kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Croÿ

Huis Croÿ

Croÿ (ook Croy of Croij) is een adellijk geslacht, oorspronkelijk afkomstig uit Picardië. Zij voerden her en der de titels van heer, markgraaf, graaf, hertog en prins van verschillende heerlijkheden. De geslachtsnaam is afgeleid van de heerlijkheid Croÿ of Crouÿ aan de Somme. Crouy is nu nog een gemeente in het departement van de Aisne.

Geschiedenis
De oudste bekende telg is Jacob van Croÿ (13e eeuw). De Croÿs zouden van koning Stefanus IV van Hongarije afstammen door het huwelijk van diens zoon Marcus met Catharina van Croÿ. Het geslacht dankt zijn rijkdom echter met name aan het huwelijk van Willem van Croÿ (overleden ca. 1364) met Isabella van Renty. Mede dankzij Agnes van Croÿ, minnares van Jan zonder Vrees, maakten de Croÿs in dienst van de hertogen van Bourgondië een snelle opgang.

Jan I, heer van Croÿ, werd stadhouder van Artesië maar sneuvelde in 1415 in de slag bij Azincourt. Zijn oudste zoon, Anton (1385-1475), graaf van Porcéan en Guînes, werd de stamvader van de tak Croÿ-Aarschot, hertogen van Aarschot (tak uitgestorven in 1612), en van de tak Croÿ-Rœulx, heren en later graven van Rœulx (tak uitgestorven in 1767).

De jongere zoon, Jan II, graaf van Chimay, stadhouder van Henegouwen en Namen, werd de stamvader van de tak Croÿ-Chimay, graven en prinsen van Chimay (tak uitgestorven in 1527), en van de tak Croÿ-Sempy, markgraven van Sempy bij Hesdin. Uit deze laatste tak ontstonden later de tak Croÿ-Solre, graven van Solre in Henegouwen, nu in Frankrijk vlakbij de Belgische grens, de tak Croÿ-Renty, markgraven van Renty bij Sint-Omaars (tak uitgestorven in 1683), en de tak Croÿ-Havré, hertogen van Havrech of Havré bij Bergen (tak uitgestorven in 1849).

Jacob van Croÿ (1436-1516), zoon van Jan II graaf van Chimay, studeerde in Keulen, werd kanunnik van Luik, domheer van Keulen en sinds 1502 bisschop van Kamerijk. Van 1477 tot 1494 was hij eigenaar van een landgoed met bijbehorend kasteel in de buurt van Aarle-Rixtel (Noord-Brabant, Nederland) dat naar hem vernoemd is en nog altijd bestaat: het huidige Kasteel Croy.

Naast de al genoemde heerlijkheden, waren sommige takken van de familie onder andere ook hertog van Soria en Archi (Napels), graaf van Meghem, heer van Cresecques, markgraaf van Warneck, heer van Fontenoy, graaf van Buren, baron en markgraaf van Molembais. De vrijgezellen in de familie bekleedden macht als aartsbisschop van Toledo of bisschop van Kamerijk, Doornik of Terwaan.

August (1765-1822), nazaat van Jan van Croÿ-Solre, had vijf kinderen uit twee huwelijken. Rond 1850 waren zij de laatste leden van het huis Croÿ. Alle takken van de familie die nu in België, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië leven, stammen van hem af. De Westfaalse, Boheemse en Franse takken stammen af van de oudste zoon Alfred (1789-1861). Drie Belgische takken stammen af van de tweede zoon Ferdinand (1781-1865), met name: de Croÿ-Solre, de Croÿ-Rœulx (niet te verwarren met de vroegere gelijknamige takken) en de Croÿ-Rumillies. De derde zoon Filips (1801-1871) ligt aan de basis van de Oostenrijkse tak. In Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk noemt de familie zich von Croÿ, in Frankrijk en België de Croÿ.

August Filips vader Anne-Emanuel werd door de bepalingen van de Reichsdeputationshauptschluss in 1803 voor zijn aan de Fransen verloren gebieden op de linker Rijnoever gecompenseerd met het graafschap Dülmen (300 km² met 16.000 inwoners). Deze staat werd echter reeds in 1806 gemediatiseerd. In 1815 werd hij als hertog van Croÿ-Dülmen Standesherr van de Duitse Bond. Telkens de oudste zoon in deze Westfaalse tak noemt zich nog steeds hertog van Croÿ: August (9e), Alfred (10e), Rudolf (11e), Karl (12e), Karl (13e), Carl (14e). Tot deze tak hoorde ook Isabella, die gehuwd was met aartshertog Frederik van Oostenrijk.

Bekende telgen
Anton van Croÿ (1385–1475), de Grote Croÿ, Bourgondisch staatsman
Filips I van Croÿ (1435-1511), graaf van Porcean, stadhouder van Luxemburg
Willem van Croÿ (1458-1521), heer van Chièvres, hertog van Soria en Archi, landvoogd van de Nederlanden (een andere Willem was aartsbisschop van Toledo)

Jacob van Croy (Chimay (plaats), 1436 - 1516), zoon van Jan II graaf van Chimay, sinds 1502 bisschop van Kamerijk. Hij kocht in 1477 een kasteel van ene Rutger van Erp dat sindsdien bekend staat als Kasteel Croy. Hij was domheer van Keulen en bisschop van Kamerijk. Het kasteel werd na 17 jaar door Van Croÿ verkocht aan Cornelis I van Bergen.

Filips II van Croÿ-Aarschot (1496–1549), neef van Willem, hertog van Aarschot, stadhouder van Henegouwen

Filips III van Croÿ-Aarschot (Valenciennes, 10 juli 1526 - Venetië, 11 december 1595), zoon van Filips II, hertog van Aarschot, prins van Chimay, markies van Renty, graaf van Beaumont en heer van tal van andere heerlijkheden. Hij was tevens stadhouder van Vlaanderen tijdens het bewind van koning Filips II.
Hij was de jongste zoon van Filips II van Croÿ en Anne van Croÿ-Chimay. De adellijke titels kwamen hem toe na de moord op op zijn broer Karel in 1551. In 1555 werd hij door de Spaanse vorst Filips II tot ridder van het Gulden Vlies geslagen. Als diens ambassadeur woonde hij de Rijksdag van Frankfurt bij in 1562.
In 1563 verzette hij zich tegen de Nederlandse vorst Willem de Zwijger uit religieuze overwegingen: als overtuigd Rooms-katholiek was hij trouw aan de paus, en wilde niet ingaan op de vraag tot afzetting van Kardinaal van Granvelle. Ook zijn tevredenheid bij de moorden tijdens de Bartholomeüsnacht in augustus 1572 werden in Protestantse kringen niet in dank aangenomen.
In 1576 liet hij aan de Spaanse vorst blijken dat hij niet opgezet was met de aanstelling van Juan van Oostenrijk als Landvoogd der Nederlanden. Nadat de Spaanse troepen Antwerpen verlieten, werd hij er in 1577 als gouverneur aangesteld.
Filips was ook één van de leidende figuren die Matthias van Oostenrijk aanzochten om de nieuwe landvoogd te worden. Tegelijk werd Filips door de staten-generaal verkozen tot stadhouder van Vlaanderen op 20 september 1577. Dit was achter een doorn in het oog van o.a. de Calvinistische Gentse bourgeoisie die de Gentse Republiek hadden gesticht en die tijdens schermutselingen in de stad de hertog konden gevangen nemen. Hij werd enkel vrijgelaten onder de voorwaarde dat hij zijn mandaat zou neerleggen.
Daarop herstelde hij zijn relaties met de Spaanse koning, waardoor hij weer werd opgenomen in het bestuur van de Nederlanden. Wanneer echter in 1595 de graaf Pedro Henriquez de Acevedo als landvoogd werd aangesteld, hield hij het voor bekeken en trok zich terug in Venetië, waar hij korte tijd later overleed.
Filips III huwde op 24 januari 1558 met Jeanne van Halewyn dochter van Jean van Halewyn en Jossyne de Lannoy. Hieruit werden 3 kinderen geboren:
. Karel II van Croÿ, hertog van Aarschot.
. Anne van Croÿ, die huwde met Karel van Arenberg.
. Margaretha van Croÿ.

Karel Filips van Croÿ-Havré (1549-1613), zoon van Filips II, krijgs- en staatsman
Karel van Croÿ-Aarschot (1560-1612), zoon van Filips III, krijgs- en staatsman,
Ferdinand van Croÿ-Roeulx (+ 1524), heer van Roeulx, stadhouder van Artesië
Adrien van Croÿ-Roeulx (vermoord 1553), graaf van Roeulx, stadhouder van Vlaanderen en Artesië
Karel Alexander van Croÿ (1581-1624), Spaans militair
Ernst Bogislaw van Croÿ (1620-1684), bisschop van Cammin, Brandenburgs stadhouder van Pommeren en Pruisen
Karel Eugenius van Croÿ-Rœulx (1651-1702), Duits en Russisch militair
Emanuel van Croÿ (1718-1784), militair, vertrouweling van Lodewijk XV
Anne-Emanuel van Croÿ (1743-1803), week uit naar het Duitse Rijk, verkreeg in 1803 het graafschap Dülmen

August van Croÿ (Parijs, 3 november 1765 - Château de l'Hermitage, Condé-sur-l'Escaut, 19 oktober 1822), zoon van Anne-Emanuel, Hertog van Croÿ, na 1815 Pair van Frankrijk en van 1802 tot 1806 regerend graaf van Dülmen. Zijn bijnaam was "Le Bel Auguste" oftewel "Mooie August".
Hij huwde op 10 januari 1789 Anne-Victurnienne de Rochechouart-Mortemart (1773-1806) en op 5 november 1821 Marie-Anne Dillon (1796-1827). Auguste was de oudste zoon van Anne-Emanuel van Croÿ (1743 - 1803) en prinses Auguste Friederike zu Salm- Kyrburg.
Na een periode in de lijfgarde van de Franse koning Lodewijk XVI te hebben gediend moest Auguste in 1790 voor de Franse revolutie vluchten. Als émigree moest hij toezien hoe al zijn bezit in beslag werd genomen.
De Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 betekende het einde van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie. Bij de verdeling van de kerkelijke goederen kreeg Augusts vader Anne-Emanuel het ambt Dülmen dat deel was geweest van het Bisdom Münster. Hij mocht zich een rijksvrij graaf noemen wat betekende dat hij geen vorst boven zich had staan. Het pas verkregen graafschap Dülmen werd in 1806 als compensatie voor de op de linkerrijnoever verloren gebieden aan de Hertog van Arenberg toegewezen.
Zoon August volgde zijn vader op in zijn rechten als Duits vorst, zij het zonder graafschap, en was na de restauratie een "Standesherr" in Pruisen dat Dülmen verwierf. In 1815 keerde August weer terug naar Frankrijk. Hij werd tot Pair verheven en werd in 1825 door de Duitse bond als Doorluchtige Hoogheid erkend. In 1833 werd dit privilege aan al zijn nakomelingen toegekend. Telkens de oudste zoon in deze Westfaalse tak noemt zich nog steeds hertog van Croÿ: August (9e), Alfred (10e), Rudolf (11e), Karl (12e), Karl (13e), Carl (14e). Tot deze tak hoorde ook Isabella, die gehuwd was met aartshertog Frederik van Oostenrijk. Het hoofd van de familie zetelde van 1854 tot 1918 in het Pruisische Hogerhuis.
In Frankrijk had Claude François Crouy-Chanel op grond van onduidelijke aanspraken de bezittingen, het wapen en de titel van de hertogen van Croÿ geüssurpeerd. Het kostte Auguste veel moeite en een proces om de bezitting weer terug te krijgen.
Alle takken van de familie die nu in België, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië leven, stammen van hem af. Vanaf 1842 is dit de laatste levende tak van de familie. De Westfaalse, Boheemse en Franse takken stammen af van de oudste zoon Alfred (1789-1861). Drie Belgische takken stammen af van de tweede zoon Ferdinand (1781-1865), met name: de Croÿ-Solre, de Croÿ-Rœulx (niet te verwarren met de vroegere gelijknamige takken) en de Croÿ-Rumillies. De derde zoon Filips (1801-1871) ligt aan de basis van de Oostenrijkse tak. In Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk noemt de familie zich von Croÿ, in Frankrijk en België de Croÿ.

Bij zijn eerste vrouw kreeg hij vier kinderen:
. Alfred Frans Frederik Filips (1789-1861);
. Ferdinand Victor Filips (1791-1865, erft Solre);
. Filips Frans (1801-1871) en
. Stephanie Victorine Marie Anne (1805-1884.
Bij zijn tweede vrouw verwekte hij Gustaaf (1823-1844).

Zijn broer Gustaaf Maximiliaan Joost van Croÿ (1773-1844) werd bisschop van Straatsburg en in 1825 kardinaal.

Isabella van Croÿ (Dülmen, 27 februari 1856 – Boedapest, 5 september 1931)
Isabella Hedwig Francisca Natalie van Croÿ was een prinses van Croÿ-Dülmen en later door haar huwelijk aartshertogin van Oostenrijk.
Isabella was een dochter van hertog Rudolf van Croÿ en diens echtgenote, Natalie de Ligne. Ze trad op 8 oktober 1878 in het huwelijk met aartshertog Frederik van Oostenrijk. Isabella ondersteunde haar man, die een carrière had in het leger en een grote erfenis van zijn oom Albrecht van Oostenrijk-Teschen beheerde, in alles wat hij deed. Hiernaast stond ze aan het hoofd van hun huishouden en droeg ze de zorg van hun negen kinderen. Ze gaf veel om haar medemens en probeerde hun leven te vergemakkelijken: ze stichtte een aantal scholen en stimuleerde de muziek van de Roma. Ze hield van fotografie en tennis.
Uitgerekend op de privé-tennisbaan van Isabella en haar echtgenoot voltrok zich in 1898 een schandaal. Daar werd namelijk het gouden zakhorloge van hun aartshertog Frans Ferdinand (neef van keizer Frans Jozef I en diens opvolger), die daar enkele weken doorbracht, gevonden. In het horloge trof men echter geen afbeelding van zijn dochter, maar een portret van hun hofdame, Sophie Chotek. Het drama was pas echt compleet, toen Frans Ferdinand haar twee jaar later trouwde. Het paar werd in 1914 vermoord.
Isabella stierf op 5 september 1931 te Boedapest. Haar echtgenoot werd later bij haar begraven.
Isabella en Frederik hadden negen kinderen, van wie de acht oudsten meisjes waren:
. Christina Isabelle Natalie (1879-1962), gehuwd met erfprins Emanuel van Salm-Salm
. Maria Anna (1882-1940), gehuwd met Elias van Bourbon-Parma (een zoon van hertog Robert I van Parma)
. Maria Henriëtte (1883-1956), gehuwd met prins Gottfried van Hohenlohe-Waldenburg-Schillingsfürst
. Natalie Maria Theresia (1884-1898), op zeer jonge leeftijd gestorven
. Stephanie Maria Isabelle (1886-1890), op zeer jonge leeftijd gestorven
. Gabriella Maria Therese (1887-1954), ongetrouwd op 67-jarige leeftijd gestorven
. Isabella (1887-1973), gehuwd met prins George van Beieren (een zoon van Leopold van Beieren)
. Alice (1893-1962), gehuwd met Frederik Hendrik, baron Waldbott van Bassenheim
. Albrecht Frans Josef Karel Frederik George Hubert Maria (1897-1955), volgde zijn vader op als hertog van Teschen


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Cro%C3%BF
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1292.