kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-12-2015 voor het laatst bewerkt.

altaar

Altaar

Een altaar is een zware tafel of verhoogde plaats in de kerk waarop tijdens de eucharistieviering brood en wijn worden geplaatst.

Offer
Het Latijnse altare stamt volgens Van Dale af van altus (‘hoog’) en ara ‘offerplaats’. Waarschijnlijk is er ook een verwantschap met adolere, wat ‘doen geuren’, en ‘een offer verbranden’ betekent. In algemene zin is een altaar de plaats waar offers worden gebracht.

‘Tafel des Heren’
In het delen van brood en wijn gedenken de gelovigen dat Christus door zijn dood een offer voor de mensheid heeft gebracht. Vandaar dat de tafel waarop brood en wijn geplaatst worden, de zogenaamde ‘Tafel des Heren’, als altare ofwel offerplaats wordt gezien.

Hoogaltaar
Ieder Kerkgebouw bevat heeft tenminste één centraal altaar, het zogenaamde hoogaltaar. Het hoogaltaar is met de lengteas van de kerk gericht naar het oosten, de plaats waar de zon opkomt.

Zijaltaren
Een kerk bevat naast het centraal geplaatste hoogaltaar soms ook nog altaren aan de zijkanten van het gebouw. Zijaltaren kwamen in de Middeleeuwen in zwang. Ze werden vaak gebouwd door Gilden of rijke leken: zij wensten eigen missen, opgedragen aan een eigen altaar. Tot in de vorige eeuw waren zijaltaren in de kerken noodzakelijk. In grote stadskerken en kloosterkerken kwam het voor dat meerdere priesters tegelijk hun mis opdroegen, ieder aan een eigen altaar. Nog steeds vinden bijvoorbeeld in de Sint-Pieterskerk te Rome meerdere missen tegelijkertijd plaats. In gewone parochiekerken wordt tegenwoordig nog maar zelden een mis aan een zijaltaar opgedragen. Zijaltaren zijn nu vooral in gebruik als plaatsen van devotie. Ze zijn daartoe dan voorzien van bijvoorbeeld een Maria- of een heiligenbeeld.

Altaarstuk / Retable (Lat.: retrotabulum; ook: tabula, ancona, retroaltare)
Een kunstwerk uit een of meerdere delen met voorstellingen uit de Bijbel dat geplaatst is op of boven een altaar in een kapel of een kerk. Een altaarstuk kan bestaan uit een schilderij, een beeldhouwwerk of een combinatie van beiden. Retables bestaan alleen in de katholieke traditie. De meeste retabels dateren van voor de hervormingen. De voorstellingen op het retabel verwijzen dikwijls naar een heilige aan wie het altaar is gewijd. Soms zijn in het altaarretabel reliekschrijnen verwerkt. Neogotische retabels hebben in het midden vaak een tabernakel.

In Vlaanderen waren retabels zeer populair, de meeste kerken hadden een dergelijk retabel. Velen hebben echter de beeldenstorm niet overleefd of zijn geroofd. De Sint-Leonarduskerk in Zoutleeuw maakt daarop een uitzondering. In deze kerk bevinden zich nog zeven laatgotische retabels. Enkele andere retabels die bewaard bleven vind je in een wereldberoemde collectie in het Museum voor kunst en geschiedenis in het Brusselse Jubelpark. Onderdelen of beeldengroepen van retabels worden nu verhandeld op markten. In Spanje zijn er nog retabels volledig bewaard. Antwerpen voerde beelden en retabels uit tot zelfs in de Canarische eilanden. In de neogotiek herleefde de interesse in retabels en werden neo-gotische retabels gemaakt.

Tabernakel
In de Rooms-Katholieke Kerk is een tabernakel (ook wel sacramentshuis genoemd) een rijk versierde brandwerende kluis op het hoogaltaar of zijaltaar, soms binnenin bekleed met zijde en van buiten omhangen met gordijnen in liturgische kleur, waarin het Heilig Sacrament (de geconsacreerde hosties) bewaard wordt in een ciborie. De ciborie, bedekt met het ciborievelum, geeft aan dat het Lichaam van Christus erin aanwezig is.

De ciborie is in de katholieke liturgie de kelk waarin de geconsacreerde Hosties worden bewaard. In tegenstelling tot de miskelk heeft de ciborie een deksel, waarop doorgaans een rechtopstaand kruisje is bevestigd. Als de ciborie het Allerheiligste bevat hangt men er een ciborievelum overheen en bewaart men haar in het tabernakel. De binnenkant van de kelk ("cuppa") is bijna altijd verguld. Voor het Tweede Vaticaans Concilie was dit verplicht, tegenwoordig gewoon gebruikelijk.

Het Ciborievelum is in de rooms-Katholieke liturgie een ronde doek die over de ciborie hangt als daar geconsacreerde Hosties in zitten. Het is een teken van eerbied en bovendien een middel om cibories met het Allerheiligste te onderscheiden van cibories met ongeconsacreerde hosties. In het midden van het ciborievelum zit een gat, omdat op de deksels van de meeste cibories een rechtopstaand kruisje staat. Ook op het velum zelf is dikwijls een kruisje geborduurd, dat aan de voorkant hoort te hangen als de ciborie in het tabernakel wordt geplaatst.

Het tabernakel moet binnenin wit zijn. Aan conopeum en godslamp kan men zien dat het tabernakel bewoond is.

Een conopeum is een weefsel dat in de oudheid in het oosten boven de rustbedden werd gehangen. In de liturgie is het ofwel een mooie doek die over het tabernakel wordt gehangen als het Heilig Sacrament er in bewaard wordt (in Nederland meestal tabernakelvelum genoemd.) Soms wordt ook het altaarciborie conopeum genoemd. Ffwel het zijden omhulsel van de ciborie, in Nederland meestal ciborievelum genoemd. In een basiliek is het conopeum een half dichtgeslagen zonnescherm (of paraplu) dat in processies wordt meegedragen achter het tintinnabulum. Het conopeum bestaat uit rode en gele stroken van zijde (de oude pauselijke kleuren). Aan de onderkant staan wapens die verwijzen naar de paus, de kardinaal, de abt, de gemeente, de abdij, enz. Aan conopeum en tintinnabulum kan men herkennen of een kerk de eretitel van 'basilica minor' (basiliek) heeft gekregen. Ze staan aan weerskanten van het hoofdaltaar.

De godslamp is in katholieke kerken een olielampje in de buurt van het tabernakel dat blijft branden zolang het Heilig Sacrament in het tabernakel aanwezig is. De godslamp getuigt van Christus' Werkelijke Tegenwoordigheid. Vroeger was de godslamp altijd een hanglamp met drie kettingen. Dit is nog steeds het meest voorkomende model. Tegenwoordig zijn er echter ook godslampen die met een arm aan de muur bevestigd zijn. Soms zet men zelfs gewoon een rood glas met een olieampul op of vóór het betreffende tabernakel. Meestal hebben godslampen een rood glas. Goede Vrijdag is de dag waarop het tabernakel leeg behoort te zijn. De deurtjes staan open en de godslamp is gedoofd; het Heilig Sacrament is immers niet aanwezig. In sommige kerken wordt tijdens de viering op deze dag de Heilige Communie uitgereikt. Daarvoor worden de Heilige Hosties uit de sacristie gehaald, waarbij een misdienaar een brandende kaars draagt als godslamp.

Het tabernakel is binnen de Rooms-katholieke eredienst traditioneel gezien het centrum en neemt in de kerkbouw van de Katholieke Kerk de centrale positie in als de woonplaats van de waarachtig - onder de gedaante van brood - tegenwoordige Jezus Christus.
Een torenvormig tabernakel heet ook wel sacramentstoren.

De term tabernakel zoals gehanteerd in de Rooms-Katholieke Kerk is afkomstig van de tabernakel zoals deze in de Bijbel werd gebruikt.

De/het tabernakel (van het Latijns: tabernaculum - 'tent' of 'hut') is in de Hebreeuwse Bijbel de tent van de samenkomst die de Israëlieten gebruikten voor de eredienst aan JHWH tijdens de woestijnreis zoals beschreven in Exodus en de 300 jaar erna in het land Kanaän.
Het 'model' van de tabernakel werd volgens het Bijbelverhaal door JHWH zelf aan Mozes getoond op de berg Horeb. Mozes moest alles wat hij zag precies opschrijven en bekendmaken aan de Israëlieten, en dezen moesten vervolgens nauwkeurig aan de hand van deze beschrijving de tabernakel vervaardigen en opbouwen. Het bestond uit een verplaatsbare omheining, waarachter het brandofferaltaar stond en een centrale tent. Hierin was een kubusvormige ruimte, het Heilige der Heiligen waar de Ark van het Verbond stond. Het brandofferaltaar was voor de dagelijkse offerdienst en was vrij toegankelijk. Het Heilige der Heiligen mocht maar eenmaal per jaar en alleen door de hogepriester betreden worden, wanneer deze het zoenoffer bracht voor het gehele volk. Omstreeks het jaar 1000 v.Chr. nam de Tempel in Jeruzalem deze centrale functie over en werd de Ark hierin geplaatst. Waarschijnlijk werd de inmiddels eeuwenoude tabernakel hierin ook opgeborgen en zorgvuldig bewaard.

Zie voor het volledige artikel: predella is de optrede waarop een altaar rust, en waarop de priester knielt. Deze term wordt eveneens gebruikt voor het voetstuk van een retabel.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Tabernakel.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1281.