kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-12-2015 voor het laatst bewerkt.

astronomie

Astronomie of Sterrenkunde

Astronomie of sterrenkunde is de wetenschap die zich bezighoudt met de observatie en verklaring van alle voorwerpen en gebeurtenissen buiten de atmosfeer van de aarde. Het woord astronomie komt van het Grieks en is een samenstelling van astron (ster) en nomos (wet): het toekennen van wetmatigheden aan sterren.

De astronomie bestudeert niet alleen sterren en sterrenstelsels in het heelal, maar ook de planeten van ons eigen zonnestelsel.

Astronomie is een van de weinige wetenschappen waar ook amateurastronomen een actieve rol spelen, vooral bij het ontdekken en observeren van voorbijgaande astronomische gebeurtenissen, zoals kometen en meteoren.

astrofysica
Een onderdeel van de astronomie is de astrofysica, een tak van de natuurkunde die de processen die zich afspelen in de kosmos, probeert te verklaren met natuurkundige wetten. Bijna alle astronomen hebben dan ook een stevige achtergrond in de fysica.

astrologie
Astronomie moet niet verward worden met astrologie, een pseudowetenschap waarmee de beoefenaren iemands toekomst proberen te voorspellen door de vermeende invloed van de bewegingen van sterren en planeten.

Geschiedenis van de astronomie
De astronomie is een zeer oude wetenschap die al bestond in het oude Egypte en in China. In het prille begin hield de astronomie zich alleen bezig met de bewegingen van de objecten door de hemel, zoals zon, maan en planeten. Men kon langzamerhand spectaculaire verschijnselen voorspellen, zoals zons- en maansverduisteringen. Ook het verschijnen van kometen sprak erg tot de verbeelding. De astronomie was in die begintijd beperkt tot de objecten die met het blote oog zichtbaar zijn. De oude Grieken brachten de astronomie een stuk verder, bijvoorbeeld door de definitie van de dierenriem, een band van 12 heldere sterrenbeelden waardoorheen de zon, maan en planeten bewegen.

Tijdens de middeleeuwen stond de ontwikkeling van de astronomie vrijwel stil, met uitzondering van het werk van enkele Arabische astronomen. Veel namen van sterren stammen daarom uit het Arabisch. Tijdens de renaissance stelde Copernicus een astronomisch model op, waarin de zon in het midden staat van het zonnestelsel. Zijn werk werd verdedigd en verder ontwikkeld door Galileo Galilei en Johannes Kepler. Laatstgenoemde beschreef als eerste op een correcte manier de bewegingen van de planeten rondom de zon. Kepler had echter geen inzicht in de achterliggende oorzaak van de Wetten van Kepler die hij neerschreef. Begrip van zwaartekracht en hemelse dynamica waren ontdekkingen van Isaac Newton, die daarmee de bewegingen van de planeten volledig verklaarde.

Astrofysica is een latere ontwikkeling van de astronomie, die pas mogelijk werd toen begrepen werd dat alle hemellichamen bestaan uit dezelfde scheikundige elementen als waar de aarde uit bestaat. Een andere basisgedachte van de astrofysica is dat op aarde dezelfde natuurwetten gelden als in de rest van het heelal.

Men ontdekte dat sterren heel ver van ons verwijderd zijn. Met de uitvinding van de spectroscopie werd bewezen dat sterren gelijksoortige objecten zijn als onze eigen zon, maar met een grote variëteit aan temperaturen, massa's en omvang. Dat onze Melkweg bestaat uit een aparte groep van sterren werd pas bewezen in de twintigste eeuw. Toen werden ook andere sterrenstelsels ontdekt, alsmede nevels en gaswolken. Kort daarop werd de uitdijing van het heelal aangetoond op grond van de roodverschuiving die ontstaat door het dopplereffect. Hieruit blijkt dat de meeste van die andere sterrenstelsels van ons af bewegen.

Aanvankelijk meende men dat het zonnestelsel ophield bij de baan van Pluto. Een probleem bleef echter de herkomst van kometen met vaak hyperbolische banen, die er op wijzen dat ze van zeer grote afstand komen. De astronoom Jan Hendrik Oort stelde in 1950 de Oortwolk voor: een reservoir van miljarden komeetachtige lichamen die overgebleven zijn na de vorming van het zonnestelsel en zich uitstrekt tot wel één à twee lichtjaar rondom het zonnestelsel. In 1951 werd het bestaan van de Kuipergordel gesuggereerd door de Nederlands-Amerikaanse Gerard Kuiper. Hier zouden de kortperiodieke kometen vandaan komen; d.w.z. de kometen met een omlooptijd van tussen de 50 en een paar duizend jaar en met de grootste concentratie van komeetlichamen net voorbij de baan van Neptunus. Inmiddels zijn er al verscheidene objecten tussen de afmetingen van kometen en Pluto in gevonden in deze gordels waarmee het bestaan hoogstwaarschijnlijk is bewezen.

Het vakgebied kosmologie werd met enorme sprongen voorwaarts gebracht in de 20e eeuw door het model van de oerknal. Een theorie die door bewijsmateriaal vanuit de astronomie en de natuurkunde wordt ondersteund, zoals de kosmische microgolf achtergrondstraling, de wet van Hubble en het relatieve voorkomen van de verschillende elementen in het heelal.

Vanaf 2003 is er veel onderzoek gedaan naar het raadselachtig probleem van de donkere materie.

In 1995 werd bij de ster 51 Pegasi de eerste planeet buiten het zonnestelsel ontdekt met behulp van betere telescopen. In de daaropvolgende jaren zijn er nog veel meer van deze exoplaneten ontdekt.

Met de komst van de ruimtevaart zijn astronomische ontdekkingen in een grote versnelling terecht gekomen. Uit de relativiteitstheorie volgt het bestaan van zwarte gaten.

Waarnemingen
Informatie over astronomische objecten kan alleen verkregen worden door waarnemingen. De meeste waarnemingen worden gedaan door middel van detectie en analyse van elektromagnetische straling, fotonen. Een andere informatiebron is de kosmische straling, zoals neutrino's. Verwacht wordt dat in de toekomst ook zwaartekrachtgolven informatie over kosmische gebeurtenissen aan ons kunnen overbrengen.

De optische astronomie maakt gebruik van zichtbaar licht. Het meest gebruikte instrument daarvoor is de telescoop, aangevuld met elektronische beeldverwerkingstechnieken en spectrogrammen.

De infraroodastronomie voert waarnemingen uit bij langere golflengten dan die van het zichtbare licht. Ook dit wordt gedaan met behulp van telescopen, die speciaal worden ontworpen voor het waarnemen van infrarood. Omdat infrarood licht sterk wordt geabsorbeerd door waterdamp worden infraroodwaarnemingen meestal uitgevoerd op hoge locaties, bijvoorbeeld op een berg. De ruimtetelescoop heeft daarbij nog grotere voordelen, omdat daarmee nog meer ruis vanuit de atmosfeer kan worden geëlimineerd.

Radioastronomie gebruikt geheel andere instrumenten, namelijk radiotelescopen om radiostraling met een golflengte van millimeters of centimeters waar te nemen. De ontvangers lijken op de ontvangers voor normale radio-ontvangst. Momenteel bouwt ASTRON (Netherlands foundation for research in astronomy) de grootste radiotelescoop ter wereld, LOFAR genoemd.

Voor röntgenstraling, gammastraling en ultraviolette straling is de atmosfeer vrijwel ondoorzichtig, met uitzondering van een paar golflengten, waarvoor de atmosfeer wel transparant is. Deze waarnemingen worden dus veelal ook vanuit de ruimte gedaan, of vanuit luchtballonnen.

Sinds enige jaren wordt in het SETI-Project gezocht naar signalen uit het heelal die op ander leven duiden.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Astronomie.

Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 130.