kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20 10 2016 11:44 voor het laatst bewerkt.

Benedictus de Spinoza

Benedictus de Spinoza (24 november 1632 Amsterdam – - 21 februari 1677 Den Haag), was een Nederlands filosoof en lenzenslijper, zoon van Portugees-Joodse immigranten.

Spinoza was een van de rationalisten van de vroege moderne filosofie samen met René Descartes en Gottfried Leibniz. In zijn geschriften probeert Spinoza onder meer het cartesiaans rationalisme tot een verzoening te brengen met mystieke ideeën uit de Joodse traditie. Hij eiste vrijheid van godsdienst en democratie en werd daarom vaak als atheïst beschouwd. Zelfs in het tolerante Nederland kon hij zijn boeken slechts via clandestiene kanalen verspreiden.

Benedictus de Spinoza (ook wel Despinoza, d'Espinoza) is op 24 november 1632 geboren in Amsterdam als Baruch, zoon van Michael d'Espinoza en diens tweede vrouw Hanna Debora. Zijn ouders maakten deel uit van de nieuwe Joodse gemeenschap in Amsterdam, die zich daar had gevestigd om aan de vervolgingen in Spanje en Portugal te ontkomen. De taal waarmee Spinoza thuis opgroeide was het Portugees; zijn roepnaam was dan ook Bento, de Portugese vertaling van zijn officiële naam Baruch, 'de gezegende'. Naast Portugees leerde hij Spaans, Hebreeuws en Nederlands. Latijn, de taal waarin hij al zijn werken zou schrijven, leerde hij pas later, op een privéschool die de ex-jezuïet Franciscus van de Enden in 1652 in Amsterdam opende.

Spinoza is vermoedelijk al jong tot zijn wijsgerige opvattingen gekomen. Bij gebrek aan geschriften of documenten uit de vroege jaren is daarover echter niets met zekerheid te zeggen. Feit is dat hij als jonge man in conflict is geraakt met de Amsterdamse Joodse gemeenschap, maar dat hoeft niet - of niet uitsluitend - te zijn veroorzaakt door zijn filosofische ideeën (meer in het bijzonder zijn uit latere geschriften bekende godsopvatting en zijn kritiek op de Joodse traditie). Mogelijk speelden ook andere factoren een rol: Spinoza's weigering zich te houden aan de geschreven en ongeschreven regels van de Joodse gemeenschap, zijn onverschilligheid ten aanzien van de uitwendige eredienst, en wellicht ook financiële perikelen. De Joodse gemeenschap had andere zorgen dan het waken over de religieuze rechtzinnigheid: voor zover heterodoxe gezichtspunten werden bestreden gebeurde dat om de christelijke omgeving geen voorwendselen te verschaffen zich tegen de Joodse gemeenschap te keren.

In 1656 kwam het tot een dramatische breuk met de Joodse gemeenschap: op 27 juli van dat jaar werd de grote ban over Spinoza uitgesproken. Die hield in dat elk contact met hem moest worden verbroken. Als hij dat had gewild, had Spinoza de ban kunnen voorkomen, of hij had, door berouw te tonen, nog terug kunnen keren in de Joodse gemeenschap. Hij heeft daar zelf geen enkele behoefte aan gehad, ook al betekende dat het einde van zijn rol in de handelsfirma die hij samen met zijn broer Gabriel dreef. Er is een bericht dat Spinoza na zijn verbanning een verweerschrift , een 'apologie', zou hebben geschreven, in het Spaans. Het bestaan daarvan is echter nooit aangetoond. Hij zou deze tekst hebben verwerkt in zijn Tractatus theologico-politicus, maar of dat zo is, en waar in dat boek die apologie dan haar plaats heeft gekregen, is niet vast te stellen als we niet weten wat er in de apologie stond.

Na zijn verbanning uit de synagoge noemde Spinoza zich niet langer Baruch of Bento, maar tekende hij met de gelatiniseerde voornaam Benedictus. Hij is nooit tot het christendom overgegaan, en ondanks de goede contacten die hij met christenen onderhield, bewaarde hij een veilige afstand ten aanzien van elke georganiseerde vorm van godsdienst.

Hij bleef eerst in Amsterdam wonen, maar verhuisde in 1661 (of mogelijk al wat eerder) naar Rijnsburg bij Leiden. Daar woonde hij twee jaar. Rijnsburg zou aantrekkelijk zijn geweest door de aanwezigheid van de Rijnsburgse collegianten, een groep dissidente protestanten. Het huis waar Spinoza in Rijnsburg heeft gewoond is tegenwoordig een Spinoza-museum.

Uit zijn Rijnsburgse tijd zijn ons de eerste tastbare sporen van zijn werk overgeleverd. De eerste brieven van en aan Spinoza dateren uit 1661. Uit de briefwisseling weten we dat Spinoza in Rijnsburg een begin maakte met de systematische uiteenzetting van zijn eigen wijsgerige stelsel, die tenslotte zou resulteren in zijn Ethica.

In Rijnsburg schreef hij zijn eerste gepubliceerde werk, tevens het enige waarin zijn naam wordt vermeld. Het was een bewerking van delen van de Principia philosophiae van René Descartes. Een student die bij hem in huis woonde, Johannes Casearius, wilde onderricht in de wijsbegeerte ontvangen. Spinoza, die - niet zonder reden - terughoudend was in het meedelen van zijn eigen denkbeelden aan anderen, bood hem daarop als propedeuse een rigoureuze introductie in de cartesiaanse wijsbegeerte aan. Op verzoek van zijn Amsterdamse vriendenkring bewerkte hij die inleiding tot een publicatie, waaraan bovendien een aanhangsel met metafysische beschouwingen was toegevoegd.

Renati Des Cartes principiorum philosophiae pars I&II met Cogitata Metaphysica (1663), vertaald in 1664 door Spinoza's vriend Pieter Balling.

Toen zijn Principia in 1663 verscheen, was Spinoza inmiddels verhuisd naar Voorburg.
In Voorburg werkte Spinoza verder aan zijn Ethica, een activiteit die hij onderbrak voor het schrijven van zijn andere grote werk, de Tractatus theologico-politicus (TTP). Ondanks de relatief grote vrijheid in het Nederland van die dagen bleek de tolerantie zijn grenzen te hebben. Hoe precair de situatie kon zijn, ondervond Spinoza nog eens op smartelijke wijze toen zijn vriend en volgeling Adraan Koerbagh in 1668 gevangen werd gezet wegens het schrijven van opruiend geachte werken. Een jaar later bezweek Koerbagh in het Amsterdamse Rasphuis. Zijn dood moet Spinoza diep geraakt hebben, maar er is geen reactie van hem bewaard gebleven. Wel is Spinoza, die als motto het woord Caute ('Behoedzaam') in zijn zegelring had laten graveren, in de loop der jaren steeds voorzichtiger geworden.

De TTP verscheen in 1670 anoniem en met een vals uitgeversadres, om vervolging te bemoeilijken. Bovendien heeft Spinoza zelf ingegrepen om te verhinderen dat er na de Latijnse versie een Nederlandse vertaling op de markt werd gebracht. Dat zou de autoriteiten maar een voorwendsel hebben verschaft om tot verbod ook van de Latijnse uitgave over te gaan. Maar na het rampjaar 1672 was het politieke klimaat in Nederland zo verslechterd dat de TTP toch verboden werd. Het effect van dat verbod was overigens eerder averechts: de uitgever heeft het boek daarna nog enkele malen herdrukt.

De keuze voor Voorburg en later tussen september 1669 en februari 1671 Den Haag, waar hij op twee verschillende adressen heeft gewoond, zou zijn ingegeven door Spinoza's betrekkingen met invloedrijke regenten. In Den Haag woonde Spinoza eerst aan de Stille Veerkade, maar in mei 1671 nam hij zijn intrek bij de familie Van Spyk aan de Paviljoensgracht, waar hij tot zijn dood in 1677 zou blijven wonen. Zijn laatste woonhuis is een Spinoza-studiezaal geworden.

Toen het gepeupel in Den Haag op 20 augustus 1672 de gebroeders De Witt lynchte, maakte Spinoza dat van nabij mee. Die gruweldaad heeft hem zo geschokt dat hij - volgens een mededeling die Leibniz na een gesprek met Spinoza heeft genoteerd - met een plakkaat naar de plek van het onheil wilde gaan waarop hij had geschreven ultimi barbarorum (ergste barbaren). Zijn huisbaas weerhield hem daarvan.

In Den Haag voltooide Spinoza zijn Ethica Het manuscript was in 1675 gereed voor de druk, en hij ging ermee naar Amsterdam om de uitgave te regelen. Toen hij daarmee bezig was, bleek dat het gerucht hem al vooruit was gesneld. Men fluisterde dat hij een boek ter perse had waarin hij wilde aantonen dat er geen God bestond. Er waren al predikanten naar de overheid gestapt om hun beklag te doen, en cartesiaanse geleerden - op wier steun Spinoza toch enigszins had gehoopt - probeerden zich van de verdenking van spinozistische sympathieën te zuiveren door zijn werk aan te vallen. De sfeer was zo vijandig dat Spinoza besloot van publicatie af te zien. Hij borg het manuscript weer op, in afwachting van betere tijden. Toen hij in 1677 zijn einde voelde naderen, gaf hij zijn huisbaas Van Spyk opdracht de tekst in het geval dat hij zou overlijden direct naar de uitgever in Amsterdam te sturen.

Op 21 februari 1677 overleed Spinoza aan een longziekte. Het vele glasstof dat hij bij zijn slijparbeid had ingeademd zal daarbij zeker een rol hebben gespeeld. De huisbaas heeft zijn lessenaar met inhoud direct per trekschuit naar Amsterdam laten brengen.

Binnen het jaar verschenen in 1677 verscheen de Ethica ordine geometrico demonstrata als onderdeel van de Opera Posthuma, samen met een drietal onvoltooide verhandelingen (Tractatus politicus, Tractatus de intellectus emendatione, Compendium grammatices linguae Hebraeae) en 75 brieven. Tegelijk publiceerden zijn vrienden dezelfde teksten (behalve de Hebreeuwse grammatica) in een Nederlandse vertaling onder de titel De nagelate schriften van BdS (NS). De correspondentie van Spinoza met vrienden en bekenden is ook een belangrijk onderdeel van zijn oeuvre. De brieven vormen een onmisbare aanvulling op zijn filosofie, maar ze bevatten ook allerlei biografische details die een indruk geven van de persoon Spinoza.

Omdat Spinoza's stelsel al snel als 'atheïstisch' werd beschouwd - een kwalificatie waartegen hij zich overigens krachtig verzette - hebben zijn tijdgenoten zich verbaasd over zijn levenswandel. Die was namelijk niet bandeloos en liederlijk, zoals men meende te moeten verwachten van een atheïst - die immers geen goddelijke gerechtigheid te vrezen had. Uit getuigenissen komt Spinoza naar voren als een bescheiden, rustig en zachtmoedig persoon. Juist die combinatie (die hem het etiket van 'deugdzame atheïst' opleverde) heeft nogal tot de verbeelding gesproken, en over Spinoza's persoon gaan dan ook allerlei verhalen, ondanks of misschien juist dank zij de schaarse gegevens over zijn leven.

Zijn naam had, zelfs toen hij nog niets had gepubliceerd, bekendheid, en hij gaf er de voorkeur aan in alle rust aan zijn wijsbegeerte te werken, niet voortdurend gestoord door bezoekers. Hij voorzag in zijn levensonderhoud door het slijpen van lenzen voor microscopen en telescopen. De keuze voor juist dit vak zal niet toevallig zijn geweest. Microscopen en telescopen speelden een belangrijke rol in het zich ontwikkelende natuurwetenschappelijke onderzoek, en de wiskundige kennis die nodig was voor het maken van lenzen vormde voor menigeen die wetenschappelijk geïnteresseerd was een uitdaging.

Zie ook Benedictus de Spinoza Een overzicht door Piet Steenbakkers op http://blogimages.seniorennet.be/bds/attach/130039.htm


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 853.