kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 23 10 2016 13:54 voor het laatst bewerkt.

Aristoteles

Aristoteles (Stageira, 384 v. Chr. - Chalkis, 322 v. Chr.) was een Grieks filosoof en wordt met Socrates en Plato beschouwd als een van de invloedrijkste klassieke filosofen in de westerse traditie. Hij was lid van Plato's filosofische Akademeia en diens invloed is dan ook permanent aanwezig in Aristoteles' werk.

Aristoteles mag gezien worden als de eerste homo universalis. Hij voerde de logica en de methodologie in als manier om wetenschap en filosofie te bedrijven en werkte de totaliteit van de toenmaals bekende wetenschappen (filosofie, psychologie, politieke en sociale wetenschappen, wiskunde en natuurwetenschappen, taal- en letterkunde, theater...), systematisch en methodisch uit tot een omvattend systeem. Aristoteles kan zo worden beschouwd als systeemfilosoof.

Biografie
Aristoteles werd geboren in 384 v. Chr. als zoon van de befaamde arts Nicomachus, lijfarts van koning Amyntas van Macedonië, de grootvader van Alexander de Grote. Op zeventienjarige leeftijd vertrok hij naar Athene waar hij als leerling werd opgenomen in Plato's Academie die hij twintig jaar later na Plato's dood in 347 v. Chr. verliet.

Na op enkele plaatsen als docent werkzaam geweest te zijn, werd hij ca. 342 v. Chr. door koning Philippus II naar Macedonië ontboden om als privéleraar de opvoeding van diens veertienjarige zoon Alexander te verzorgen (tot ca. 340 v. Chr.).

Hij keerde in 335 v. Chr. naar Athene terug, waar hij dertien jaar lang in de Peripatos (wandelgang) van het Lyceum (Grieks Lykeion) heeft gedoceerd. Daarom wordt hij de stichter van de "Peripatetische School" genoemd.

Als gevolg van een anti-Macedonische reactie na het plotse overlijden van Alexander de Grote (in 323 v. Chr.) werd hij als collaborateur beschouwd en aangeklaagd wegens goddeloosheid. Anders dan Socrates verliet hij de stad, met als motivering "dat hij de Atheners een tweede vergrijp tegen de filosofie wilde besparen." Hij week uit naar Chalkis, waar hij een jaar later (op 7 maart) stierf aan de gevolgen van een maagkwaal. Uit zijn testament blijkt dat Aristoteles een zorgzaam huisvader en een humaan meester voor zijn slaven was. Enkele van zijn vrienden hebben hem zijn leven lang trouw gevolgd.

Zijn werken
Veel van het oorspronkelijke werk van Aristoteles is reeds in de eerste eeuwen na zijn dood verloren gegaan, waaronder zijn dialogen, de enige teksten die door Aristoteles zelf uitgegeven waren. De nog steeds talrijke wel bewaarde werken van Aristoteles zijn meestal cursusnotities en lesvoorbereidingen voor eigen gebruik. Aristoteles' werken waren gedurende de Middeleeuwen in het Westen enkel bekend in een Latijnse vertaling van een Arabische vertaling uit het Grieks. Veel van zijn werken zijn door de Arabische geleerde Averroes vertaald. Het verzamelde werk van de bewaarde teksten van Aristoteles zijn gebundeld in het Corpus aristotelicum. (Hierbij is evenwel niet de tekst met de beschrijving van het Atheense politieke bestel opgenomen, die bekend is onder de naam Athenaion Politeia.)

Deugdethiek
Aristoteles huldigt het "eudaemonisme" (gelukzaligheidsleer): het leven heeft tot doel de gelukzaligheid (Grieks eudaimonia) te vinden door:
- de studie van de filosofie (= beschouwing van 'het Zijn') en de wetenschap
- de phronesis, volgens Aristoteles de belangrijkste deugd, zo veel mogelijk te verwerkelijken. De phronesis is het inzicht dat zorgt voor het kiezen van de 'goede' handeling en het bepalen van het 'midden'.
- gematigd genot (Grieks hèdonè > "hedonisme")

In Aristoteles' visie zijn alle dingen met het verstand te begrijpen. Hiermee sluit hij aan bij Socrates gedachte over het kennen van algemeen geldende waarheid aangaande goedheid en deugd.

Kosmologie / ontologie (zijnsleer)
Veertien van zijn werken zijn gebundeld in zijn Metafysica, gericht op onderzoekingen van het 'zijn', ofwel de ontologie.

Het "hylemorfisme"
Elk individueel ervaarbaar ding is een combinatie van stof (hylè) en vorm (morphè). deze vorm heeft géén afzonderlijk bestaan, als buitenwereldse werkelijkheid (zoals Plato dat zag in zijn Ideeënleer), maar is enkel reëel voor zover hij gerealiseerd is in het concrete ding.

Het meest algemene kenmerk van alle dingen is het Zijn, maar dat kan zeer uiteenlopende betekenissen aannemen:
zijn volgens één van deze tien categorieën:
. substantie: vb. Pieter Janssen is een mens
. kwantiteit: vb. P.J. is 76 kg zwaar
. kwaliteit: vb. P.J. is leraar Wiskunde
. relatie: vb. P.J. is jonger dan zijn broer Wim
. plaats: vb. P.J. is in Brussel
. tijd: vb. P.J. leeft in de 21e eeuw (hij is … levend)
. positie: vb. P.J. staat recht (hij is … staand)
. conditie: vb. P.J. is poedelnaakt
. handeling: vb. P.J. schrijft
. ondergáán: vb. P.J. wordt / is geïnspireerd
zijn als actueel of potentieel (vb.: een jongen van twaalf is actueel een scholier, en potentieel een profvoetballer, of een advocaat, of een gangster …; een eik is actueel een boom, en potentieel een tafel of een stoel …)
zijn als waar of onwaar (vb.: het is mooi … = niet lelijk)
zijn als substantieel / wezenlijk (vb.: mensen zijn sterfelijk …) of incidenteel (vb.: ik ben doodmoe …)

Verandering en beweging (het worden) is een overgaan van potentie (Grieks dynamis, d.i. het vermogen om te veranderen) naar act (Grieks entelecheia, d.i. een bepaalde graad van volmaaktheid), door een (inwendige of uitwendige) oorzaak
bij elke verandering / beweging kan men zich vier vragen stellen:
. Wat is er veranderd?
. Wie/wat heeft de verandering teweeggebracht?
. Met welk resultaat?
. Met welk doel?
om deze vier vragen te beantwoorden geeft Aristoteles resp. vier "oorzaken":
. een materiële oorzaak (causa materialis)
. een bewegende oorzaak (causa efficiens)
. een formele oorzaak (causa formalis)
. een finale oorzaak (causa finalis)
aan de hand van een praktisch voorbeeld: een beeldhouwer maakt een bronzen beeld van koningin Juliana:
. materiële oorzaak = het brons
. bewegende oorzaak = de beeldhouwer
. formele oorzaak = het afgewerkte beeld
. finale oorzaak = blijvende herinnering aan de overleden vorstin

"God" = zuivere act, zonder stof of potentie, "de eerste onbewogen beweger", uiteindelijke oorzaak van alle zijn en van alle worden .

De mens maakt deel uit van de kosmos, die steeds naar grotere volmaaktheid evolueert (d.i. "op God gericht" / teleologie)

Psychologie / Epistemologie (of kennisleer)
Categorieke verwerping van Plato's dualisme: de ziel maakt onverbrekelijk deel uit van de lichamelijkheid, maar ze bezit wel een onstoffelijk kenvermogen.

Aristoteles ging ervan uit dat het oog de dingen ziet zoals zij zijn, dat het gehoor de werkelijke geluiden hoort, enz., en dat een theorie gebaseerd móét zijn op de zintuiglijk waarneembare en aantoonbare (empirische) werkelijkheid. Onze waarnemingen van het specifieke, afzonderlijke zijn op zichzelf waar, en zij geven ons een afbeelding van de werkelijkheid; fouten ontstaan enkel doordat die waarnemingen verkeerd verbonden worden.

Er zijn drie soorten “zielen”:
. vegetatieve ziel: gericht op voeding, groei en voortplanting (alle levensvormen)
. sensitieve ziel: zintuigen, begeerten ("zin hebben"), beweging (dieren en mens)
. redelijke ziel: bezit potentieel het vermogen om het goede te kennen, maar doet actueel wat hij doet.

Aristoteles kwam tot de conclusie dat de natuur van onze ziel geestelijk / spiritueel is door te filosoferen; alle materiële wezens bestaan uit materie + vorm. Bij levende wezens wordt de vorm, ziel genoemd. De ziel moet geestelijk zijn omdat de wij kennis in ons opnemen als relaties tussen vormen. En we nemen geen concrete tafel in ons op, maar de essentie van het begrip tafel. Hier introduceert Aristotels het begrip tabula rasa (effen/ lege plank). In de was van de effen plank worden de vormen afgedrukt. Omdat de ziel van de mens geestelijk is blijft de ziel voortbestaan na de dood. Dood wordt dan ook gedefinieerd als de scheiding van de lichaam en ziel.

Eigenschappen van de zielen zijn:
. enkelvoudig - zonder delen,
. onstoffelijk - een levend wezen is helemaal levend, de ziel heeft geen specifieke plek in het wezen, en identificeert zich niet met de materie.
. een ziel is één en houdt ook het lichaam bijeen.

Evenals Plato heeft ook Aristoteles de sofisten bestreden, maar hij deed dat door een systematisch overzicht te geven van de oorzaken van hun valse redeneringen. Zodoende ontwierp hij de formele logica (wetmatigheid van het denkproces: syllogisme / oorzaak en gevolg ...). Een voorbeeld van een syllogisme: Major: Alle mensen zijn sterfelijk minor: Socrates is een mens. Conclusie: Socrates is sterfelijk.

Socio-politieke opvattingen
. de mens is van nature een sociaal wezen (Grieks zoön politikon), en kan alleen in een polis-gemeenschap zijn volmaaktheid vinden
. er is géén "ideale" staat: de "beste staatsvorm" verschilt naargelang de concrete, lokale omstandigheden, als hij maar het welzijn van ál zijn onderdanen nastreeft

Aristoteles als wetenschapper
Aristoteles hanteerde een analytische, inductieve manier van denken: het destilleren van een algemeen geldende waarheid uit het doen en laten van het individu en de waarneembare werkelijkheid. Daarvan uitgaande bestudeerde hij ook een groot aantal zaken in onder andere bewegingen (wordingen) in de natuur en de biologie, en kwam onder de indruk van de ordening en doelmatigheid daarin. Dit bracht hem tot de uitspraak "De natuur doet niets vergeefs". In zijn visie bestaat de wereld uit de vier elementen aarde, water, lucht en vuur, omgeven door de ether, het z.g. 'vijfde lichaam', en daarbuiten sfeerlagen, waarvan de buitenste die van de vaste sterren zou zijn. De uiterste sfeer is in zijn visie God, de Onbewogen Beweger. Zijn Ethische opvattingen zijn uitgewerkt in de Ethica Nicomachea.

Zijn werk De Interpretatione behandelt de betekenis van taaluitingen (passen woord(en) en onderwerp van die taaluiting helemaal, gedeeltelijk of helemaal niet bij elkaar, met andere woorden: is de uiting waar, gedeeltelijk waar of niet waar) en de logica daaruit voortvloeiend (het syllogisme). Hierbij gebruikte hij zowel inductie als deductie.

Hij zocht naar algemeen geldende principes, gebaseerd op ware en waarneembare feiten of aannames, die hij vervolgens toetste op afzonderlijke gevallen.

Met zijn studie van de erfelijkheid, waarin hij al onderscheid maakte tussen dominante en recessieve factoren, liep Aristoteles vooruit op het werk van Mendel.

Aristoteles' invloed
Aristoteles richtte een filosofische school, de Peripatetische School op, gebaseerd op zijn eigen methode van filosofie bedrijven, ook wel aristotelisme genoemd. In latere generaties richtte de school zich voornamelijk op de natuurwetenschappen en liet men de filosofie voor wat het was. De Griekse filosoof Alexander van Aphrodisias echter schreef rond 200 n. Chr. een belangwekkend commentaar op de Organon en Metafysica.

De laatste lichting klassieke Griekse filosofen, de neoplatonisten, kenden en bestudeerden Aristoteles' werk goed. Via hen werd zijn werk in het Syrisch en Arabisch vertaald, waardoor het al heel lang in die wereld bekend was, voor zijn filosofie het westen beïnvloedde. Alleen zijn werk Logica werd omstreeks 500 door de Romein Boëthius vertaald in het Latijn. Pas in de 12, 13e eeuw raakten zijn andere geschriften in het westen in omloop en werden ook vrijwel meteen verplichte academische kost. Na de Reformatie raakte zijn gedachtegoed wat uit de gratie, maar vanaf ca. 1800 wakkerde Aristoteles' populariteit weer van tijd tot tijd aan.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Aristoteles
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 3302.

Tweets by kunstbus