kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

adel

De adel (m)

De stand van de edelen, de gezamenlijke edelen.

De adeldom (m)
1 het behoren tot de stand van de edelen
2 edele aard
3 al de edelen van een land tezamen

Adelen (overgankelijk werkwoord; adelde, heeft geadeld)
1 in de adelstand verheffen

Adellijk (bijvoeglijk naamwoord; adellijkheid)
1 van, behorende tot de adel, of daarmee overeenstemmend
2 (van vlees van wild) op het punt om tot bederf over te gaan

De adel is een gesloten maatschappelijke klasse met een aanzienlijke positie in een standenmaatschappij. De huidige Europese adel is historisch ontstaan in standenmaatschappijen van voor de Franse Revolutie. In veel maatschappijvormen is een bevoorrechte klasse aan te wijzen en het voorkomen van een dergelijke klasse is van alle tijden. Ook de oude Grieken, de Romeinse republiek, Aziatische volkeren en Afrikaanse stammen kennen, onder verschillende namen, hun adel.

De adel kenmerkt zich door:

. Erfelijkheid: Adeldom wordt verworven door geboorte. Men ontleent zijn adeldom meestal aan de vader. Nieuwe families en personen worden alleen bij uitzondering in de adelstand opgenomen.

. Geslotenheid: De adel is een afzonderlijke en gesloten groep, zonder veel sociale mobiliteit. Men kan van een gesloten kaste spreken. Men trouwt onderling en ook wanneer een buitenstaander de positie, leefwijze en rijkdom van de edelen heeft verworven kan hij niet zonder meer edelman worden.

. Voorrechten: De titels van de edelen en hun voorrechten werden in de wet vastgelegd. In Nederland en België heeft de adel geen bijzondere voorrechten meer maar de namen en titels zijn beschermd door de wet.

Een edelman is een persoon van het mannelijk geslacht die van adel is. Een vrouw van adel wordt dan ook edelvrouwe genoemd. Een edelman genoot in de Middeleeuwen veel aanzien, maar dit werd in de loop der eeuwen minder. Tegenwoordig heeft een adellijke titel nauwelijks nog invloed op de carrière of het aanzien.
Het begrip edelman is erg breed. Het kan zowel betrekking hebben op een koning als op een ridder. Daarom wordt de hogere adel dan ook vaak anders aangeduid, bijvoorbeeld door gebruik van de titel, of door excellentie, majesteit of een dergelijke aanspreektitel te gebruiken.

Geschiedenis van de Europese adel
De Germaanse, Frankische en andere stammen die Europa op de Romeinen veroverden, bezaten vaak hun eigen adel.
In het rijk van Karel de Grote was de adel een kaste van grootgrondbezitters die zich van de horigen en de vrijen in de schaarse steden onderscheidde door positie en invloed. De vorsten deden een beroep op de adel om hen in het bestuur en in oorlogen bij te staan.
Toen de zware harnassen en kostbare stalen wapens hun intrede deden, ontwikkelde zich een feodaal stelsel waarin de edelen, de lagere edelen werden ridders genoemd, in ruil voor wederzijdse steun een leengoed voor een hogere en machtigere edelman beheerden. Deze edelman en zijn vazallen waren op hun beurt steun verschuldigd aan een nog hoger geplaatst edelman. Zo ontstond een trap met steeds meer treden.

De feodale piramide
In eerste instantie waren er ridders, baronnen en graven. De laatsten waren ambtenaren van de keizers die hun positie erfelijk hadden weten te maken. De titel van hertog (legerleider), graaf, markgraaf of markies (bestuurder van een grensgebied) en vorst waren in de vroege middeleeuwen geen erfelijke maar vooral bestuurlijke aanduidingen.

In de 12e eeuw werd de adel een werkelijk gesloten kaste. Men is de afstammelingen van de edelen uit deze tijd, omdat zij geen adelsdiploma kunnen laten zien en hun adeldom teruggaat tot voorhistorische tijden, de "Uradel" gaan noemen. De edelen bewaakten hun aanzien en hun voorrechten. Zij lieten geen burgers toe op hun toernooien en monopoliseerden alle hogere functies in het leger en in het bestuur. Pogingen om ook de kerk in hun macht te brengen, mislukten omdat zij geen monopolie op kennis bezaten. Desondanks waren veel posities als abt, abdis of bisschop voor de jongere, niet-ervende, zonen en de dochters van edelen gereserveerd. Er ontstonden ook kloosters die alleen door adellijke nonnen werden bewoond. Zo ontstond het begrip "stiftsadel" voor edellieden met 16 kwartieren oude adel.

De adel ontwikkelde regels om vast te stellen of iemand tot hun kaste behoorde. Om hun veronderstelde superieure bloed zuiver te houden werd het huwen met niet-adellijke partners ontmoedigd. Zelfs wanneer de kinderen uit een dergelijk huwelijk tot de adel behoorden, hadden zij minder voorrechten dan hun verwanten met meer "kwartieren".In het adellijk zelfbeeld waren de edelen de dragers van superieure overerfde eigenschappen die anderen misten. De edelen hadden "blauw bloed" dat niet vermengd mocht worden. Zij ontwikkelden ook een eigen cultuur en taalgebruik waarin zij zich van anderen onderscheidden. Het woord "adel" werd een synoniem voor "voortreffelijk".

Het recht om een wapen te voeren is nooit het voorrecht van de adel geweest.

In de late middeleeuwen werd de adel in economisch belang overvleugeld door de handeldrijvende burgers. De steeds uitdijende koninklijke bureaucratie kon wel worden geleid door de edelen maar had gestudeerde burgerzonen nodig met kennis van het recht. Aan het einde van de middeleeuwen waren de hofhouding, het leger en het bestuur van het platteland nog het domein van de adel.

De koningen hebben steeds een beroep gedaan op de ontwikkelde burgers om, onafhankelijk van de vaak onhandelbare en onafhankelijke edelen, hun landen te besturen. Zij speelden adel en burgers tegen elkaar uit. Als fons honoris verleenden de koningen ook adeldom. Deze nieuwe adel werd en wordt de briefadel genoemd naar de adelsdiploma's die zij ontvingen. Met een zekere logica bedachten de burgers die een ambt vervulden waarvoor men een edelman moest zijn, dat zij "dus" edelen waren. Ook deze aanspraak op adeldom werd erkend en leverde een ambtsadel op die zich dan in het spraakgebruik onderscheidt van de oudere edele geslachten die men zwaardadel of bloedadel noemt.

Men kan de adel ook in hoge en lage adel indelen. Een aantal edelen had bijzondere voorrechten in het bestuur en honderden edelen bestuurden de graafschappen en prinsdommen van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie. Ook in Spanje werd een onderscheid gemaakt tussen de hoge adel, de "Grande van Spanje" en de overige edellieden. In Frankrijk onderscheidde men naar het voorrecht van de edelen met 16 kwartieren (vier generaties edele voorouders), om aan het hof te verkeren een "hofadel". Deze edelen hadden toegang tot de koning maar voor Lodewijk XIV waren al zijn onderdanen, met uitzondering van de hertogen, min of meer gelijk. In Engeland ontstonden de adellijke groep van de "Peers" of "Lords of Parliament" met een zetel in het Hogerhuis. In principe zijn hun echtgenoten en kinderen geen edelen. In het maatschappelijk verkeer delen zij in het aanzien van hun families en zijn zij de adel.

Men kan de adel op veel manieren indelen. Men kan naar ouderdom, functie, juridische positie en maatschappelijke rol differentiëren. Er is oeradel, oude adel en nieuwe adel, Napoleontische adel die door deze keizer in de adelstand werd verheven, hoge en lage adel, hofadel en landadel.

Wanneer men voor de Franse Revolutie een heerlijkheid bezat of kocht, verwierf men ook de bijbehorende titel. Dit noemt men wel "grondadel". De Franse oud-president Valéry Giscard ontleende nog in de 20e eeuw zijn quasi adellijke naam "Giscard d'Estaing" aan zo'n grondbezit.

De standenmaatschappij waarin de geestelijkheid de eerste stand, de adel de tweede stand en de burgerij de derde stand was, heeft tot aan de Franse Revolutie bestaan, maar pogingen om deze standenindeling daarna te restaureren mislukten.

Om de tientallen families die in het Heilige Roomse Rijk een eigen staatje hadden bestuurd, schadeloos te stellen, en het reservoir van huwbare partners voor de kinderen uit regerende families groot genoeg te houden, werden de oude rijksgrafelijke families op het Congres van Wenen en in de jaren daarna "ebenbürtig" verklaard. Zij werden "standesherren" met bepaalde voorrechten, maar gezag oefenden deze hoge edelen niet meer uit.

De hoogste Europese adel, de na 1815 regerende families, de ebenbürtige families en de hertogelijke families zijn in de Almanach de Gotha opgenomen en zij vormen ook nu nog een hecht netwerk. De eis dat de telgen van deze families alleen binnen de eigen kring huwen, wordt steeds minder nageleefd. De adel gaat nu familieverbanden aan met de groten uit de industrie en de handel. Lieden die men spottend wel de "geldadel" noemt. Omdat in Oostenrijk en Duitsland geen adel meer bestaat, zijn de huwelijksregels die ooit in familiewetten werden vastgelegd, niet meer verbindend. Kadetten (jongere zoons en dochters) die een burger of iemand van lage adel willen huwen en hun naam (de titel is nu volgens Duits burgerlijk recht de naam) en het predicaat "Koninklijke Hoogheid" willen behouden, vinden de Duitse rechter aan hun kant. De oude regels kunnen er niet meer worden afgedwongen.

Alleen in de oude Europese Ridderlijke Orden worden de adellijke kwartieren nog streng geteld. Maar ook daar verloopt het tij. De Nederlandse Duitse Orde in de Protestantse Balije van Utrecht laat alleen edelen met 16 kwartieren "oude" adel toe, maar zij heeft de Hoge Raad van Adel gevraagd om een advies over nieuwe statuten. Ook de Maltezer Orde kent steeds meer burgers in haar rangen.

Stamboom en kwartieren
De huwelijkspolitiek van de adel was een efficiënt middel om het bloed "zuiver" te houden; ebenbürtigkeit was in sommige families verplicht. Het resultaat is een soort adellijk kweekprogramma van de zgn. "gens nés". Vb.: Elisabeth, Markiezin Pallavicini, née d'Udekem d'Acoz. Sommige mensen doen beroep op hun kwartieren, d.w.z.: X aantal generaties van zuivere adel, langs beide zijdes van de stamboom. Deze kwartieren zijn een bewijs van zuiver bloed en een lidkaart voor tal van ridderordes. Prins Amedeo van België kan een stamboom voorleggen met kwartieren van enkel de allerhoogste bloed- en grootadel. In zijn kwartieren zitten verschillende koningen, keizers, prinsen en aartshertogen. Hierdoor kan adel kruisen; hoge adel kan ook tegelijkertijd bloedadel en grondadel zijn. Zo ontstaan ingewikkelde familieverbanden.

Adellijke en vorstelijke titels in Europa
De titels worden in volgorde van minst tot meest belangrijk gerangschikt:
. Groot-Brittannië: Baronet (uitsluitend mannelijk), sir (als predicaat), Baron, Viscount (burggraaf), Earl (Engelse graaf), Marquess (markgraaf), Duke (hertog), Prince (prins), King (koning), (Emperor) (keizer). Het begrip Count wordt in het Engels vrijwel uitsluitend gebruikt als de titel graaf als deze betrekking heeft op een graaf van op het Europese continent. Voor uitleg van de Britse adel zie peerage.
Men kan ook adeldom verwerven wanneer men een Ridder-Companion in een ridderorde wordt. De Ridders- en Dames Companions mogen zich "Sir" of "Lady" noemen. Deze titels zijn niet overerfbaar. Er zijn ook - uitsluitendend mannelijke - Ridders die Knights Bachelor worden genoemd.

. Duitsland: ongetituleerde adel (von / junker), Edler, Ritter (ridder), Freiherr (eq. baron), Baron (baron), Burggraf (burggraaf), Graf (graaf), Fürst (vorst), Raugraf, Rheingraf (rijngraaf), Wildgraf (wildgraaf), Pfalzgraf (paltsgraaf), Markgraf (markgraaf), Landgraf (landgraaf), Kurfürst (keurvorst),Herzog (hertog), Prinz (prins), Großherzog (groothertog), König (koning), Kaiser (keizer).
Keurvorst is eerder een functie dan een adellijke graad en er waren dan ook keurvorsten die de titel van Koning of hertog voerde, Voor de volledigheid wordt de keurvorst hier genoemd.

. Oostenrijk-Hongarije: ongetituleerde adel (von / junker), Edler, Ritter, Freiherr, Graf, Fürst, Herzog, Prinz, Erzherzog, König, Kaiser
. Nederland: ongetituleerde adel jonkheer, (Erf)ridder, Baron, Burggraaf, Graaf, Markgraaf, Hertog, Prins, Koning.
. België: ongetituleerde adel (Jonkheer/Ecuyer), Ridder, Baron, Burggraaf, Graaf, Markies, Hertog, Prins, Koning.
. Frankrijk: ongetituleerde adel (Ecuyer/Sieur) (jonkheer), Chevalier (ridder), Sire (heer), Baron (baron, baron de l'empire), Vicomte (burggraaf), Comte (graaf, comte de l'empire), Marquis (markgraaf), Prince (prins), Duc (hertog),Roi (koning), Empereur (keizer).
. Italië: Nobile, Barone (baron), Visconte (burggraaf), Conte (graaf), Marchese (markgraaf), Duca (hertog), Principe (prins), Re (koning)

De Paus, bisschop van Rome en regerend vorst van de Kerkelijke Staat kan adeldom verlenen. Er bestaat een uitgebreide pontificale aristocratie met edelen in vele rangen. De broers en neven en al hun mannelijk nageslacht van de regerende paus zijn krachtens de bul "Urbem Roman" van Benedictus XIV Romeinse edelen. De kardinalen zijn "prinsen van de Kerk" en gelden allen diplomatiek als kroonprins.

In Vaticaanstad, wat het historische overblijfsel is van de Pauselijke Staten worden adeltitels verleend door de Paus, de zogenoemde pauselijke adel. De Paus, bisschop van Rome en regerend vorst van de kerkelijke rompstaat Vaticaanstad kan dan ook adeldom verlenen.

In Rome spreekt men van de "zwarte" adel. Toen het Koninkrijk Italië de Kerkelijke Staat in 1871 annexeerde koos een deel van de adel de zijde van de koning. Anderen, de "zwarten" bleven de paus trouw en bezochten het Koninklijk Paleis niet. De paus omringt zich nog steeds met adellijke kamerheren en ceremoniemeesters uit deze "zwarte adel".

N.B. De regerende vorst is volgens sommige, strikte, opvattingen niet van adel. Hij behoort immers niet tot enige stand zoals zijn onderdanen. Omdat een koning de bron van alle eerbewijzen is, kan hij zichzelf ook geen titels of onderscheidingen toekennen.

Over de rang van Franse prinsen en hertogen is men het nooit eens geworden. Een prins is volgens veel gezaghebbende schrijvers minder hoog aan te slaan dan een hertog. Koninklijke prinsen zijn hierop een uitzondering. Maar dat is eerder een kwestie van protocol dan van adelsrecht. Een uitgebreid overzicht van de hoge Europese adel is in de Almanach de Gotha te vinden. Adeldom is als maatschappelijk fenomeen erg complex. Ook al heeft de adel zijn oude voorrechten verloren, adeldom staat nog steeds in aanzien.

Heerlijkheden (met titels "heer van...", "vrijheer van...") zijn niet adellijk, ook al werden ze in het verleden door edelen gedragen. Zie: heerlijkheid. Het Britse Lord of the Manor (heer van de heerlijkheid) bevindt zich in het zogenaamde grijze gebied, waarvan men niet zeker weet of men het wel of niet tot de adel moet rekenen. Het Duitse en Oostenrijkse "herr auf..." behoort niet tot de adel, maar verwijst eveneens naar een heerlijkheid.

Adellijke en vorstelijke titels buiten Europa
De titels worden in volgorde van minst tot meest belangrijk gerangschikt:
. China: Enqiwei (ridder), Nan (baron), Zi (burggraaf), Bo (graaf), Hou (markies), Mingong (hertog), Guogong (aartshertog), Junwang (prins uit de tweede lijn), Qinwang (prins uit de eerste lijn), Wang (koning), Huangdi (keizer).
. Ethiopië: Balambaras (baronet), Gerezmach (baron), Kenyazmach (baron), Fitawrari (burggraaf), Dejazmach (graaf), Bitwoded (graaf), Ras (hertog), Leul (prins), Negus (koning), [Nəgusä nägäst]? (keizer).
. Japan: Danshaku (baron), Shishaku (burggraaf), Hakushaku (graaf), Koushaku (markies), Koushaku (prins of hertog), Tennou (keizer).
. Korea: Chusa (baronet), Chamise (baron), Pansoh (burggraaf), Poguk (graaf), Champan (markies), Kung (hertog), Gun (prins), Wang (koning), Je (keizer).
. India: Thakur (Hertog), Raj Kumar (Prins), Raja (Koning), Maharaja (Hoge Koning)

Trivia
De term "blauw bloed" komt uit het Spaans: sangre azul hadden diegenen die een blanke huid hadden en wier aderen dus goed te zien waren. Dat waren de dominante Castilianen, in tegenstelling tot de onderworpen Moren.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Adel.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 692.