1962-66)
In het Guild House, een bejaardenhuis in Philadelphia uit 1962-66 trok Venturi dezelfde benadering door op een grote schaal en voor een doel waar zijn belangstelling voor 'algemeen begrepen beelden' getest kan worden. Het gebouw moest 91 appartementen van verschillend type met een gemeenschappelijke recreatieruimte bevatten: het moest bejaarden uit de omgeving huisvesten. Venturi plaatste de kamers in een symmetrische plattegrond met een gevel die tot op de rooilijn kwam. De opstand was ook symmetrisch met de ingangen uitdagend aan weerszijden van de middenas geplaatst. Door de geveltop was een grote boog gemaakt, misschien een poging om het gebouw de indruk van openheid en bescherming te geven. Tenslotte was op het hoogste puntje een vergulde T.V.antenne geplaatst, die (volgens de kunstenaar) geïnterpreteerd kan worden als een symbool van de bejaarden die zoveel tijd besteden aan T.V. kijken. Het Guild House was opgetrokken uit goedkope baksteen en eenvoudige standaardramen en zo gedetailleerd dat de zo karakteristieke kale vlakken
werden benadrukt. De ramen waren zo gekozen dat ze rijmden met de ramen uit de streek. Het waren doodgewone schuiframen van het soort dat je in goedkope woningen aantreft. In de context van zo'n zelfbewuste architectonische compositie doen ze weer denken aan Venturi's observatie van Pop-Art kunstenaars die 'oude cliché's in een nieuwe context' gebruikten en zo een 'ongewone betekenis gaven aan gewone elementen door de context te veranderen of de schaal te vergroten ....'

Frog House te Princeton (1966)

'Complexity and contradiction in Modern architecture' (1966)
Op basis van een aantal lezingen die hij gaf in het MoMA in New York schreef hij zijn boek 'Complexiteit en tegenspraak in de moderne architectuur' dat de overwegingen van een tijdperk van tien jaar samenvatte en functioneerde als een persoonlijk 'Naar een nieuwe architectuur' (Titel van een boek uit de jaren '20 waarin de Franse architect Le Corbusier zijn ideeën uiteenzette). Hij hekelde in het boek de culturele armoede en visuele banaliteit van moderne gebouwen. Bovendien geldt het als een handboek voor een nieuwe (postmodernistische) stijl van een generatie die uitgekeken was op de vriendelijkheid van wat zij de 'orthodox moderne architectuur' noemden. 'Orthodox moderne architectuur' bleek niet zozeer de gehele architectonische productie van de afgelopen halve eeuw in te houden (Venturi maakte een uitzondering voor sommige architecten zoals Le Corbusier, die speciale lof krijgen) als wel de simplistische en oppervlakkige versie van het moderne ontwerpen, die in Amerika de afgelopen twintig jaar had overheerst. Venturi nam de bekende Mies van der Rohe -kreet 'Less is more' ('Minder is meer') en parodieerde het met de tegenzet 'Less is a bore' ('Minder is vervelend').

Complexiteit werd lang onderdrukt door modernistische architecten die simpliciteit als vaststaand criterium hanteerden. Venturi verklaarde wel dat de complexiteit die hij zocht niet gevonden kon worden door eenvoudig meer ornamentele details op te plakken. Hij zag liever een spanning die opgeroepen werd door dubbelzinnigheid in de waarneming (een rijkheid in vorm en betekenis) die het totale effect van het ontwerp aanging. Venturi onderbouwde zijn stelling met talloze illustraties van gebouwen en plattegronden uit voorbije perioden in de geschiedenis, die allemaal gebruikt konden worden om een zekere graad van complexiteit te illustreren.

Ik houd van complexiteit en tegenspraak in architectuur. Ik houd niet van het onsamenhangende, het willekeurige van 'zwakke' architectuur, ook niet van de overdreven ingewikkeldheid van pittoreske of expressionistische architectuur. Ik pleit daarentegen voor een complexe architectuur vol tegenspraak, gebaseerd op de rijkdom en de tegenstrijdigheden van eigentijdse ervaringen met inbegrip van de ervaringen inherent aan kunst. De traditionele elementen van de architectuur volgens Vitruvius: degelijkheid, doeltreffendheid en schoonheid (firmitas, utilitas en venustas) geven al complexiteit en tegenspraak aan. Vandaag de dag lopen de eisen van programma, constructie, technische kwaliteiten en zeggingskracht zelfs in afzonderlijke gebouwen in een eenvoudige context meer uiteen en zijn ze strijdiger met elkaar dan vroeger ooit voorstelbaar was.

De vergroting van dimensies en schaal in de architectuur van stedelijke en regionale planningen maken de moeilijkheden groter. Ik ben blij met de problemen en buit de onzekerheden uit. Door tegenspraak en complexiteit te omarmen mik ik op vitaliteit en validiteit. Architecten kunnen zich niet meer laten inpakken door de puriteinse en moralistische taal van de 'orthodox' moderne architectuur. Ik heb liever elementen die overal vandaan komen dan 'pure', liever compromissen dan 'zuiverheid', liever 'krom' dan 'recht', liever dubbelzinnig dan uitgesproken, liever pervers en onpersoonlijk, vervelend en interessant, liever conventioneel dan origineel, liever aangepast dan exclusief, liever weelderig dan eenvoudig. Geef mij maar traditionele middelen èn vernieuwende, tegenstellingen en dubbelzinnigheden in plaats van dat heldere en directe. Ik kies voor wanordelijke vitaliteit en niet meer voor een vanzelfsprekende eenheid.. Het onlogische hoort er voor mij bij en ik spreek me uit voor dualiteit.

Ik ben meer voor de rijkdom dan voor de helderheid van betekenis, voor de impliciete èn voor de expliciete functie. Ik heb een voorkeur voor 'zowel als' boven 'of of', 'zwart èn wit en soms grijs' boven 'zwart of wit'. Sterke architectuur roept een veelheid van betekenislagen en aandachtspunten op, die tegelijkertijd op vele manieren zijn te lezen. Complexe en tegenstrijdige architectuur moet in de aanvaardbaarheid van het totaal naar voren komen. Zij heeft de moeilijke opdracht om alomvattend te zijn en daar een eenheid in te bereiken, in plaats van die eenheid te verkrijgen door het uitsluiten van mogelijkheden. Meer is niet minder. 'Orthodox' moderne architecten hebben onvoldoende of niet consequent oog gehad voor complexiteit. Bij hun poging met de traditie te breken en helemaal opnieuw te beginnen idealiseerden zij het primitieve en elementaire ten koste van verscheidenheid en raffinement. Als revolutionairen juichten zij de nieuwheid van moderne functies toe en zij letten niet op hun gecompliceerdheid. Als puriteinse hervormers pleitten zij voor de scheiding en uitsluiting van elementen in plaats van tegengestelde eisen op te nemen.

Nu kijken we daar anders tegenaan: De overgang van een opvatting van het leven als iets essentieel eenvoudigs en ordelijke naar een opvatting van het leven als iets dat complex is en ironisch maakt elk individu bij het volwassen worden door. Maar bepaalde tijdperken stimuleren deze ontwikkeling; zij hebben een paradoxale of dramatische zienswijze, die het hele intellectuele toneel kleurt. (...)

Uit eenvoud en orde wordt rationalisme geboren, maar rationalisme blijkt ontoereikend in perioden van ontreddering. Dan moet evenwicht geschapen worden uit tegenstellingen. De innerlijke vrede die de mens dan bereikt moet wel een spanning tussen tegenstellingen en onzekerheden weergeven ... Een gevoel voor het schijnbaar tegenstrijdige staat het naast elkaar bestaan van ogenschijnlijk ongelijke zaken toe en juist hun gebrek aan overeenstemming suggereert een zekere mate van waarheid. (...)

De volmaakte paviljoens van Mies hebben een waardevolle bijdrage geleverd aan de architectuur maar het selectieve van hun inhoud en taal is evenzeer hun beperking als hun kracht. (...)
Maar waar eenvoud geen effect sorteert is het resultaat 'simpelheid'.
Schetterende vereenvoudiging heeft een gladgestreken architectuur als resultaat. Minder blijkt stomvervelend.
- Uit: R. Venturi, Complexity and Contradiction in Architecture

Het probleem van de postmoderne architecten was dat hoe nieuw hun gebouwen er ook uitzagen, ze een indruk van ‘oldness’ opriepen, waardoor ze de kritiek kregen dat hun gebouwen al eens gebouwd waren. Voorstanders beweerden dat hij de taal van het moderne ontwerpen verrijkte, tegenstanders suggereerden dat zijn vormen willekeurig waren en de deuren naar het eclecticisme openden. Hoe je er ook tegenaan kijkt, het was duidelijk dat hij de dorre sociologische en technische definities van architectuur die toen golden, wilde vermijden ten gunste van een discussie waarin zaken van vorm (en zelfs betekenis) tenminste een rol speelden.

Er zat een regionaal tintje aan Venturi's ideeën dat verband hield met zijn gevoel dat er een echt Amerikaanse architectuur gemaakt moest worden. Het 'inheemse' waartoe hij zich wendde om passende populaire en geruststellende beelden te vinden was kunstmatig en ontleend aan massaproductie. Het werd geleverd door de winkelcentra en het huis uit de buitenwijk, gebieden die beide gewoonlijk verguisd werden door elitaire ontwerpers met Europese pretenties. Maar zijn ideeën waren gewoonlijk overtuigender op papier dan wanneer ze uitgevoerd werden. Het opgewonden zelfbewustzijn verried het gebrek aan een instinctief gevoel voor vorm, ruimte of zelfs verhouding. Venturi zette de toon voor een literair concept van architectuur waarin meer nadruk werd gelegd op betekenissen van bestaande beelden dan op integratie van vormen.

Van 1966 tot 1970 was hij hoogleraar aan Yale University te New Haven.

Voor de universiteit van de staat New York de Purchase de Humanities Building en de Social Sciences Building (begonnen 1970).

In 1972 verschijnt het boek 'Learning from Las Vegas' dat hij samen met Denise Scott-Brown en Steven Izenour had geschreven en door de semiotiek van Roland Barthes beïnvloed was. Hierin werd gepleit voor een symbolischer vorm van architectuur, waarmee gewone mensen zich gemakkelijk konden vereenzelvigen.

Venturi bracht zijn theorieën in praktijk door hybride gebouwen te ontwerpen waarin hij visueel zowel naar historische stijlen als naar populaire culturen verwees.

In 1980 werd het bureau bekend onder de naam “Venturi, Rauch en Scott Brown” en na het ontslag van John Rauch als 'Venturi, Scott Brown and Associates'.

Ook zijn productontwerpen als de Venturi-serie voor Knoll uit 1984 en het Tea @ Coffee Piazza voor Alessi uit 1983 waren symbolisch en postmodern van stijl.

Pritzker Architecture Prize, 1991.

ironisch classicisme
De bouwwerken van Venturi uit de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw worden het ironisch classicistisch genoemd. Voorbeelden van gebouwen uit zijn latere periode zijn het gemeenschapsgebouw van Butler College in New Jersey (1980-1983), de uitbreiding van de National Gallery in Londen (1985-1991), het Seattle Art Museum (1986-1991) en de Whitefall Ferry Terminal in New York (1992-1996).

De laatste jaren heeft het bureau VSBA een nauwe band met Japan ontwikkeld, wat tot uiting kwam in het vakantieoord Nikko Kirifuri (1997).

Architecture as signs and systems (2004)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 352.