kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

S.J. van Embden

S.J. (Samuel) van Embden

Joods-Nederlands architect en stedenbouwkundige, geboren in 13 oktober 1904 in Amsterdam - overleden 20 september 2000 Bladel.

S.J. van Embden leverde een grote bijdrage aan de inrichting van ons land, met name in de wederopbouwperiode. Hij werkte aan vele steden, waaronder Rotterdam, en maakte plannen voor onder andere technische universiteiten van Eindhoven en Twente. Van Embden was niet alleen een ontwerper met een eigen bureau van meer dan honderd werknemers, hij was min of meer alomtegenwoordig in zijn vakgebied. Als docent, commissielid, adviseur en publicist.

De carrière van ir S.J. van Embden valt samen met de ontwikkeling van de stedenbouw in Nederland. Door zijn lidmaatschap van de Bouwkundige Studie Kring, waarvan hij medeoprichter was. Door zijn contacten met de traditionalist M.J. Granpré Molière, Hudig, Van Lohuizen en Van Traa was hij goed op de hoogte en getuige van de verzelfstandiging van de stedebouw tot een eigen discipline. Later behoorde hij tot de traditionalisten die in en na de oorlog samenwerkte met een aantal modernisten.

Biografie
Samuel Josua (Sam) van Embden behaalde in 1928 zijn diploma bouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool (nu TU) Delft en werkte daarna bij de architecten J.F. Berghoef, Wieger Bruin, J.A. van der Laan en bij de afdeling Stedelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam. Al tijdens deze aanloopperiode lukte het hem om een eigen bureau op te richten. Van Embden begon met het ontwerpen van meubelen: van wieg en bed tot lampenkap en eetkamerbuffet.

De opdrachtenstroom kwam pas goed op gang in 1937 en zelfs tijdens de oorlogsjaren bleef het bureau groeien. Dankzij een vervalst identiteitsbewijs kon hij gewoon blijven doorwerken.

Al tijdens de oorlog maakte hij met W. van Tijen, J.F. Berghoef en Merkelbach deel uit van de Kerngroep Woningarchitectuur. Deze woningbouwactiegroep was een initiatief van W. van Tijen die zo hoopte de Nederlandse architecten te kunnen aanzetten de te verwachten problemen met betrekking tot de volkshuisvesting in de naoorlogse periode gezamenlijk aan te pakken.

Na de oorlog was Van Embden onder meer adjunct-directeur van de Dienst Wederopbouw Rotterdam en was hij betrokken bij de heroprichting van de Bond van Nederlandse Stedenbouwkundigen.

Van Embden werd stedenbouwkundig adviseur voor de wederopbouwplannen van een groot aantal gemeenten. Van Embden zette zich in voor "het totale nog te maken ding", voor de integratie van de architectuur met de stedenbouw.

Zo droeg hij onder meer bij aan de ontwikkeling van 'nieuwe' steden als Lelystad en Zoetermeer. Onmiddellijk na de bevrijding in 1945 kreeg hij met Van Traa de leiding over het ASRO (Adviesbureau Stadsplan Rotterdam), de dienst belast met het ontwerp voor de herbouw van de Rotterdamse binnenstad. Van Embden had met Van Traa samengewerkt in het Instituut Stad en Landschap. Samen met Fledderus werkte hij aan de uitwerking van het Basisplan. Hij detailleerde het plan en werkte onder anderen aan de verzamelgebouwen, de Lijnbaan en de verlenging van de Blaak. In het voorjaar van 1946 schreef hij een populaire toelichting bij het Basisplan: Het nieuwe hart van Rotterdam.

Na aanvaarding van het Rotterdamse Basisplan, vertrok Van Embden in 1948 naar Bandung (Indonesië) om zich als docent en als bouwmeester te verbinden aan de Technische Universiteit. Na een jaar keerde hij terug. Zijn ontwerp voor de TU in Bandung werd niet uitgevoerd maar zijn nieuwe specialisme leverde veel nieuwe opdrachten op. Van Embden ontwikkelde masterplannen voor de TU Eindhoven (1952-1969) en de Universiteit Twente (1962-1967) en een groot aantal gebouwen werd door zijn bureau gerealiseerd. Op internationaal niveau adviseerde hij bij de bouw van de universiteiten van Caracas (Venezuela), Singapore en Ibadan (Nigeria).

Tussen 1948 en 1969 was hij directielid van een groot architectenbureau, dat tegenwoordig OD205 heet, met N.P.J. Roorda van Eijsinga, J.L.C. Choisy, H.G. Smelt, J.E.B. Wittermans en Arie Hagoort. Het bureau heeft zich nooit geprofileerd met een bepaalde architectonische bouwstijl. De kracht van Van Embden was zijn sterk analytisch vermogen en een oplossingsgerichte manier van werken.

Zijn ervaring met de stedenbouwkundige opzet van de TU Eindhoven zorgde voor de opdracht het complex van de TU Twente te ontwerpen (1960-1964). Een opdracht die van Tijen had gekregen maar die hij niet wilde aannemen wanneer Van Embden niet zijn medewerking aan het project had toegezegd. Van Embden ontwierp mede het stedenbouwkundig masterplan van het UT terrein en enkele van de gezichtsbepalende gebouwen, zoals het Hallencomplex.
Als vertegenwoordiger van de 'Nieuwe Zakelijkheid' in de architectuur en stedenbouw streefde Van Embden naar helderheid, overzicht en een strakke ordening van gebouwen. Die kenmerken komen duidelijk naar voren in de vormgeving van gebouwen als De Hallen, het EL/TN gebouw en het CT-gebouw. Een ander principe van de Nieuwe Zakelijkheid dat Van Embden toepaste is de functiescheiding die terug te vinden is op de campus: ten westen van de hoofdtoegangsweg zijn de woon- en recreatieeenheden gesitueerd, terwijl het werk en studie aan de oostkant plaatsvindt (met uitzondering van het BB-gebouw). Bijzonder is daarbij dat hij de oorspronkelijke structuur van het landschap intact heeft gelaten. Het grootschalige campuscomplex is zorgvuldig ingepast in het Twentse bos- en weidelandschap.
De rol van Van Embden was vooral adviserend. Het topteam schakelde 'principieel een maximum aan vormgevend kunnen in van eigen medewerkers en andere jongere en oudere collega's'.
Een deel van deze collega's behoorde echter tot het zogenaamde Structuralisme, een stroming die zich afzette tegen de Nieuwe Zakelijkheid en zich kenmerkte door multifunctionaliteit en onoverzichtelijkheid. Soms was er dan ook onenigheid tussen Van Embden en de ingeschakelde architecten. Naar aanleiding van het ontwerp van de Bastille (de mensa) van Pieter Blom legde Van Embden zijn adviseurschap neer. Hij wenste niet gecompromitteerd te worden met de provo-instelling van Blom en diens werk. Later legden ze hun tweespalt bij.
- (campus bleef hij als architect werken, met als verrassend project de voltooiing van de opmerkelijke tempel voor de Soefi-beweging in Katwijk (1969-1970). In Zwolle ontwierp hij de opzet van de wijkgedeelten Wezenlanden en Dieze-Oost, alsmede het bedrijventerrein Marslanden.

Zijn bureau, vanaf 1964 Van Embden Choisy Roorda van Eysinga Smelt en Wittermans geheten, groeide in de jaren zestig uit tot tweehonderd man. In 1969 trok hij zich terug uit de directie van het bureau, dat sindsdien de naam OD 205 draagt, naar het Delftse adres: Oude Delft 205. Van Embden bleef wel adviseur.

Van Embden was tussen 1964 en 1969 ook docent aan de TU Delft en verrichtte een indrukwekkende reeks commissiewerkzaamheden, zowel op nationaal als internationaal niveau. Ook na zijn afscheid van zijn bureau in 1969 bleef hij hiermee doorgaan.

Websites: www.nai.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1272.