kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Wim Quist

Wim Gerhard Quist (1930)

Al op 28-jarige leeftijd, nog voor hij afstudeerde aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, ontving Wim Quist de Prix de Rome. Sindsdien heeft hij aan een indrukwekkend Oeuvre gewerkt. Bekende projecten zijn de uitbreiding van het Kröller-Müller museum in Otterlo, het Maritiem Museum in Rotterdam, de Rotterdamse Schouwburg en het kantoorgebouw Willemswerf, eveneens in Rotterdam. Hoogtepunten zijn ook projecten als de 'Berenplaat', het Maritiem Museum, aanbouwen aan de Lourenskerk (alledrie te Rotterdam), het Museum Beelden aan Zee (Scheveningen), het Cobra Museum in Amstelveen en de IJburgbrug te Amsterdam. Quist heeft voornamelijk woningen, kantoren, fabrieken en openbare gebouwen als bibliotheken en musea ontworpen. Daarnaast heeft hij zitting in diverse jury's voor architectuurprijzen.

Wim Quist studeert af aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam in 1960 en richt in datzelfde jaar zijn architectenbureau op.

1960–1965 drinkwaterproductiebedrijven Berenplaat

In de periode 1968-1975 is hij hoogleraar architectonisch en stedenbouwkundig ontwerpen aan de Technische Hogeschool te Eindhoven.

In de jaren 1970-1995 ontwerpt hij veel grote civiele en utilitaire projecten.

Hij ontving in 1970 de A.J. van Eyckprijs.

Neorationalisme
Het werk van Quist kan beschouwd worden als een gave voortzetting van de Nieuwe Zakelijkheid en wordt ook wel aangeduid met Rationalisme. Zijn heldere, immaterieel aandoende vormentaal is gebaseerd op een zuivere toepassing van de eigentijdse bouwtechniek.

Otterloo 1970 - 1977 uitbreiding Rijksmuseum Kröller Müller
Breda 1973 - 1976 Hoofdkantoor Coöperatieve Suikerunie Nederland
1974–1976 Rotterdam Kralingen
1975–1980 Den Haag windtunnel Vollenhove

Van 1975 tot en met 1979 Rijksbouwmeester.
In 1971 was Jo Vegter vertrokken als Rijksbouwmeester. Na een interim-periode onder diens medewerker Frank Sevenhuijsen trad Quist in 1974 als nieuwe Rijksbouwmeester aan.
Met zijn benoeming startte een nieuwe Periode in het architectuurbeleid van het Rijk, die tot op heden voortduurt. Voor Quist was naast het inschakelen van veel Avant Garde ontwerpers ook een sterkere accentuering van de stedenbouwkundige component van belang. Daarbij werden lijnen gelegd naar de toen zeer actuele stadsvernieuwingsoperaties. Via nieuwbouwprojecten maar ook door het restaureren en revitaliseren van monumenten.

Rotterdam 1982 - 1988 kantoorgebouw "Willemswerf"

In 1985 werd zijn Museon in Den Haag geopend, gebaseerd op de maten van het ernaast gelegen Haags Gemeentemuseum van Berlage.

In 1987 wordt hij bijzonder hoogleraar architectonisch ontwerpen aan de Universiteit van Amsterdam.

In Rotterdam kwamen o.a. het Maritiem Museum (1987), de Rotterdamse Schouwburg (1988; incl. inrichting en meubilair) en aan de Maas het kantoorgebouw Willemswerf (1988; met schuin gespleten gevel) tot stand. Voorts ontwierp hij het J.W. Topshuis bij de Oosterscheldedam (1986) en verzorgde hij de verbouw van het Noord-Brabants Museum te 's-Hertogenbosch.

Typerend voor Quists latere ontwerpen is het veelvuldige gebruik van diagonalen. Tot zijn recentere projecten horen het Amstelveense Cobra Museum (1992) en het Museum Beelden aan Zee te Scheveningen dat opmerkelijk is vanwege de synthese tussen natuur en kunst en de doorzichten van binnen naar zee.

Scheveningen 1990 - 1994 Het museum Beelden aan Zee
Wim Quist ontwierp een tentoonstellingspaviljoen dat bestaat uit ingenieus aan elkaar geschakelde binnenruimten, patio's en gestapelde terrassen. ,,Ik vind het belangrijk dat een gebouw een helderheid in hoofdlijnen heeft'', aldus de architect, ,,maar tevens veel verbergt.''
Wie voor het eerst het museum Beelden aan Zee in Scheveningen bezoekt, is vooral verbaasd over het feit dat het museum er ís. De ingang is weinig spectaculair, teruggetrokken bijna. Vanaf de buitenkant is totaal niet duidelijk dat hier een museum is gevestigd. Wel intrigeert het enorme masker in de duinen. Een teruggetrokken gebouw maken, was ook precies de opdracht die architect Wim Quist midden jaren negentig kreeg. Quist bouwde onder het paviljoen Von Wied (nu in gebruik bij de Haagse Sociëteit De Witte en ooit gebouwd door Koning Willem I voor zijn echtgenote Koningin Wilhelmina) een fantastisch licht gebouw met een enorm panorama over zee. En wie de buitententoonstelling bezoekt, merkt niet dat hij in een drukke badplaats is. Een oase van rust op steenworp-afstand van het Kurhaus en de pier. (aldus vpv.nl)

Vanaf 1995 werkt hij samen met Wintermans als Quist Wintermans Architecten.

"Ik probeer Architectuur, Bouwkunst, te benaderen via het begrip dat daaraan voorafgaat: bouwkunde. Dan komt vervolgens de vraag waar bouwkunde Bouwkunst wordt. Bouwkunde gaat over de mogelijkheden die er zijn om met materialen een ruimte te maken die de mens tegen de invloeden van de Natuur beschermt. (...) Deze basale en essentiële manier van bouwen wordt Kunst wanneer een mens uit nieuwsgierigheid of uit ontevredenheid dingen gaat ontdekken" (Quist in gesprek met Auke van der Woud in Wim Quist projecten 1992 - 2000)

designer Wim Quist
De eerste meubelen heeft Quist voor zichzelf ontworpen in zijn studententijd. Echte affiniteit met het ontwerpen van interieurs en meubelen krijgt hij pas tijdens de uitbreiding van het Kröller-Müller. Daarna ontwerpt hij meer interieurs en meubelen, meestal in samenhang met de architectuur. Bekende meubelen zijn de meubelen uit 1982-1984 voor de werkvertrekken van de koningin in het Paleis Noordeinde in Den Haag.
Quist ziet het meubel als een klein gebouw: beide behoren dienstbaar, doelmatig en duurzaam te zijn en een neutrale sfeer uit te ademen. Bij het ontwerpen gaat hij uit van de eisen die de opdrachtgever aan het meubel stelt. Quist's bewondering voor het functionalisme, met name de Finse uitwerking daarvan, komt in zijn vormgeving tot uiting: de meubelen hebben strakke, geometrische vormen en rechte lijnen, maar Quist gaat daar vrijer mee om dan functionalistische ontwerpers, bijvoorbeeld door de poten als schuin geplaatste vlakken te ontwerpen. Daarnaast gebruikt hij veel glas en metaal. Hij geeft zijn meubelen geen decoraties, maar let wel op details zoals de spleet in de bank BQ 01. De bank BQ 01 is begin jaren 70 ontworpen door Wim Quist voor het Kröller Müller museum in Otterloo en wordt sinds 1988 door Spectrum op de markt gebracht. Dit minimalistische bankje wordt gemaakt van massief geanodiseerd aluminium en valt op door de perfecte verbindingen en subtiele details. Het kussen wordt bekleed met leer. (bron: www.spectrumdesign.nl)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 43.