kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

brahmanisme

Brahmanisme noemt men veelal die fase van Indische godsdienst en cultuur die chronologisch aansluit bij de oudste vedische periode en haar uitdrukking vindt in de brahmana's en de zich daarbij nauw aansluitende werken.

Het Brahmanisme is de godsdienst die geleid werd door de Brahmanen, een afgesloten priesterstand van 'Indië'.

Men onderscheidde in het Brahmanisme vier verschillende standen:

de Brahmanen (priesters)
de Ksatrya's (edelen of krijgslieden)
de Vaisya's (landbouwers)
de Sudra's (werklieden).
De priesters zijn voortgekomen uit de mond van de godheid, de krijgslieden uit de borst en de armen van de godheid, de landbouwers uit de romp en de werklieden uit de voeten van de godheid.

Brahma is de schepper en naast hem staan de twee andere goden van de Indische Trimurti (drie-eenheid) nl. Vishnu (de onderhouder) en Siwa (de verwoester). In het algemeen geniet Brahma minder verering dan de twee andere goden Vishnu en Siwa. Vishnu is de onderhouder en zijn vrouw Laksmi, de godin van overvloed en van vruchtbaarheid. Zo nu en dan daalt Vishnu in de wereld af en de neerdalingen zijn de beroemde vleeswordingen van de godheid. Bekend zijn die van Rama en van Krishna (Kresna). Rama is een oorlogsman, de held van het heldenepos Ramayana. Kresna is de held uit het epos Mahabharata.

Grote waarde werd door de Brahmanen aan het offeren gehecht, omdat daardoor de krachten van de bovenaardse machten werden versterkt. Later kwam de opvatting dat het offer moest dienen, om de gunst der goden te verwerven en dat men daardoor voordelen zou kunnen verkrijgen. Zo maakte de eertijds zo eenvoudige offers langzamerhand plaats voor zeer ingewikkelde offerplechtigheden. Angstvallig werd gewaakt voor elk onderdeel van het ritueel.

Het levensdoel van de mens moet zijn: zich van het stoffelijke te bevrijden en op te gaan in Brahme, de wereldziel. Om dit doel te bereiken, moest veel geofferd worden. Grote waarde werd voorts gehecht zelfkastijding en aan bespiegelend inkeren tot zichzelf. Een enkel menselijk leven is niet voldoende om het doel te bereiken; telkens wordt men na een verblijf in hemel (of hel) wedergeboren totdat men ten laatste in de wereldziel zal verzinken. Geeft men toe aan boze lusten, dan komt aan het aantal wedergeboorten geen einde; dan heeft men de kans terug te keren als dier of plant. Een Brahmaan heeft dan ook een flink stuk van de lange levensweg afgelegd.

In het wetboek wordt de weg naar volkomen verlossing nauwkeurig aangegeven. Eerst wordt men leerling van de Brahmanen. Is de leertijd volbracht en heeft men voor het eerst geofferd, dan viert men het feest van zijn Wedergeboorte. Daarna wordt men huisvader; vervolgens trekt men zich terug uit de werelds teneinde zich aan godsdienstige overpeinzingen over te geven. Aan het ascetisch leven wordt de grootste waarde gehecht. Diep in het hart van een Hindu leeft dan ook de gedachte dat de ziel moet worden gelouterd, totdat zij ten laatste van alle begeerte bevrijd, zich kan verenigen met het hoogste alwezen.

Siwa is de verwoester, doch tevens opbouwer. Hij zorgt voor de eeuwige afwisseling van geboorte en dood. De vereerders var Siwa spannen zich dan ook in die gevreesde macht gunstig voor zich te stemmen door de strengste onthouding en zelfverminking toe te passen.

Bezien we de drie-eenheid van populaire zijde, dan vormen zij een bontgekleurde veelgodendom, maar bekijken we haar minder oppervlakkig, dan kunnen we haar terugbrengen tot wat de schepping te zien geeft: een kracht, die alles doordringt, weldadige en vernietigende invloeden en de eeuwige wisseling van leven en dood.

Als stadium van de godsdienstige denkbeelden der Veda is het brahmanisme gekenmerkt door een door brahmanen doorgevoerde systematisering van rituele praktijk, sociaal gedrag en wereld- en levensbeschouwelijke theorie; vooral de vormen waarin de godsdienstigheid zich kan uiten, zijn vastgesteld met een uiterste nauwkeurigheid. Centrum van alle bespiegelingen is de ritus en zijn uitvoering door de brahmanen die de vorm en betekenis ervan kennen.

Kenmerkend voor het brahmanisme is dat de grote Vedische goden Indra, Varuna, Agni, Surya, Soma en andere op de achtergrond raakten. Belangrijker worden in velerlei opzicht wereldbeschouwelijke en wereldverklarende bespiegelingen die op den duur, in de volgende fase van de Indische cultuur, het hindoeisme, uitmonden in de zgn. filosofische scholen en verschillende takken van wetenschap.

Aan de godsdienst der Veda's voegde het brahmanisme het geloof aan de zielsverhuizing en de reïncarnatie toe: elk stervend wezen gaat van het ene bestaan in het andere over. Deze overgang is niet willekeurig, maar wordt bepaald door het karma of de som der goede en slechte activiteiten in het vorig bestaan; zo wordt men god, mens, dier of bewoner der hel, naar eigen verdienste. Door dit geloof aan de transcendente invloed der daden wordt ieder bestaan voorgesteld als de synthese van de daden van een vroeger leven. Verlossing uit deze kringloop is slechts mogelijk voor wie het brahman en de wezensidentiteit daarvan met zijn eigen ziel (atman) heeft leren kennen.

Ook de godsdienstige literatuur is door het brahmanisme nog uitgebreid door naast de heilige schriften der Indiërs, die als eeuwige waarheid golden en waartoe ook de oepenisjaden en de brahmana's werden gerekend, de traditie vast te leggen, o.a. in het wetboek van Manu (Manavadharmasjastra), dat zowel godsdienstige als maatschappelijke voorschriften geeft.

Erkenning van de brahmanen als belichaming van het brahman en onfeilbare autoriteiten in wereldbeschouwelijke zaken behoren tot de meest karakteristieke trekken van het brahmanisme, dat zich ook voordoet als een in toenemende mate door het kastenwezen gekenmerkt sociaal stelsel.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 356.