kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 10-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Santa-Maria-del-Fiore



De Santa Maria del Fiore (Dom van Florence) of kortweg de Duomo (dom) is de kathedrale basiliek en het dominerende symbool van de Italiaanse stad Florence. Het is de op drie na grootste kathedraal van Europa. De Santa Maria del Fiore staat midden in het historische centrum van Florence. Ernaast staat de klokkentoren, de Campanile genaamd, en het Baptisterium.

De dom werd aan de Heilige Maagd Maria gewijd, maar in de naam Santa Maria del Fiore werd tegelijkertijd aan de oude naam van de stad Fiorenza herinnerd. Het was de bedoeling om met de dom op gepaste wijze uiting te geven aan de machtige positie die Florence toentertijd genoot. Alleen een kathedraal van die afmetingen was de stad waardig.

Het gebouw is ontworpen door de bouwmeesters Arnolfo di Cambio, Giotto en Francesco Talenti, de koepel is ontworpen door Filippo Brunelleschi. De bouw van de kathedraal heeft enkele eeuwen geduurd. In de verschillende bouwfasen werd het oorspronkelijke bouwplan verscheidene malen veranderd onder leiding van verschillende bouwmeesters.

In 1296 werd door Arnolfo di Cambio met de bouw van de kathedraal begonnen, op de plaats van een veel kleinere, aan de heilige Reparata gewijde basiliek. Al in het eerste decennium van de veertiende eeuw bleef de bouw steken, doordat Arnolfo di Cambio in 1302 om het leven was gekomen. Op dat moment stonden slechts de eerste verdieping van de voorgevel en enkele traveeën van de zijmuren overeind.

In 1331 neemt het gilde van wolhandelaren de leiding over de bouw over en vertrouwden de leiding over de domwerken van 1334-1337 toe aan Giotto, voornamelijk beroemd als schilder, doch hier ook werkzaam als beeldhouwer en bouwmeester. Hij hield zich echter vooral bezig met de bouw van de campanile, evenals Andrea Pisano, die hem na zijn dood in 1337 opvolgde als ‘capomaestro’. De oude S. Reparata, midden op de bouwplaats, bleef intussen in gebruik.

De Campanile in Florence is een klokkentoren van 89 meter hoog waarbij voor de afwerking diverse soorten marmer zijn gebruikt. De bouw begon in 1334. Omdat Giotto in 1337 stierf heeft hij alleen de onderkant van de toren voltooid. Na zijn dood zet Andrea Pisano het werk voort. Later nemen Francesco Talenti en en Giovanni di Lapo Ghini de bouw van de toren over om deze in 1359 te voltooien.

In 1436 werd de kathedraal ingewijd door paus Eugenius IV.

In 1357 werd het werk aan de dom hervat onder leiding van architect en beeldhouwer Francesco Talenti (c. 1300 – 1369), die de originele bouwplannen vrij ingrijpend wijzigt: de kerk werd groter en er kwam definitief ontwerp tot stand voor de ingewikkelde koorpartij. Aan de zijwanden valt dit af te lezen aan de vensters: het vierde venster en alle volgende zijn groter dan de eerste drie. Naar de nieuwe ontwerpen werd de dom ook vergroot, in de lengterichting; de breedte was al vastgelegd.

Een speciaal benoemde commissie, waaraan vier schilders en vier architecten bijdroegen, werd het in 1368 tenslotte eens over een eindontwerp, dat voor het vervolg van de bouwwerkzaamheden bindend zou zijn. Daarna voltrok de bouw zich in een sneller tempo: tussen 1378 en 1421 werd de kerk grotendeels afgebouwd.
De koepel met zijn doorsnede van 40 m leverde echter problemen op. Hij werd tenslotte in 1434 gebouwd door Filippo Brunelleschi, die bij een prijsvraag, in 1418 door het stadsbestuur uitgeschreven, het winnende ontwerp leverde.
Aan de werkzaamheden kwam, met de beroemde koepeloverwelving van het koor door Filippo Brunelleschi, tegen het midden van de vijftiende eeuw een voorlopig einde. In 1472 was ook de lantaarn op de top van de koepel voltooid.


De huidige voorgevel van de kathedraal kwam in de negentiende eeuw tot stand. Een oudere, onvoltooid gebleven façade van Arnolfo di Cambio was al in 1588 gesloopt. De beeldhouwwerken van die façade worden nu in het Dommuseum tentoongesteld. Pas in 1871 kon men het eens worden over een neogotische reconstructie naar een ontwerp van de architect Emilio de Fabris. Maar men kan slechts met grote moeite de onrustige, overdreven versierde façade dezelfde bouwkundige geslotenheid toekennen die voor andere delen van de dom juist kenmerkend zijn.
In de façade is een groot en twee kleinere roosvensters. Ook is er een rij met twaalf beelden. Boven de portalen bevinden zich schilderingen van Niccolò Barabino.

De domkoepel is het bouwkundige meesterstuk van de vroege renaissance en domineert heel Florence. Het was een van de eerste koepels die niet op de traditionele manier met steunconstructies werd gebouwd, maar met een voor die tijd geheel nieuwe methode. Het idee was dat de opwaartse druk die door de twee verschillende schalen van de koepel ontstaat, wordt tegengewerkt door de neerwaartse druk, die de lantaarn boven op de koepel creëert. Dit ingenieuze plan werd bedacht en uitgetekend door de Florentijnse architect Filippo Brunelleschi.

Toen in 1368 de commissie het eens was geworden over het eindontwerp, waren de grootte en de vorm van de nog te bouwen koepel grotendeels vastgelegd. Maar in de daarop volgende decennia werden de immense technische problemen, die de geweldige dimensies van 45 meter breedte en bijna 100 meter hoogte met zich meebrachten, niet opgelost. Vooral het opbouwen van de, naar men dacht, noodzakelijke steigers leek voor die afmetingen onmogelijk. Intussen overwoog men zelfs om het gebouw vol aarde te storten en er geldstukken doorheen te mengen om na afloop van de werkzaamheden de armen en de kinderen van de stad over te kunnen halen om de hele berg weer af te graven. Gelukkig werden dergelijke plannen weer snel verworpen.

In juni 1418 ontsloeg men Giovanni d'Ambrogio, vlak voor zijn ontslag diende hij nog een ontwerp in van een door bogen ondersteunde constructie. In een poging om een realiseerbare oplossing voor het probleem te vinden schreef de bouwcommissie van de dom in 1418 een wedstrijd uit, die tot ieders verrassing na lange beraadslagingen werd gewonnen door Filippo Brunelleschi. In november 1419, aarzelde men nog, het was zo erg dat er zelfs een vierhoofdige commisie werd gevormd. Deze commisie besloot Brunelleschi, Ghiberti en de opvolger van Ambrogio, Battista d'Antonio als 'supervisors' aan te stellen. Korte tijd later, op 16 april 1420, kon de bouwmeester met de uitvoering van zijn gewaagde koepelconstructie beginnen. Als hoogtepunt in technisch kunnen zou de constructie pas 150 jaar later overtroffen worden door de koepel van Michelangelo op de Sint-Pieter. Hij steekt zo ver boven Florence uit dat Leon Battista Alberti het al in 1434 vol bewondering passend achtte, om er alle schatten van de Toscaanse volkeren in onder te brengen.

Tussen de twee koepelschalen zorgen horizontaal en verticaal ingepaste steunbalken voor de stabiliteit van de constructie. Acht van deze sproni zijn zonder enige constructief doel aan de buitenkant voortgezet en voorzien van marmer; ze verdelen het oppervlak van de koepel in segmenten van gelijke afmetingen. Deze sproni hebben dan ook alleen een decoratieve functie.

De binnenkant van de koepel heeft fresco's van het Laatste Oordeel gemaakt door Giorgio Vasari.

De trap, met zijn 463 treden, voert tussen de beide schalen van de koepel naar boven waardoor men zich direct de gewaagdheid van de constructie voor kan stellen, maar ook de kolossale afmetingen van dit bouwtechnische meesterwerk kan zien.


Het schip van de kathedraal is 153 meter lang en alleen al de bogen van de zijbeuken zijn 23 meter hoog. De koepel heeft een diameter van 45,50 meter. Het hoogste punt vanaf de grond tot aan de top is 91 meter.

De campanile staat naast de dom. Hij is vervaardigd in de 14e eeuw en is 85 meter hoog en daarmee 6 meter lager dan de dom, die 91 meter hoog is. De campanile is te beklimmen via een 414 treden tellende trap. De bekleding van de toren bestaat uit diverse soorten marmer. Daardoor was het mogelijk om de diverse kleurnuances te verkrijgen. De campanile werd ontworpen door Giotto di Bondone. Andrea Pisano en Francesco Talenti zetten het ontwerp voort.

Het Baptisterium San Giovanni (Italiaans: Battistero San Giovanni) is de vrijstaande doopkapel tegenover de Santa Maria del Fiore. Het behoort tot de bekendste baptisteria. Vooral de bronzen deuren hebben een grote waarde.

Het Museo dell'Opera del Duoma ligt tegenover de achterkant van de kerk. Het beschikt over diverse kunstschatten uit de kerk en de doopkapel zoals een Pieta gemaakt door Michelangelo en werken van Donatello.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Santa_Maria_del_Fiore.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 3.