kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Algerije

Algerije (Engels: Algeria), officieel de Democratische Volksrepubliek Algerije, is een land in Noord-Afrika. Het ligt tussen Marokko en Tunesië, en vormt samen met deze landen de Maghreb. Het ligt tussen Marokko en Tunesië, en vormt samen met deze landen de Maghreb.

In het zuiden grenst het van west naar oost aan de Westelijke Sahara, Mauritanië, Mali, Niger en Libië. De Middellandse Zee vormt de noordgrens. Algerije valt in twee belangrijke geografische gebieden uiteen: het noordelijke gebied en het veel grotere Sahara- of zuidelijke gebied. De meeste mensen wonen in de brede, bergachtige kuststrook. In Algerije zijn twee belangrijke gebergten: Atlasgebergte en Hoge Atlas.
Algerije heeft een Subtropisch klimaat aan de kust (milde, natte winters en hete droge zomers). Een steppeklimaat tot aan de Hoge Plateaus van de Sahara-Atlas. Een woestijnklimaat ten zuiden daarvan. De woestijn is het heetst in de maand mei; de temperaturen kunnen dan oplopen tot 55 ºC. Het klimaat is redelijk tot heel vochtig. In de zomer blaast de sirocco regelmatig over het land.

De hoofdstad en grootste stad van het land is Algiers (Frans: Alger, Arabisch: Jezairi, letterlijk: de eilanden). Het is gesitueerd aan de westkant van een baai aan de Middellandse Zee, waaraan het zijn naam heeft te danken. De stad is op de flanken van de Sahel gebouwd, een rij heuvels die parallel aan de kust ligt. Algiers heeft ongeveer drie miljoen inwoners.
De stad heeft een zeehaven en een belangrijke textiel- en leerindustrie. Het is daarnaast vooral een universiteitsstad. De stad bestaat uit twee delen: een modern deel, op een vlak gebied aan de zeekust gebouwd en de oude stad die tegen de steile heuvels is gelegen en onder andere uit de kasbah of citadel bestaat. Deze kasbah staat sinds 1992 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Bevolkingsgroepen: Berbers 20%, Arabieren 80%, Fransen
Het grootste deel van de bevolking is van Arabisch-Berberse oorsprong. Ongeveer 1% van de Algerijnse bevolking komt uit Europa. Voor de onafhankelijkheid (1962) van de voormalig Franse kolonie was echter nog 10% van de bevolking Europeaan.

De Berbers spraken Arabisch. Tegenwoordig is Arabisch nog steeds de belangrijkste taal. Ongeveer 35% van de bevolking spreekt ook nog een berbertaal, de taal van de Berbers, ook wel Tamazight genoemd. Deze oorspronkelijke inwoners leven meestal in de bergachtige gebieden in het noorden zoals Kabylië en de Aures en de Touareg in het zuiden van het land.
Er was veel spanning in Algerije, aangezien Arabisch de enige nationale taal werd in 1980. Dit beleid werd ongedaan gemaakt in 2002, toen de president het Tamazight (Berbers), ook als een nationale taal verklaarde. Het Frans wordt veel gesproken in Algerije.

Religie en godsdienstvrijheid
. In Algerije is de islam de staatsgodsdienst. Bijna alle Algerijnen zijn aanhangers van het soennisme. Tijdens de Algerijnse burgeroorlog was het land sterk verscheurd tussen de aanhangers van het FIS en de door Frankrijk gesteunde seculiere partijen.

. De katholieke gemeenschap is de belangrijkste religieuze minderheid. Ze heeft anno 2006 11.000 leden waarvan 110 priesters en 170 religieuzen. Tijdens de Franse bezetting van het land telde de katholieke gemeenschap meerdere honderdduizenden leden, maar deze kwamen sinds de onafhankelijkheid in de verdrukking. De ontvoering en moord van 7 trappisten van de gemeenschap van O.L. Vrouw van de Atlas in 1996 is hier een illustratie van. Algerije is tevens het land waar de Zalige Charles de Foucauld missioneerde in het begin van de 20e eeuw.

. In Algerije bestaat er geen godsdienstvrijheid. Het land heeft in september 2006 een nieuwe godsdienstwet ingevoerd. Deze wet verbiedt onder meer evangelisatie onder moslims. Zo staan er bijvoorbeeld gevangenisstraffen van 2 tot 5 jaar en geldboetes van 500.000 tot 1.000.000 dinars (5.000 tot 10.000 euro) op pogingen om een moslim te bekeren tot een andere godsdienst.

Geschiedenis
De geschiedenis van Algerije gaat terug tot de Oudheid. In de Oudheid werd Algerije, net als de rest van de Maghreb bevolkt door groepen Imazighen (Berbers). Vanaf de 9e eeuw v.Chr. vestigden Feniciërs zich in het gebied, vooral in de streek rondom Carthago.

Door de Punische Oorlogen veroverden de Romeinen Noord-Afrika en vestigden zij hun macht. Door de val van Carthago ontstonden vele Berberrijkjes. Nadat deze in 24 A.D. bij het Romeinse Rijk werden gevoegd maakte Algerije deel uit van de Romeinse provincie Africa.

In de tweede eeuw was een groot deel van Noord-Afrika christelijk geworden. De kerkvader Augustinus van Hippo was afkomstig uit Algerije.

De komst van de islam aan het begin van de achtste eeuw bracht grote veranderingen. Arabisch werd de nieuwe taal en de islam het nieuwe geloof, al bleven vele groepen lange tijd christelijk of het berbergeloof aan hangen. Eerst maakte Algerije deel uit van het Arabische Rijk onder de Omajjaden, maar vanaf 777 werd het min of meer onafhankelijk onder de dynastie van de Rustamiden. Later heersten de Fatimiden, de Almoraviden en de Almohaden.

In 1516 werd Algerije ingelijfd bij het expanderende Ottomaanse Rijk. In de Ottomaanse tijd werden de westgrens met Marokko en de oostgrens met Tunesië definitief bepaald. Algerije werd bestuurd door de Dey van Algiers, een door de Ottomaanse Sultan aangestelde gouverneur. In de loop der jaren groeide de status van de Deys uit tot die van autonome vorsten en verwaterde de band met het Ottomaanse Rijk steeds meer.

Het huidige Algerije is een voormalige kolonie van Frankrijk. In 1830 namen de Fransen Algiers in en dwongen de Dey het land te verlaten. Veel Fransen vestigden zich in het land om er een bestaan op te bouwen. Deze kolonisten, ook wel colons of pieds-noirs genoemd, eigenden zich onder meer grote stukken vruchtbare landbouwgrond toe en drukten een zwaar stempel op Algerije. De Fransen ontwikkelden een economie, waarbij de lokale bevolking achtergesteld werd.

In november 1954 verklaarde het Front de Libération Nationale (FLN) de oorlog aan de Franse machthebbers. Deze onafhankelijkheidsoorlog duurde tot maart 1962 en ging gepaard met veel bloedvergieten waarbij beide partijen zich schuldig maakten aan martelingen. Ten gevolge van de oorlog ontvluchtten de meeste Franse kolonisten het land, hun bezittingen achterlatend.

Tegen de wens van de Fransen in Algerije in, verklaarde president Charles de Gaulle op 3 juli 1962 dat Algerije onafhankelijk mocht worden. Op 25 september 1962 werd officieel de republiek uitgeroepen. Ahmed Ben Bella, de oprichter van het FLN, werd premier en een jaar later werd hij president.

Op 19 juni 1965 werd een staatsgreep gepleegd onder leiding van kolonel Houari Boumédienne en werd de democratie vervangen door een militaire dictatuur. Echter, na tien jaar geregeerd te hebben verklaarde Boumédienne dat er verkiezingen gehouden moesten worden. De nieuwe grondwet werd per referendum aangenomen in november 1976. Aangezien alleen FLN-leden mee mochten doen met de verkiezingen, werd Boumédienne eenvoudig tot president verkozen.

De verkiezingen van december 1991 werden gewonnen door het islamistische Front Islamique du Salut. De overwinning van het FIS kwam hard aan bij de gevestigde orde en bij Frankrijk, dat immers een seculiere staat is. Het leger pleegde een staatsgreep, waarna het FIS verboden werd en president Bendjedid, die hervormingen had toegezegd, werd afgezet. Zijn plaatsvervanger werd de onbuigzame Liamine Zéroual.

De Franse regering gaf haar steun aan het nieuwe bewind van Zéroual en in veel westerse media ging gejuich op omdat Algerije van het 'islamitische gevaar' gered was. Veel westerse media vonden dan ook dat ondanks de ondemocratische actie van het leger, Algerije voor de democratie gered was. De islamitische wereld reageerde geschokt op dit geval van dubbele moraal.

Verschillende aan deze partijen geallieerde groeperingen, zoals de Groupe Islamique Armé, grepen daarna naar de wapens waarmee een acht jaar durende guerrilla en terroristische oorlog tegen de staat begon. Vermoedelijk zijn tijdens de Algerijnse burgeroorlog rond de 100.000 personen om het leven gekomen.

Tussen 1991 en 1999 speelt er zich een bloedige burgeroorlog af tussen aanhangers van de Front Islamique du Salut (FIS) en de regeringstroepen. Amnesty International meldt in de periode van burgeroorlog een groot aantal verdwijningen, martelingen, en slachtoffers van slachtingen aangericht door zowel regeringstroepen als rebellengroepen, veelal FIS of gelieerd aan de FIS, zoals Groupe Islamique Armé (GIA). Daarnaast lijdt het land onder werkloosheid, watertekorten en woningnood.

In 1999 werd de huidige president Abdelaziz Bouteflika gekozen en hij verleende amnestie aan veel islamisten.

In 2003 werd het noorden door een zware aardbeving getroffen.

Politiek
Algerije wordt geregeerd conform de grondwet van 1976, die sindsdien talrijke herzieningen heeft ondergaan. De uitvoerende tak wordt geleid door de president, die algemeen voor een termijn van vijf jaar wordt gekozen. De eerste minister wordt benoemd door de president. Het tweekamerparlement bestaat uit de assemblage van 380 zetels en de 144 personen tellende zetelraad. Het rechtssysteem van Algerije is gebaseerd op Franse en islamitische wet.

Algerije is een republiek. Het parlement bestaat uit een nationale verzameling van 389 leden die voor 5 jaar worden gekozen, en een raad van de natie met 96 indirect gekozen en 48 door de president benoemde leden; elke 3 jaar wordt de helft van de leden gekozen. De president wordt elke 5 jaar rechtstreeks gekozen.

Economie
Ongeveer een kwart van de arbeiders in Algerije is actief in de landbouw, maar de landbouw draagt minder bij tot het BBP van het land dan de mijnbouw en productie. De staat speelt een belangrijke rol in de planning van de economie en bezit vele belangrijke industriële instellingen, waaronder de mijnbouw en de financiële sectoren. In de late jaren '90 vonden er wat privatiseringen plaats en kwam er meer openheid ten opzichte van buitenlandse investeringen.

De landbouw is geconcentreerd in de vruchtbare valleien en de bassins van het noorden en in de oasen van de Sahara. De belangrijkste gewassen zijn tarwe, gerst, haver, citrusvruchten, wijndruiven, olijven, tabak en vijgen. Algerije is ook een belangrijke producent van kurk. Er worden grote aantallen schapen, gevogelte, geiten en vee gefokt en er is een kleine visindustrie.

Aardolie en aardgas, die hoofdzakelijk in het oosten van de Sahara worden gevonden, zijn de belangrijkste natuurlijke rijkdommen van Algerije en zijn belangrijke uitvoerproducten. De productie was verminderd in de jaren '80 als gevolg van de uitputting van middelen, maar nam opnieuw toe in de late jaren '90.

Er zijn oliepijpleidingen in de zeehavens van Arzew in Algerije en Sukhayrah in Tunesië. In 1993 werd een aardgasleiding gelegd tussen Hassi r'Mel en Sevilla, Spanje.

Andere mineralen die in significante hoeveelheden worden gewonnen zijn ijzererts, lood, fosfaten, uranium, zink, zout en steenkool.

De belangrijkste vervaardigde producten van het land zijn verwerkt voedsel (in het bijzonder olijfolie), drank (vooral wijn), tabaksproducten, bouwmaterialen, chemische producten, metalen, textiel en kleding. Er is een beperkt spoor- en wegennetwerk, hoofdzakelijk het noordelijke gebied.

De laatste jaren zijn de jaarlijkse inkomens van de uitvoer van Algerije iets hoger dan de kosten van zijn invoer geweest. De belangrijkste invoerproducten waren voedsel en dranken, machines, ijzer en staal en vervoerapparatuur.

De belangrijkste handelspartners van Algerije zijn Frankrijk, Italië, de Verenigde Staten, Duitsland en Spanje. Het land heeft een zeer hoog werkloosheidscijfer. Meer dan een miljoen Algerijnen zijn sinds de onafhankelijkheid naar Frankrijk geëmigreerd; hun overschrijvingen vormen een belangrijk supplement voor de economie. Algerije is een lid van de Arabische Liga.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Algerije
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.