Christen




INSCHRIJVEN
NIEUWSBRIEF


OF WEBFEED!


Tip: klik op Christen voor andere pagina's over dit onderwerp.





Index lexicon: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 0-9

Deze pagina is voor het laatst bewerkt.

Christen

Een christen is een aanhanger van het christendom, ofwel van de belichaming daarvan: Jezus Christus.

Het christendom is een religie die gebaseerd is op het leven van Jezus van Nazareth zoals dit wordt beschreven in het Nieuwe Testament. Centraal staan zijn prediking, kruisdood en verrijzenis. Het christendom is een monotheïstische godsdienst; christenen belijden het geloof in één God in drie personen bestaande uit God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest en noemen dit de heilige Drie-eenheid. Deze drie Personen (personae) zijn te onderscheiden, maar zijn niet te scheiden van elkaar. De christenen geloven dat Jezus de zoon van God is en de Messias die voorspeld en aangekondigd werd in het Oude Testament. Het christendom is een wereldgodsdienst.

In de loop der tijd is binnen het christendom een westerse en een oosterse traditie ontstaan. Tot de westerse traditie behoren het rooms-katholicisme en het daaruit ontstane protestantisme. Tot de oosterse traditie behoren enerzijds de Oriëntaalsorthodoxe Kerken die afstand namen van het Concilie van Chalcedon (451) en anderzijds de Oosters-Orthodoxe Kerken, die ontstaan zijn na het schisma van 1054 en die theologisch nauwelijks afwijken van het rooms-katholicisme. Al deze tradities onderschrijven de canones van het Concilie van Nicaea.

Een vrouwelijke christen werd vroeger wel christin genoemd.

Ontstaansgeschiedenis
De term 'christen' werd voor het eerst gebruikt nadat in Jeruzalem een vervolging was uitgebroken tegen aanhangers van Christus, waar ook de latere apostel Paulus (toen Saulus) aan meedeed. De vervolgden vluchtten weg en raakten verstrooid tot in Fenicië, Cyprus en Antiochië (heet nu Antakya en ligt in Turkije). Daar kwam toen ook een groot aantal Grieken tot geloof, die daarna een jaar lang onder leiding van de apostel Barnabas en de intussen bekeerde Paulus onderwezen werden in wat het christelijk geloof inhield. In die tijd begonnen de mensen deze gelovigen 'christenen' te noemen. Van origine was dit een scheldnaam voor de nieuwe groepering, die later door de christenen zelf als aanduiding voor henzelf is overgenomen.
De geschiedenis van de eerste christenen is te vinden in het bijbelboek Handelingen der Apostelen, hoofdstuk 11.

De geschiedenis van het christendom begint in Palestina in de dagen van Jezus van Nazareth. Van die tijd en vooral van de eeuwen daarna zijn veel archeologische en kunsthistorische voorwerpen overgebleven. Sommige verwijzen naar personen en gebeurtenissen uit de eerste eeuwen van het christendom zoals beschreven in de bijbel, andere staan symbool voor de cultuur of gewoonten van die eeuwen

De directe aanleiding tot de verspreiding van het christendom vormt het geloof van de volgelingen van Jezus van Nazareth. Jezus zou de door God beloofde Messias zijn. Na Zijn opstanding uit de dood en Zijn hemelvaart zou dit geloof aan de gehele mensheid gepredikt moeten worden. Hiertoe ondernamen de volgelingen in Judea, Samaria en Galilea en later ook daarbuiten allerlei evangelisatie- en zendingsreizen teneinde deze blijde boodschap (het evangelie) te verkondigen.

Een van de bekendste zendelingen uit de beginperiode was de jood Paulus. Nadat hij op spectaculaire wijze tot het christelijke geloof was overgegaan, werd hij een gedreven evangeliseerder die eveneens vele in de Bijbel opgenomen brieven naar diverse kerkelijke gemeenten schreef. Door deze zendingsactiviteiten waren er in het jaar 100 na Chr. al christelijke gemeenschappen van enige omvang in Palestina, Klein-Azië, Griekenland, Rome en Egypte.

Deze evangelieverkondigingen werden ook daarna voortgezet zodat het christendom rond het jaar 300 ongeveer acht à tien procent van de toenmalige bevolking van het Romeinse Rijk uitmaakte.

Werd het christendom in eerste instantie nog slechts beschouwd als een sekte van het jodendom, waarvan de aanhangers 'van de weg' werden genoemd, reeds spoedig ging het christendom zich steeds meer van het jodendom waaruit het was voortgekomen onderscheiden. In de plaats Antiochië kwamen de christenen aan hun naam : zij werden daar door de heidenen als zodanig genoemd en besloten vervolgens deze naam voor zichzelf over te nemen.

Aanvankelijk was het christendom slechts een van de vele religies uit het Oosten die een alternatief boden voor de eeuwenoude, steriel geworden Grieks-Romeinse godheden. Maar in de strijd om de zielen met Osiris uit Egypte, Mithras uit Perzië en de Anatolische Cybille-cultus kwam Jezus duidelijk als winnaar uit de bus. Zijn leer was immers het meest open, zonder geheimzinnige initiatie-rituelen. Hij richtte zich tot iedereen zonder aanzien van ras of stand en bood het vooruitzicht op een feestelijk hiernamaals dat aanvankelijk vooral aantrekkelijk was voor slaven en 'kleine luyden', voor wie het leven op aarde heel wat somberder perspectieven bood.

De eerste christenen profiteerden daarbij van de staatkundige eenheid van het Romeinse Rijk, die de hele mediterrane wereld verenigde en waarbinnen zij gebruik konden maken van drukbevaren handelsroutes en, zeker niet in de laatste plaats, van het uitgebreide Romeinse wegennet. De eerste generaties christenen - die het hoogste gezag van de keizer niet erkenden - werden vervolgd. Dit gebeurde tijdens campagnes die in sommige districten werden uitgevoerd. Het duidelijkste voorbeeld van vervolging stamt uit de tijd van Diocletianus. In zijn tijd waren christenen ook aan het hof heel gewoon, maar in 303 besloot de keizer, vooral onder invloed van Galerius, het christendom in de ban te doen. Het bleek echter al gauw dat de Kerk al veel te groot en wijdverspreid was om deze ban ook werkelijk uit te voeren en tien jaar later, in 313, verklaarde Constantijn de Grote de vrijheid van godsdienst.

Het oudst bewaarde christelijke document is afkomstig uit een grot bij Qumran aan de Dode Zee. Het zijn elf woorden uit het Evangelie naar Marcus, opgeschreven voor het jaar 68, toen de nederzetting door Romeinse soldaten werd vernietigd. Het is dus goed mogelijk dat de auteur Jezus zelf nog heeft gekend. Bijna net zo bijzonder is de eerste duidelijk christelijke inscriptie, het grafschrift van de Phrygische bisschop Abercius dat in 1882 in zuidoost-Turkije is gevonden. De door de bisschop zelf opgestelde tekst meldt hoe hij in navolging van Paulus de uiteinden van het Rijk heeft bereisd om de blijde boodschap uit te dragen. Uit de derde eeuw stammen voorts de eerste tekeningen en reliëfs van Petrus en Paulus, graftombes met de beeltenis van Jezus als de Goede Herder en een curieuze getuigenis van de eerste kerstening: een grafsteen met zowel heidense als christelijke opschriften. Zij is afkomstig uit het Vaticaan, dat toen nog een begraafplaats was voor alle gezindten. Petrus ligt er hoogstwaarschijnlijk begraven temidden van volgelingen van Jupiter, Serapis en Hekate.

Christenen en religieuze regels
Een christen gelooft dat hij God dient om hem te eren, en niet om daarmee vergeving en genade te verdienen. Er zijn in het christendom geen verplichte gebedstijden of (met uitzondering van enkele groeperingen) spijswetten. De handreikingen voor het leiden van een goed leven zijn onder meer de Tien Geboden, de "vrucht van de Geest" zoals beschreven in hoofdstuk 5 van het Bijbelboek Galaten, en rooms-Katholieken kennen onder andere nog de vijf geboden van de Heilige Kerk.

Volgens de christelijke leer is de mens zondig van natuur en geneigd tot alle kwaad. Christenen beschouwen de kruisdood van Jezus Christus als een verlossende daad, waardoor zonden, indien er sprake is van oprecht berouw, worden vergeven. Dat wil niet zeggen dat christenen geloven dat daarmee alles is toegestaan. Een christen probeert na zijn bekering uit liefde voor God in navolging van Jezus Christus in harmonie met zijn medemens te leven. Er is onder christenen echter wel discussie over de vraag wat dit navolgen van Christus precies inhoudt.

Uit de bijbel blijkt dat die discussie al vanaf het begin is gevoerd. De eerste generatie christenen bestond namelijk hoofdzakelijk uit joden, terwijl de tweede generatie al aanzienlijk meer niet-joden telde. Onder beide groeperingen ontstond in die tijd verwarring over de vraag of de nieuwe niet-joodse christenen zich nu ook aan alle joodse wetten dienden te houden. Onder meer in hoofdstuk 15 van het Bijbelboek Handelingen tracht Paulus de gemoederen te sussen, wanneer een discussie gaande is over de spijswetten en de besnijdenis. Paulus stelt de niet-Joodse christenen voor om hen niet te zwaar te belasten: In overeenstemming met de heilige Geest hebben wij namelijk besloten u geen andere verplichtingen op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is: onthoud u van offervlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, van bloed, van vlees waar nog bloed in zit, en van ontucht. Als u zich hier aan houdt, doet u wat juist is. Het ga u goed.

Geloofsinhoud
Volgens de christelijke doctrine heeft God zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus naar de wereld gezonden om de mensheid te bevrijden van de vloek van de zonde. Jezus is zowel God als mens. Dit dogma werd vastgelegd in de tweenaturenleer. Tevens is hij de Tweede Persoon in de goddelijke Drie-eenheid.

Christenen geloven, naar de traditie van het Jodendom, in de God van Abraham, Izaäk en Jacob, de 'Ik zal zijn die Ik zijn zal' (Ex 3,14, NBV), de schepper van hemel en aarde, die transcendent en tegelijkertijd immanent is. Voorts geloven zij dat met de eerste mens de zonde in de wereld is gekomen en dat ieder mens zondig is; zij geloven ook dat de zonde scheiding brengt tussen God en de mens, dat de enige manier om weer met God in het reine te komen het geloof is in het 'volbrachte werk van Jezus', zijn lijden en sterven aan het kruis, waarbij hij als de volmaakte mens en Zoon van God de schuld van de mensen op zich nam en hen weer met God verzoende. Tot de kern van het christelijke geloof behoort ook het geloof in de lichamelijke opstanding van Jezus uit de dood, zijn hemelvaart en zijn terugkomst naar de aarde.

Geloof in de Zoon van God, in zijn dood aan het kruis en zijn lichamelijke opstanding op de derde dag wordt gezien als essentieel om het eeuwig leven te verwerven. Hiermee wordt het eeuwig leven in de hemel, in de nabijheid van God bedoeld.
Dit geloof veronderstelt gehoorzaamheid aan God. Jezus zelf zei dat het belangrijkste goddelijke gebod is: Heb God lief boven alles en uw naaste (de medemens) als uzelf.

Het geheel van de essentiële elementen van het christelijk geloof wordt ook wel het evangelie genoemd.

De Rooms-Katholieke Kerk legt de nadruk niet alleen op het gezag van de Bijbel als woord van God, maar ook op de traditie. De Kerk speelt een heilsbemiddelende rol tussen God en mens. Het gebod van eenheid in het geloof vindt binnen het katholicisme uitdrukking in de taak van de hiërarchie.
De protestants-christelijke traditie onderstreept het Sola Fide (rechtvaardiging door geloof alleen en niet door 'werken der wet') en Sola Scriptura (alleen het woord van God (de Bijbel) als gezaghebbend). In de protestantse kerken bestaat geen equivalent van de paus als teken van eenheid en de rol van kerkelijke ambtsdragers is verkondigend en pastoraal, maar niet sacramenteel.
Ook het belang dat gehecht wordt aan en de theologische invulling van de sacramenten is bij het protestantisme anders dan bij de Rooms-Katholieke Kerk. Een voorbeeld is de katholieke en oosters-orthodoxe eucharistie tegenover het protestantse Heilig Avondmaal.

Opvattingen
In alle tijden hebben verschillende theologische opvattingen bestaan over de natuur van Christus en over de vraag hoe de Bijbelse verhalen geïnterpreteerd moeten worden.
Volgens de Bijbel werd Jezus Christus geboren uit een jonge, maagdelijke vrouw, Maria, bij haar verwekt door de Heilige Geest van God; leefde hij een zondeloos leven, genas mensen van allerlei ziekten, wekte doden op; dreef hij demonen uit en bedaarde stormen; veranderde water in wijn, voedde duizenden mensen met een paar broden en moet zijn uitspraak Ik ben de weg, de waarheid en het leven letterlijk genomen worden. Al sinds het vroegste begin van het christendom hebben brede stromingen van de Kerk de Bijbelverhalen ook allegorisch geïnterpreteerd. De zeer strikte letterlijke lezing van de Bijbel is veeleer een typisch product van het moderne rationalisme, dat na de Middeleeuwen opgang vond en zich uitte in de Reformatie. Sinds het relativisme en secularisme, dat in de 19e en vooral de 20e eeuw verspreiding vond, worden Bijbelverhalen door sommigen ook alleen als symbolische verhalen beschouwd, die losstaan van de eigenlijke hoofdpersoon van Jezus van Nazareth. Of men laat in het midden of ze waar zijn of niet en hecht er alleen een symbolische betekenis aan. Een hedendaagse opvatting benadert de Bijbel op meerdere manieren tegelijk. Een verhaal bevat zowel een historische waarheid, een allegorie en een symbolische betekenis.

De Bijbel
Volgens de christelijke traditie hebben vier van Christus' volgelingen, discipelen een verslag van zijn afkomst, geboorte, leven, sterven, opstanding en hemelvaart neergeschreven in de vier zogeheten evangeliën, die zijn verzameld in het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament bevat ook de Handelingen van de Apostelen, een aantal brieven van onder meer de apostel Paulus aan verschillende christengemeenten en het profetische boek Openbaring. Naast de Bijbel bestaan er verschillende apocriefe geschriften die aan de Bijbel gerelateerd zijn, maar die er om verschillende redenen niet in zijn opgenomen.
Het Nieuwe Testament vormt samen met het Oude Testament voor de christenen de Bijbel.
De kerken van de Reformatie volgen sinds hun ontstaan een eigen canon van het Oude Testament. Zij erkennen niet de Deuterocanonieke boeken.

Niet-christenen over christenen
Over christenen hebben in de loop der tijd vooroordelen bestaan. Zo dachten de Romeinen aan het begin van onze jaartelling dat christenen kannibalen waren. In werkelijkheid werd tijdens gezamelijke maaltijden met het breken van brood en het drinken van wijn het deelgenoot worden aan Jezus' bloed en gekruisigde lichaam gesymboliseerd. Tegenwoordig vinden deze maaltijden nog steeds plaats in de vorm van de eucharistie (in de Rooms-Katholieke Kerk) en het heilig avondmaal (in de protestantse kerken).
Een Romeins schrijver, die de eerste christenen nader geobserveerd had, schreef later over hen: "Zij hebben elkaar lief. Zij laten nooit na weduwen te helpen. Als ze iets hebben, geven ze vrijelijk aan de man, die niets heeft; als ze een vreemdeling zien, nemen ze hem op in hun huis, en zijn gelukkig als was hij een echte broeder van hen".
Christenen zijn in de loop der tijden verschillend beoordeeld, onder meer doordat kerken de neiging hadden het christelijk geloof op geheel eigen wijze te interpreteren. Soms op een manier die behoorlijk kon afwijken van de oorspronkelijke leer zoals die in de Eerste Gemeente werd onderwezen. Helaas hebben de negatieve aspecten van dit handelen (kruistochten, heksenjacht, inquisitie) altijd de meeste aandacht gekregen. Dit in tegenstelling tot de positieve aspecten (rechtsbescherming, zorg voor de zwakkeren, armoedebestrijding en de strijd voor vrede) die tegenwoordig steeds meer door niet-christelijke, humanistische instelllingen worden geclaimd.

Christendom vandaag
Het christendom heeft op wereldniveau 2 miljard gelovigen en is daarmee de grootste religie. Ter vergelijking: de islam telt 1,3 miljard gelovigen en het hindoeïsme 1,05 miljard gelovigen (150 miljoen yoga-beoefenaars inbegrepen). De niet-gelovigen (agnostici en atheïsten) zouden met 774 miljoen zijn.
Het christendom is verdeeld in 1,1 miljard rooms-katholieken (nieuwe cijfers: 1,33 miljard), 216 miljoen orthodoxe christenen, 367 miljoen protestanten, 84 miljoen anglicanen, 414 miljoen Onafhankelijken (niet behorend tot de belangrijkste stromen van het christendom) en 31.7 miljoen "marginalen" (de Jehova's getuigen, de mormonen, enz.).
Ondanks het feit dat het christendom de grootste godsdienst op aarde is en er veel aan zending wordt gedaan, daalt het percentage christenen ten opzichte van andere geloven. Terwijl de wereldbevolking met ruwweg 1,25% per jaar groeit, groeit het christendom met ongeveer 1,12% per jaar. Dit in tegenstelling tot de islam, die met 1,76% per jaar groeit. De langzame groei kan voor een deel worden toegeschreven aan het feit dat de christelijke bevolking voornamelijk in rijke naties woont, waar het geboortecijfer vrij laag is. Islamitische naties, vooral de armere, hebben in het algemeen een hoger geboortecijfer en bijgevolg een hoger groeipercentage.
Opmerkelijk is dat de evangelische stroming binnen het christendom (pinkster- en charismatische beweging, baptisten, enz.) wel snel in aantal stijgt. Hoewel officiële cijfers ontbreken, stijgen de evangelische stromingen naar schatting met een groeipercentage van zo'n 6%. Hiermee wordt de evangelische stroming gezien als de snelst groeiende evangelische beweging op aarde. De snelle stijging van de evangelische christenen vindt vooral plaats in Afrika.
Tot het Tweede Vaticaans Concilie hadden echter katholieke landen en streken een beduidend hoger geboortecijfer dan protestants-christelijke landen, vanwege het (nog altijd geldend) verbod van het Vaticaan op kunstmatige anticonceptiemiddelen.

Geloofsbeleving
Voor velen is geloof in het evangelie het resultaat van een 'christelijke opvoeding'. Lang niet alle christenen gaan akkoord met alle theologische standpunten die door hun Kerken worden ingenomen.
Net als de joden werden de christenen in het Westen zeer beïnvloed door de Verlichting in de 17e en 18e eeuw. De belangrijkste verandering - die uit de periode van de Verlichting voortkwam - was de scheiding van Kerk en Staat, daardoor werd de alliantie tussen Kerk en Staat, die in veel Europese landen bestond, beëindigd. Sindsdien was een lid van de maatschappij vrij om met de Kerk van mening te verschillen en desgewenst de Kerk totaal te verlaten. Velen verlieten de Kerk en ontwikkelden geloofssystemen zoals deïsme, unitarisme, en universalisme, of werden atheïst, agnost of humanist. Andere stromingen leidden tot de liberale of vrijzinnige vleugels van de protestantse christelijke theologie.
Modernisme in de recentere 19e eeuw moedigde nieuwe vormen van denken en uitdrukken aan die geen traditionele lijnen volgden. Als reactie op de Verlichting en het modernisme ontstonden duizenden christelijke protestantse groeperingen.
In de Katholieke Kerk werden traditionalistische splintergroepen gevormd die de legitimiteit van vele hervormingen niet erkenden. De groei van honderden fundamentalistische groepen die de volledige Bijbel op een letterlijke manier interpreteren werd in gang gezet.
Het liberalisme leidde ook tot secularisme, met name in de Verenigde Staten en Europa. Sommige christenen hebben de godsdienstige plichten bijna volledig aan de kant gezet of gaan slechts op een paar bepaalde heilige dagen per jaar naar de kerk. Velen hebben een ambivalent gevoel ten opzichte van hun godsdienstige plichten ontwikkeld. Enerzijds klampen zij zich vast aan hun tradities, waaraan ze hun identiteit ontlenen; anderzijds brengt de invloed van de seculiere westerse mentaliteit en de eisen van het dagelijkse leven hen af van het traditionele christendom. Een huwelijk tussen christenen van verschillende gezindten, of tussen christelijke en niet-christelijke mensen, was eens taboe, maar is thans alledaags geworden. De traditioneel katholieke landen zoals Frankrijk zijn grotendeels agnostisch geworden. In Nederland verwacht het Sociaal en Cultureel Planbureau dat in 2010 nog maar een derde van de Nederlandse bevolking kerkelijk zal zijn en dat in 2020 nog maar 25% een kerk zal bezoeken (rapport van 28-09-2000).
Het liberale (vrijzinnige) christendom groeide aan het begin van de 20e eeuw snel in Europa en Noord-Amerika. Deze tendens heeft zich niet doorgezet. Bij het ingaan van de 21e eeuw krimpen de "mainline" liberale kerken, hoewel de seculiere maatschappij neigt om de liberalen als vertegenwoordigers en woordvoerders van christendom te beschouwen. Terwijl het ledental van de traditionele protestante kerken afneemt, winnen de vrijere groeperingen zoals de evangelische en charismatische bewegingen sterk aan terrein. Deze tendens is in de westerse wereld zichtbaar, maar ook in Afrika, Azië en zelfs in delen van de Arabische wereld.
De Verlichting had veel minder invloed op de Oosters-Orthodoxe Kerken. Ook onder de druk van de "vijandigere" seculiere maatschappij, vooral tijdens de tijd van het communisme, waren de kerken minder geneigd tot verandering.
In Oost-Europa en Rusland leeft de religie in deze tijd op. Na decennia van communisme en atheïsme, zijn er nu veel aanhangers van het christendom. Vele orthodoxe kerkgebouwen en kloosters worden gerestaureerd. In delen van Afrika en Azië groeit het christendom vooral door zending snel.

Orthodoxie en ketterij in het christendom
De Orthodoxie, het geloven in de ware leer, is belangrijk in de Kerken. Veel tijd en energie werd gestoken in het bestrijden van ketterijen of onaanvaardbare afwijkingen van de orthodoxie. Ketterij kon op verschillende manieren bestraft worden van berisping over niet-erkenning als christen tot zelfs de doodstraf. Geschriften van de ketters werden vaak vernietigd.

Christendom, Jodendom en islam
Het christendom heeft overeenkomsten met zowel het Jodendom als de islam. Er zijn ook op meerdere punten verschillen met deze twee religies en andere wereldreligies. Een belangrijk verschil is dat het christendom de menswording van God belijdt. Voor de islam is Jezus, in het Arabisch 'Isa' genoemd, een grote profeet, die wel volgens beide religies terugkomt op de Dag des oordeels. Volgens de islam kan een door God gestuurde profeet niet door mensenhanden om het leven zijn gebracht, en daarom verwerpen moslims de kruisdood van Jezus.
Daarnaast kent het christendom het concept van de erfzonde, waarvan de mens door het geloof wordt bevrijd. Vooral de Heidelbergse catechismus benadrukt dat de mens tot het kwaad geneigd is. Joden en moslims kennen het concept van de erfzonde niet, en hanteren daarentegen het concept dat de mens blanco, dus zonder zonden geboren wordt, en men door het goede te doen, tot God of het Goddelijke kan opklimmen. Het christendom gelooft in tegenstelling tot het Jodendom dat God niet veraf is, maar op de mens toe stapt in de persoon van Jezus Christus en dat de mens gerechtvaardigd wordt door geloof en vertrouwen in God.
Hoewel er ook binnen het christendom leefregels zijn om het leven te heiligen, ligt bij het christendom meer de nadruk op de leer, dan op de verplichting tot het precies naleven van tal van voorschriften, zoals de joodse halacha en de islamitische sjaria.
De Heilige Drie-eenheid wordt in zowel islam als het Jodendom als buitenbijbels en polytheïstisch verworpen en als een vorm van afgoderij beschouwd. Het Jodendom ziet op het christendom overgegane joden als afgodendienaren.
De islam ziet de Koran, geopenbaard aan de profeet Mohammed, als de laatste openbaring van God. De islam erkent zowel de Thora als het Nieuwe Testament wel als islamitische Heilige Boeken, maar is van mening dat het door eeuwenlange overlevering niet meer het zuivere Woord Gods is.

In moderne tijden komen sommige opvattingen, die in de loop van de kerkgeschiedenis als ketterij werden veroordeeld, weer op de voorgrond. De traditionele Kerken blijven belang hechten aan de orthodoxie, gebaseerd op de historische verwijzing naar de geloofsleer. Met deze "historische verwijzing" wordt de Traditie bedoeld; deze Traditie wil niet alleen de huidige, levende generaties, maar ook nog de vele overleden generaties meewegen in het denken over geloof en orthodoxie. Ketterij wordt minder repressief benaderd dan in het verleden. Tegelijkertijd worden oude afgewezen leerstellingen genuanceerder bekeken. Bij voorbeeld wordt het oude monofysitisme, tegenwoordig als aanvaardbaar nominaal-miofysitisme uitgelegd.

De geloofsrichtingen en de grenzen van het christendom
De doctrines en de praktijken van het christendom zijn ontstaan als het gevolg van vele discussies. Vele groepen hebben, in de loop van de eeuwen, hun geloof als hét ware christendom bestempelt. Enkele voorbeelden zijn de gnostiek, de marcionistische beweging, het arianisme en het pelagianisme in de eerste eeuwen. Later volgden onder meer de nestorianen en de jacobieten en nog later het oost-west schisma tussen de Oosters-Orthodoxe Kerk en Katholieke Kerk (zie Grote Schisma).
De protestantse hervorming leidde tot de ontwikkeling van een groot aantal groeperingen met eigen onderwijs en praktijken verschillend van het katholicisme en van elkaar. Voorbeelden zijn de Lutherse Kerk, de Quakers en de mennonieten. Recenter hebben de adventisten, de Jehova's getuigen en de mormonen gepretendeerd het ware geloof in Christus te verkondigen.
Anderen groeiden uit tot volwaardige religies (zoals het mormonisme). Elk van deze groeperingen betichtten de anderen van ketterij. Af en toe leidde dit tot geweld.
Christenen kunnen sterk van mening verschillen over wat "essentieel" is in het christendom, welke variaties toegelaten zijn en welke groepen als "christenen" kunnen worden gekwalificeerd. Als gevolg hiervan blijven de grenzen van het "christendom" een onderwerp van meningsverschillen.

Christendom en vervolging
Christenen zijn zowel slachtoffers als daders van vervolging geweest.
Tijdens de christenvervolgingen in de eerste eeuwen na Christus werden christenen gekruisigd op dezelfde manier als Romeinse politieke gevangenen of voor de leeuwen gegooid in de Romeinse amfitheaters. Zij worden beschouwd als martelaren omdat zij verkozen te sterven in plaats van afstand te doen van hun geloof. De vervolging van christenen is een fenomeen van alle tijden en komt ook in de 21e eeuw nog steeds voor, onder andere in Iran, Irak, Pakistan, Indonesië, Noord-Korea, Soedan, Vietnam, China, Cuba, Noord-Afrika, Nepal.
De kerngedachte dat God Liefde is (Zie ook Deus Caritas Est) en de overtuiging dat geweld niet gebruikt zou kunnen worden met een beroep op de leer van Christus, heeft niet kunnen voorkomen dat christenen vervolgd, gemarteld en gedood hebben, omdat anderen weigerden de christelijke leer te aanvaarden(Zie ook Kerstening). De conflicten binnen het christendom zelf hebben geleid tot vervolgingen van de ene christelijke groep door een andere. Zo werden protestanten vervolgd door de Rooms-Katholieke Kerk en stonden katholieken bloot aan protestantse vervolging. Deze vervolging is enkel mogelijk geweest door de nauwe banden die bestonden tussen Kerk en Staat. Het succes van verschillende stromingen is soms zelfs maatgevend beïnvloed door de steun van de Staat.
De Europese expansie en kolonisatie werden goedgekeurd door het Kerkelijk gezag, met name door de Rooms-Katholieke Kerk en Anglicaanse Kerk. Op hun beurt beschouwden de koloniale overheden de missioneringsactiviteiten van de Kerken als steunpilaar van de koloniale orde. Enerzijds werd de exploitatie van de gekoloniseerde landen gewettigd, anderzijds hebben juist de christelijke kerken revolutionaire gedachten in de koloniale gebieden geïntroduceerd. Enerzijds leidde de kolonisatie tot de vernietiging van vele lokale culturen, anderzijds hebben juist de kerken veel van lokale culturen bewaard voor de ondergang en geïncultureerd. Dit tweezijdige proces valt het bijzonder in Zuid-Amerika waar te nemen (zie Inca's en Azteken).


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Christen, http://nl.wikipedia.org/wiki/Christendom and http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_het_christendom .





privacybeleid