kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-12-2015 voor het laatst bewerkt.

antisemitisme

Antisemitisme

De term antisemitisme is de moderne benaming voor een vijandige houding ten opzichte van Joden. Het leidt ertoe dat veel Joden niet in het openbaar voor hun afkomst of religie durven uit te komen.

Antisemitisme kan gedefinieerd worden als racisme gericht tegen Joden. Het kenmerkt zich door een vijandige houding ten opzicht van Joden op grond van vooroordelen. De term anti-judaïsme wordt ook wel gebruikt, meestal voor religieus antisemitisme dat losstaat van de Joodse etniciteit.

De term is ontleend aan de geschriften van Wilhelm Marr, in onder andere zijn Antisemitische Hefte 1879. Het verschijnsel is echter veel ouder dan de voorlaatste eeuw.

Filosemitisme is sympathie voor het joodse volk of het joodse geloof, het tegenovergestelde van antisemitisme. Vooral in protestants-christelijke kringen, waar men de oorsprong van het eigen geloof zoekt in het Oude Testament, is men vaak uitgesproken filosemitisch. Dit kan samenvallen met een pro-Israël houding of ondersteuning van het Zionisme doch dit is niet noodzakelijk. Een hedendaagse en Nederlandse exponent van uitgesproken filosemitisme is de Stichting Christenen voor Israël.

Geschiedenis Antisemitisme
Sentimenten van afkeer en afweer jegens een Joodse groep, als vreemde minderheid, treden sinds de Oudheid - bijvoorbeeld bij de Romeinse auteurs Tacitus en Juvenalis - in telkens andere vormen weer op. Vanaf het jaar 1096, aan begin van de Eerste kruistocht, toen in Duitsland in verschillende steden Joodse gemeenschappen werden uitgemoord door de boerenbevolking, de zogenaamde Duitse kruistocht, is het een herhaaldelijk terugkerend verschijnsel in de geschiedenis. Eeuwenlang droegen de reacties op Joden een overwegend religieus karakter, later viel de meeste nadruk op de economische trekken - een voorbeeld van economische antisemitische maatregelen is het feit dat Joden in Nederland geen lid mochten zijn van de gilden, waardoor zij niet werden toegelaten in veel beroepen behorende tot de middenstand. De Joden zochten hun toevlucht tot beroepen die hen niet geweigerd werden: financiële dienstverlening. Dit leidde tot het vooroordeel dat Joden zuinig en gierig zouden zijn, zich te goed zouden voelen voor handenarbeid en het economisch beter zouden hebben.

Later uitte de Jodenhaat zich vooral als een sociaal verschijnsel en tegen het einde van de 19e eeuw ontstond er zelfs een zogenaamd biologische motivering. Wanneer de reacties op Joden een overwegend religieus karakter hebben, wordt er gesproken van anti-judaïsme. Slechts op het ogenblik dat vanuit het sociaaldarwinisme... het Jodendom als een ras en niet langer als religie werd beschouwd, werd anti-judaïsme antisemitisme.

Het begrip antisemitisme werd door Marr voorgesteld in de context van een meer wetenschappelijke benaming voor het oudere Duitse woord Judenhass (Jodenhaat). Men moet deze "herbenoeming" dus niet interpreteren als een poging om het concept van Jodenhaat te elimineren of 'verbergen'. Anderzijds is juist het gebruik van deze nieuwere term nogal eens bekritiseerd - maar dat is pas veel recenter. Zoals de Midden-Oosten kenner Bernard Lewis stelde: 'Antisemitisme ging nooit en nergens over iets anders dan Joden.'.

Pas veel later, vooral vanaf de jaren negentig maakte de kritiek opgang dat het woord antisemitisme in zijn betekenis diende te worden uitgebreid zodat het ook vooroordelen tegen Arabieren zou insluiten, met als argument dat ook het Arabisch een semitische taal is. Dit is echter geen algemeen gebruik van de term, en zo was hij oorspronkelijk ook niet bedoeld. En met reden, want er zijn slechts heel enkele gevallen bekend van vooroordelen die zich gelijkelijk tegen Arabieren en Joden keren (met uitsluiting van andere rassen of nationaliteiten). Daartegenover staat een absolute veelheid van voorvallen van antagonisme tussen Joden en Arabieren. Bijgevolg zou het uitbreiden van de term in de richting van een omsluiting van zowel Joden als Arabieren de term zinledig maken, en het nadelige effect daarvan uit zich dan in de richting van de groep die het voorwerp is van het fenomeen, namelijk de Joden. Zoals Neil J. Kressel stelt: In elk geval wordt er niets gewonnen met het toepassen van de term antisemitisme op anti-Arabische discriminatie, hoe verwerpelijk dit ook moge wezen, behalve dan dat verwarring wordt gesticht en de aandacht wordt afgeleid van anti-Joodse vijandigheid.

Dat geldt in feite ook voor het (soms onbedoeld) in gebruik nemen van het woord Semieten in deze context, wat eigenlijk onjuist is (het woord Semitisme bestaat zelfs niet, en antisemitisme is er dus ook niet het antoniem van - reden waarom de schrijfwijze anti-Semitisme, met koppelteken, technisch gezien minder correct is). Bernard Lewis schrijft hiervan: "De term Semiet heeft geen betekenis indien toegepast op dermate heterogene groepen mensen als de Arabieren of Joden."

Europees antisemitisme
Vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1945 was het antisemitisme in de meeste Europese landen bijzonder populair, met name in Frankrijk en in Duitsland. Het Duitse en Franse nationalisme waren van het begin af aan erg antisemitisch gekleurd.

Frankrijk
De Dreyfusaffaire, het gesprek van de dag in het laat-negentiende-eeuwse Frankrijk, is een bekend voorbeeld van het Frans antisemitisme. Kapitein Alfred Dreyfus, een Joods-Frans legerofficier, werd er van beschuldigd informatie te hebben doorgespeeld aan het Duitse opperbevel. Dreyfus werd niet verdacht omdat het bewijs tegen hem sprak, maar vanwege het feit dat hij Joods was. Bijkomend was het feit, dat hij uit de Elzas kwam en dat hij tot de Alemannisch-(Duits)-sprekende minderheid behoorde. Lange tijd zat Dreyfus vast in het strafkamp Duivelseiland voor de kust van Frans-Guyana (Zuid-Amerika). Later bleek een Hongaars-Franse officier, Esterhazy, achter de spionage te zitten en werd Dreyfus vrijgesproken en bevorderd tot kolonel.

Duits en Oostenrijks 'mystiek' antisemitisme
In Duitsland en de zgn. 'Duitse landen' in Oostenrijk-Hongarije (Oostenrijk, Sudetenland) werden aan het einde van de negentiende eeuw xenofobe en antisemitische clubs opgericht. Deze combineerden een soort verering van Germaanse goden met allerlei biologische opvattingen (van semi-wetenschappelijk karakter) over superioriteit van het Duitse/Germaanse volk en de inferioriteit (minderwaardigheid) van het Joodse ras, de zwarten, zigeuners en Mongoolse volkeren. Bekende predikers van deze ideeën waren Jörg Lanz von Liebenfels en de Oostenrijkse Georg Ritter von Schönerer. De ideeën van Lanz von Liebenfels waren naast pseudowetenschappelijk ook 'mystiek'. Lanz noemde zijn gedachtegoed dan ook 'rassenmystiek' en 'theozoölogisch'. Lanz was ervan overtuigd dat Joden beestmensen waren, terwijl de Germanen Gottmenschen waren. Lanz richtte zelfs tempels op waar mystieke bijeenkomsten werden gehouden. Vermeld dient ook te worden dat het gedachtegoed van Lanz von Liebenfels ook een zeker pornografisch karakter had. Lanz hamerde er steeds op dat de vrouwen van het 'blonde en blauwogige ras' (d.w.z. de Germanen) gevaar liepen te worden verkracht door de Joden. In de optiek van de aanhangers van de rassenmystiek kwam dit wel vaker voor. Volgens sommigen waren Joden 'verwijfd' en waren het eigenlijk vrouwen die een mannelijk geslachtsdeel bezaten! Dit getuigt van een onderdrukte seksuele moraal bij de aanhangers van de 'rassenmystiek'. De rassenmystici geloofden niet zelden in een strijd tussen licht en donker, tussen Ariërs (Gottmensechen) en zwarten/Mongolen/Joden ('dier- en aapmensen'). Volgens Lanz kon men alle middelen aangrijpen om het Jodendom een halt toe te roepen: sterilisatie, het verbieden van huwelijken tussen Duitsers en Joden, ja, zelfs de uitroeiing van het Jodendom mocht als wapen worden ingezet.

Duits en Oostenrijk Nationalistisch antisemitisme
De meer 'nuchtere' antisemieten, zoals Georg Ritter von Schönerer, de Oostenrijkse antikatholieke, jodenhatende en anti-Habsburgse nationalist, en de antisemitische burgemeester van Wenen, Karl Lueger, verwierpen de mystieke en sektarische bijeenkomsten en gingen meer voor de 'massabewegingen'. Hun antisemitisme richtte zich via populistische toespraken tot de massa om hen te winnen voor het Duitse nationalisme en antisemitisme. Schönerer en Lueger combineerden hun ideeën met het Deutsch socialisme. Dit socialisme was dan antimarxistisch gekleurd, populistisch en gericht op de verbetering van de toestand van de arbeiders en boeren om hen van het 'internationalistische marxisme' af te houden. De schuld van de sociale misstanden lag in hun ogen 'natuurlijk' bij de Joden. Na het Duitse verlies in de Eerste Wereldoorlog schoten de antisemitische clubs als paddenstoelen uit de grond. De bekendste waren de Beierse Thule Gesellschaft, de Deutsche Arbeiterpartei en de Deutsche Sozialistische Partei.

Adolf Hitler sloot zich in september 1919 aan bij de Deutsche Arbeiterpartei en verwierp het sektarische karakter dat de club tot dan toe kenmerkte en maakte er onder de naam Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) een massabeweging van. Hitlers antisemitisme en nationalisme week niet af van dat van Lanz, Lueger of Schönerer, maar de manier waarop Hitler zijn boodschap 'aan de man bracht', namelijk via goed georganiseerde en voorbereide toespraken, maakte hem mateloos populair. Hitler had namelijk goed de mogelijkheden gezien van de moderne massamedia zoals kranten, radio en film en maakte daar goed gebruik van. Door een goed geoliede propaganda machine bewerkte hij de Duitse bevolking en werd snel populair. Van een minuscuul sektarisch clubje groeide de NSDAP spoedig uit tot een massapartij met afdelingen in Duitsland en Oostenrijk.

Na de mislukte 'Bierhalle Putsch' (ook Hitlerputsch) in 1923, werd Hitler tot een zeer korte gevangenisstraf veroordeeld (ter vergelijking: de hoofdmannen van de Beierse Revolutie van 1919 werden tot lange celstraffen veroordeeld of vermoord), die hij slechts gedeeltelijk uit heeft gezeten. Hij gebruikte zijn gedwongen 'retraite' om zijn ideeën neer te schrijven in Mein Kampf, de latere 'bijbel' van het nationaal-socialisme. Dit geeft al aan dat men in Duitsland antisemitisch en nationalistisch dacht en handelde, met name in de gezeten burgerij, de kleine middenstand en onder de oude garde nationalisten. De NSDAP werd weliswaar verboden, maar dook spoedig weer op onder een nieuwe naam. Vanaf het einde van de jaren twintig (de NSDAP was toen weer de officiële naam) wonnen de nazi's steeds meer zetels in de Rijksdag en in 1933 kon men er niet meer omheen (althans dat was de gangbare opvatting in Duitsland en de rest van de wereld) en werd Hitler door rijkspresident Paul von Hindenburg tot rijkskanselier benoemd.

Het nationaal-socialisme in Duitsland heeft na de machtsovername van Adolf Hitler in 1933 het antisemitisme in zijn uiterste vorm toegepast. De Duitse Joden werden door de Neurenbergse rassenwetten (1935) tot rechteloze burgers gemaakt. De discriminatie van Joden breidde zich tijdens de Duitse bezetting van een groot aantal West- en Oost-Europse landen ook tot die gebieden uit. Tussen 1942 en 1945 heeft ze geleid tot de moord op ongeveer zes miljoen Europese Joden in concentratiekampen.

Nederland
In Nederland werden na de Eerste Wereldoorlog een aantal kleine autoritaire politieke partijen opgericht, maar zij waren eerder fascistisch dan nationaal-socialistisch of antisemitisch, hoewel ook in Nederland bij sommigen het idee leefde dat Joden verantwoordelijk waren voor misstanden in de wereld. Initiatieven om extreem-rechtse en antisemitische partijen op te richten werden zeker na de crisis van 1929 genomen, maar deze partijtjes bleken eendagsvliegen die geen politieke macht verwierven.

Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was het antisemitisme in Nederland geconcentreerd in de NSB van Anton Mussert. De Nationaal-Socialistische Nederlandse Arbeiderspartij (NSNAP) die in 1931 werd opgericht was nog veel antisemitischer dan de NSB. Ernst Herman ridder van Rappard, de leider van de NSNAP, richtte zich geheel op de NSDAP van Hitler en ook op diens antisemitisme. Bijzonder antisemitisch was ook het Zwart Front van Arnold Meijer. Meijer richtte zich echter meer op Mussolini dan op Hitler.

Ook na de Tweede Wereldoorlog komen in Nederland antisemitische incidenten voor. Zo worden de geschriften van Lucas en Jenny Goeree door betrokkenen als beledigend en antisemitisch ervaren. Neonazistische groeperingen vullen vele websites met antisemitische teksten en er komen incidenten voor waarbij groepen moslimjongeren rellen veroorzaken door het uiten van antisemitische en/of antizionistische leuzen. Incidenteel worden er Joodse graven beklad en beschadigd. Ook de weduwe Rost van Tonningen, bijgenaamd 'de Zwarte Weduwe', heeft met haar organisatie 'De Levensboom' bijgedragen aan het instandhouden van het Duits-nationalistische, maar ook antisemitische gedachtegoed. Een organisatie die dergelijke ontwikkelingen in Nederland nauw volgt is het CIDI, het Centrum Informatie en Documentatie Israël. Ook de Anne Frank Stichting houdt zich hier mee bezig.

Roemenië
In Roemenië was met name in Moldavië het antisemitisme diep geworteld. In het Interbellum keek men met wantrouwen naar de vele Hongaarse en Russische Joden, waarvan een groot aantal ook lid was van de communistische partij. Carol II, de koning die wereldwijd als playboy en rokkenjager bekend stond, omringde zich met een corrupt groepje grootindustriëlen en bankiers, waar ook veel Joden tussen zaten. Ook bedroog hij zijn echtgenote Helene met de Joodse Elena Lupescu. Corneliu Zelea Codreanu opende met zijn IJzeren Garde verbaal en ook fysiek de aanval op Joden. Zij waren volgens hem en zijn aanhangers er slechts op uit om Roemenen te bedriegen en op te lichten, en deden dit met name via de communistische partij en de hofkliek van de koning. Bij de verarmde bevolking van Moldavië vond dit weerklank, en in 1936 ging 25% van de stemmen naar de Garde en andere rabiaat antisemitische partijen. In 1940 deelde de Garde de macht met het leger (Antonescu), en vierde deze overwinning met aanvallen op met name Joden. De ordeverstoringen waren zo erg dat uiteindelijk zelfs de nazi's Antonescu toestemming gaven de Garde uit de regering te zetten. Goebbels schreef pragmatisch in zijn dagboek: 'De Führer wil een verbond met een staat, niet met een Weltanschauung.'

Rusland
In het tsaristische Rusland was de jodenhaat bijzonder scherp. De tsaar bepaalde zelfs dat Joden maar in bepaalde gebieden in West-Rusland mochten wonen: het 'paalgebied'. Bij tegenvallers, zoals de Japanse oorlog en de Russische Revolutie richtte de bevolking zich tegen de Joden. De bolsjewieken leken aanvankelijk het beter met de Joden voor te hebben, maar ook Stalin was antisemiet. Een aantal onschuldige Joodse artsen werd bijvoorbeeld slachtoffer van zijn waanidee dat zij een aanslag zouden beramen (Dokterscomplot). Ook in de latere Sovjetunie was het voor Joden moeilijk carrière te maken, hoewel officieel discriminatie verboden was. Na de val van het communisme bloeide het antisemitsme weer op. Veel vooroordelen (met name economische) leven nog steeds onder de Russische bevolking.

Arabisch en islamitisch antisemitisme
De profeet Mohammed hoopte aanvankelijk dat de joodse stammen zijn boodschap zouden omarmen. Zij wezen hem echter af omdat hij geen Jood was en de verhalen van de Hebreeuwse Bijbel verhaspelde. In zijn latere leven doet Mohammed dan ook steeds scherpere uitspraken over joden. De Koran beschuldigt de joden ervan, de Hebreeuwse bijbel te veranderen met eigenmachtige uitleggingen. In een verhaal wordt verteld hoe een joods dorp ongehoorzaam is aan God, door te vissen op de sabbat, waarop God hen verandert in apen en varkens. In een passage over de dag van het oordeel zegt de Koran dat zelfs de bomen tot de moslims zullen zeggen: er schuilt een jood achter mij: dood hem!

Waar de heilige teksten oproepen de polytheïsten en animisten de keuze te bieden tussen bekering of de dood, laten ze joden en christenen het recht hun religie te behouden. De Koran noemt hen "Volkeren van het Boek"; de islamitische voorschrifte geven aan dat joden en christenen zouden moeten worden behandeld als dhimmi's, wanneer eenmaal onder islamitische overheersing gebracht. Het woord 'dhimmi' stamt van het Arabische ahl adh-dhimma. Dhimmi's werd bescherming van het leven verleend (onder meer wanneer vijandige legers een gebied binnentrokken), het recht om in aangewezen locaties te wonen, hun eigen verering te plegen, te werken en te handelen. Dhimmi's waren verschoond van het dienen in het leger en van het houden aan islamitische plichten. Zij moesten dan wel een extra belasting (jizyah) betalen en landbelastingen die de (moslim)autoriteiten hieven. Tevens werden zij onderworpen aan allerlei andere beperkingen in verhouding tot moslims en de islam. Zo konden moslimmannen wel joodse vrouwen trouwen en joodse slavinnen als concubines houden, maar het omgekeerde kon niet. Op het bekritiseren van de Koran en Mohammed stonden strenge straffen en bekeringspogingen waren verboden. Verder werden joden in verschillende tijden verboden bepaalde kleding te dragen, het berijden van paarden of kamelen, het dragen van wapens, het vervullen van een publiek ambt, het bouwen of repareren van gebedsplaatsen, luid rouwen, het dragen van schoeisel buiten het Joodse ghetto, e.d.

Het woord "Dhimmi" heeft in recente jaren bekendheid gekregen door het werk van de oorspronkelijk uit Egypte afkomstige, joodse schrijfster Bat Ye'or. Zij introduceerde de hedendaagse term Dhimmitude als een karakterschets van de collusie in attituden van moslims en niet-moslims. In landen waar de islam al eeuwen de leidende cultuur is, dragen moslims een houding van superioriteit uit jegens andere geloven (jodendom, christendom) en wordt van deze bevolkingsgroepen een onderdanige opstelling verwacht. Om te overleven hebben deze groeperingen die opstelling ook geïncorporeerd. Bat Ye'or ziet een vergelijkbare houding bij Westerse, met name progressieve en socialistische politici in hun opstelling naar moslims, en waarschuwt dat dit moslims slechts uitnodigt om steeds meer eisen te stellen. Bat Ye'ors theorieën worden door weinig arabisten en historici serieus besproken.

In de islamitische wereld vermenge traditionele judeofobie zich uiteindelijk met modern Europees antisemitisme. Weerzin tegen joden en geweld namen toe in de twintigste eeuw, met de import van antisemitische motieven en bloedsprookjes geïmporteerd werden vanuit Europa en met het verspreiden van afkeer van de zionistische pogingen in het Brits Mandaatgebied in Palestina een joodse staat te stichten. Hoewel antisemitisme een flinke impuls heeft gekregen door het Arabisch-Israëlische conflict, was er een stijgend aantal pogroms tegen Joden voor de stichting van de staat Israël, waaronder Nazi-geïnspireerde pogroms in Algeria in de jaren '30 en een massale aanval tegen joden in Irak en Libië in de jaren '40. George Gruen verklaart de verhoogde mate van vijandigheid tegen joden in de Arabische wereld aan verschillende factoren, waaronder: het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk en de traditionele islamitische maatschappij; overheersing door Westerse koloniale machten onder welke Joden een disproportionele rol kregen toebedeeld in de samenleving in het commerciële, professionele en administratieve leven van de regio; de opkomst van het Arabisch nationalisme, de proponenten waarvan uit waren op de rijkdom en maatschappelijke positie van Joden; weerzin tegen Joods nationalisme en de zionistische beweging; en de bereidheid van impopulaire regimes om Joden als zondebok te gebruiken om politieke redenen.

Inmiddels is islamitisch antisemitisme gemeengoed. Hitlers 'Mein Kampf' en 'de Protocollen van de Wijzen van Sion' zijn bij elk boekstalletje in het Midden-Oosten verkrijgbaar en worden ook grif gekocht. In spotprenten, via preken en uitzendingen van Arabische regimes worden dezelfde antisemitische motieven herhaald en herhaald.

Palestina
Als de zionistische beweging groeit zien Arabieren zich in hun identiteit bedreigd. Wanneer kolonisten land opkopen van Arabische landeigenaren, worden de Arabische pachters gedwongen het land te verlaten. De Arabieren zien de moderne Europese joden die het land koloniseren als indringers. De spanningen lopen op. Tijdens de Palestijnse rellen in 1929 leed de ongewapende joodse bevolking van Hebron onder een zware pogrom waarbij 67 joden vermoord werden door een opgehitste Palestijnse menigte. De grootmoefti Amin Al-Hoesseini van Jeruzalem bezocht tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met Eichmann in 1944 het kamp Auschwitz: er wordt wel beweerd dat Al-Husseini na terugkeer in Palestina plannen maakte een dergelijk vernietigingskamp in de omgeving van Nablous te bouwen. In 1948, vlak voor de stichting van de staat Israël, roept hij de Palestijnen op om alle Joden te vermoorden en geen enkele krijgsgevangene in leven te laten. Prof. Pieter van der Horst (een Utrechtse nieuwtestamenticus) wijst in een controversiële rede op Al-Hoesseini als een sleutelfiguur in het Arabisch antisemitsme. Veelal wordt ook gewezen op de connectie tussen Amin Al-Hoesseini en zijn neef, Yasser Arafat. Van Arafat wordt vaak beweerd dat hij Husseini zou hebben geprezen als ‘the great hero of the Palestinian people’.

Iran
Ook in Iran (waar de meerderheid van de bevolking Perzisch is) komt veel antisemitisme en anti-zionisme voor. In december 2005 maakte de president van Iran, Mahmoud Ahmadinejad, zich schuldig aan holocaustontkenning. Hij deed de Holocaust af als een 'Zionistische en Amerikaanse samenzwering' voor de rechtvaardiging van de oprichting van 'de Zionistische entiteit' (Israël), die 'boven God, religie en de profeten zelf geplaatst' werd. Met 'de profeten' refereerde Ahmadinejad overigens ook aan bijvoorbeeld Abraham en Mozes. In Iran leven overigens zo'n 30.000 joden, die weliswaar vaak gediscrimineerd worden maar desondanks een afgevaardigde in het Iraanse parlement hebben. In Iran wordt in 2006 een tentoonstelling gehouden van cartoons waarin de Holocaust ontkend wordt.

Antisemitisme in de 21e eeuw
In 2004 concludeerden de Universiteit Leiden en de Anne Frank Stichting, in hun Monitor Racisme en Extremisme, dat het antisemitisme in Nederland in 2002 was toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor. Het onderzoek was gebaseerd op gegevens van de politie en het Openbaar Ministerie. De toestand in het Midden-Oosten werd als een van de redenen aangedragen. Een ander resultaat van het onderzoek was dat antisemitisch geweld in verhouding vaker voorkomt onder allochtonen dan onder autochtonen. De onderzoekers plaatsten echter kanttekeningen bij deze conclusie omdat het onderzoek hiervoor te beperkt was.

Los van dit onderzoek kan worden opgemerkt dat de problematiek tussen Israël en de Palestijnen tot antisemistische of anti-zionistische opwellingen bij allochtonen van islamitische afkomst, en soms ook bij andere bevolkingsgroepen, kan leiden.

Het CIDI (antisemitische incidenten in Nederland samen. Het gaat daarbij om incidenten die bij CIDI gemeld worden of via stedelijke meldpunten worden doorgegeven. Dit rapport wordt onder meer aangeboden aan ministeries en internationale monitor-instituten.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Antisemitisme.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 328.