kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-12-2015 voor het laatst bewerkt.

Amsterdam

Amsterdam is de grootste stad en (titulaire) hoofdstad van Nederland. Amsterdam is echter geen residentie, aangezien de Staten Generaal en de regering in Den Haag gevestigd zijn.

Amsterdam betekent Dam in de Amstel. Vroeger heette Amsterdam Amstelredam daarna Amsteldam en nog later Amsterdam.

Men spreekt in het Amsterdams ook wel van Mokum (afgeleid van het Hebreeuwse woord voor 'stad', "makom").

Het is één van de steden in de Randstad. De stad ligt in de provincie Noord-Holland, aan de monding van de Amstel en aan het IJ. De Amsterdamse haven is via het Noordzeekanaal verbonden met de Noordzee.

Op 1 januari 2007 telde de stad Amsterdam 742.880 inwoners. De stad is onderverdeeld in verschillende stadsdelen die weer zijn onderverdeeld in buurten en wijken.

De grootstedelijke agglomeratie telt zo'n 1, miljoen inwoners. Daarbij is het de grootste agglomeratie in Nederland qua inwoneraantal. De gehele stedelijke regio heeft naar schatting ruim 2 miljoen inwoners. Tot deze regio kan gerekend worden het gebied tussen Alkmaar, Zaanstad, Purmerend, Almere, Diemen, Abcoude, Amstelveen, Hoofddorp, Haarlem en IJmuiden.

Amsterdam staat, in 2007, op de ranglijst van duurste steden ter wereld op de 25e plek volgens de jaarlijkse Cost of Living Survey uitgevoerd door Mercer Human Resource Consulting. Vergeleken met een 41ste plek een jaar eerder.

De multiculturaliteit van Amsterdam kan worden onderstreept met het feit dat in Amsterdam op 1 januari 2007 er 175 verschillende nationaliteiten in de stad woonden.

Geschiedenis
In de 13e eeuw werd de dam aangelegd waar Amsterdam zijn naam aan ontleent. Het stukje rivier buitengaats, het Damrak, was het begin van de Amsterdamse haven. Begin 20e eeuw zijn er restanten van die dam aangetroffen op de plek tussen het Nationaal Monument en het gebouw van De Bijenkorf ertegenover.

De oudste vermelding van Amsterdam is in een document van 27 oktober 1275, waarin graaf Floris V de bewoners tolvrijheid verleent. Over de precieze datum waarop Amsterdam stadsrechten verkreeg is onzekerheid, maar een van de mogelijkheden is dat de Utrechtse bisschop Guy van Avesnes de plaats in 1306 stadsrechten heeft verleend. Eigenlijk kan niet meer gezegd worden dan dat het tijdstip kort na 1300 ligt.

Spoedig daarna komt de tol op bier. De contacten rond de bierhandel met Hamburg waren de springplank voor de handel met het Oostzeegebied, het begin van Amsterdam als handelsstad en in de 15e eeuw was Amsterdam gegroeid tot de belangrijkste handelsstad van Holland. Doordat Amsterdam in moerasgebied lag, werden bij uitbreiding van de stad steeds grachten gegraven om voor voldoende afwatering te zorgen, en werden de huizen op een fundering van houten palen gebouwd.

De stad kreeg al snel een traditie van burgerlijk bestuur, met een belangrijke rol voor de vroedschap: een college van vooraanstaande burgers die de meeste bestuurders benoemden.

Het stadsbestuur liep niet voorop bij de opstand tegen Spanje maar sloot zich uiteindelijk in 1578 aan (Alteratie), vooral vanwege handelsbelangen. Na de inname van Antwerpen door de Spanjaarden in 1585 kwamen veel Antwerpenaren, met hun handelsnetwerk, naar Amsterdam. Hun komst en die van Portugese joden speelde een grote rol in wat de Gouden Eeuw van Amsterdam en Holland werd.

De bevolking van Amsterdam nam in die periode snel toe. Omstreeks 1570 telde Amsterdam minder dan 30.000 inwoners, maar in 1622 was dit getal gegroeid tot ruim 100.000. Tegen het einde van de 17e eeuw zou de bevolking zelfs de 200.000 overschrijden. Alleen Londen, Napels en Parijs hadden in die tijd een vergelijkbaar aantal inwoners. Deze bevolkingsgroei maakte een grootschalige uitbreiding van de stad noodzakelijk, waaraan de fraaie, concentrische grachtengordel met zijn koopmanshuizen en pakhuizen te danken is.

De grachtengordel 1613-1662
De Amsterdamse grachtengordel is op luchtfoto’s en kaarten onmiddellijk te herkennen dankzij de karakteristieke halfronde vorm van Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht in het centrum van de stad. De grachtengordel is een goed voorbeeld van een Hollandse stadsuitbreiding in de zeventiende eeuw. Door de vloedgolf van nieuwkomers werden de stadsbestuurders en stedelingen in het welvarende westen van de Republiek vanaf het einde van de zestiende eeuw geconfronteerd met overvolle steden, woningnood en ruimtegebrek. Een vergroting van de stedelijke ruimte was onvermijdelijk. Maar hoe moest zo’n stadsuitbreiding worden verwezenlijkt en wat moest voorop staan: nuttigheidsoverwegingen of esthetische uitgangspunten zoals die waren geformuleerd in de populaire traktaten over de ideale stad?

In Amsterdam was aan het einde van de zestiende eeuw een voorzichtig begin gemaakt met de vergroting van de stedelijke ruimte. De grote uitbreiding volgde pas vanaf 1613 toen de drie genoemde grachten tot aan de huidige Leidsegracht werden gegraven, een nieuw westelijk havengebied werd gerealiseerd door de aanleg van drie rechthoekige eilanden en ten westen van de grachten een nieuwe buurt werd ontwikkeld, de Jordaan. Dat gebeurde allemaal volgens een totaalplan, waarbij verschillende partijen betrokken waren: het stadsbestuur, de stadhouder, de Staten van Holland en de stadstimmerman Hendrick Jacobszoon Staets. Het betrof dan ook een groots project. Er moest grond worden onteigend, nieuwe verdedigingswerken worden aangelegd en geld worden vrijgemaakt om de onderneming te financieren.
In het plan waren nut en schoonheid gecombineerd. Waar mogelijk werd gebruik gemaakt van strakke geometrische vormen, waardoor de stadsuitbreiding opvalt door een consequente rechtlijnigheid. Daarnaast was er gestreefd naar een geografische scheiding van de verschillende stedelijke functies. De nieuwe Westelijke Eilanden boden vooral plaats aan werven en scheepvaartbedrijven, terwijl in de Jordaan ruimte was voor woningen en kleine bedrijven. De grachten hadden een exclusief residentiële functie. Er verrezen tal van ‘stadspaleisjes’ van rijke kooplieden, bankiers, stadsbestuurders en andere kapitaalkrachtige Amsterdammers.

In de jaren tussen 1656 en 1662 werden de grachten doorgetrokken, tot over de Amstel, waardoor het Amsterdamse centrum zijn huidige vorm kreeg. In de inrichting werd de lijn van de eerste fase voortgezet: nieuwe, nog mooiere en grotere grachtenpanden sierden dit nieuwe gedeelte. De Gouden Bocht van de Herengracht kan daardoor tot op de dag van vandaag gelden als een symbool van de rijkdom van de Gouden Eeuw.

Die Gouden Eeuw liep ten tijde van de laatste uitbreiding overigens al ten einde. De uitleg van 1662 bleek dan ook te optimistisch. Ten oosten van de Amstel bleef de nieuw gewonnen stedelijke ruimte tot ver in de negentiende eeuw opvallend leeg.

Tegenwoordig geldt de grachtengordel als een herkenbaar voorbeeld van typische Hollandse stedelijkheid. De kleinschaligheid, het water in de stad, de talloze fietsen, de levendige binnenstad, ziedaar de kenmerken van een echte Hollandse stad.

Omstreeks 1683 kwam een einde aan de bouwactiviteit. Aan de oostkant van de Amstel was zoveel grond beschikbaar dat de kavels werden uitgegeven aan liefdadigheidsinstellingen en de Plantage bestemd werd als wandelpark. Vanaf halverwege de 18e eeuw daalde het inwoneraantal weer om circa 1815 een dieptepunt te bereiken met circa 140.000 inwoners.

In de 19e eeuw was er een langzaam herstel na de periode van neergang daarvoor. In 1825 kwam met het nieuw-gegraven Noord-Hollandsch Kanaal de nieuwe verbinding met Den Helder tot stand. De eerste trein vertrok in 1839 vanuit Amsterdam naar Haarlem. Pas omstreeks 1850 begon Amsterdam zich uit te breiden buiten de 17e-eeuwse Singelgracht. Sinds 1876 is het Noordzeekanaal de rechtstreekse verbinding tussen de Amsterdamse haven en de sluizen bij IJmuiden die toegang geven tot de Noordzee. Toen brak de industriële revolutie door en begon een nieuwe periode van expansie. Vernieuwing van de handel, nieuwe industrie en een bevolkingsexplosie die opgevangen werd in de 19e-eeuwse-gordel. De bevolking verdubbelde van circa 250.000 omstreeks 1850 tot 510.000 in 1900.

De sociale misstanden waar de industriële revolutie mee gepaard ging maakten Amsterdam tot een centrum van de Nederlandse sociaaldemocratie en leidden tot grootschalige stadsuitbreidingen (Plan Zuid en AUP).

Amsterdam kende vóór de Tweede Wereldoorlog een omvangrijke joodse gemeenschap, het merendeel (75.000 Amsterdamse joden) overleefden de bezettingstijd niet.

Aan het einde van de 20e eeuw kreeg dat een nieuwe impuls met bouwen aan 'de compacte stad' en kwam Amsterdam in een nieuwe periode van bloei: centrum van tolerantie en emancipatie, van nieuwe media en kenniseconomie, van diversiteit (cultureel, economisch, etnisch).

Het wapen van Amsterdam bestaat uit drie Andreaskruisen, die verticaal onder elkaar staan. Ditzelfde vindt men terug op de Amsterdamse vlag, maar dan liggend. De betekenis van de kruisen is onbekend, maar historici gaan ervan uit dat het staat voor de drie plagen die Amsterdam getroffen hebben, namelijk het water, het vuur en de pest. Ook wordt het wapen van de familie Persijn (heer Jan Persijn is genoemd als stichter van "die plaatse" de huidige Dam) aangevoerd als inspiratie voor de drie Andreaskruisen. Na de Tweede Wereldoorlog werd, als hulde aan het verzet van Amsterdammers, het devies 'Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig' aan het wapen toegevoegd, met koninklijke toestemming van toenmalig koningin Wilhelmina in 1946.

Multicultureel Amsterdam
Amsterdam kent van oudsher een gemengde bevolking, in het verleden zijn er vanuit vele landen mensen naar de Nederlandse hoofdstad getrokken: Fransen (Hugenoten), (protestantse) Vlamingen en Brabanders en Joden. Zij zochten de tolerantie van de stad, Amsterdam kende al vroeg de vrijheid van godsdienst. Ook kwamen er veel mensen af op de werkgelegenheid die Amsterdam te bieden had: Friezen, Duitsers en Scandinaviërs.

In 1911 toen China een republiek werd, emigreerden veel Chinezen naar het buitenland, waaronder ook Nederland. Veel Chinese scheepslui verbleven in het Amsterdamse Chinatown. Dit Chinatown wordt tot nu toe nog steeds bevolkt door veel Chinezen. De (achter)kleinkinderen van deze eerste Chinese scheepslui zijn van gemengde afkomst en veelal buiten de Chinatown wonend. Tijdens de WO II werkten de meeste Chinese migranten in Chinese restaurants in het Amsterdam Chinatown.

Vanaf 1960 komen de gastarbeiders naar Nederland, ook veel van hen komen in Amsterdam terecht. Rond de onafhankelijkheid van Suriname (1975) komen er veel Surinamers in Amsterdam wonen, zij vestigen zich vooral in de Bijlmermeer. Vanaf de jaren '80 verandert de stad snel, niet alleen demografisch (kleinere huishoudens, minder gezinnen) maar ook etnisch. Amsterdam is een multiculturele stad geworden door de instroom van veel nieuwe Amsterdammers met een andere etnische achtergrond. Autochtone Amsterdammers trokken naar buursteden als Almere.

Anno 2005 is ruim 30% van de Amsterdamse bevolking 'niet-westers allochtoon' (tegenover ruim 9% landelijk). Van de kinderen beneden de 18 jaar heeft meer dan de helft geen autochtone ouders. Er is sprake van segregatie: welvarendere mensen wonen vooral in de Grachtengordel, Zuid (Oud-Zuid, Rivierenbuurt, Buitenveldert), de opgeknapte delen van de Jordaan, Oostelijk Havengebied en het nieuwe IJburg. Minder vermogende mensen vinden we onder andere in Bos en Lommer, Oud-West, de Staatsliedenbuurt, de Baarsjes, Overtoomse Veld, de Indische buurt, de Bijlmer en Amsterdam-Noord. Kijkend naar het verleden was er in Amsterdam altijd al sprake van segregatie tussen arm en rijk (Centrum versus Jordaan bijvoorbeeld), maar daar is vanaf de jaren '80 van de 20e eeuw een etnische dimensie bijgekomen.

Amsterdam is de stad die de meeste nationaliteiten ter wereld telt. In 2007 wonen er in Amsterdam 179 verschillende nationaliteiten. De stad wordt gevolgd door Antwerpen, 164 nationaliteiten en New York, met 150 nationaliteiten.

Minder dan de helft (44 procent) van de inwoners van Amsterdam is in de hoofdstad geboren, zo blijkt uit cijfers over 2006 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de binnenstad is een derde Amsterdammer van geboorte. Volgens het CBS zijn de meeste originele Amsterdammers te vinden in de tuindorpen Oostzaan, Nieuwendam en Buiksloot. De laatstgenoemde buurt kan wat dat betreft als het meest Amsterdams worden gezien: Van 80 procent van de bewoners stond de wieg in Mokum.

Klimaat
Amsterdam ligt in een gebied met een gematigd zeeklimaat, waarbij de weerpatronen sterk worden beïnvloed door de nabijheid van de Noordzee in het westen en de daarmee gepaard gaande noordwesterwinden en stormen. De wintertemperaturen zijn er mild; gemiddeld boven nul, al is vorst niet ongewoon tijdens vlagen van oostelijke of noordoostelijke wind vanuit het Europese binnenland, zoals uit Scandinavië, Rusland en zelfs Siberië. De zomers zijn er warm, maar zelden heet. Er worden regelmatig dagen met grote neerslag waargenomen, maar de jaarlijkse neerslag komt jaarlijks niet boven de 800 mm uit. De meeste neerslag valt als aanhoudende motregen of lichte regen. Tijdens de sporadische westelijke stormen kan echter in een keer een grote hoeveelheid neerslag worden aangevoerd, waarop de pompen rond de stad moeten worden ingezet om het water over te hevelen naar hogere gronden en de zee. De aanwezigheid van veel waterbekkens zorgt ervoor dat bewolkte en vochtig dagen veel voorkomen, met name in de koelere maanden van oktober tot maart.

Bestuur, gemeente en politiek
De Gemeente Amsterdam is verdeeld in veertien stadsdelen (lijstje), die als gemeenten georganiseerd zijn en ook in belangrijke mate autonome gemeenten zijn. In afwijking van het gemeentelijk model hebben de stadsdelen een (door de Raad) gekozen 'burgemeester'. Het havengebied Westpoort wordt centraal door de gemeente bestuurd. Amsterdam maakt deel uit van de plusregio Stadsregio Amsterdam.

Amsterdam is een 'linkse' stad, al sinds liberalen als Willem Treub in het bestuur zaten. En al zo'n honderd jaar speelt de sociaaldemocratie een belangrijke rol in het gemeentebestuur met grote namen als Wibaut, De Miranda en Schaefer. Er zijn ook altijd heel wat kiezers links van de SDAP en PvdA geweest, meestal verdeeld over meerdere partijen. En het anarchistisch sentiment (Domela rond 1900, Provo in de jaren 1960) is ook altijd sterk geweest.

Amsterdam heeft een traditie van tolerantie. Dat is al zo sinds de regenten in de 17e en 18e eeuw de dominees van de Hervormde Kerk in toom hielden en katholieken, joden, afwijkende protestanten en vrijdenkers een voor die tijd ongekende ruimte lieten, met een bijbehorende vrijheid van drukpers. Golven van immigranten, van toen tot nu, hebben dat herkend en bijgedragen aan de economische en culturele bloei van de stad.

Amsterdam Handelsstad
Het algemene beeld dat van Amsterdam geldt is dat van een handelsstad. Al in de Gouden Eeuw ging dat niet zonder industrie (scheepsbouw, bierbrouwerij, touwslagerij, houtzagerij), zakelijke diensten (beurs, verzekeringen, bankwezen), communicatie (uitgeverijen, drukkerijen), wetenschap (Atheneum Illustre, kennisinstituten) en gelegenheidsdiensten (kroegen, theaters en restaurants).

Het is vooral die economische diversiteit die al eeuwenlang de economische kracht van Amsterdam vormt. De ontvankelijkheid voor nieuwigheden (economisch en cultureel klimaat) heeft er voor gezorgd dat Amsterdam de boot van de nieuwe technologie niet heeft gemist en inmiddels een van de wereldhoofdsteden van de ICT-economie is (een op de zeven arbeidsplaatsen zit nu in die sector). Heel passend in de Amsterdamse context gaat dat overigens meer over 'toepassing' dan over 'techniek'.

De hedendaagse creatieve klasse speelt een belangrijke rol in de voortdurende vernieuwing van de Amsterdamse economie. Zij zou dat echter niet kunnen zonder steun van gelegenheidsdiensten en omringende traditionele dienstverlening.

Amsterdam geldt in 2007 als de op vijf na belangrijkste zakenstad van Europa, na Londen, Parijs, Frankfurt, Barcelona en Brussel (Bron: Cushman and Wakefield). De laatste jaren wordt de concurrentie van vooral Zuid-Europese steden echter steeds groter.

De economische activiteiten in Amsterdam concentreren zich in het stadscentrum, waar ruim 80.000 mensen een baan hebben. Vooral veel advocatenkantoren en banken hebben een vestiging aan 'een chique gracht' of in Amsterdam-Zuid. De laatste jaren worden gekenmerkt door een verschuiving van bedrijven naar perifere locaties als de omgeving van station Sloterdijk, de omgeving van de Amsterdam ArenA, nabij het Amstelstation en in de Zuidas. Deze gebieden worden gekenmerkt door hoogbouw. De Zuidas moet uitgroeien tot het tweede centrum van de stad en het nieuwe zakelijk gezicht van Nederland.

Winkelen
Veel mensen komen naar Amsterdam om te winkelen, vooral in Amsterdam-Centrum met de bekende Kalverstraat, Nieuwendijk, Leidsestraat, Magna Plaza en de Negen Straatjes. Verder zijn er verspreid over de stad diverse winkelcentra.

Het 'dagje Kalverstraat' is een populair uitje voor mensen van buiten Amsterdam. Vooral op de wekelijkse koopzondag in de binnenstad is de toestroom erg groot. Wekelijks passeren meer dan 750.000 mensen de Kalverstraat. Hierdoor is het de drukste straat van Nederland. De straat wordt gekenmerkt door de populaire winkelketens. De hoge huurprijzen zorgen ervoor dat de stad in 2004 op de 13e plaats van duurste winkelstraten ter wereld staat. (Bron: Cushman & Wakefield, Healey & Baker). Dit komt tevens tot uiting in het spel Monopoly waarin voor de Kalverstraat het meest betaald dient te worden.

In Oud-Zuid bevindt zich de P.C. Hooftstraat, bekend als een van de duurste winkelstraten van Nederland om te winkelen. Er zijn tientallen wereldmerken te vinden in de dure boutiques als Louis Vuitton, Cartier, Chanel en Gucci. De laatste jaren is er een aantal grote namen bijgekomen. Er bestaat nog steeds interesse vanuit andere buitenlandse luxemerken om naar Amsterdam te komen, maar velen van hen willen per sé in deze betrekkelijk korte straat waardoor een 'wachtlijst' is ontstaan, en Amsterdam het nog even zonder moet stellen. Wel valt waar te nemen dat de ontwikkeling van de omgeving van de P.C. Hooftstraat in de lift zit.

Markten
Er zijn ook veel weekmarkten (33) in Amsterdam. De bekendste dagmarkten zijn:
de Albert Cuypmarkt
de Waterloopleinmarkt
de Noordermarkt
de Dappermarkt
de Bloemenmarkt aan het Singel.
Op Koninginnedag vindt de bekende vrijmarkt plaats.

Toerisme
Het toerisme in Amsterdam is belangrijk voor de stad; elk jaar wordt het door zo'n 4,5 miljoen mensen van over de hele wereld bezocht. Hiermee is het de op vier na meest bezochte stad van Europa. Ook komen er jaarlijks een kleine 16 miljoen dagjesmensen naar Amsterdam. De stad is weer terug van weggeweest waar het gaat om de populariteit onder Nederlandse jongeren. Onder hen zijn vooral de vele winkels, de horeca en de culturele instellingen een reden voor een bezoek.

Enkele van de belangrijkste toeristische trekpleisters van Nederland zijn in Amsterdam te vinden. Zo was in 2006 een tocht per rondvaartboot door de Amsterdamse grachtengordel met 3,1 miljoen bezoekers de meest bezochte attractie van Nederland (de Efteling was de tweede met 3, miljoen), het Van Gogh Museum is met 1,7 miljoen derde op deze lijst. Ook het Rijksmuseum en het Anne Frankhuis behoren tot de drukstbezochte attracties. Onder de toeristen zijn voorts de vele andere musea, de coffeeshops, de restaurants en de raamprostitutie op de Wallen ('Red Light District') populair.

De gemeente streeft er naar een grotere groep cultuurtoeristen en (moderne) architectuurliefhebbers aan te trekken. De 'Wallen-gerelateerde' attracties dienen hiertoe zoveel mogelijk geconcentreerd te worden. Zo werd onlangs een populair stripcafé aan het Damrak onder druk van de gemeente gesloten en zijn bijna alle grotere seksshops buiten het Wallengebied verplaatst.

De grote toevloed van toeristen en dagjesmensen hebben Amsterdam tot openluchtpretpark (het zogenaamde Donutcity) gemaakt. Dit wordt door bestuurders niet als het best wenselijk beschouwd en heeft meermalen tot actieplannen geleid. Zo zouden toeristen naar andere locaties in de stad moeten worden gelokt, zoals De Pijp (bijgenaamd het Quartier Latin van Amsterdam), het Centrumgebied Zuidoost en op de lange termijn naar de Zuidas. Tegenwoordig doet Amsterdam het goed als cruisebestemming. Deze nieuwe sector is snel groeiend. Het toerisme naar de hoofdstad in zijn geheel groeit in economisch gunstige tijden gestaag met enkele procenten per jaar. Vooral van de Chinese en Indiase markt valt nog veel groei te verwachten.

De huidige toeristenstroom naar Amsterdam bestaat vooral uit Britten, Chinezen, Duitsers, Amerikanen en Japanners. De laatste jaren neemt het aandeel Zuid-Europese toeristen toe.

De hotelmarkt in Amsterdam groeit gestaag. In 2004 waren er ruim 18.000 hotelkamers met 45.000 bedden beschikbaar. In de regio zijn meer dan 21.000 hotelkamers. De komende 10 jaar is een behoefte aan 13.000 hotelkamers meer in de regio. De laatste jaren wordt met de bouw van vooral grote en megahotels gewerkt aan het wegwerken van het kamertekort in de hoofdstad.

Bronnen: GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Amsterdam


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2067.