kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Team-10

Een internationale groep architecten bracht sinds 1953 de menselijke maat terug in de architectuur. Ondanks dat velen deze verzameling vermaarde ontwerpers vergeten zijn, vormt de groep, die zich Team 10 noemde en de Nederlanders Aldo van Eyck en Jaap Bakema als mede-oprichters had, een bron van inspiratie voor de architecten van nu.

Team X maakte zich sterk om Architectuur te beschouwen vanuit begrippen als relatie en interactie, en niet als een resultante van een analytische studie van functies zoals moderne Architecten voorheen de opgave benaderden. Wat het meeste aanspreekt in het gedachtegoed van Team 10 is dat zij de mens, de gemeenschap, de wijk en de tradities weer centraal stelden in een architectuur die toch systematisch, technologisch gevormd en modern bleef.

Binnen Team 10 verenigde zich in de jaren vijftig en zestig van de 20e een groep toonaangevende architecten uit verschillende Europese landen, die een kritische houding aannam ten opzichte van het veelal technocratische en gezichtsloze modernisme dat na de Tweede Wereldoorlog wereldwijd hoogtij vierde. Volgens Team 10 droeg een dergelijke benadering bij aan de vervreemding van de mens van zijn woonomgeving. De architecten van Team 10 wilden eerst de behoeften en de omgeving analyseren voordat zij aan het ontwerpen sloegen, in plaats van naderhand de wensen van de gebruiker in te passen in een mooi ontwerp. Zij beschouwden gemeenschapsvorming als de basis voor het bouwen aan een rechtvaardige samenleving.

De groep organiseerde tussen 1955 en 1981 regelmatig bijeenkomsten. Hierin werd naar aanleiding van actuele thema's over elkaars werk gesproken. De favoriete Team 10 thema's blijken nog steeds actueel te zijn, zoals de gelaagde stad, infrastructuur en mobiliteit, de schoonheid van het getal, flexibele structuren en ' architecturbanism ' (de combinatie van architectuur en stedenbouw).

Team X ontleent zijn bestaansrecht aan de gezamenlijke kritiek die zij leverden op de CIAM met het afwijzen van het Charter van Athene en hun streven naar een meer precieze relatie tussen de fysieke vorm en sociaal-psychologische factoren. Dit is weliswaar een belangrijke overeenkomst die in het werk van de verschillende leden terugkeert, maar het gaat te ver om dit nu als drijvende factor te zien. De verschillen in ideeën onderling zijn namelijk te groot en de kwaliteiten van een project of architect komen vaak pas echt naar voren wanneer zij individueel worden belicht.

(voor)geschiedenis

CIAM IX
De CIAM (Congrès Internationaux d'Architecture Moderne) komt samen in Zuid-Frankrijk, Aix-en-Provence, voor het negende congres getiteld Habitat (leefomgeving). CIAM IX wordt echter gedomineerd door de opening van de Unité d'Habitation in Marseille en is vooral een eerbetoon aan het werk van Le Corbusier. Mede hierdoor en als gevolg van het hoge aantal deelnemers wordt het thema niet echt uitgediept, maar volstaat men met het noemen van de eigenschappen van de habitat.

Manifest van Doorn
Ontevreden over de resultaten van dit congres komen begin 1954 Alison & Peter Smithson, Jaap Bakema, Aldo van Eyck, Georges Candilis, Shadrach Woods, John Völcker en William en Jill Howell bijeen in Nederland. Daar schrijven zij het Manifest van Doorn, waarin zij pleiten voor een stedenbouw die niet langer meer een optelsom van functies is, maar eerder 'als een materiële vorm van relaties'. In hun rapport voor CIAM VIII in Hoddesdon waren het Howell en Völcker al die schreven: 'De mens vereenzelvigt zich gemakkelijk met zijn eigen woning maar niet zomaar met de stad waarin deze zich bevindt. "Ergens thuishoren" is een fundamentele emotionele behoefte - en de associaties die met deze behoefte verbonden zijn, zijn de eenvoudigste die men zich denken kan. Uit "het thuishoren" - identiteit - vloeit de verrijkende ervaring van nabuurschap voort. Het korte smalle steegje in een krottenwijk slaagt, waar ruim opgezette stadssaneringen vaak mislukken.'

Comité voor CIAM X
Een aantal maanden later wordt de discussie van Doorn in Londen voortgezet. Dankzij de Engelse partners Howell, Voelcker en de Smithsons wordt er namens MARS een brief aan de CIAM-Raad gestuurd om niet tot een Charter van de Habitat te komen zolang de studie van de relaties in verschillende gemeenschapsvormen nog niet eens is begonnen. Mede dankzij de steun van Le Corbusier aan deze jongeren neemt de Raad het voorstel aan en draagt voor het eerst in de geschiedenis de voorbereiding van het congres over aan een klein aantal individuele leden. Dit Comité voor CIAM X noemt zichzelf Team X en bestaat uit de volgende personen: Aldo van Eyck ( de 8 ), Jaap Bakema (Opbouw), Georges Candilis en Shadrach Woods (GAMMA), Rolf Gutmann (BBZ, Zwitserland), John Völcker, William Howell, Alison en Peter Smithson (MARS).

1956 CIAM X - Dubrovnik
In 1956 vindt CIAM X plaats in Dubrovnik met als titel De Habitat, probleem van relaties. Door werkgroepen te vormen worden de verschillende aspecten van de habitat behandeld: cluster, mobiliteit, groei en verandering, en stedenbouw en habitat. Dit resulteerde in een analyse van de veranderde relatie tussen architectuur en stedenbouw, waarbij de habitat een optelsom is van relaties en niet langer meer van functies.

Een bevredigend antwoord op de typische problemen van een stedelijke samenleving werd op de congressen van CIAM niet gevonden en tijdens het congres in Dubrovnik werd duidelijk afstand genomen van de vroeger opgestelde, algemene normen, (Charter van Athene), en werd de nadruk gelegd op de individuele verantwoordelijkheid van de stedenbouwer en architect. Hiermee werd de organisatie van CIAM zelf aangetast. (Tijdens het congres wordt een brief voorgelezen van Le Corbusier die zelf niet aanwezig kon zijn. Hierin schrijft hij dat de oude garde heeft afgedaan en dat nu ruim baan moet worden verleend aan de ideeën van de nieuwe generatie. Het doodvonnis van de CIAM lijkt daarmee te zijn getekend en in 1959 wordt in Otterlo tijdens de laatste discussiebijeenkomst de CIAM dan ook officieel opgeheven.)

Het CIAM was sinds haar oprichting in 1928 min of meer de internationale spreekbuis van de moderne architectuur. Door toedoen van Team 10 kwam daaraan echter een eind. De leden van de commissie konden zich namelijk niet meer vinden in de oude uitgangspunten en maakten zoveel tongen los dat het CIAM uiteindelijk werd opgeheven. Wel kwam er een nieuw platform uit naar voren dat zichzelf Team X noemde en in eerste instantie bestond uit de leden van de commissie. Voornaamste kritiek die deze tweede generatie moderne architecten ventileerde was dat mensen zich niet meer konden identificeren met hun woningen en verblijfplaatsen. Er werden alleen nog maar witte dozen in massabouw opgetrokken volgens een veel te abstracte en modelmatige opzet.

tijdschrift Forum
In 1959 vraagt het bestuur van de vereniging 'Architectura et Amicitia' Aldo van Eyck samen met Team 10 lid Jaap Bakema een nieuwe redactie voor het blad Forum samen te stellen. Met Van Eyck en Bakema vormen Dick Apon, Joop Hardy, Gert Boon en Herman Herzberger de nieuwe redactie.
Speciaal voor het laatste congres in Otterlo verschijnt in juli 1959 onder de nieuwe redactie het beroemde nummer van Forum met het artikel 'het verhaal van een andere gedachte'. Dit nummer bekritiseert het oude functionalisme en pleit voor de nieuwe ingeslagen weg.

In het artikel wordt geconstateerd dat Nederland, mede door architecten en stedenbouwers, onbewoonbaar wordt. Ze wijst daarbij op de teleurstellende resultaten van de wederopbouw.
Van Eyck en de rest keren zich tegen de ontwikkelingen vanuit het CIAM. Ze vinden dat ze bewoonbare steden moesten creëren in een onbewoonbaar land. De architecten zijn voor meer fantasie met bijvoorbeeld onderling verspringende woningen waarbij de terrassen zo werden geplaatst, dat de bewoners toch nog een beetje privacy hadden. Flats kregen grotere balkons, dit als vervanging van een eigen tuin.

Waren de Nederlandse Team X-leden gelieerd aan het blad Forum, de Engelsen daarentegen aan Architectural Design. Tot en met 1965 verschijnen diverse publicaties van hun hand in beide tijdschriften. Na het Forum-nummer van Otterlo verschijnt in 1962 de Team X Primer, een speciale uitgave van Architectural Design, die in 1965 in boekvorm wordt herdrukt. Achteraf is de Team X Primer misschien wel te beschouwen als de afsluiting van een zeer korte, maar turbulente en kritische periode van Team X. Hierna groeide het uit tot een soort van vriendenclub die elkaar desondanks vaak stevig bekritiseerden. Na Otterlo blijft Team X nog twintig jaar bestaan.

Zie ook bron op de Tweede Wereldoorlog verschijnt het roemruchte boek De stad der toekomst De toekomst der stad. Een stedebouwkundige en sociaal-culturele studie over de groeiende stadsgemeenschap. In deze publicatie is de wijkgedachte geformuleerd als een hiërarchisch model, waarin de sociaal-culturele organisatie en de ruimtelijke organisatie van de moderne stad samenvallen. Het is deze wijkgedachte die het denken over de stadsvorm tot diep in de twintigste eeuw heeft vastgenageld. Via een getrapte reeks van buurt, wijk, stadsdeel, maakt de woning onderdeel uit van de stad, de mens van de stadsbevolking, de tuin van het stadspark. Naast deze strikt hiërarchische benadering ontwikkelen met name de Nederlandse vertegenwoordigers in het architectenplatform Team X meer genuanceerde denkbeelden over de inrichting van de naoorlogse stad. Zij leggen de nadruk juist op de dubbelzinnigheid van ruimtelijke relaties en op de raakpunten en overlappingen van ongelijksoortige elementen. Het bekende motto ‘van stoel tot stad', gaat niet over de getrapte reeks, maar over de observatie dat het kleinste onderdeel óók en tegelijkertijd een onderdeel is van een groter geheel. Een boom in de tuin is niet alleen een boom in de tuin, maar ook een onderdeel van het aangrenzende parkje. Of, een ander voorbeeld, een woontoren markeert niet alleen een buurt, maar vormt met vier andere woontorens een centrumgebied. De herhaling van dezelfde elementen levert meer op dan de simpele som derdelen. Vooral Jaap Bakema en Aldo van Eyck hebben deze opvattingen op een beeldende wijze tot uitdrukking gebracht. Dit maakt de vernieuwing van de naoorlogse woonwijken tot een lastige opgave: de ingrepen op het ene schaalniveau hebben direct gevolgen voor het andere schaalniveau. Het vraagt groot inzicht en vakmanschap om de kenmerkende precisie en subtiliteit met dezelfde mate van precisie en subtiliteit te veranderen. Hierin onderscheidt de opgave in de naoorlogse stad zich ook fundamenteel van andere opgaven van stedelijke vernieuwing.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2090.