kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 15 01 2017 12:39 voor het laatst bewerkt.

armoede

Armoede is volgens de definitie van de Verenigde Naties 'het niet kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften'. Zij ontstaat wanneer een persoon of een groep mensen onvoldoende betaal- en/of ruilmiddelen heeft om in de primaire levensbehoeften te kunnen voorzien die als gevolg van schaarste (om wat voor een reden dan ook) onbetaalbaar of onbereikbaar worden.

Primaire levensbehoeften omvatten zaken als schoon en drinkbaar water, voedsel, kleding, huisvesting en gezondheidszorg. Zij gelden als noodzakelijk om een menswaardig leven te kunnen leiden.

Deelnemen aan het sociale leven, degelijk onderwijs en ontspanning kunnen als secundaire levensbehoeften beschouwd worden.

Armoede is een economisch, maatschappelijk, sociaal en ook politiek probleem. Armoede heeft verschillende negatieve consequenties zoals het afremmen van economische groei, slechte leefomstandigheden, sociale onrust, en emigratie van geschoolden (braindrain).

Absolute of relatieve armoede
. Bij relatieve armoede worden de levensomstandigheden van een groep of persoon beoordeeld in verhouding met zijn omgeving. Relatieve armoede komt overal voor.

. Absolute armoede betekent dat iemand leeft op de rand van het bestaansminimum. Het ontbreekt hem aan voedsel, kleding, veilig drinkwater, sanitair, gezondheid, onderwijs, onderdak en informatie. Absolute armoede komt vooral voor in ontwikkelingslanden. Je hebt te weinig om van te leven, maar eigenlijk te veel om dood te gaan.

Armoede heeft vele gezichten, die van plaats tot plaats en van tijd tot tijd veranderen. “Armoede is honger, gebrek aan onderdak, ziek zijn en niet naar een dokter kunnen, gebrekkige toegang tot onderwijs en niet kunnen lezen, sociale uitsluiting, geen baan hebben, vrezen voor de toekomst en leven van dag tot dag, een kind verliezen aan een ziekte die veroorzaakt is door vuil water, een korte levensverwachting, machteloosheid, gebrek aan vertegenwoordiging en gebrek aan vrijheid.”

Volgens de Indiase econoom Amartya Sen is armoede gebrek aan vrijheid om het soort leven te leiden dat men wil. Naast economische onvrijheid, kan er bijvoorbeeld sprake zijn van gebrek aan politieke vrijheid, gebrek aan sociale voorzieningen (onderwijs en gezondheidszorg), en gebrek aan sociale zekerheid.

Joseph Wresinski (oprichter ATD Vierde Wereld) heeft in 1987 voor de Franse Sociaal-Economische Raad de onderstaande definitie van extreme armoede geformuleerd. Later is deze definitie overgenomen door Leandro Despuy voor een rapport van de UNHCR over extreme armoede en mensenrechten. Extreme armoede betekent: “De afwezigheid van zekerheden, waardoor personen en gezinnen niet hun elementaire verantwoordelijkheden kunnen uitoefenen en geen aanspraak kunnen maken op universele mensenrechten. De fundamentele onzekerheid die hieruit voortkomt heeft vaak ernstige en blijvende gevolgen. Er is sprake van extreme armoede als zij verschillende domeinen van het bestaan omvat, als de armoede langdurig is en een permanent karakter krijgt en als de kansen voor mensen ernstig beperkt worden om hun rechten te claimen en verantwoordelijkheid te kunnen nemen om hun toekomstperspectief te verbeteren.”

Ongelijke inkomensverdeling
Verder is het mogelijk dat een land een relatief hoog percentage armen heeft ten gevolge van een ongelijke inkomensverdeling. De macro-economische cijfers laten dan vaak een gunstig beeld zien, maar de meeste winst en welvaart belandt bij een beperkt aantal bedrijven en individuen. Dit neemt wereldwijd steeds grotere vormen aan.

Armoede als ideaal
In verschillende wijsgerige en godsdienstige stromingen wordt het leven in armoede als ideaal gezien omdat men tot grotere wijsheid en godsvrucht zou komen door van materiële goederen af te zien. Een voorbeeld uit de Griekse oudheid is Diogenes van Sinope. Volgens het Nieuwe Testament sprak Jezus vaak ten gunste van het leven in armoede en dit voorbeeld is in het christendom vaak gevolgd. De gelofte van armoede is bijvoorbeeld een van de drie kloostergeloften. Ook in het boeddhisme geldt armoede als een deugd. Uiteraard geldt voor al deze hooggestemde idealen dat de armoede zelfverkozen is.

Armoedegrens
De overgang tussen armoede en welstand wordt aangeduid door de armoedegrens. In 2015 is dit door de Wereldbank vastgesteld op 1,90 dollar per dag; dat wat je met 1,90 dollar per dag in Amerika kan kopen. De eigen productie, bijvoorbeeld de eigen oogst van maïs of rijst, wordt daarin meegerekend. Dit betekent overigens dat het feitelijke inkomen, als je uitgaat van de wisselkoersen van de dollar en de valuta van ontwikkelingslanden, nog veel lager ligt. De koopkracht van een dollar is in ontwikkelingslanden veel hoger dan in de VS zelf. je kunt in een ontwikkelingsland veel meer voor een dollar - of euro                 -kopen dan in de VS of Europa zelf.

De Human Development Index (HDI) -ook index van de menselijke ontwikkeling (ontwikkelingsindex) of VN-index (welzijnsindex)- is een maatstaf van de Verenigde Naties om de menselijke ontwikkeling te meten. Deze meet armoede, onderwijs en levensverwachting in een bepaald land of gebied. De Human Development Index is daarmee een bredere maat dan de absolute armoedegrens. Deze index is relatief: het meet de armoede van landen ten opzichte van elkaar. De index werd in 1990 ontwikkeld door de Pakistaanse econoom Mahbub ul Haq en wordt sinds 1993 door de UNDP gebruikt in haar jaarlijkse rapport. Noorwegen staat vaak op de eerste plaats. Nederland is in 2014 goed voor een vierde plaats, België is op de 21e plaats te vinden. Onderaan staan vaak Afrikaanse landen.

Energie-armoede
Energie (warmte, licht) is een eerste levensbehoefte. Vooral voor lagere inkomens kunnen energiekosten een relatief hoog percentage van het beschikbaar inkomen opsouperen, waardoor minder bestedingsruimte is voor andere zaken.

sociaal isolement
Individuele armoede kan tot gevolg hebben dat iemand in een maatschappelijk isolement terecht kan komen. Door een beperkt budget nemen de mogelijkheden af om deel te nemen aan activiteiten, en worden concessies gedaan aan communicatie- en transportmiddelen. Kleding en middelen voor lichaamsverzorging eveneens, waardoor men zich niet langer representatief voelt. De woonsituatie verslechtert en daarmee krijgt men een ander (minder) sociaal aanzien. Psychische gevolgen van een verval tot armoede kunnen schuld en schaamte zijn. Soms versterken mensen daardoor zelf hun sociale isolement. Uit onderzoek blijkt dat armoede een negatieve invloed heeft op intelligentie en kinderen die in armoede opgroeiden, hebben op latere leeftijd meer moeite met het reguleren van hun emoties.

Armoede kan toenemen door de groei van de behoeften, het dalen van de koopkracht en het toenemen van schaarste. Een land kan, bijvoorbeeld door een bankroet, als geheel tot collectieve armoede vervallen, zoals dat bijvoorbeeld gebeurde met Argentinië aan het begin van de 21e eeuw. Armoede kan ook het gevolg zijn van een economische boycot, droogte of ernstige natuurrampen. Gebeurtenissen als de grote beurscrash in 1929 in New York kunnen overal ter wereld mensen en bedrijven in grote financiële problemen brengen. Gevolgen daarvan zijn: algemene economische malaise, werkloosheid en armoede. De financiële crisis in 2008 zorgt voor een nieuwe golf van armoede.

Trend
Volgens de definities van de Wereldbank is in percentage het aantal mensen dat wereldwijd in absolute armoede leeft sterk afgenomen. 200 jaar geleden leefde haast iedereen onder de armoedegrens. Was in 1980 nog 44 procent van de wereldbevolking extreem arm, in 2016 is dat 9,6 procent. Door de sterke bevolkingsgroei is het absolute aantal armen minder hard gedaald, van 1,8 miljard mensen in 1990 tot onder de 702 miljoen in 2016. Uiteraard is 9,6 procent van de wereldbevolking die in extreme armoede leeft 9,6 procent te veel. Ook de armoedegrens van 1,90 dollar is discutabel. Mensen die daar net boven zitten, worden niet tot de extreme armen gerekend, maar zijn dat natuurlijk ook.

Deze vooruitgang in percentage is wel ongelijk verdeeld over de regio’s. De grootste verandering is in Oost-Azië, vooral in China, Zuid-Azië en het Pacifisch gebied: in 1990 leefde daar 60,2 procent in extreme armoede, in 2013 was dat 3,5 procent.In Sub-Sahara Afrika is het aantal armen sinds 1981 in percentage minder hard gedaald en in absolute termen nog minder.

Resultaten uit het verleden zijn echter geen garantie voor de toekomst. Ondanks de afname van de extreme armoede geven bijna alle indicatoren aan dat armoede en ongelijkheid wereldwijd juist toenemen. Historicus Tony Judt schreef in zijn boek Ill fares the land hoe de ongelijkheid in westerse samenlevingen sinds het einde van de negentiende eeuw afnam, maar nu weer groeit. Bij al het goede statistische nieuws is ook nog niets opgenomen over de stand van biodiversiteit, CO2-uitstoot en temperatuurstijging. En wat de automatisering en robotisering vooral voor achtergebleven landen gaat betekenen voor de toekomst is ook nog uiterst onzeker.

Rijken worden rijker en armen worden armer. De middenklasse in de westerse wereld is aan het verdwijnen door de globalisering. De huidige wereldeconomie verdeelt de rijkdom steeds oneerlijker, ondanks de groei van opkomende markten.
•1,2 Miljard armste mensen ter wereld consumeren één procent.
•De 1 miljard rijkste mensen consumeren 72 procent.
•De 85 rijkste mensen ter wereld hebben evenveel rijkdom als de 3,5 miljard armste mensen samen.
•Eén op de acht mensen gaat iedere avond met honger naar bed, terwijl 1,5 miljard volwassenen met overgewicht kampen.
(Bron: Het kapitaal van Piketty https://stemwijzervoordetoekomst.nl/index.php?id=56)

Meer weten?
http://www.nationalgeographic.nl/artikel/vn-minder-honger-in-de-wereld-maar-nog-niet-overal


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1109.