kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01-11-2008 voor het laatst bewerkt.

Boedapest

Boedapest ((Hongaars: Budapest)

De hoofdstad van Hongarije. De stad is gelegen aan weerszijden van de Donau (Hongaars: Duna) en telt ca. 1,7 miljoen inwoners.

De stad werd in 1873 gevormd door het samenvoegen van Boeda en Óbuda op de rechteroever van de Donau met Pest op de linkeroever. Vóór 1873 noemde men de steden gezamenlijk Pest-Boeda.

Boeda (Hongaars: Buda; Duits: Ofen) is een van de beide samenstellende delen van de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Boeda ligt op de rechteroever (westoever) van de Donau en was eeuwenlang een afzonderlijke stad, tot het in 1873 werd verenigd met het ertegenover gelegen Pest. In tegenstelling tot Pest ligt Boeda in een heuvelachtig landschap. Op een van de heuvels ligt het oude stadshart van Boeda, de Burchtheuvel. Boeda is vooral een woongebied, dat aanzienlijk rijker aan groen is dan Pest en waar zich dan ook de betere wijken van Boedapest bevinden.
De nieuwe burcht, Budavár, werd de eerste verblijfplaats van de koning en moest tevens als verdedigingsburcht dienst doen. Rondom de burcht zou de nieuwe stad Boeda ontstaan. Behalve de eerste koningsburcht ontstonden in de 13e en 14e eeuw de Maria-Magdalenakerk, waarvan de toren nu nog bestaat, en de Lieve-Vrouwekerk (Matthiaskerk). Steeds meer burgers vestigden zich hier omdat ze zich veiliger voelden dan in de laagvlakte en omdat Boeda markt- en tolrechten had gekregen. Op het "hazeneiland", nu Margiteiland, richtte de aartsbisschop een verblijfplaats in en later een klooster voor nonnen van hoge adel. Onder de heerschappij van de koningen uit het Huis Anjou werd de koningsburcht vergroot.

Pest (uitgesproken: pesjt) is het grootste, grotendeels vlakke gedeelte van de Hongaarse hoofdstad Boedapest dat op de linkeroever van de Donau ligt. Pest beslaat met zijn 352km² ongeveer twee derde van het grondgebied van de hoofdstad. De Donau scheidt het stadsdeel van Boeda, het andere deel van Boedapest, waarmee het in 1873 werd verenigd. Informeel wordt de naam Pest vaak ook gebruikt om heel Boedapest aan te duiden.
In Pest bevinden zich onder meer het zakelijke hart van de stad, het Parlementsgebouw met de verschillende ministeries en het Stadspark met het Heldenplein (Hősök tér). Ook de meeste industrie bevindt zich in Pest.
De naam Pest ('hol') gaat terug op een Slavisch woord dat ‘stookplaats’ betekende, waarschijnlijk verwijzend naar nabij gelegen grotten waar men vuur brandde. De Duitse naam voor het aan de overkant gelegen Boeda heeft overigens dezelfde betekenis: Ofen.
Pest stond als stad oorspronkelijk los van Boeda. De stad ligt op de plaats waar in vroegere eeuwen Romeinse en Keltische nederzettingen waren. De stad werd een belangrijk economisch centrum gedurende de 11de en 13de eeuw, werd vernield tijdens de Mongoolse invasie in 1241 en kort daarna herbouwd. Pas veel later ging Pest Boeda overvleugelen. In 1873 gingen de steden Boeda (op de rechteroever) en Pest samen in de stad Boedapest.

Boedapest herbergt bijna 20% van alle inwoners van Hongarije en speelt in het land een dominante rol op bijna alle gebieden (bestuur, handel, industrie, verkeer, cultuur). Het is daarnaast het belangrijkste verkeersknooppunt en (in toenemende mate) het culturele hart van Centraal-Europa. De luchthaven Ferihegy International Airport vervult een belangrijke rol in de positie van Boedapest in Midden-Europa.

Geschiedenis
Beide oevers van de Donau werden al door de Romeinen bewoond: op de plaats van het huidige stadsdeel Óbuda lag Aquincum, en op de plaats van Pest het kleinere Contra-Aquincum. In 35 v.Chr. kwamen de oorspronkelijke bewoners in aanraking met de Romeinen, toen een Romeins leger onder leiding van Octavianus, de latere keizer Augustus, een veldtocht ondernam. Ong. 10 v.Chr. werd er een Romeinse provincie gevormd tussen de Oostelijke Alpen, de Donau en de Sava (Sau), die Pannonia werd genoemd. De Romeinen legden langs de Donau militaire steunpunten aan. Zo ontstond in de 1e eeuw het legerkamp Aquincum. Daarnaast verrees het stadje "Óbuda" voor de burgers. Aquincum werd de hoofdstad van Pannonië en zou 30.000 inwoners hebben geteld. Tot het eind van de 4e eeuw bleef het lot van de stad verbonden met het Romeinse rijk. Er was een goed wegennet tussen de grensstad aan de Donau en de overige 25 kleine steden en de vele landelijke nederzettingen. Vondsten bewijzen dat er ook handel werd gedreven met Spanje en Zuid-Italië.

Het verval zette in toen tegen het eind van de 4e eeuw de Romeinen hun grenzen niet langer konden verdedigen tegen de invallen van Germaanse stammen en de Hunnen. Een groot deel van de bevolking sloeg op de vlucht. In 455 werden de Hunnen daar verdreven. Na de Hunnen en Ostrogoten vestigden zich in het gebied diverse nomadenstammen uit Azië. In 567 kwamen de Avaren zich hier vestigen. Tegen het eind van de 8e eeuw werden de Avaren door Karel de Grote en zijn zoon Pepijn, verslagen. Na de dood van Karel de Grote raakte het gebied weer los van het Frankische rijk. In het gebied van het oude Aquincum vestigden zich toen Slavische stammen. Uit die tijd dateert waarschijnlijk de naam Boeda ('klein huis','hut') voor het deel aan de rechteroever. Het deel aan de andere oever van de Donau kreeg de naam Pest ('hol'), misschien vanwege de vele holen, die zich daar toen in de heuvels bevonden.

De Hongaren verschenen pas eeuwen later, tegen het jaar 900. Onder leiding van Árpád veroverden ze dit gebied, dat nog voortleefde onder de naam Pannonia en waartoe Boeda en Pest behoorden. Ze ondernamen rooftochten tot in het huidige Duitsland, Frankrijk en Italië. Pas nadat ze door keizer Otto I waren verslagen, besloten ze zich voorgoed te vestigen in het huidige Boedapest en wijde omgeving. Onder hun vorst Géza (971-997) gingen ze tot het christendom over. Belangrijk was dat de rooms-katholieke vorm van het christendom en niet de Grieks-katholieke, Byzantijnse variant werd gekozen. Het jaar 1000, waarin Stefan I van Hongarije tot koning werd gekroond, kan als geboortejaar van het Magyarenland beschouwd worden. De koningen hadden omstreeks die tijd nog geen vaste verblijfplaats. Ze trokken door het land en sloegen dan weer hier en weer daar hun kampementen op.

De binnenvallende Mongolen, die Óbuda en Pest verwoesten in 1241, en stadjes en dorpen in ruïnes veranderden, dwongen koning Béla IV burchten en stadsmuren te bouwen. De Mongolen verdwenen weliswaar nog in hetzelfde jaar, 1241, waarin ze gekomen waren, maar men vreesde een nieuwe inval. Béla IV liet het betrekkelijk smalle plateau van de heuvel van Boeda met een muur omgeven en in de 13e en 14e eeuw werd in het noordelijk deel de burcht gebouwd.

Boeda, dat strategisch op een heuvel ligt, kreeg in 1247 een kasteel en werd in 1361 de hoofdstad van het koninkrijk Hongarije. Onder koning Matthias Corvinus maakten Hongarije en Boeda een bloeitijd door.

Daaraan kwam een eind met de verovering door de Turken, die het Hongaarse koninkrijk in Mohács in 1526 een vernietigende slag toebrachten en de vesting Boeda in 1541 innamen. De stad was vanaf 1686 in Oostenrijkse handen. In 1787 komt Hongarije onder Habsburgs bewind, dat tot 1918 aan de macht blijft, zij het dat vanaf 1867 Oostenrijk en Hongarije gelijkwaardige partners zijn binnen Oostenrijk-Hongarije. In deze periode maakt met name Pest een enorme groei door. De bevolking bedroeg rond 1900 730.000 zielen.

De 20e eeuw bracht nieuwe stadsuitbreidingen (Újpest, Kispest, Angyalföld), maar vooral dramatische gebeurtenissen als de deportatie en vernietiging van grote delen van de omvangrijke joodse gemeenschap (in zeer korte tijd, pas in 1944 werd de stad door de nazi's bezet), de bevrijding (maar feitelijk nieuwe bezetting) door de Sovjet-Unie en het neerslaan van de Hongaarse Opstand in 1956 door diezelfde Sovjet-Unie. Deze gebeurtenissen hebben alle hun sporen in het stadsbeeld nagelaten.

In 1929, 1966 en 1983 vonden in Boedapest Universele Esperantocongressen plaats.

Sinds in 1989 in Boedapest de Republiek Hongarije werd uitgeroepen, is de stad het decor van ingrijpende hervormingen. De terugkeer van de markteconomie heeft het stadsbeeld zeer verlevendigd. De bevolking van de stad is in deze periode verder afgenomen (het hoogtepunt ligt in dit opzicht aan het begin van de jaren '80).

Bezienswaardigheden
Boeda is gelegen op de heuvelachtige rechteroever van de Donau (links op de kaart). Twee van die heuvels domineren: de Burchtheuvel (Várhegy) en de Gellértberg.

Op de Burchtheuvel staan de voornaamste monumenten van Boeda:
. de Burcht en Burchtheuvel (Várhegy) - zie Boeda
. de Matthiaskerk (Mátyástemplom)
. het Vissersbastion (Halászbástya)
. de Táncsics Mihály utca

De heuvel is ommuurd: de 18de-eeuwse Burchtwijk binnen de omwalling is goed bewaard gebleven (alleen het zuidelijke deel leed zware oorlogsschade). Het uitzicht over de Donau met haar bruggen en Pest is veelbezongen. Zoals de meeste attracties van Boedapest zijn de grote toeristentrekkers minder oud dan ze lijken: zowel de Matthiaskerk in zijn huidige vorm als het Vissersbastion zijn negentiende-eeuws.

Andere belangrijke bezienswaardigheden in Boeda:
. de Waterstad (Viziváros)
. de Szent Anna-Templom (Sint-Annakerk)
. de Batthyány tér (Batthyányplein)
. de Citadel van Boeda
. het Hotel Gellért

Bezienswaardigheden in Pest:
. het Parlementsgebouw aan de oevers van de Donau
. de Andrássyboulevard (Andrássy út), dé Boulevard van Boedapest
. het Heldenplein (Hősök tere) aan het eind daarvan, met zijn Millenniummomument
. het Városliget (Stadspark) met de Vajdahunyadburcht, het restaurant Gundel, het Vidámpark (Pretpark) en de Állatkert (Dierentuin)
. de Nagykörút (Grote Boulevard) met zijn winkels en hotels
. het centrum (vijfde district) ligt direct tegenover de Burchtheuvel en is het zaken- en winkelcentrum van heel Boedapest.
. de Sint-Stefanusbasiliek (Szent István Bazilika)
. de Theaterwijk
. vele badhuizen, waarvan sommige teruggaan tot de Turkse tijd
. de gerestaureerde grote Markthal
. de beroemde koffiehuizen

Bruggen
Er zijn negen bruggen over de Donau in Boedapest:
. De Spoorwegbrug van Újpest, ver in het noorden
. De Árpádbrug geeft verbinding met het Margiteiland en Óbuda
. De Margitbrug geeft toegang tot het Margiteiland, een parkeiland in de rivier
. De Kettingbrug (of Lánchíd) is de oudste brug van Boedapest (1849)
. De Elisabethbrug, een opvallend moderne brug
. De Vrijheidsbrug (of Szabadsághíd), vroeger Ferenc Józsefhíd (Frans-Jozefbrug)
. De Petőfibrug geeft verbinding met de Nagykörút (Grote boulevard)
. De Lágymányosibrug, de nieuwste brug ter ontlasting van de Petőfibrug
. De zuidelijke spoorwegbrug, spoorwegverbinding met Wenen.

Musea
. Ernst Museum

. Ludwig Museum Boedapest
Het Ludwig Museum Boedapest (LUMU) is het enige museum in Hongarije voor internationale, hedendaagse kunst. Het museum bevindt zich in het nieuwgebouwde cultuurhuis, het Kunstenaarspaleis (Müvészetek Palotája) in Boedapest. Het museum maakt deel uit van de Ludwig musea.
De samenwerking tussen de Hongaarse overheid en Peter en Irene Ludwig startte in 1989 met een gift, bestaande uit 70 werken van hedendaagse kunstenaars (waar onder Pablo Picasso). Deze collectie werd in 1991 aangevuld met een bruikleen van nog eens 91 werken, waarna het Ludwig Museum Boedapest werd geopend in een gebouw behorende tot de Nationale Galerie in het Koninklijk Paleis, de Burcht van Boeda (Budavári Palota)
In 1996 werd de Hongaarse sectie hedendaagse kunst aanzienlijk uitgebreid en werd het museum officieel het Museum voor Hedendaagse Kunst. In 2005 werd het museum verplaatst naar de nieuwbouw van het Museum Paleis, gelegen op de oever van de Donau.
De museumcollectie beschikt inmiddels over 167 werken uit de Collectie Ludwig, waarvan 70 schenkingen, en omvat onder andere:
Moderne en hedendaagse (voornamelijk Amerikaanse kunst): Andy Warhol, Claes Oldenburg, Roy Lichtenstein, Jasper Johns, Chuck Close, Malcolm Morley en Richard Estes.
De oosteuropese collectie met voornamelijk werken van Avant Garde-bewegingen uit de jaren zestig en zeventig: Ilona Keserü, László Lakner, Krisztán Frey en Guörgy Jovánovics.
De collectie werken van onder andere Fluxus, De Nieuwe Wilden en Conceptuele kunst: A. R. Penck, Georg Baselitz, Markus Lüpertz, Joseph Beuys en Arnulf Rainer.

. Magyar Nemzeti Múzeum
Het Hongaars Nationaal Museum (Magyar Nemzeti Múzeum) ligt vanaf het Kálvin tér naar de Múzeum Körút op de Pest-zijde van Boedapest.
Het museum werd gesticht door graaf Ferenc Széchényi, die in 1802 zijn kostbare bibliotheek en later zijn muntenverzameling afstond om een begin te maken met het museum. Boven een zeer brede toegangstrap staan acht hoge, Korinthische zuilen. Daar, boven in het timpaan (geveldriehoek), zijn allegorische figuren afgebeeld. Voor het gebouw staat een standbeeld van de dichter János Arany (1817-1882). In het park rondom het museum staan ook standbeelden van Hongaarse geleerden en schrijvers.
Het museum is geheel gewijd aan de geschiedenis van Hongarije. In de voorhal is de grootst bewaarde Romeinse mozaïekvloer te zien. Daarachter begint het trapportaal. Het plafond is bewerkt met fresco's en taferelen uit de Hongaarse geschiedenis. Het leidt naar een ruime, ronde zaal met een koepeldak. Dit vertrek van 15 meter met zuilen, pijlers en nissen lijkt wel op het Pantheon in Rome.
Vanaf hier komt men in de zwaarbewaakte pronkzaal, waar zich tot 1999 de Stefanuskroon en de daarbij behorende kroningsattributen bevonden.
De begane grond huisvest voorwerpen uit de geschiedenis van de volken die in Hongarije hebben gewoond van de prehistorie tot 896, ten tijde van Árpád. In de zalen I en II zijn resten te zien van een nederzetting uit de oude steentijd - in 1960 bij Vértesszöllös gevonden - en vondsten uit Sümeg.
In de zalen VI, VII en VIII zijn vondsten uit de Romeinse tijd te zien. Een bijzondere plaats neemt hier de bekende bron uit het paleis van koning Matthias in Visegrád in.
Op de eerste verdieping zijn in zeven zalen verzamelingen opgenomen uit de periode 896-1848. In zaal I bevinden zich voorwerpen uit de voormalige kastelen van Boeda en Visegrád. Vanaf 896 tot de Middeleeuwen zijn wapens, helmen, harnassen, enz. te bewonderen. In een van de zeven zalen bevind zich een compleet uitgeruste Turkse veldheertent met tapijten, kussens en Turks huisraad. De geschiedenis van Hongarije stopt er tot 1848. Vanaf dan waren de Hongaren onder het Habsburgse bewind. Een schilderij verwijst naar de Habsburgers van toen, in 1755. Toen werd een Hongaarse opstand neergeslagen en alle leiders en samenzweerders werden er in massa geëxecuteerd. Het schilderij laat de executies zien. Allen werden onthoofd, geradbraakt of opgehangen. De lijken legden de Oostenrijkers op stapels en werden verbrand. Een wielrad met mesranden hing aan de wand, alsook het executieslagzwaard. Het is niet verwonderlijk dat, in de verdere loop van de Hongaarse geschiedenis, regelmatig opstanden waren tegen de Habsburgers.
Op de tweede verdieping zijn ook de verzamelingen van het Natuurwetenschappelijk Museum opgenomen. Hier kan men beeltenissen zien van uitgestorven diersoorten zoals onder andere de sauriërs.

. Soros Center for Contemporary Art

. Statue Park Budapest
Het Szoborpark (Hongaars voor beeldenpark) is een standbeeldenpark in Érd aan de rand van Boedapest in Hongarije. Er zijn verschillende standbeelden uit het communistische tijdperk. Onder andere Lenin, Karl Marx, Friedrich Engels en Béla Kun zijn hier te zien. Alle standbeelden stonden door de hele stad Boedapest verspreid en zijn na de val van het communistische regime hiernaartoe gehaald. Het park is een populaire toeristenattractie en wordt dagelijks door honderden toeristen bezocht.

. Szépművészeti Múzeum, Museum voor Schone Kunsten
Szépművészeti Múzeum ("Museum voor Schone Kunsten", "Museum voor Beeldende Kunst") is het belangrijkste museum voor beeldende kunst in Boedapest, Hongarije.
Aan de linkerkant van het Heldenplein staat het grote neo-klassieke Museum voor Beeldende Kunst, waarin niet-Hongaarse beelden en schilderijen te zien zijn. Al haalt dit museum niet het niveau van b.v. het Prado in Madrid of het Louvre in Parijs, interessant is het zeker. Het behoort beslist tot de grote musea in de wereld. Er is werk van Leonardo da Vinci, Peter Paul Rubens, Rembrandt van Rijn, Quiringh van Brekelenkam, Rafaël Santi, Albrecht Dürer, Lucas Cranach, Henri Toulouse-Lautrec en Thomas Gainsborough. De collectie Italiaanse meesters uit de renaissance geniet internationale bekendheid. De benedenverdieping van de "Galerij van de Oude Meesters' bevatte vroeger de privé-verzameling van de vorst Eszterházy. Toen de familie in finaciële moeilijkheden raakte, kocht de Hongaarse staat deze verzameling het in 1872 op. Het pronkstuk was het schilderij 'Maria met het Kind en Johannes' van Rafaël Santi. Het is ook nu nog één van de bezienswaardigheden in dit museum, dat in 23 zalen en 17 kabinetten de Europese schilderkunst toont; de Italiaanse meesters van de 14e en 15e eeuw, de wat latere Spaanse, Vlaamse, Hollandse en Duitse schilders en de Franse en Engelse uit de 18e eeuw. Daarnaast zijn er Egyptische en Grieks-Romeinse afdelingen. Ook een afdeling modernere (Art Nouveau) beeldhouwkunst ontbreekt niet.

. Néprajzi Múzeum
Het Etnografisch Museum (Néprajzi Múzeum) is een in Boedapest gelegen museum aan het Kossuth Lajosplein tegenover het Hongaars parlementsgebouw aan de Pest-zijde.
Het Etnografisch Museum heeft een 125 meter lange voorgevel in een neo-barokstijl. In het museum valt de Hongaarse volkskunst van de 17e tot de 20e eeuw te bewonderen. Alles wat met de landbouwer en zijn gezin te maken had, is hier uitgestald, zoals b.v. klederdrachten, meubels en gereedschappen. Verder hangt aan het plafond van het museumgebouw een fresco van de hand van de kunstenaar Károly Lotz.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Boedapest.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1245.