kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Vroeggotiek

De gotische bouwkunst is in het tweede kwart van de 12e eeuw in Noord-Frankrijk geboren: in het Île de France, d.i. de streek omheen Parijs, in het westelijk gelegen Normandië, in het noordelijke Picardie en iets meer naar het oosten in Champagne. De geleidelijke ontwikkeling kan gevolgd worden aan de hand van het steeds beter en volmaakter toepassen van het kruisribgewelf met het erbij horende systeem om de drukkrachten op de hoeken op te vangen. Het mooiste voorbeeld van deze gotiek is de koorpartij van de door abt Suger gebouwde kerk van Saint-Denis bij Parijs (1132-1144).

(De Kathedraal van Sens (1140-1164)(Cathédrale Saint-Étienne de Sens) wordt ondanks de weinige gotische stijlelementen wel de eerste vroeg-gotische kathedraal van Frankrijk genoemd. De bouwgeschiedenis van de kathedraal van Sens loopt parallel met die van het koor van de basiliek van Saint-Denis, waarmee abt Suger de beslissende stap zette naar de gotische bouwkunst.) kerk, het huis van God, moest een groots en stralend centrum van het geloof worden. Men probeerde een hemelse sfeer in het gebouw te verwezenlijken. De kerken werden daardoor veel groter en vooral veel hoger dan hun romaanse voorgangers. De traditionele romaanse tongewelven lieten dergelijke vergrotingen niet toe en na vele experimenten werd het kruisribgewelf uitgevonden. Dit type overwelving werd voor het eerst rond 1130 toegepast door abt Suger in de uitbreiding van het koor van de kerk van Saint Denis bij Parijs.
Grotere kerken waren noodzakelijk vanwege de groeiende bevolking en de toeloop van pelgrims. Het streven naar grote hoogte had een symbolische achtergrond. De kerk was het huis van God en het plafond symboliseerde de hemel. Die hemelse sfeer werd versterkt door het licht in de gotische kerken. Het kruisribgewelf maakte grotere raamopeningen mogelijk, waardoor de kerken gevuld werden met licht van buiten. In de ramen werden gekleurde glas-in-lood vensters gezet om een goddelijke atmosfeer te creeren. De verschillende technische en visuele verworvenheden van de gotiek zijn voor de eerste maal in St. Denis in een systeem samengevat. De Kerk in St. Denis, vlak bij Parijs, is dan ook het eerste echte voorbeeld van gotische architectuur. Suger heeft het gehele gebouw vernieuwd om de inval van het licht te bevorderen. Lichtinval moest het gebed stimuleren en de atmosfeer verbeteren.

Ribgewelven maken het gewelf lichter, zodat de muren minder dik hoeven te zijn,
Het opvangen van de zijdelingse druk niet alleen door steunberen, maar ook door luchtbogen,
geringere zijdelingse druk door toepassing van het Gotische kruisgewelf met de spitsboog.

Licht, schittering en kleur hadden voor de gotische middeleeuwen een belangrijke religieuze betekenis. De schittering van edelstenen, de felle kleuren van wandschilderingen en het zonlicht dat door gebrandschilderde ramen de kathedralen inviel associeerde men met het goddelijk licht. In dat licht en in die kleuren zou God zelf zichtbaar zijn, daarin openbaarde hij zich aan stervelingen. Goddelijk licht is in de meest letterlijke zin van het woord licht van God en dus licht afkomstig uit de hemel.
Deze zienswijze ontleende men aan de belangrijke twaalfde-eeuwse denker en religieus Abt Suger. Hij was degene die de kerk Saint-Denis te Parijs verbouwde en voorzag van prachtige versieringen. Om zijn liefde voor al wat schitterde en blonk te rechtvaardigen - want zo religieus correct was dat in de strenge twaalfde eeuw niet - beriep hij zich op een vijfde-eeuws geschrift van een zekere Dionysius de Areopagiet (Denis’ in het Frans). Deze vroeg-christelijke filosoof had een ingewikkelde theorie ontwikkeld over de verschillende soorten licht die vanuit een goddelijke lichtbron op de aarde stralen. Later ontdekte men dat Dionysius de Areopagiet niet de auteur van dit werk kon zijn geweest; tegenwoordig spreken we dan ook van de lichttheorie van Pseudo-Dionysius de Areopagiet. Maar aan wie de middeleeuwse liefde voor licht ook ontleend werd, vaststaat dat gebrandschilderde ramen er een uiting van waren. Zij moesten het zonlicht kleuren en de kathedralen de allure van het hemelse Jeruzalem geven.

Omdat het geloof en daarmee dus de kerk in het leven van de middeleeuwse mens een erg grote rol speelde werd er dus naar gestreeft deze gebouwen zo hoog en mooi mogelijk te maken. De door abt Suger bedachte rib en steunbeer constructie, die hij toepaste bij de vernieuwing van zijn kerk, maakte dit beter mogelijk dan de voorafgaande Romaanse bouwstijl. Niet alleen kon er met deze bouwstijl veel hoger gebouwd worden, er konden zelfs stukken muur weggelaten worden. Op deze plekken konden er vervolgens grote ramen geplaatst worden waardoor volgens abt Suger het Goddelijk licht moest schijnen. Dit werd sindsdien altijd gedaan met gebrandschildere ramen, beter bekend als het 'glas in lood'. De kleurijke lichtbundels die door deze ramen de kathedraal binnen vielen moesten de gelovige bezoekers raken alof God zelf tot hen sprak.

Gedurende de tweede helft van de 12de eeuw verrijzen in verder ontwikkelde stijl de kathedralen van Parijs (1163- ca. 1250, Laon (1160-1225),Noyon (1131-1185) en Senlis. Zij vertonen nog verschillende archaïsche bijzonderheden, die op den duur verdwijnen, zoals galerijen boven de zijbeuken en een rijke groepering met torens zowel aan de voorzijde als bij de einden van de dwarsschepen. De stijl van die kathedralen noemt men de vroeggotiek.

De bouwmeesters van Saint-Denis lieten zich vooral inspireren door de vernieuwingen die in Anglo-Normandische en Bourgondische kloosterkerken waren uitgeprobeerd. Door het consequent gebruik van schoorstelsel en luchtbogen, van spitsbogen en kruisribgewelven schiepen ze een nieuwe stijl die zich in korte tijd over heel Europa verspreidde. Het eerste gotische bouwwerk was een kloosterkerk. De nieuwe stijl zou echter vooral gebruikt worden voor de bouw van monumentale bisschopskerken of kathedralen in kleine, bloeiende stedelijke gemeenschappen.

Tijdens een halve eeuw van experimenteren werden de vroeggotische kathedralen van Noyon, Senlis, Laon en Parijs gebouwd. In 13de eeuw verrezen de kathedralen van Chartres, Reims, Amiens en Beauvais als meesterwerken van de hooggotiek of de rijpe gotiek. In de 14de eeuw werden geen monumentale kerken opgericht omdat Frankrijk leed onder de gevolgen van de Honderdjarige Oorlog (1337 - 1453) en de Zwarte Dood (1348). In de 15de eeuw bloeide de gotische droom een laatste keer op, maar de vlamgotiek verwijderde zich steeds meer van zijn oorspronkelijke inspiratie en ontaardde enigszins tot een louter dekoratieve stijl.

In de 13de eeuw verrezen de kathedralen van Chartres, Reims, Rouen, Amiens en Beauvais in een stijl die de hooggotiek werd genoemd.
Men probeerde altijd maar nieuwe zaken uit. Zo werden de kathedralen altijd maar hoger. In Sens was de hoogte aan de binnenkant 30 meter, in Parijs 32,5 meter, in Chartres 34,5 meter, in Reims 38 meter en in Amiens 42 m. In Beauvais werd de limiet bereikt: de kerk was 48 meter hoog, maar het gewelf stortte in. Zo wist men dat 42 meter een maximum hoogte was.
Er mochten alleen maar godsdienstige afbeeldingen gemaakt worden. En alles moest duidelijk herkenbaar zijn. De meeste mensen konden toen nog niet lezen. Daarom werd de bijbel via de afbeeldingen verteld. In sommige kathedralen staan wel beelden die niet godsdienstig zijn: monstertjes. Je vindt ze meestal op het dak of aan de buitenkant. Ze staan daar als een soort wachten die het kwade uit de kerk moeten houden.
Het waren geen vrijwilligers of slaven die de kathedralen bouwden. In de middeleeuwen werden de architecten, ambachtslui en arbeiders normaal betaald en dus moest er geld gevonden worden, veel geld. Voor de lonen, voor de massa's bouwmaterialen uit steengroeven, voor de werktuigen, voor de kranen en andere machines, voor al de kunstvoorwerpen. Veel werd bekostigd met giften van gelovigen, rijken en armen. Die mensen geloofden dat ze door geld te geven voor de bouw van hun kathedraal in de hemel zouden komen. Maar er kwam ook geld van de abdijen en van de priesters. En er werden ook dingen verkocht om aan geld te raken: kleine beeldjes, medailles. Maar dat was niet genoeg om alles te betalen. Daardoor duurde de bouw van een kathedraal vaak erg lang. Soms werden de werken een paar jaar stilgelegd omdat het geld op was.
(bouwkunst. In de steden werden representatieve gebouwen, zoals het raadhuis en de handelscentra gebouwd. Ook dergelijke belangrijke gebouwen werden uitgevoerd in gotische stijl.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 562.