kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 04-07-2009 voor het laatst bewerkt.

Brabant

Brabant was oorspronkelijk de naam van een Karolingisch gouwgraafschap (pagus Bracbatensis) dat zich uitstrekte tussen de Schelde en de Dijle. Vanaf de 13e eeuw is het de naam van een hertogdom in het westen van het Heilige Roomse Rijk.

De Gouw Brabant (ook Brabantgouw, Pagus Bracbantensis, of Pagus Bracbatensis) is een historisch gebied in de Nederlanden. Het was onderdeel van het hertogdom Lotharingen. De Brabantgouw bestond mogelijk al in de 7e eeuw. Hij wordt uitdrukkelijk vermeld in de Karolingische rijksverdelingen. Bij het Verdrag van Meerssen (870) bestond het al uit vier graafschappen.

Etymologie
Brabant sluit kennelijk aan bij de klasse van gouwnamen waartoe ook Ostrobant, Teisterbant, enz. behoren. Het tweede element "-bant" duidt op een territoriale omschrijving. De betekenis van het eerste element "brac" (ook brag-, brach-) is onzeker.

Ligging
De Brabantgouw heeft territoriaal slechts een klein deel gemeen met het in pas in 1183 opgerichte hertogdom Brabant. De gouw was grotendeels omsloten door waterlopen: in het westen door de Schelde tot aan de Rupelmonding, vandaar verder langs de Rupel en via de loop van de Dijle. In het zuiden liep de grens grotendeels langs de Hene (Fr.Haine). Vanaf haar bronnen liep de grens oostwaarts door een woudgordel om de kring te sluiten aan de loop van de Dijle, wellicht aan haar zijrivier de Lasne, ten oosten van Nijvel (ter hoogte van Baisy-Thy).

Bestuur
De bestuurder van een pagus of gouw was een gouwgraaf, die rechtstreeks in dienst van de koning of keizer stond. Er zijn evenwel geen namen van gouwgraven van Brabant overgeleverd, wat het vermoeden wekt dat de gouw deel uitmaakte van de hertogelijke ambtslenen in Neder-Lotharingen. Het geslacht Verdun beschikte bijvoorbeeld over verscheidene allodiale bezittingen (Ename, Velzeke, Asse, Affligem, Aalst-Hessegem-Lede). De vroegste oorkondelijke vermelding van een graaf van Brabant betreft Herman van Verdun (†1024), zoon van hertog Godfried de Gevangene, doch in zijn tijd was het graafschap Brussel (tussen Zenne en Dijle) reeds uit de gouw losgemaakt.

De Brabantgouw bestond aanvankelijk uit vier deelgraafschappen:
. Graafschap Brussel (historiografisch Ukkel genoemd, doch diplomatieke bronnen over deze benaming ontbreken), gelegen tussen Zenne en Dijle
. Graafschap Ename, in latere eeuwen ook graafschap Aalst genoemd: net noordwestelijke deel van de Brabantgouw tussen Schelde en Dender
. Landgraafschap Brabant (benaming vanaf omstreeks 1086), gelegen tussen Dender en Zenne.
. De zuidelijke helft van de Brabantgouw, in zijn geheel vanaf de 11e eeuw onder het graafschap Henegouwen. Door een 20e-eeuws historicus, P. Bonenfant, zou dit landsgedeelte bestaan hebben uit twee (denkbeeldige) graafschappen Halle en Chièvres. Deze worden echter nergens betuigd in contemporaine bronnen. Deze opdeling vond de geleerde waarschijnlijk, omdat hij aannam dat de Brabantgouw in ongeveer vier gelijke delen was verdeeld. Bonenfant wist echter nog niet af van het bestaan van het landgraafschap Brabant tussen Dender en Zenne, dat hij onterecht als een deel van het graafschap Brussel beschouwde. Er bestaat een narratieve bron die in de 10e eeuw de standplaats van de bestuurder van het zuidelijke graafschap situeert in Chièvres.

Verdere ontwikkeling
Vanaf de elfde eeuw vindt de gouwnaam nog slechts toepassing als geografische verwijzing en heeft zij steeds minder institutioneel belang. De vier graafschappen uit de Brabantgouw werden ook reeds door verschillende stamgeslachten bestuurd:
. Het graafschap Brussel (tussen Zenne en Dijle) kwam onder de graven van Leuven omstreeks het jaar 1000. De aanwinst van dit graafschap wordt in de kronieken van Brabant verklaard via de Karolingische bruidsschat van Gerberga van Lotharingen (gehuwd met Lambert I van Leuven), dochter van de toenmalige hertog van Neder-Lotharingen.
. Omstreeks 1024 verwierf graaf Reinier V van Bergen de zuidelijke helft van de gouw in opvolging van zijn schoonvader en vorige gouwgraaf van Brabant, Herman van Ename. Vanaf 1070 werd dit graafschap opgenomen in het gerefeodaliseerde graafschap Henegouwen (samen met het allodiale graafschap Bergen en het markgraafschap Valenciennes).
. Boudewijn V van Vlaanderen (meer bepaald via een niet nader genoemde zoon) werd door keizer Hendrik III op een hofdag te Goslar op 7 april 1044 het markgraafschap toegewezen tussen Schelde en Dender, inbegrepen het Land van Dendermonde. In 1045 werd hem de mark echter al ontnomen, omdat de graaf van Vlaanderen zich had aangesloten bij de rebellerende hertog Godfried met de Baard. Na zijn knieval voor de Duitse keizer in 1056 werd het rijksleen aan Boudewijn V teruggegeven, vermoedelijk na de twee vredesbesprekingen van Andernach (1056 en 1059) met de keizerlijke legerleiders, paltsgraaf Hendrik I van Lotharingen en de rijksbisschop Anno II van Keulen.
. Het resterende deel van de gouw, namelijk de landstrook tussen Dender en Zenne, was tussen 1044/1056 en 1085 een paltsgrafelijk ambtsleen. Na de dood van paltsgraaf Herman II van Lotharingen (20 september 1085) werd het betrokken graafschap in leen gegeven aan graaf Hendrik III van Leuven. Hij kreeg dit rijksleen onder vorm van landgraafschap, zodat het onttrokken was aan het overstijgend gezag van de hertog van Neder-Lotharingen. Tegelijk werd de graaf ook beschermheer van de geestelijke instellingen binnen dit Brabants gebied, in het bijzonder de abdij van Affligem, het uitgestrekte abdijdomein rondom Lennik van de abdij van Nijvel en het allodium rondom Sint-Pieters-Leeuw van het Sint-Pieterskapittel van Keulen (zie verder Landgraafschap Brabant).

Territoriale vorming van het hertogdom
Het hertogdom Brabant ontstond uit de vereniging van verscheidene graafschappen en voogdijgebieden:
. het graafschap Leuven, allodiaal stamgraafschap van de Reiniers (geen deel van de Brabantgouw).
. het graafschap Brussel, deel van de Brabantgouw tussen Zenne en Dijle; verworven omstreeks 1000.
. het landgraafschap Brabant, deel van de Brabantgouw tussen Dender en Zenne, verworven door Hendrik III van Leuven omstreeks 1085/1086; omstreeks 1183/1184 werd dit rijksleen verheven tot hertogdom Brabant ten gunste van hertog Hendrik I van Brabant.
. markgraafschap Antwerpen en 's-Hertogenbosch, verworven als hertogelijke ambtslenen in 1106 door Godfried I van Leuven.
. het voogdijgebied van de abdij van Gembloers, wellicht al in de 10e eeuw onder voogdij van de graven van Leuven.
. het voogdijgebied van de abdij van Nijvel, mogelijk enige tijd onder voogdij van de graven van Leuven tijdens de 11e eeuw; pas begin 13e eeuw werd de voogdij formeel bevestigd.

De Brabantse ontstaanslegenden
De Brabantse landsheerlijke kronieken (14e-15e eeuw) trachten de origines van de hertogen naar een voor hun politieke rivalen onovertrefbaar verleden te laten teruggrijpen. Op de (aanvaardbare) afstamming van Karel de Grote werd verder gebouwd om de hertogelijke genealogie in het Frankische Tijdvak te laten aanvangen:
. Volgens een 14e-eeuwse genealogie stammen de hertogen van Brabant af van koning Priamus van Troje.
. Als variant op die bron, ontstond een kroniek waarin een Romeins senator als de stamvader wordt beschouwd.
. Een kroniek uit de 15e eeuw wil dan weer dat de naam "Brabant" afkomstig is van een Romeins soldaat Silvius Brabo.

Het hertogdom Brabant heeft institutioneel nochtans een volkomen legitieme oorsprong. De Brabantse natie was naar territoriale omvang vrijwel voltooid met het toekennen van de hertogtitel van Neder-Lotharingen aan Godfried I (ook bekend als Godfried met den baard) door de Duitse keizer in 1106 (zie ook: Hertogen van Brabant). Institutioneel volgt de bevestiging pas in 1183/1184, met de verheffing van het landgraafschap Brabant (tussen Dender en Zenne) tot hertogdom ten gunste van Hendrik I van Brabant. In 1190, enkele dagen na de dood van Godfried III van Leuven werd tijdens een landdag in de abdij Comburg (Schwäbisch Hall) het hertogschap van Neder-Lotharingen gezagsloos verklaard, maar behielden de graven van Leuven het recht om het hertogelijke gezag uit te oefenen binnen de door hun gecontroleerde graafschappen en voogdijgebieden.

13e tot 15e eeuw
Verdere uitbreidingen gingen vooral naar het oosten. In 1288 verslaat Jan I van Brabant in de Slag bij Woeringen de Keulse aartsbisschop en wint het hertogdom Limburg (niet te verwarren met de huidige Belgische en Nederlandse provincies), er ontstaat een band tussen de twee hertogdommen die 5 eeuwen zal duren. In 1430 komt Brabant bij het huis van Bourgondië, waarvan hertog Filips de Goede op dat ogenblik bezig is een rijk uit te bouwen dat in de 16e eeuw de Zeventien Provinciën zal heten.

Tachtigjarige oorlog
Bij Karels opvolger, Filips II van Spanje liep het echter mis. De Tachtigjarige Oorlog brak uit omwille van diens eigenzinnige kerkhervormingen. In het begin hield Brabant zich afzijdig, maar na de massale muiterijen onder de Spaanse troepen en uiteindelijk de plundering van Antwerpen (stad) (de Spaanse Furie) in november 1576, riepen de Staten van Brabant op eigen voorstel de Staten-Generaal van de Nederlanden bijeen, waaruit de Pacificatie van Gent voortkwam. Even later verenigden alle gewesten (behalve Luxemburg) zich in de Unie van Brussel tegen de aanwezigheid van de Spaanse troepen. Op deze manier wist Brabant in samenwerking met Willem van Oranje de gematigde en radicale opstandelingen te verenigen. De nieuwe landvoogd, Don Juan van Oostenrijk, moest zwichten voor deze massale opstand en liet zijn troepen terugtrekken naar het Spaansgezinde Luxemburg na de ondertekening van het Eeuwig Edict.
Maar de vrede is van korte duur en na de verovering van de Citadel van Namen op 24 juli 1577 en de volledige vernietiging van het staatse leger in de Slag bij Gembloers op 31 januari 1578, wist Don Juan de stad Leuven te veroveren. Brabant was toen sterk verzwakt, en in sommige steden braken gevechten uit tussen calvinisten en katholieken.

Parma's offensief
De opvolger van Don Juan, de Spaanse generaal Alexander Farnese, heroverde in de jaren 1579-1585 geheel Brabant.
Op 1 juli 1579 vond het Schermersoproer plaats; toen raakten de calvinisten en katholieken van 's-Hertogenbosch met elkaar slaags en na een bloedig gevecht overwonnen de katholieken, die de stad uitleverden aan de Spanjaarden. Om te voorkomen dat het katholieke Mechelen hetzelfde zou doen, nam de staatse burgemeester van Brussel, Olivier van den Tympel de stad uit voorzorg in (Engelse furie). Bovendien sloten alle Brabantse steden (natuurlijk op de Spaanse steden 's-Hertogenbosch en Leuven na) zich dat jaar aan bij de Unie van Utrecht. In 1581 verklaarden de bij deze Unie aangesloten gewesten zich onafhankelijk met het Plakkaat van Verlatinghe. Ondertussen veroverden de Spanjaarden Breda (Furie van Houtepen). Het volgende jaar valt Lier door verraad in Spaanse handen.

In 1585 komt de genadeklap; de steden Brussel en Mechelen gaan verloren, en uiteindelijk ook de belangrijkste stad Antwerpen, die al maandenlang werd belegerd terwijl hulptroepen uit het noorden meermalen vergeefs geprobeerd hadden de stad te ontzetten. De Val van Antwerpen wordt gezien als de definitieve scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Tenslotte vallen ook Grave (1586), Bergen op Zoom (1588) en Geertruidenberg (1589).

Maurits' offensief
Met de vernietiging van de Spaanse Armada in 1588 keerde het tij van de oorlog; Maurits van Oranje-Nassau en Willem Lodewijk begonnen een grote veldtocht om Brabant te heroveren voor de Republiek der Verenigde Nederlanden. Als eerste werd Breda heroverd met het Turfschip.
Later versloeg Frederik Hendrik de Spanjaarden in het Beleg van 's-Hertogenbosch. Uiteindelijk werd het noordelijk deel van Brabant bij vredestraktaat door Filips IV van Spanje overgedragen aan de Republiek als Generaliteitsland, het zogenaamde Staats-Brabant. Het werd bestuurd door de Noordelijke Staten-Generaal.

Het hertogdom Brabant in de Zuidelijke Nederlanden
Het zuiden bleef onder Spaanse heerschappij, maar verkreeg een grote mate van autonomie van de landvoogden Albrecht en Filips' dochter Isabella. Die bestuurden samen met de Staten-Generaal.

Nadat de Spaanse tak van de Habsburgers was uitgestorven, ging het gebied over naar de Oostenrijkse Habsburgers. In 1787 reeds ontwierpen de Staten van Brabant, voortgedreven door Hendrik van der Noot, de plattegrond voor een opstand. In 1789, met de Brabantse Omwenteling, verklaarde Brabant zich niet meer onderworpen aan de soevereiniteit van keizer Jozef II na diens vernieuwingspolitiek. Andere landsheerlijkheden volgden het voorbeeld van Brabant en stichtten de Verenigde Nederlandse Staten. De Oostenrijkers herstelden echter in 1790 het gezag, nu onder keizer Leopold II.

Tijdens het Ancien Régime kende men in het westelijk deel van het hertogdom Brabant het zogenaamde meiseniersstatuut, waarmee de vrije boerenstand aangeduid werd. Het genoot zeer oude priviligies, die later ook door de hertog verleend werden aan de poorters van een stad. Een meissenier diende zich te laten registreren. De brieven werden uitsluitend uitgevaardigd door de Schepenbank van Grimbergen en op het Kasteel van Gaasbeek. De privileges van de meisseniers omvatten o.m. de vrijstelling van de "Dode Hand" ten aanzien van de hertog van Brabant (d.w.z. vrijstelling van erfenisrechten), vrijstelling van passagerechten binnen Brabant en het recht om binnen Brabant gevonnist te mogen worden, ongeacht waar het misdrijf moge plaatsgevonden hebben. Het recht was erfelijk in vaderlijke lijn en vond toepassing tot het einde van 18de eeuw, wanneer het meiseniersstatuut verviel bij de opheffing van het Ancien Régime.

Brabant na het Ancien Régime
Er kwam een definitief einde aan het hertogdom in 1795. Brabant raakte in de maalstroom van de Franse Revolutie en werd in geannexeerd door Frankrijk. Het werd opgesplitst in twee departementen: Dijle, voor Vlaams- en Waals-Brabant, en Twee Neten voor Antwerpen. Na de val van Napoleon in 1815 kwam er geen restauratie van de voormalige vorstendommen, maar werden de Franse departementen getransponeerd naar provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Na de Belgische Revolutie van 1830 werd deze toestand ook overgenomen in het nieuwe koninkrijk.

Het historische Brabant werd op dat moment verdeeld over drie nieuwe provincies (Brabant, Antwerpen en Noord-Brabant) die verspreid lagen over twee landen (België en Nederland).
Terwijl de provincie Antwerpen bleef zoals het was, werd onder druk van de Vlaamse Beweging de Belgische provincie Brabant bij een federalisering van het Koninkrijk België in 1995 opgesplitst in drie delen: Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het Brusselse hoofdstedelijke gewest.

Het Koninkrijk der Nederlanden kent nog altijd de provincie Noord-Brabant, gelegen ten noorden van de Nederlands-Belgische rijksgrenzen.

Bestuurlijke indeling
Het Hertogdom Brabant was verdeeld in vier kwartieren, te weten:
. Kwartier van Antwerpen
. Kwartier Brussel
. Kwartier Leuven
. Meierij van 's-Hertogenbosch
Elk van deze kwartieren was weer verder onderverdeeld.

Deze indeling heeft bestaan tot 1795, toen de Fransen het ancien régime afschaften en er departementen werden gevormd.

Actualiteit: Brabant 900 jaar in 2006 of 2083 ?
De grootse festiviteiten in 2006 omtrent Brabant 900 jaar zijn historiografisch eigenlijk een beschamende vergissing. In 1106 werd aan de graaf van Leuven immers slechts de hertogtitel van Neder-Lotharingen gegund. De eigenlijke titel van Hertog van Brabant verwierven zij pas in 1183. Institutioneel was dit een verheffing van het reeds omstreeks de jaarwisseling van 1085/1086 door Hendrik III van Leuven verworven landgraafschap Brabant. Dit rijksleen situeerde zich tussen de rivieren de Zenne en de Dijle.

De eerste hertog van Brabant, waarvan zijn titulatuur daadwerkelijk bij middel van oorkondelijke formules wordt overgeleverd, is Hendrik I van Brabant (eerste beschikbare oorkonde dateert uit 1184). Na de dood van zijn vader Godfried III van Leuven (†1190) verwierf hij op de Landdag van Schwäbisch Hall ook nog de (tegelijk gezagloos verklaarde) titel van hertog van Neder-Lotharingen.

Afgaande op het statuut van het landgraafschap, schuilt er in de feestelijke herdenking van 1106-2006 zelfs een tweede mediaflater. Een landgraafschap is immers per definitie onttrokken aan het intermediaire gezag van het overkoepelende hertogdom (in dit geval Neder-Lotharingen). Een landgraaf is voor zijn rijksleen namelijk directe leenhulde verschuldigd aan de Duitse koning en is niet onderworpen aan het gezag van bijvoorbeeld een hertog, paltsgraaf of rijksbisschop. In 1106 waren het landgraafschap Brabant en het hertogdom Neder-Lotharingen weliswaar in één hand verenigd bij Godfried I van Leuven, maar in de oorkondelijke protocollen merkt men dat het om twee naast elkaar bestaande instellingen handelt. In geval de landgraven-hertogen een charter uitvaardigden met betrekking tot het landgraafschap Brabant voegden de hertogen Godfried I, II en III uitdrukkelijk de titel van het graafschap Brabant toe in de openingsrede van de oorkonde (bijvoorbeeld: dux Lotharingiae comesque Brabantiae). Met andere woorden: de heuglijke datum uit 1106 heeft weinig of niets van doen met het hertogdom Brabant.

Vanuit territoriaal oogpunt hebben de graven van Leuven niettemin in 1106 grotendeels de grenzen van het latere hertogdom Brabant afgebakend. Vanaf de 13e eeuw assimileerden alle gebieden onder de graven van Leuven de naam van het hertogdom Brabant als hun natie. Het omvatte het allodiale graafschap Leuven (omstreeks 1000 verworven), het landgraafschap Brabant (rijksleen vanaf 1085/1086), het markgraafschap Antwerpen (hertogelijk ambtsleen vanaf 1106), evenals de voogdijgebieden van de abdijen van Gembloers en Nijvel. Dit grondgebied komt ongeveer overheen met de huidige provincies Noord-Brabant, Antwerpen, Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Hertogdom_Brabant.

Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.